Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2022-4



34E JAARGANG NR. 4 DECEMBER 2022






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Van de bestuurstafel…………………………………………………………………………..4

Van de penningmeester………………………………………………………………………5

Sponsoren Oud Scherpenzeel……………………………………………………………….5

Uitnodiging ledenvergadering……………………………………………………………..6

Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners………………………………………..7

De natuur op Groot Wolfswinkel………………………………………………………..20

Een stukje Oude Barneveldseweg……………………………………………………….22

Duitsers in Scherpenzeel, wat ging eraan vooraf?…………………………………34

Nieuwjaarswens………………………………………………………………………………38

De kopij voor het maartnummer dient uiterlijk zaterdag 11 februari 2023 a.s. te zijn ingeleverd bij de redactie.

Omslag:

Boerderij Groot Wolfswinkel, zie artikel ‘Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners’, pag. 7 e.v.

VAN DE BESTUURSTAFEL

Wim van den Berg, voorzitter

Het lijkt alweer lang geleden, maar de herinneringen aan de activiteiten in oktober liggen menigeen nog vers in het geheugen. Op 18 oktober hebben meer dan honderdvijftig aanwezigen genoten van een prachtige avond over ‘Muzikaal Scherpenzeel´. Dankzij de medewerking van velen konden we boeiende presentaties verzorgen.

Het was nu echt de laatste keer dat we te gast waren bij de familie Klumpenaar in Boschzicht. De gemoedelijkheid en de sfeer daar gaan we ongetwijfeld missen. Maar we zijn ervan overtuigd dat we ook op onze nieuwe locatie erin zullen slagen in een prettige sfeer mooie bijeenkomsten te verzorgen. Onze eerstvolgende ledenbijeenkomst zal plaatsvinden op 21 maart 2023 in Kulturhus de Breehoek. De laatste jaren organiseren we daar i.s.m. Bibliotheek Scherpenzeel een activiteit in het kader van de Maand van de Geschiedenis. Dit jaar was dat op 26 oktober toen zes Scherpenzelers vertelden over rampen waar zij bij betrokken waren. Boeiende gesprekken o.l.v. Martien Heijting voor een volle zaal.

We hebben een nieuwe burgemeester! Maar wie waren haar voorgangers? Dat zullen we u laten zien en horen op 21 maart tijdens de presentatie ‘Burgemeesters van Scherpenzeel’ met foto’s, videobeelden en informatie.

Zoals u waarschijnlijk wel weet, is ons documentatiecentrum in het Koetshuis elke dinsdagavond van 19.00 – 21.00 uur geopend. Daar kunt u dan terecht voor informatie over de geschiedenis van Scherpenzeel. In ons digitale archief zijn inmiddels bijna 35.000 foto’s opgeslagen. Met het invoeren van trefwoorden is die database gemakkelijk te doorzoeken. Maar ook kunnen we u helpen bij onderzoek naar familiegeschiedenis. En op zolder zijn talloze oude voorwerpen die vertellen over de geschiedenis van Scherpenzeel opgeslagen.  

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 1 december 2022 schonk scheidend burgemeester Wimar Jaeger ons uit zijn privécollectie drie fraaie kunstwerken van kunstschilder Jan van Essen. Van Essen heeft een deel van zijn leven hier gewoond en gewerkt. Hij woonde in het Hooge Huys en is in 1936 overleden. Burgemeester Jaeger sprak de hoop uit dat de schilderijen in bruikleen in het gemeentehuis komen te hangen en dat onze vereniging een expositie organiseert met werken van Scherpenzeelse kunstschilders. Dat gaan we zeker doen! Ook vanaf deze plaats danken we Wimar Jaeger voor de prachtige aanwinsten.

Dit verenigingsblad staat bol met verhalen over de geschiedenis van ons dorp. En zo hoort het ook. Over kopij hebben we nooit te klagen, maar we zijn altijd op zoek naar nog meer mooie verhalen. Als u een bijdrage in het verenigingsblad wilt publiceren, dan juichen we dat toe. U kunt het ook mondeling aan ons vertellen, wij zorgen vervolgens dat het op schrift komt.

Mogelijk doet u inspiratie op bij het lezen van dit verenigingsblad.

VAN DE PENNINGMEESTER

José Reussink

We sluiten het jaar af met 945 betalende leden. Veel sponsoren helpen ons financieel. Sponsorgelden worden o.a. gebuikt om de algemene ledenvergadering en de extra vergadering te bekostigen en deels om ons verenigingsblad te betalen.

Fijn dat veel leden op ons hebben gestemd bij Rabo ClubSupport. Het heeft ons € 1527,‐ opgeleverd. Daarvoor kunnen we verlichting voor de expositiepanelen, die we vorig jaar hebben gekocht, aanschaffen.

We zijn blij met de subsidie van de Gemeente Scherpenzeel, waarmee we de huur van het Koetshuis voor een belangrijk deel kunnen betalen.

Eenmalig hebben we in 2022 extra inkomsten gehad, waardoor het verlies dit jaar gering is.

Voor iedereen en ook voor onze vereniging stijgen veel kosten. De energiemaatschappij heeft de gasprijs met bijna 110 procent verhoogd. De huur van ons Koetshuis gaat omhoog en de gemeentelijke subsidie is bevroren. De grondstofprijzen van papier en inkt zijn stevig omhoog gegaan, waardoor de kosten van het verenigingsblad oplopen. Per 1 januari 2023 verhoogt PostNL haar prijzen. Dit betekent dat we ervan uitgaan dat we 2023 met een verlies zullen afsluiten.

Sinds 2009 is de contributie niet verhoogd. We ontkomen er niet aan de contributie per 1 januari 2024 licht te verhogen tot € 17,50 per jaar, een stijging van € 2,50. In de algemene ledenvergadering van 21 maart 2023 staat deze voorgestelde verhoging op de agenda.

UITNODIGING LEDENVERGADERING

Op dinsdag 21 maart 2023 houden we onze algemene ledenvergadering in Kulturhus de Breehoek, Marktstraat 59

Aanvang 19.30 uur. Vanaf 19.00 uur staat de koffie/thee klaar.

Agenda:

Opening en mededelingen

Vaststellen notulen ledenvergadering d.d. 22 maart 2022*)

Jaarverslag secretaris*)

Jaarverslag penningmeester*)

Begroting 2023*)

Verslag kascommissie.

Benoeming kascommissie 2023.

Bestuursverkiezing.

Aftredend en herkiesbaar zijn Martin Wassen, Jannie Hazeleger en José Reussink. Tegenkandidaat‐bestuursleden kunnen door leden worden voorgedragen. Een voordracht kan schriftelijk, ondertekend door minimaal 5 leden, worden ingediend tot uiterlijk 1 februari 2023 bij de secretaris.

*) deze stukken kunt u vanaf 15 februari 2023 inzien op de website: www.oudscherpenzeel.nl. Bovendien zijn hiervan exemplaren te verkrijgen op de ledenvergadering.

In de pauze wordt een doorlopende fotopresentatie van historische beelden van Scherpenzeel vertoond .

Na de pauze verzorgen we een presentatie met het thema

Burgemeesters van Scherpenzeel

Wie waren de burgemeesters van Scherpenzeel voordat Marieke Teunissen onze eerste burger werd op 15 december 2022? In een afwisselende presentatie laten we u videobeelden en foto’s zien en vertellen we allerlei wetenswaardigheden over de voorgangers van onze nieuwe burgemeester.

Van harte welkom!

SCHERPENZEELSE BOERDERIJEN EN HUN BEWONERS

Groot Wolfswinkel

Henk van Woudenberg

De oudste geschiedenis is in 2019 al uitgezocht door Egbert Wolleswinkel en staat in zijn boerderijenboek van Renswoude.1  

De naam Wolfswinkel kan een hoek (Duits: Winkel) land betekenen waar wolven voorkwamen, maar ook een hoek land van een man met de naam Wolf of Wulf(ert).

Tezamen met de andere boerderijen langs de Luntersebeek komt hij voor het eerst voor in 1321. Daar staat: ‘de tiende van Grote Wolfswinkel ende tgherecht mede’. Er staat ‘Grote’, maar de boerderij is nog niet gesplitst. Dat gebeurt later. Wanneer weten we niet, maar in ieder geval voor 1420.

Ondertussen is er al een man die zich Van Wolfswinckel noemt. Eigenlijk heet hij Otto Johansz van Woudenberg maar hij noemt zich soms ook naar de boerderij die hij bezit. Otto van Woudenberg of van Wolfswinckel dus. In 1373 is hij getuige bij de belening van de boerderij Groot Scherpenzeel2 . Hij is niet alleen eigenaar van Wolfswinkel, maar heeft ook de tiend in bezit. Dat betekent dat de boer elk jaar het tiende deel van zijn oogst moet afstaan aan de eigenaar van de tiend. In 1407 verkoopt Otto het recht van de tiend.3  Zijn nakomelingen blijven de achternaam Van Wolfswinckel houden.4  Het is een aanzienlijke familie die in de provincie diverse bezittingen heeft. Zijn zoon Johan Ottensz van Wolfswinckel wordt schout van Woudenberg (1387‐1407). Hij blijkt in 1405 eigenaar van de boerderij Wolfswinckel.5  En niet alleen dat, maar ook van Berkhorst, Ruwinkel en Klein Orel.

In deze tijd is Groot Wolfswinkel waarschijnlijk afgesplitst van Klein of Olde Wolfswinkel, de oorspronkelijke boerderij. Men houdt daarbij geen rekening met grenzen, want het ligt voor een deel in Gelderland en voor een deel in Utrecht. Op het Gelderse deel wordt de boerderij gebouwd. Hij komt voor 1420 in bezit van Otto, de zoon van schout Johan van Wolfswinckel en vervolgens weer op zijn zoon Otto Ottensz van Wolfswinckel.

En zo gaat het verder van vader op zoon. In 1491 komt Henrick de zoon van Otto Ottensz van Wolfswinckel voor in het leenboek van Huis Scherpenzeel6 . Henrick en zijn broer Elias hebben geld geleend van Otto Jacobsz Buijs. Onderpand is de boerderij Ruwinkel, maar als dat niet voldoende is komt ‘Henricks goed Wolffwijnckel’ in aanmerking.

Vervolgens is het tachtig jaar niet duidelijk wie in de familie de boerderij bezit. In 1572 heet de eigenaar Elias van Wolfswinckel, schout van Scherpenzeel. Hij is een nakomeling van Henricks broer Otto. Hij verkoop de boerderij aan Sander Marcelisz. De omschrijving luidt: ‘Wolffswijnckel, gelegen in het gerecht en kerspel Scherpenzeel, met eggen, einden, hoog en laag, wild en tam, bos en broek, heide, water, weide en toebehoren, boven (noord) het erf Wittenoord en Overeem, beneden (zuid en west) (Groot) Scherpenzeel en Ebbenhorst.

Sander Marcelisz is molenaar en wordt de stamvader van een talrijk molenaarsgeslacht Wolfswinkel7 . Zijn zoon en opvolger Marcelis Sandersz is evenals zijn vader molenaar in Veenendaal. Na zijn overlijden wordt Groot Wolfswinkel in 1606 overgedragen aan zijn onmondige zoon Jan Marcelisz8 . In 1630 is Jan mondig geworden en kan de boerderij officieel op zijn naam worden gezet9 . Hij is dan molenaar op de Scherpenzeelse molen. Blijkbaar wil hij de boerderij niet houden want dezelfde dag verkoopt hij hem aan zijn neef Sander Huijbertsen van Wolfswinckel. Sander is lakenkoper en woont in het dorp. Het is een belangrijk man en hij verdient wat extra aandacht. Hij komt een aantal keren in aanraking met het gerecht, voor stropen van een haas, voor vechten met zijn broer Cornelis of met Gerrit Cornelisz of voor een weddenschap met de dominee om een ton bier. Maar hij heeft ook goede kanten. Hij zorgt er met zijn broer en zuster voor dat de diaconie een schenking krijgt uit de nalatenschap van hun vader. Hij is jarenlang kerk(rent)meester, hij bemiddelt in ruzies en hij staat borg voor anderen10 .

In 1668 laten hij en zijn vrouw Grietje Arissen van ’t Willaer hun testament maken. Omdat zij ook andere bezittingen hebben en Grietje ook een kind heeft uit een eerder huwelijk volgt er een ingewikkelde verdeling11 . Voor Groot Wolfswinkel betekent het dat Huijbert Cornelissen van Wolfswinckel, neef en oomzegger 2/3 van de boerderij erft en Sanders eigen zoons Cornelis en Johannes Sandersz van Wolfswinckel het 1/3 deel. In een poging om de boel bij elkaar te houden mag Huijbert het andere deel voor 3500 gl. kopen. Dat is niet gebeurd en de diverse delen gaan een eigen leven leiden. Dit is te ingewikkeld om met woorden te beschrijven. Een overzicht staat in de bijlage aan het eind van het verhaal. Pas in 1790 slaagt nakomeling Willem van Bommel er in om de totale eigendom van de boerderij Wolfswinkel in handen te krijgen. Maar dat komt later. Eerst gaan we naar de bewoners kijken.

Reijer Jansz is de oudst bekende boer op Groot Wolfswinkel. In 1566 wordt hij genoemd in de graantelling12 . Hij wordt de stamvader van een grote familie Van Wolfswinkel en zijn nageslacht zal de boerderij generaties lang, in ieder geval tot 1704, pachten13 .

Reijer Jansz woont op een gemiddelde boerderij als we de graantelling vergelijken met andere boerderijen in Scherpenzeel. Hij “gaet ter taeffell mit seeven mijnsen” (inclusief personeel). Er is maar één zoon bekend: Jacob Reijersz. In 1611 en 1614 wordt Jacob genoemd als twee van zijn kinderen trouwen. Er zijn van hem zeven kinderen bekend. Voor 1635 is hij overleden en moet zijn weduwe Jannitgen Saeren nog een bruidsschat aan haar schoonzoon Thijman Jansz betalen. De bruidsschat, bestaande uit twee schapen of negen gulden, had vader Jacob Reijersz bij het huwelijk van zijn dochter Maetgen beloofd14 . Jannitgen Saeren hertrouwt in 1635 met de weduwnaar Cornelis Jansz Jonge Langelaer. De pacht wordt in 1634 overgenomen door zoon Jan Jacobsz.

Jan Jacobsz komt in deze tijd nogal eens voor in de rechterlijke archieven, altijd vanwege vechtpartijen en achterstallige betalingen. Blijkbaar moet hij de financiën van zijn overleden vader afhandelen. In 1637 staat er nog een schuld open van 105 ½ gl. voor gekochte schapen uit een boedel15 . Als alles is afgehandeld wordt het rustig. Uit een ‘landcedulle’ van 1647 weten we iets meer over de boerderij16 . Er is 14 morgen bruikbaar land, er zijn vier paarden en zes koeien. Jan Jacobsz betaalt 196 gl. pacht per jaar. Hij is getrouwd met een onbekende dochter afkomstig van de boerderij Berkhorst, dus met zijn buurmeisje. Er zijn zes kinderen bekend waarvan Ott Jansz hem in 1677 opvolgt als pachter.

Van Ott Jans is weinig bekend. Als borg voor zijn broer Jan Jansz moet hij voor hem een paar rekeningen betalen. Jan woont tot zijn trouwen in 1684 nog bij hem op de boerderij. Ott blijft tot 1704 pachter van de boerderij. In die tijd trouwt hij twee keer en krijgt in totaal 11 kinderen. Hij is de laatste van vier opeenvolgende generaties pachters op de boerderij. Zijn kinderen verhuizen en gaan zich Van Wolfswinkel noemen, want daar zijn ze geboren.

Nu wordt Huijbert Jansz van Wolfswinckel de nieuwe boer. Hij is eigenaar van tweederde deel van Groot Wolfswinkel. Voor het eerst komt een telg uit de eigenaarsfamilie zelf op de boerderij. Als zoon van de schout had hij een hele andere carrière kunnen hebben, maar hij kiest voor het boerenvak. Zijn vrouw Neeltje Petersen van Bruren komt van de boerderij Het Buitenland in Leersum en kent het boerenvak ook van huis uit. Zij hebben nog een boerderij: De Doornboom, die aan de Achterstraat (nu Vlieterweg) ligt, ten zuiden van Scherpenzeel. In 1734 overlijdt Huijbert en het gezin verhuist van de boerderij.

Gerrit Hendriksz de Kruijf en Willemijntje Hendriks van Leersum komen er nu wonen. Ze begonnen op de boerderij De Wetering in Woudenberg, daarna verhuizen ze naar Groot Haksfoort in Maarsbergen, dan naar een boerderij die ook weer De Wetering heet, nu op Hamersveld. Daar gaat het slecht met hen. Zij moeten de inboedel verkopen wegens pachtschulden. Dat brengt 610 gl. op17 . Min of meer berooid krijgen ze toch een kans op Groot Wolfswinkel. Mogelijk door bemiddeling van Cornelis Jansen van Bloemendaal, de molenaar van Scherpenzeel en eigenaar van de Hamersveldse boerderij De Wetering. Blijkbaar hebben de vorige bewoners van Groot Wolfswinkel de inventaris achtergelaten zodat Gerrit door kan gaan.

Weer geen succes. Een jaar later wonen er een nieuwe boer en boerin: Hendrik Wulven uit Kootwijkerbroek en zijn vrouw Jantje Roelen uit Hoogland. Twee maanden na hun huwelijk in 1735 wordt dochtertje Evertje geboren.

Maar in 1737 zijn zij ook alweer verdwenen. Dan wonen Cornelis Petersen en Aaltje Teunissen op de boerderij. Zij beginnen op ’t Broek, het ouderlijk huis van Aaltje, ten zuiden van Scherpenzeel, daarna pachten ze Groot Ruwinkel en nu dus Groot Wolfswinkel. Hier houden ze het wat langer vol. In 1749 wonen ze er niet meer. Op de inwonerslijst van Scherpenzeel uit dat jaar woont het gezin in bij de weduwe van Jan Tijssen Didam in het dorp. Er staat ‘Cornelis Petersen, gewezen bouwman op Wolfswinkel, 3 volwassenen, waarvan 1 dochter’18 . Vreemd genoeg noemen de kinderen zich later allemaal Steenbeek met hun achternaam. Er is tot op heden geen enkele reden gevonden die dat kan verklaren.

Nu komen er pachters die het langer volhouden: ongeveer 45 jaar. Het zijn Dirk Willemsen van

Voorthuijsen, geboren op Birreveld op De Glind onder Barneveld en Hermijntje Hendricks van

Ginkel uit De Groep onder Amerongen. Hun eerste kind wordt nog op de boerderij Engelaar in Renswoude geboren. Na een jaartje verhuizen ze in 1749 naar Groot Wolfswinkel. Daar worden nog zeven kinderen geboren. Dirk en Hermijntje leiden een rustig bestaan. Er is nauwelijks iets over hen bekend.

In 1794 overlijdt pachter Dirk Willemsen van Voorthuijsen. Zijn weduwe Hermijntje gaat verder met haar zoons Hendrik en Willem en dochter Janna19 . Als zij in 1800 overlijdt is dochter Janna het huis ook al uit. Er moet weer een vrouw in huis komen. Vier maanden later trouwt zoon Hendrik Dirksz van

Voorthuizen, 51 jaar oud, met 20 jaar jongere

Maria van Maren, geboren op De Hoef onder Woudenberg.            Er           worden vijf                kinderen geboren, maar geen van hen zal de ouders opvolgen op de boerderij.

Even over de eigenaren. Zoals gezegd wordt de boerderij in 1668 verdeeld. Via de familie Van de Vliert wordt Dirk Brouwer, getrouwd met Hillegonda van de Vliert eigenaar van 2/3 deel. Zijn kleinzoon Willem van Bommel erft dit deel en slaagt er in 1790 om het resterende deel te kopen voor 4500 gl. Hij koopt het van Cornelis Romeijn uit Barneveld20 . Die twee kennen elkaar want ook Willem woont in Barneveld. Hij is secretaris en belastingontvanger. Na ruim 120 jaar is Groot Wolfswinkel weer in één hand.

In 1835, een half jaar voor zijn overlijden, besluit Willem om zijn onroerende goederen te verkopen21 . Dit wordt groots bekend       gemaakt              met aanplakbiljetten in de omgeving en                een        advertentie         in            de Arnhemsche Courant.

In De Bonte Koe, een logement in Barneveld, vindt op 6 oktober de veiling plaats. Tussen de belangstellenden staat een boer uit Scherpenzeel: Dirk Lokhorst van Klein Schaik. Misschien wel de rijkste boer van het dorp. Naast zijn eigen boerderij heeft hij in 1826 ook de boerderij Schoonoord in Barneveld gekocht. Hij doet als eerste een bod op Groot Wolfswinkel: 5230 gl. Hij wil anderen te vlug af zijn en verhoogt in de tweede ronde zijn eigen bod met 400 gl. Maar dat maakt hem nog geen eigenaar. Veertien dagen later zal de definitieve verkoop plaats vinden. Dirk is er niet helemaal gerust op en verhoogt zijn eigen bod nogmaals met 170 gl. tot 5800 gl. Maar helaas. Tussen de mensen staat ook Olivier Sterk, burgemeester van Scherpenzeel. Hij verhoogt het bod van Dirk met maar liefst 400 gl. tot 6200 gl. Als Dirk merkt dat Olivier Sterk namens Petrus Johannes van Naamen van Scherpenzeel biedt, geeft hij het op. Daar kan zelfs hij niet tegenop. Teleurgesteld zal hij naar huis zijn gegaan. Groot Wolfswinkel is vanaf nu een deel van Landgoed Scherpenzeel. De boerderij is 66.95.93 ha groot en wordt omschreven als een boerenhofstede, genaamd Groot Wolfswinkel met boerenhuizing, bakhuis, schuur, schaapschot, drie koren‐ en hooibergen, hof, brink, bouw‐, wei‐, hooi‐ en driestlanden, heidegrond en plaggenvelden, dennen‐ en akkermaalsbossen, heggen, opgaande eiken‐ en beukenbomen.

Groot Wolfswinkel 1832.

Terug naar de pachters. Hendrik Dirksz van Voorthuizen wordt 81 jaar oud. Na zijn overlijden in 1830 gaat Maria aan het Oosteinde in Scherpenzeel wonen. In 1841 vindt daar een klein drama plaats. Dochter Hermijntje heeft 13 jaar daarvoor een buitenechtelijk zoontje gekregen. Hij heet Willem. Zij wonen in Renswoude als de jongen overlijdt. Hermijntje verhuist naar Scherpenzeel en gaat bij haar moeder inwonen. Ruim twee weken na haar zoontje overlijdt zij daar. Was ze ziek of overmand door verdriet? Hetzelfde kan gelden voor moeder Maria. Negen maanden later, ook in datzelfde jaar, overlijdt zij ook.

Ondertussen is de pacht omstreeks 1824 overgenomen door Jan Claasen van Huijgenbos. Hij is weduwnaar en komt van Groot Schaik. Met zijn twee dochters komt hij op de boerderij. Twee zoons zijn dan al jong overleden. Hij is al aardig op leeftijd, bijna 52 jaar, als hij nogmaals trouwt met Johanna Christina (Janna) Brouwer uit Otterlo, bijna 34 jaar. Uit dit huwelijk worden geen kinderen geboren.

In 1842 woont de vrijgezelle Filip van de Steeg bij hen in. Hij is een schaapherder uit Lunteren en hoedt zijn schapen op de heidevelden in de omgeving. Maar het gaat niet goed met hem. Het gaat zo slecht dat hij zijn einde voelt naderen. Hals over kop wordt notaris Van Hilten uit Scherpenzeel geroepen om zijn testament op te maken22 . Liggend op bed in een kamertje met uitzicht op het erf verklaart hij dat boer Jan van Huigenbosch zijn enige erfgenaam is. Hij krijgt zijn koppel schapen, die nu op Wolfswinkel loopt, met de hond, de ruiven die op Zelder en Overeem staan en de koekbank die op Zelder staat. Allemaal nèt op tijd want enkele uren later overlijdt Filip.

In 1848 vindt Jan het tijd om zelf zijn testament te laten maken23 . Zijn tweede vrouw is een maand eerder overleden en nu heeft hij alleen nog zijn twee dochters Geertje en Zwaantje. Zij worden ieder voor de helft erfgenamen. Een maand later overlijdt Jan en een half jaar daarna wordt de hele inboedel en vee van Groot Wolfswinkel per opbod verkocht voor 2128,19 gl.24

Zijn dochter Zwaantje, die met haar man en kind bij hem inwoonde, vertrekt ook.

Wouter van de Bunt uit Garderen, pas getrouwd met Heintje Ruitenbeek van Oud Willaer komt er 1849 wonen. Uit hun testamenten blijkt dat Wouter 600 gl. meer in het huwelijk inbrengt dan zijn vrouw25 . Zij krijgen één zoontje, Hermanus. Verder gaat het leven op de boerderij ongemerkt voorbij totdat Wouter overlijdt in 1870. Zijn vrouw Heintje en zoon Hermanus, nu bijna 20 jaar, zien het niet zitten om de boerderij voort te zetten. Zij verkopen het grootste deel van de inboedel en vee voor 3715 gl.26 . Dit opgeteld bij de waarde van de overgebleven meubels en huisraad met het contante geld bezit zij 4902 gl. Daarvoor kan zij een huis aan het Oosteinde in Scherpenzeel laten bouwen27 . De laatste maand van haar leven woont ze bij haar zoon in Zeist. Daar overlijdt ze in 1890.

Het lijkt er op dat de boerderij twee jaar leeg staat. In 1872 trouwen Dirk van de Pol uit Renswoude en Woutertje Boon uit Ede met elkaar en gaan op Groot Wolfswinkel wonen. Waarschijnlijk maar een paar jaar, want in 1877 wonen ze in Renswoude. Waarschijnlijk staat de boerderij weer een paar jaar leeg. Na 1881 komen Cornelis van de Pol, geen familie van de vorige bewoner, uit Kallenbroek en zijn vrouw Hendrikje Bouw uit Ede vanuit Putten naar Scherpenzeel. Een hele drukte want ze nemen negen kinderen mee. Op Groot Wolfswinkel wordt nummer tien geboren. Zijn ongehuwde broer Evert Jan van de Pol woont bij hen in.

Ondertussen is de oudste dochter Aaltje in de problemen gekomen. Zij is zwanger, maar de vader wil het kind niet erkennen. Het kind dat wordt geboren heet Bartus. Een verwijzing naar de vader? Want in beide families komt deze naam niet voor. Bartus wordt maar 5 jaar oud. Voor zijn moeder wordt het nu ongetwijfeld gemakkelijker om te trouwen. Dat gebeurt in 1892. Dan trouwt zij met Jochem van Elve, een korenmolenaar uit Maartensdijk en gaat zij daar wonen.

In 1907 krijgen we een indruk van de boerderij uit het Woningonderzoek. Cornelis en Hendrikje van de Pol wonen er met vijf kinderen in de leeftijd tussen 21 en 38 jaar en een dienstbode. De boerderij heeft vier vertrekken en een keet op de hilt in de stal. Het huis heeft een rieten dak. Op de deel staan paarden en koeien. De plee is buiten. Men betaalt 360 gl. pacht per jaar. Als gebrek wordt aangemerkt dat er onvoldoende glasoppervlak is in drie slaapvertrekken.

Ook de andere kinderen trouwen, behalve Jan Heimen en Reijer. Zij blijven op de boerderij en nemen die zo langzamerhand over. Na overlijden van hun ouders in 1908 (moeder) en 1910 (vader) zijn er ook nog twee zusters thuis. Maar ook die trouwen en verhuizen.

In 1927 trouwt Reijer nog op 51‐jarige leeftijd en gaat naar Ede. Jan Heimen blijft als vrijgezel alleen over, ongetwijfeld geholpen door een meid en knechten. Hij is getuige op de bruiloft van zijn zus Aartje. Maar hij kan de akte niet ondertekenen “wegens tijdelijk gemis van het gebruik van den rechterhand”. Jan Heimen houdt op de boerderij een erfhuisverkoping. Hij gaat in het dorp wonen en overlijdt in 1945.

Jkvr.

Elisabeth had geen gemakkelijk leven. Zij blijft tot zijn dood haar vader gezelschap houden, zij is nooit getrouwd na twee ongelukkige liefdes en hoewel zij in haar jeugd zeer sportief is blijft haar gezondheid niet optimaal, want zij heeft in de oorlog tbc gehad. Zij gaat in 1943 naar Zwitserland. Daar komt zij enige tijd in het ziekenhuis terecht. In juni 1944 keert zij terug, om nog bijna een jaar in een ziekenhuis in Zutphen te kuren. Zij woont tot 1949 bij vrienden op Huis ’t Selsham aan de Zutphenseweg in Vorden. Daarna woont zij op kamers in ’t Jachthuis in Warnsveld, nu een restaurant. Vanaf 1961 heeft ze eindelijk een eigengebouwd houten  huis met grote tuin in Eefde bij Zutphen. Zij is een natuurliefhebber en in haar tijd bezorgd over het verdwijnen van de das, die toen alleen nog maar bij Nijmegen werd gesignaleerd. Freule van Citters heeft een grote liefde voor honden, en kiest het liefst hondjes die overblijven in het asiel. De hondentraining in Scherpenzeel heeft haar grote belangstelling. Daarvoor wordt zij maart 1990 geëerd als beschermvrouwe van de Stichting Hondenbiathlon Nederland.

Van haar is een ordner met correspondentie bewaard gebleven over de periode 1942 – 1964. In de kaders hieronder staan een aantal citaten uit deze ordner.

In september 1996 overlijdt zij en zij laat landgoed Berkhorst met o.a. boerderij Groot Wolfswinkel na aan de zes kinderen van jkvr. Sara Maria van Citters, haar in datzelfde jaar overleden zuster, die getrouwd was met dr. Constantijn Leopold Patijn29 . De erven Patijn brengen Groot Wolfswinkel onder in de BV Lambalgen‐Berkhorst, beheerd door rentmeesterskantoor ’t Schoutenhuis te Woudenberg.

In 1939 komt er een kersvers echtpaar op Groot Wolfswinkel wonen: Marinus Overvest uit Langbroek en Maria Haanschoten uit Woudenberg. Hun zeven kinderen worden op Groot Wolfswinkel geboren.

De rentmeester, 30‐11‐1943

Overvest krijgt geen vergunning om een boomgaard aan te leggen omdat hij geen aansluiting heeft bij de Groenten en Fruitcentrale. Eventueel wordt de oude boomgaard hersteld.

De rentmeester, 27‐09‐1946

“Ik kan mij begrijpen dat U met de familie Overvest de tel kwijt raakt. Mijn vrouw vertelt mij dat thans no. 5 is geboren. Gelukkig dat het een goed soort is”.

Vier jaar later, in augustus 1948, wordt het voorhuis helemaal afgebroken en opnieuw opgebouwd. De metselaar is Henk Wagensveld (Henk van Jopje) en de timmerman is zijn broer Herman Wagensveld. Johan Lagerweij werkt dan voor hen en heeft aan de bouw meegewerkt. Hij vindt een oude krant met het bericht van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina op 6 september 1898. Als hij de krant aan freule Van Citters laat zien moet hij hem direct afgeven. Mogelijk omdat haar grootvader Albert van Naamen van Eemnes aan de jonge koningin de eed heeft afgenomen.

De kosten van de bouw worden geraamd op 9700 gl. De architect is dhr. Dorlas. Maar zoals altijd; bij het afbreken valt het allemaal erg tegen. De kosten stijgen naar 13.000 gl. Pas op 31 december worden de deuren geleverd en begin 1949 wordt de Bruynzeelkeuken geplaatst. Deze keuken zit er nog steeds in. In maart 1949 is de bouw klaar.

Dit gaat om het land rond de schaapskooi, door de Heidemij ontgonnen. Het staat vol struiken en heide en er zijn veel plassen. Het is er moerasachtig. Er worden o.a. aardappelen in gepoot31 .

Begin jaren 50 neemt Peter Overvest de pacht over van zijn vader en wordt nu de boer op Groot Wolfswinkel. Volgens de eigenaresse is de pachtprijs achtergebleven. Er vindt een inhaalslag plaats:

1950: 1600

1953: 2250

1958: van 3600 naar 4500

De gepachte oppervlakte is 29.97.07 ha groot.

In 1952 wordt er een hooischuur gebouwd, in 1955 een garage en in 1956 een varkensschuur. Omdat steeds meer pachters van het landgoed iets willen bouwen voor eigen rekening wordt er voortaan een overeenkomst gemaakt. Een belangrijk punt daarbij is dat de verpachter de dagwaarde van de gebouwen zal betalen als de pachter vertrekt. Voor de bouw van de melkschuur in 1958 wordt voor het eerst zo’n overeenkomst gemaakt. In 1959 wordt er nog een varkensschuur gebouwd. Overigens worden alle schuren voor meerdere doeleinden gebruikt.

Ook op deze boerderij gaat men met de tijd mee. Overal in de omgeving worden ligboxenstallen gebouwd. In 1977 ook op Groot Wolfswinkel. Geraamde bouwkosten 80.000 gl32 . In eerste instantie wordt de vergunning afgewezen omdat de stal buiten het bouwperceel valt en bovendien ook nog gedeeltelijk op Renswouds grondgebied staat. Er komt een nieuw plan met een nieuwe plaats, helemaal op Scherpenzeels grondgebied en met een kleine overschrijding van het bouwperceel. Nu komt de vergunning er wel.

Overvest wil ook graag het heideveld laten ontginnen om er maisland van te maken. Dat is niet door gegaan en het krijgt de bestemming vogelreservaat, gelijk met het gebied van de oude ijsbaan en het zwembad bij De Koepel.

In 1970 bouwt Peter Overvest een  bungalow op een perceel land ten zuiden van de Utrechtseweg (gemeente Renswoude), genaamd ‘Het Halve Maantje’, afgesplitst van Groot Wolfswinkel. Zij gaan daar niet wonen. Peter en zijn vrouw Reini gaan met hun drie kinderen op Groot Wolfswinkel wonen.

Hij gaat later in maatschap met zijn zoon Martien Overvest. In 1995 krijgen zij vergunning om de machineberging/hooitas te vernieuwen in de nu bestaande

Hondenbiathlon

materialen‐ en machineberging[i]. Kosten ca. 58.000 gl.

Nadat Peter Overvest meerdere jaren samen met zijn zoon Martien de boerderij in maatschapsverband heeft samengewerkt, gaat per 1 januari 2002 de pachtovereenkomst over op Martien. In 1996 zijn Peter en Reini al verhuisd naar ‘Het Halve Maantje’ en wonen Martien en zijn vrouw Gea op de boerderij.

Rond 2017 besluiten Martien en Gea om te stoppen met boeren. De boerderij komt leeg te staan in afwachting van een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen. Het rentmeesterskantoor begeleidt dit project samen met de beheerder Govert Bos. In 2019 wordt er een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend voor tijdelijke bewoning. Sindsdien woont mijn zoon Frank van Woudenberg in de boerderij.

Het agrarisch gebruik is in goede handen. Pachter Jan de Greef werkt eigentijds. Drie jaar geleden besluit hij dat zijn boerderij De Zevenmorgen, Voskuilerweg 28, biologisch moet worden. De maatschappij vraagt hier meer en meer om. Om verbinding te houden met de maatschappij schakelt hij om naar natuur inclusieve landbouw. Dat wil zeggen: geen kunstmest meer gebruiken en uitloop voor 6 koeien per hectare. Geen kunstmest betekent minder opbrengst. Daarom moet een biologische boer òf voer bijkopen òf meer land pachten. Dat laatste gebeurt; Jan pacht het land van Groot Wolfswinkel en maakt er biologisch land van. Doorgaans levert dat ook een hogere melkprijs op. Zo krijgt het land van de boerderij een gebruik dat overeenkomt met de mooie natuur er omheen.

De schaapskooi33

In 1832 heeft Groot Wolfswinkel de schaapskooi bij de boerderij. Later verplaatst naar Het Zwarte Water, ten noordoosten van de boerderij34 . Deze is later weer verplaatst naar waar hij nu nog staat: een mooie blikvanger midden in het land aan de Utrechtseweg.

Hij wordt op een stenen fundering geplaatst, maar deze is in 1954 zo slecht geworden dat aannemer Piet Osnabrugge voor 108 gl. de muur van de schaapskooi moet herstellen, want die dreigt om te vallen. Sinds de grenswijziging van 1 januari 1960 staat de kooi op Utrechts grondgebied. In 1991 wordt hij gerestaureerd naar een opmetingstekening van Jan de Vries.

Het pannendak wordt hersteld in riet met pannen. In de kooi staat de naam van een Duitse soldaat, met potlood op ooghoogte geschreven in de noordoost hoek35 . Er wordt een uilenkast aan de zuidwand geplaatst, maar het is niet bekend of deze ooit is gebruikt.

In 1996 wordt de schaapskooi op de monumentenlijst van de Gemeente Renswoude geplaatst en in 1999, mede door de bijzondere ligging, opgewaardeerd tot Rijksmonument. 

Bijlage: overzicht van eigenaren 1668‐1790.

Via het testament van Sander Huijbertsen van Wolfswinckel komt Groot Wolfswinkel in de diverse takken van de familie Van Wolfswinkel terecht. Het wordt het gesplitst. Pas in 1790 slaagt Willem van Bommel er in om de totale eigendom van de boerderij Wolfswinkel in handen te krijgen.

Deze splitsingen zijn niet in verhaalvorm uit te leggen. Daarom een overzicht van eigenaren.

        ‐1572Elijas van Wolfswinckel
1572‐Sander Marcelisz
        ‐1606Marcelis Sanders, zoon
1606‐1630Jan Marcelisz, zoon, eerst onmondig, later getrouwd met Marrijtgen Hendricks
1630‐1668Sander Huijbertsen van Wolfswinckel, neef, getrouwd met Grietgen Arrissen van Twiller

Splits 1668

twee derde deel

1668‐1703           Huijbert Cornelissen van Wolfswinckel, neef, oomzegger

1703‐1734           Huijbert Jansz van Wolfswinckel, neef, oomzegger

Splitst

een derde deel (Leenboek Huis Scherpenzeel nrs. 23‐29, 53, 54)

1734‐1736           Cornelis Jansz van Wolfswinckel, broer x Aleida Maria van Wessel

1736‐1745           Melchior van Wolfswinckel, neef, schout x Antonia Lubbertse van de

Vliert

1745‐1758           Maatje Gijsberts van Glashorst, kleindochter, x Hendrik van

Wagensveld. Maatje is een dochter van Gijsbert Glashorst x Evertje van ´t Willer. Evertje was een dr. uit het 1e huw. van Antonia Lubbertse van de Vliert x Aalbert Arisse van Twillaer

1758‐1770           Evertje van Wagensveld, dochter

1770‐1790           Wilhelmina Glashorst, tante, x Cornelis Romeijn, zus van Maatje

1790‐    Willem van Bommel

een derde deel (Leenboek Huis Scherpenzeel nrs. 34‐40, 42 en 45‐47) 1734‐1746         Maria Huijberts van Wolfswinckel, dochter, x Rik Cornelissen van Broekhuisen

1746‐1761           Hendrikje van de Vliert

1758‐1761           Debora Woutera Brouwer, nicht, tantezegger

1761‐    Dirk Brouwer, zwager, x Hillegonda van de Vliert

1789‐1790           Willem van Bommel, kleinzoon moeders kant

een derde deel (Leenboek Huis Scherpenzeel nrs. 30‐33, 44 en 45‐47)

1668‐1710           Cornelis en Johannes Sandersz van Wolfswinckel, zoons

1710‐1737           Christina van Wolfswinckel, zus, x Jacobus van Wessel

1737‐1761           Hendrikje en Teuntje van de Vliert

1761‐    Dirk Brouwer, zwager, x Hillegonda van de Vliert

1789‐1790           Willem van Bommel, kleinzoon moeders kant

Samen 1790 (Leenboek Huis Scherpenzeel nrs. 55‐59)

1790‐1832           Willem van Bommel, kleinzoon moeders kant x Johanna Amelia Hermanna de

Variencourt

Willem is een zoon van Arent van Bommel x Debora Woutera Brouwer, de dochter van Dirk Brouwer

Mr. dr. E.J. Wolleswinkel; De Boerderijen van

Renswoude, eigendom en bewoning door de eeuwen heen. Uitgave: Historische Vereniging ‘OudRenswoude’; Renswoude 2019, blz. 613‐619.

J. Louise, A. Terpstra en J.W. Wijndelts; Bijdragen tot de geschiedenis der heeren en der heerlijkheid

Scherpenzeel. in: Vereeniging Gelre; Bijdragen en

Mededelingen, 1911, Arnhem, blz. 272; 02‐07‐1373.

HUA, St. Paulus 30, fol. 259vo; 1407, maandag na St. Johannesdag te middenzomer. 4 Zie website Oud Scherpenzeel, genealogie Wolfswinkel.

J.C. Klesser, Scarpenzele 1997, p. 65‐69; OCio van

Woudenbergh/Wolfswinckel en zijn zonen. (HUA, BNR 355 (VBB), oude verwijzing: Buchel liber A 214).

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 29vo; 12‐111491.

Twee Scherpenzeelse geslachten Van Wolfswinckel, door mr. E.J. Wolleswinkel. De Nederlandsche Leeuw, jg. 102, nr. 5‐6, blz. 146‐166; mei‐juni 1985.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 97; 10‐08‐1606.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 185vo; 10‐091630.

Dit staat allemaal in de Rechterlijke Archieven van Scherpenzeel.

Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 37; 29‐02‐1668.

HGA; Archief Hof van Gelderland, inv. nr. 2563. Graantelling 14‐02‐1566.

E.J. Wolleswinkel, Een geslacht Wolfswinkel uit Leusden en Hoevelaken. Ned. Leeuw 129 (2012), blz. 15‐25.

Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 26‐28 ; 27‐04‐1635, fol. 30‐31vo ; 15‐06‐1635, fol. 33vo ; 27‐07‐1635, fol. 34‐35vo ; 07‐09‐1635, fol. 37‐38 ; 12‐10‐1635.

Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 67vo‐68vo; 12‐111637, fol. 69vo‐70; 11‐12‐1637.

HGA, Archief Westerholt 252‐2, nr. 1; 1647.

AE, Notarieel Amersfoort AT030b006; 25‐09‐1732.

HGA, Staten Kwarcter van Veluwe, nr. 309; 1749.

Inwoners Scherpenzeel 1795: Dk. Willemsen (al overleden, maar nog wel meegeteld), 6 personen waarvan 3 meerderjarig manspersoon (R.A.G.; Bataafs Frans Archief nr. 235; 27‐10‐1795).

Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 118vo; 18‐011790.

Gem. Archief Barneveld, notaris H. Mey MeCienbrick 1835, nr. 255; 06/20‐10‐1835.

Notarieel Scherpenzeel 4129 nr. 36; 05‐10‐1842.

Notarieel Scherpenzeel 4131 nr. 21; 26‐05‐1848. 24 Notarieel Scherpenzeel 4131 nr. 4; 11‐01‐1849.

Notarieel Scherpenzeel 4131 nr. 24 en 25; 05‐091849.

Notarieel Scherpenzeel 4141 nr. 8; 15‐02‐1871.

Kadaster Scherpenzeel Seccte C 382. 28 Gem. Arch. Amsterdam, Notaris Johannes Commelin 19877, nr. 121, onroerend goed nr. 26; 26‐02‐1855.

Welle, N.M., Landgoed Scherpenzeel, een geschiedenis van beheer en exploitacte (1854‐1956), Ruurlo 2015, p. 38‐49 en bijlage 1.

Uit: De ordner van jkvr. E.A.J. van CiCiers. Parctculier bezit; 10‐02‐1944.

Uit de aantekeningen van Groot Wolfswinkel gemaakt door Johan Lagerweij; 03‐05‐2022. De aantekeningen zijn verwerkt in het verhaal.

Archief Ede; Gemeentearchief Scherpenzeel, bouwdossier nr. 2589. Bouwvergunning verleend op 1511‐1976.

Wolleswinkel; De Boerderijen van Renswoude, blz. 619.

De legende van Groot Wolfswinkel, spelend rond Het Zwarte Water, verteld door Gijs van Ginkel. In: Oud Scherpenzeel jg. 28 (2016) nr. 1, blz. 26‐28. 35 Aantekeningen van Johan Lagerweij.

DE NATUUR OP GROOT WOLFSWINKEL

Govert Bos, beheerder Landgoed Scherpenzeel

Groot Wolfswinkel is een terrein met een grote afwisseling in biotopen, gelegen ten westen van de plaats Renswoude en bestaat uit landbouwgronden omringt met houtwallen, knotbomenrijen en bos. Het bosgebied is erg divers met hogere zandduinen maar ook met veel sloten, kleine broekbosjes en een heel bijzonder heideveld met aan de oostzijde een ven.

Door de veelzijdigheid in het terrein kom je overal bijzondere planten en dieren tegen. Ook het bomenbestand is erg gevarieerd. Er zijn mooie opstanden van Lariks en Douglas te vinden. Nog steeds worden deze boomsoorten als exoten aangemerkt maar het is de laatste jaren de meest gevraagde boomsoort in de houthandel. Ook vinden we de Grove Den in veel vakken terug. Dit is een hele mooie boomsoort die hier thuis hoort en zich ook goed thuis voelt. Maar we vinden ook vakken met Inlandse Eik, Beuk, en Krentenboompje. Allemaal soorten die hier thuis horen. Door de variatie in aanplant is het hier altijd genieten.

Aan de oostzijde vinden we, langs een mooi aangeplante jonge eikenlaan,  een heel mooi bijzonder heideveld. Op dit veld lopen regelmatig een paar schapen en soms ook een paar Hollandse landgeiten voor de begrazing. Geiten en schapen hebben elk een eigen manier van grazen waardoor het heideveld in optimale vorm blijft. Op dit heideveld groeien meer dan 70 soorten planten waarvan een paar zeldzaam en zeer zeldzaam zijn zoals de Klokjesgentiaan, Moeraswolfsklauw en Zonnedauw. Maar ook soorten als levendbarende hagedis en enkele poelkikkers en als verrassing vind ik al meerdere jaren de mooie Wespspin of Tijgerspin op het heideveld1 .

Door de veelzijdigheid zijn er ook heel veel soorten vogels te vinden zoals een broedende Raaf. De Buizerd en de Havik vinden beiden hun plaats maar ook de Wespendief komt soms foerageren. Daarnaast zijn er tientallen kleinere vogels te spotten. Ook de Bosuil en de Kerkuil zijn al jaren aanwezig.

Net ten westen van de boerderij ligt een verborgen vennetje wat wordt gevoed met regenwater. Een groot deel van het terrein is aangelegd als een zogenaamd rabattenbos of broekbos, met veel smalle slootjes die allemaal naar dit vennetje lopen. Op de zandruggen tussen de sloten ligt een gevoelige beplanting van Zwarte Els en Inlandse Eik, wat verderop overgaand in een Grove Den beplanting.

Een leuk weetje is dat Groot Wolfswinkel in twee gemeenten maar ook in twee provincies is gesitueerd. De grens loopt echt tussen de gebouwen op het erf door. Op de noordwestelijke punt van het complex, in het verlengde van de Wittenoordseweg, is in een ver verleden een mooie Inlandse Eik geplant als grensboom tussen Utrecht en Gelderland.

Grensboom Groot Wolfswinkel leerlingen groep 7 en 8 Korenmaat

1 Inventarisacte van Groot Wolfswinkel op het Landgoed Scherpenzeel in 2022. Redaccte: Ina van Keulen en Huub Löffler. Uitgave: KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) te Wageningen, 2022.

EEN STUKJE OUDE BARNEVELDSEWEG

Piet Valkenburg

In een verenigingsblad uit 1996 kwam ik een artikel tegen over de Oude Barneveldseweg, geschreven door “een bewoner uit die tijd” en “die tijd” betrof de jaren ’20 van de vorige eeuw. Dat intrigeerde mij, want dat is nu dus alweer honderd jaar geleden! Ik besloot dus eens wat dieper in te gaan op de bewonersgeschiedenis van deze oer‐Scherpenzeelse weg.

En dat leverde direct de nodige problemen op. Want waar begon nu eigenlijk de Oude Barneveldseweg? De huidige woning met nummer 1 was in het verleden nummer 15. En niet alleen de nummering is in de laatste honderd jaar een keer of vier veranderd, ook de naam was niet overal hetzelfde en dat maakt een onderzoek er niet makkelijker op.

De naam zelf is niet zo moeilijk te herleiden. Op een kaart uit 1881 wordt de weg nog aangeduid als “Weg van Scherpenzeel naar Barneveld” en komt voorbij boerderij Ebbenhorst dan uit op wat dan de Orelsche Dwarssteeg heet. Slingerend langs Klein en Groot Orel en De Glind kon je in die tijd naar Barneveld komen.

Met name het eerste deel, gezien vanaf de Dorpsstraat, geeft de verwarring. Momenteel heet dit Druivenkamp, maar in het verleden begon vanaf de Dorpsstraat het Musschennest en deze liep door via de huidige Druivenkamp naar de Merellaan. Daarentegen blijkt het eerste deel – tussen Dorpsstraat en de huidige Oude Barneveldseweg— maar ook verderop op de huidige Druivenkamp, ook Oude Barneveldseweg genaamd te zijn geweest. Snapt u het nog?

Het Musschennest is al een heel oude naam. Al in 1635 komt de naam voor, maar dan is er nog geen sprake van een huis in dat gebied. Bart Coertsen is dan eigenaar van ‘De Laatste Hof’. Dit betekent vermoedelijk dat het ver van het dorp gelegen was en in ieder geval niet nabij de Oude Barneveldseweg. Gaan we naar de Rechterlijke Archieven dan vinden we in 1788 een vermelding dat de diaconie van de Heer van Scherpenzeel De Laatste Hof pacht, welke is gelegen “in Renes buiten het oosteinde van het dorp, ten westen lang de Druivenkamp, tot nu toe gehuurd door de diaconie “alwaar derselve diaconie huijsinge op staat”, eertijds gebouwd door Gerrit Steenbeek.

De Oude Barneveldseweg komt als naam in het verleden niet echt voor. De weg is niet ingetekend op de kaart van Jan van Diepenem (1641) en Dr. J.C. Klesser is in de “Scarpenzele” zelfs van mening dat er in de 18e eeuw hooguit sprake kan zijn geweest van een karrenspoor. Ook in de 19e eeuw kent het traject van de Oude Barneveldseweg geen bebouwing. Kijken we naar de Kadastrale Atlas van 1832 dan blijkt dat het gebied rechts van de weg (gezien vanaf de Dorpsstraat) onder “Groot Scherpenzeel” valt. De eerste vier percelen worden omschreven als

(moes)tuin en bos en de eigenaars zijn respectievelijk Jan van Overeem (Czn) en Petrus Johannes van Namen. Het gebied links van de weg valt onder “Het Dorp”. De eerste twee percelen, grenzend aan de huidige Dorpsstraat, bestaan uit een huis + tuin en zijn in eigendom van Barend Blanken. De volgende zes percelen worden omschreven als bouwland en zijn alle in eigendom van Petrus Johannes van Namen.

Zo rond het jaar 1900 is de Oude Barneveldseweg nog steeds niet veel meer dan een zandweg, die dan begint bij de overgang van (nu) Dorpsstraat naar het Oosteinde. Op die plek staat dan links een boerderij, een perceel wat toen op het Oosteinde stond en wat nu de Dorpsstraat is.

Op deze uitsnede van een luchtfoto uit 1967 is goed te zien dat de Oude Barneveldseweg nog weinig huizen telde.

Het pand wordt dan nog steeds bewoond door de familie

Blanken, eerst door Dirk Blanken later door zijn zoon Berend Blanken, die door iedereen ‘Bileam’ werd genoemd omdat hij een ezel had. De schoonzoon van Berend is Gerrit Hooijer.

Het is een beetje onduidelijk wanneer dit pand verdween, maar later staat er de fraaie boerderij die we hier op de foto zien (een foto die genomen werd toen ook dit pand alweer werd gesloopt).

We kennen deze boerderij vooral aangezien hier de melkzaak van Gerrit Hooijer zit. Hooijer vent zijn melk zelf uit in het dorp en kent dan ook iedereen.

Gerrit Hooijer

Opoe Hooijer woont bij de familie tot haar dood en de kinderen in de straat zijn dol op haar, omdat onder de talrijke rokken vandaan altijd wel een cent tevoorschijn komt om bij Middendorp een zak schuimpjes te kunnen kopen. Het woonhuis heeft een deel aan de achterzijde die met een ingang aan de Oude Barneveldseweg. De deel wordt door buurtgenoten graag gebruikt voor bruiloften en partijen.

De laatste bewoners van deze boerderij zijn de familie Gert Jan Mandersloot (aan de linkerkant van het pand, toen Dorpsstraat 139) en familie Jan van Woerkom (rechts op nummer 137). Het pand wordt gesloopt in 1967. De sloop levert de ruime entree naar de Druivenkamp op zoals we die nog steeds kennen.

Rechts van de entree naar de Oude Barneveldseweg staat rond 1900 een boerderijtje aan het Oosteinde waar Gerritje van Dijk woont. In de voorkamer, een ruimte van amper 25 vierkante meter, schenkt zij tegen betaling een borreltje aan de langstrekkende reizigers. In 1920 verkoopt Gerritje het boerderijtje aan Jan de Bree uit Woudenberg. Hij bouwt de voorkamer uit tot een gelagkamer van 43 vierkante meter. Dit is het begin van burgerhotel De Zwaan, later beter bekend als “het Zwaantje”. Nu staat daar appartementencomplex De Swaensborgh.

We stappen eindelijk de zandweg, de Oude Barneveldseweg op. Rond 1900 zag dat eruit als op de foto en werd dit dus het Musschennest genoemd. Op de foto staat Berend Blanken met de eerder genoemde ezel. De dame met klederdracht (+ mutsje) is mevrouw Blanken. De moeder met kind op de arm is Jansje Van

Dijk‐van den Brul met één van haar kinderen (de dame met kind rechts is onbekend gebleven).

Op de foto is goed te zien dat buiten een enkele boerderij er rond 1900 geen enkele bebouwing was op het Musschennest. Ook op de kaarten uit die tijd staan geen huizen ingetekend.

Van dat boerderijtje wat rechts op de foto te zien is, hebben we ook een andere foto. Helaas hebben we hier verder geen informatie over….

Wat we wel hebben, is een schilderijtje van Edzard Koning, gemaakt in de tijd dat hij in Scherpenzeel woont (begin 1900). De locatie van het geschilderde boerderijtje met hooiberg is nooit echt vastgesteld, maar zou dit ook niet het begin van het Musschennest kunnen zijn? Het pand en de daarachter gelegen hooiberg lijken veel op de oorspronkelijke boerderij van Berend Blanken.

Aan het begin van de Oude Barneveldseweg staat in die vooroorlogse jaren een houten pomp, een groot afgeknot piramideachtig geval met een houten kap en een lange stalen zwengel met knop. Deze pomp wordt later vervangen door een brandput. Ook komt hier de eerste straatverlichting: een lantaarn met gasverlichting. Vaak lopen de bewoners hier even naartoe om wat bij te praten, het is een echt ontmoetingspunt.

We gaan de Oude Barneveldseweg maar eens aflopen en per perceel worden een aantal zaken benoemd. Daarbij beginnen we met een paar huizen die begin 20e eeuw op het Musschennest staan:

Oude Barneveldseweg 1, 3

(en voor de duidelijkheid: we hebben het hier dus over de nummering van 1950 en deze nummering begint in die tijd op wat tegenwoordig de Druivenkamp is).

In 1923 woont hier Gart van de Goor, hij is arbeider en het adres is dan Musschennest A 278. In 1934 blijkt de woning omgenummerd te zijn naar A343 en na T. van de Goor en J.G. Lansink komt Johannes (Hannes) van Elst er te wonen, arbeider van beroep, later postbode. In 1890 trouwt Johannes met Grietje van Ede, Griet Klomp genoemd. Als zij in 1940 vijftig jaar getrouwd zijn halen ze de krant. Niet alleen vanwege dit jubileum, maar ook omdat ze in de

Johannes en Grietje van Elst in een eerste herbouwde woning wonen, ná de krantenartikel t.g.v. hun 50‐jarig huwelijk. verwoestingen van 1940.

Hier ontstaat al wat onduidelijkheid, want in 1923 wordt Johannes van Elst als bewoner genoemd op Musschennest A279 (later A344). Dit wordt dan in 1950 Oude Barneveldseweg 3. Vanaf 1950 wordt zijn zoon Pieter Jan van Elst hier als bewoner genoemd. Momenteel betreft dit het perceel Druivenkamp 24 +26 !

Oude Barneveldseweg 5

Dit betreft een woning die dus op het Mussennest stond met nummer A280 (in 1923, later A345). In 1923 woont hier Driek (Hendrik) van Leuveren, hij is bosarbeider bij Koudijs. Hendrik overlijdt al vroeg, maar zijn vrouw blijft er nog lange tijd wonen en in 1950 wordt dit huis omgenummerd naar Oude Barneveldseweg 5. Later woont hier Jan Antonides tot in 2002. Dan verhuist Jan naar een appartement boven de Golff.

Oude Barneveldseweg 7 + 8

Dit is een woning aan de huidige Druivenkamp, maar dan aan de rechterzijde van de weg, gezien vanuit de richting van de Dorpsstraat. In 1923 is dit Musschennest A282 en woont hier metselaar J. Vlaanderen. In 1934 blijkt Melis Wagensveld er te wonen. Hij is landbouwer en getrouwd met Alida van Elst. In 1957 is er sprake van Oude Barneveldseweg 7, maar ook hier weer wat onduidelijkheid, want in 1959 blijkt Albertus H. Wagensveld hier te wonen met zijn kersverse bruid A. Kamphorst en wordt Melis Wagensveld als bewoner van het pand met nummer 8 (op dezelfde locatie).

Oude Barneveldseweg 9

In 1923 woont arbeider Renger Veer hier op het adres Musschennest A283. Renger verhuist alweer snel naar het Oosteinde, maar we komen hem verderop in dit artikel nog een keer tegen. Rond 1930 woont Hendrikus van Kampen hier, ook in 1950 als het Oude Barneveldseweg 9 wordt. In 1959 woont hier F. Wagensveld, getrouwd met W. van Bruggen.

Oude Barneveldseweg 11

De Wagensveldjes zijn goed vertegenwoordigd op dit deel van Scherpenzeel, want in 1923 woont hier Willem Wagensveld op het adres Musschennest A284. Hij is landarbeider van beroep en getrouwd met Alida de Koning. Later heeft Willem een hit met kar en brengt hij fruit en groentje aan de man. Als in 1950 de woning wordt omgenummerd naar Oude Barneveldseweg 11 woont hij er nog steeds.

In 1959 komen we opeens een heel rijtje namen tegen op dit adres. Zijn dit mogelijk de seniorenwoninkjes aan de huidige Druivenkamp 25? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. In 1959 wonen hier in ieder geval: T. van der Lee (1910) met de weduwe G.J. Gazenbeek op de Oude Barneveldseweg 11a, G.J. Veer (1906) getrouwd met R. Jaszbecz (1912) op nummer 11b, P. Wagensveld (1913) getrouwd met K.J. Wildeman (1911) op nummer 11‐1 en W.J. Lansing (1901) getrouwd met A.H. Wagensveld (1904) op nummer 11‐2.

Oude Barneveldseweg 13

Op dit adres woont in 1923 Johannes Hermanus Sterk. Hij is schildersknecht, later schilder en getrouwd met Elisabeth Tap. Het adres is dan Musschennest A286 (later: A350). Het gezin van Sterk telt maar liefst 14 kinderen, maar 4 kinderen overlijden op 1‐jarige leeftijd en 4 andere kinderen overlijden jong aan TBC. Een kleinzoon van Sterk is trouwens        jarenlang                raadslid                voor       de          SGP        in            de Scherpenzeelse gemeenteraad.

Als de woning in 1950 wordt omgenummerd naar Oude Barnevelseweg 13 blijkt het huis eigendom te zijn van Berend Brouwer en in 1954 woont Brouwer hier dan ook. Hij is dan getrouwd met K. van Dijk.

We lopen even terug naar de hoek van de Dorpsstraat met de Druivenkamp om van daaraf weer om te draaien om naar de Oude Barneveldseweg te kijken. Rechts van ons zien we de Swaensborgh op de plek van Café de Zwaan, zoals eerder benoemd. Links hiervan staat een dubbel wit pand.

Je zou zeggen dat dit momenteel de

Druivenkamp is, maar het betreft toch echt Oosteinde 139. Ik kom dit dubbele pand in ieder geval niet tegen in de beschrijvingen van            de          Oude     Barneveldseweg.              In           het rechterdeel         hebben natuurlijk             diverse middenstanders gezeten. In de jaren vijftig slagerij Eijkelkamp, in de jaren ’80 poelier

Van Ede, de bloemenzaak van Bredero en

De poelier dd 31‐10‐1987 Tessa’s Dierenspeciaalzaak.

Als we de hoek omlopen zien we rechts eerst een nieuw pand, nummer 2A en daarnaast nummer 2. Het pand is al wat ouder, maar het komt niet echt in de boeken voor. Ik kan er dus weinig over vertellen.

Voor de oorlog is dit bouwland (tegenover het huidige huisnummer 1) en er staat een hooiberg. De familie Boom gebruikt in die tijd dit stuk land om hun voorraad bomen en hout op te slaan. De bomen worden met een grote trekzaag door twee mannen aan stukken gezaagd en Jan Boom bewerkt dan de klompen machinaal ruw voor, om ze later met de hand na te bewerken. In 1935 vertrekt Jan Boom met zijn klompenmakerij naar de Dorpsstraat. Naast het stuk land van Boom ligt een boomgaard tot aan het boerderijtje van de familie Boom aan het werk. In het midden staan

Vink.      moeder Geertje Boom en Dirk Boom.

Oude Barneveldseweg 4

We blijven even aan de rechterzijde van de weg en komen bij nummer 4. In 1922 heet dit de Barneveldscheweg en dit is de enige keer dat ik deze naam tegenkom zonder het voorvoegsel “Oude”. Het pandje zal zo rond 1910 zijn gebouwd en de eerste bewoner is Gerard Vink (dan: Barneveldscheweg A288). In de volksmond wordt de woning dan ook “het boerderijtje van Vink genoemd”.  Gerard is landbouwer, maar ook

rijknecht voor de familie Royaards op het kasteel. Later woont zijn zoon Gerrit er. De familie Vink verkoopt ook melk, maar ze venten die niet uit met paard en wagen maar brengen de melk in kleine busjes te voet of op de fiets rond.

De familie Vink houdt het lang vol, want ze wonen er tot 1959, daarna woont eerst H.G. van Wolswinkel, daarna Evert Jan van Ginkel. Evert Jan verkocht het pand voor goed geld aan de gemeente en daarna huurt Jan van Kampen het pand. Momenteel is het pandje opgedeeld in nummers 4 en 4A.

Voorbij het boerderijtje van Vink hield de bebouwde kom op. Iets verderop is de lokale vuilnisbelt. In een interview vertelde Zus Vink “Daar ging ik vaak ‘scheumen’ en ik vond er oude schoenen die er nog mooi uitzagen. Zo heb ik daar veel spullen vandaan gehaald die nog goed waren te gebruiken”. Recycling is niet iets van de laatste jaren!

De plek waar de vuilnisbelt lag wordt ook wel de       Een herinnering van een andere bewoner is dat

Lange Kolk genoemd. (foto uit 1952 of 1953)             in de zomermaanden elke zaterdagmiddag zo rond een uur of drie ijscoboer Geerink uit Veenendaal langs komt. Eerst met een handkar, later met een omgebouwde Citroën, waarin hij achterin een bak met ijsvoorraad heeft. Op die bak                staan     twee      prachtige             kegelvormige verchroomde deksels en natuurlijk ontbreekt de luid klinkende bel niet. Geerink heeft ijsjes van 3, 5 en 10 cent en voor de kinderen is het natuurlijk geweldig om een ijsje van 3 cent te krijgen. Na zijn rondgang door het dorp heeft de ijscoboer een vaste standplaats in de

IJscoboer C.J.J. Geerrink op een foto uit 1941 (met Krommehoek naast de Grote kerk. dank aan de vereniging Oud Veenendaal

(Nico van Ginkel).

We lopen een stukje terug en beginnen aan het begin van de Oude Barneveldseweg aan de linkerkant. Hier staat het blokje van 6 huizen van de Werkmansbond, gebouwd in 1928.  

De Oude Barneveldseweg is in de jaren 30 nog steeds een zandweg, alleen het eerste stukje is een klinkerweg. Achter het blok huizen zijn schuurtjes, kippen‐ en varkenshokken te vinden en vooral diepe groentetuinen. Daarachter wonen Johan en Evert Sterk in een oud en laag

“Hans en Grietje huisje”, zoals Nel van de Weerd dat ooit omschreef. De oude Sterk was fruitkweker en z’n vrouw zaaide en kweekte weelderige bloembedden, die in Nel’s herinnering altijd bloeiden.

Vanaf hier is de Oude Barneveldseweg omgenummerd naar de huidige huisnummers: nummer 15 werd nr. 1, enz. In het vervolg van dit verhaal hou ik dan ook de huidige huisnummers aan.

Het “blokje van de Werkmansbond”.

Oude Barneveldseweg 1

De eerste woning van het blok van zes (voorheen huisnummer 15). Direct na de bouw komt hier Henk van Bruggen te wonen met zijn gezin. Henk is metselaar van beroep en zijn uitschel was ‘kallebak’. Zowel  vader Henk als zijn zoons zijn zelfstandig werkende metselaars. Ze hebben veel gebouwd op de Rudolph‐Stichting in De Glind.

De familie van Bruggen woont er lange tijd, want in 1959 woont hier een zoon, ook Hendrik geheten. Komt hier later Teus du Pree te wonen, de metselaar in dienst bij de gemeente?

Oude Barneveldseweg 3

Jan de Jong, de timmerman, is de eerste bewoner van dit 2e huisje in het blok van de Werkmansbond. In 1928 heeft dit huisnummer A352 en vanaf 1950 huisnummer 17. Zoon Wim de Jong wordt op 20‐jarige uitgezonden naar het toenmalige Nederlands‐Indië en blijft vier lange jaren weg. In die tijd dat Wim weg is worden de huisnummers gewijzigd en bij thuiskomst staat op Wim’s ruimbagage nog het oude nummer 352. Als de vervoerder die de bagage moet afleveren de Oude Barneveldseweg op rijdt ziet hij bij het eerste huis het huisnummer 15. Hij denkt dan dat hij nog wel een heel stuk verder moet zijn. Het gevolg is dat de beste man zich met zijn combinatie muurvast rijdt op het zandpad wat de Oude Barneveldse weg verderop is. Hij kan geen kant meer op. Wat hij later bij de aflevering van de ruimbagage in onvervalst Rotterdams heeft gezegd, wordt Wim de Jong (rechts) tijdens zijn diensttijd hier maar niet vermeld.

Later woont op dit adres het gezin Noorloos.

Oude Barneveldseweg 5

De eerste bewoner van deze tussenwoning is Hendrikus (Driek) Veldhuizen en ook hij is metselaar van beroep. Driek is weduwnaar van Wilhelmina Osnabrugge en trouwt in 1920 op 46‐jarige leeftijd met de 33‐jarige Jannetje van Aalten. Als Driek in 1944 overlijdt blijft Jannetje nog lang in haar huisje wonen, wat in 1950 wordt omgenummerd naar nummer 19.

Oude Barneveldseweg 7

In 1934 woont hier E. (Bart) Weerd, getrouwd en vader van 4 kinderen. Bart is smid en heeft een smederij aan de Dorpsstraat. Mevrouw Weerd verkoopt kleine huishoudelijke artikelen vanuit de achterdeur en 20 knikkers voor een cent aan de kinderen. Nel Weerd is de enige dochter in het gezin en heeft ooit al eens haar herinneringen van de Oude Barneveldseweg met ons gedeeld. Deze zijn deels ook opgenomen in dit artikel.

De volgende bewoner is Renger Veer. Hij verhuist samen met zijn vrouw Heintje vanaf het Oosteinde naar het woninkje van de Werkmansbond (nummer A354). Op 24 april 1940 speelt zich in deze woning een drama af. Als de 12‐jarige dochter Hennie ’s middags vanuit school thuis komt treft zij haar moeder levenloos op bed aan.

In eerste instantie wordt gedacht aan een hartstilstand, maar als het lichaam wordt afgelegd wordt een schotwond geconstateerd: Heintje blijkt te zijn vermoord. Een oud‐buurman van het Oosteinde, Henk van Raaij, blijkt de dader te zijn. De geestelijk niet geheel volwaardige Henk kon het niet verkroppen dat Renger Veer een pruimenboompje mee verhuisd had….

Vermoedelijk is Renger hierna snel verhuisd, want in de oorlogsjaren blijkt Hendrik van Middendorp er te wonen. De uit Veenendaal afkomstige Hendrik is koetsier, arbeider en later grondwerker. Hij trouwt in 1922 met een naamgenote: Clasina van Middendorp. Ze krijgen 4 kinderen. Ook het gezin Van Middendorp woont lange tijd in het huisje. In 1959 wonen beiden er nog. Dan heeft de woning huisnummer 21. Later woont hier de familie Jansen.

Ná de watersnoodramp in 1953 leveren bouwvakkers vakantiebonnen in om gedupeerden te kunnen helpen.

Oude Barneveldseweg 9

In de voorlaatste woning van dit blok heeft lange tijd Teus Valkenburg gewoond. In 1934 heeft het huisnummer A355, in 1959 huisnummer 23. Teus Valkenburg is getrouwd met Elizabeth van Schaik en het gezin krijgt maar liefst 11 kinderen. Teus is in zijn jonge jaren rijknecht, maar later petroleumverkoper. Eerst bij de firma Blanken Ploeg, later als zelfstandige. De bijnaam van Teus is: Teus de Peister, oftewel : Teus de olieboer. Een rijmpje uit die tijd luidt: ”moet er nog peterolie wezen moet er nog peterolie zijn, moet je bij Teus Bokkie wezen, moet je bij Teus Bokkie zijn”. Behalve dat Teus fervent jager is en meedoet aan drijfjachten staat hij ook wel bekend als stroper.

Nadat de ouders zijn overleden blijven de zoons Piet en Arnold nog enkele jaren in de woning wonen. Arnold is wat simpel en loopt graag voor de muziek uit. Van hem is uit de oorlogsjaren het volgende verhaal bekend: Arnold liep over de Hopeseweg toen de Duitse overval was op de Beekhoeve met de familie Lagerweij. Arnold was dus op het verkeerde moment op de verkeerde plek. ‘

De Duitsers riepen hem aan en Arnold trachtte zich te verstoppen achter een boom, die echter te dun was om zich achter te verstoppen…… Arnold wordt opgepakt en samen met 21 anderen waaronder de familie Lagerweij opgesloten in Huize Scherpenzeel. 17 personen worden afgevoerd en van hen is niets meer vernomen. De anderen komen vrij, waaronder Arnold. Na de familie

Valkenburg woont hier Ton van Kooten met

de zes zonen uit het gezin van Teus: V.l.n.r.: Arnold, zijn gezin, inclusief de vele duiven waarmee Teunis, Dirk, Piet, Hendrik en Nicolaas Valkenburg   Van Kooten regelmatig in de prijzen valt.

Oude Barneveldseweg 11

De laatste woning in dit blokje van zes. Eerst met huisnummer A356 (1934), maar in 1950 omgenummerd naar 25. In 1934 woont hier Rein van Elst, timmerman‐aannemer van beroep. Zijn eerste grote werk is in die tijd de bouw van de woningen van het volgende blok aan de Oude Barneveldseweg: de nummers 13, 15 en 17. In 1934 verhuist Rein naar de Marktstraat, waar hij naast de Eierhal een winkel in ijzerwaren en gereedschappen begint. Raaeinn  dvea nM Ealrskt tmsterat azot on Piet in de winkel

Als Rein van Elst vertrekt komt Peter van Kampen, arbeider van beroep in het huisje aan de Oude Barneveldseweg te wonen. In 1959 blijkt Jan van Ravenhorst hier te wonen, hij is getrouwd met Johanna Maria van Bruggen.

Oude Barneveldseweg 13

Het eerste huis van een blok van drie woningen, gebouwd door Rein van Elst. Het blokje huizen is duidelijk van een latere bouw dan het blokje van de Werkmansbond. De eerste bewoning (toen A358) wordt benoemd in 1934, dan woont Evert van Bruggen hier. Evert is opperman, later metselaar van beroep maar wordt op een gegeven moment fabrieksarbeider en metaalbewerker. Hij is getrouwd met Teuntje Valkenburg (Cornelisdochter) en het paar krijgt twee dochters: Johanna Maria en Geertje. In 1959 huisnummer 27. Het gezin woont er tot de dood van Evert in 1963.

Artikel: Een haas door het raam bij de familie Van Bruggen haalde in oktober 1955 de landelijke pers. Het artikel hiernaast werd gepubliceerd in de Tilburgse Courant.

Oude Barneveldseweg 15

Het middelste huis in dit blokje van drie. In 1934 woont hier H. Veldhuizen junior, maar in 1936 komt Felix Renders hier te wonen. Renders is uit België afkomstig, maar hij komt op een gegeven moment in Woudenberg terecht en ontmoet daar de uit Scherpenzeel afkomstige en 20 jaar jongere Jannetje Kuiter. Het stel trouwt en krijgt in no‐time 7 kinderen. Renders is kantoorbediende bij de firma Kwakernaak, maar wordt in het dorp “de blikken dominee” genoemd. Een niet zo’n respectvolle titel               voor       een        evangelist           zonder officiële opleiding of titel. In de Tweede Wereldoorlog treedt Felix Renders op als “wachter’’. Dat houdt in dat hij niet alleen de wacht houdt bij de Eierhal aan de Marktstraat, waar de door de Duitsers in beslag genomen goederen worden opgeslagen, maar ook bij gevangen genomen verzetsstrijders die worden          opgesloten         in            Huize

Scherpenzeel. Aan het einde van oorlog vlucht Renders op de fiets richting

Jvaannn neutjme mReenrd 1e5r.s  met vier van haar kinderen op het stoepje België,      maar      wordt                in            Arnhem opgepakt en zelf vast gezet.

Ná de oorlog komt Th. Veenstra als bewoner in de woning, maar niet voor lange tijd want in

1954 blijkt Albertus van Milligen er te wonen, landbouwer van beroep en getrouwd met Fransje Schimmel. Het huisnummer is dan 29. Dit gezin wordt al snel opgevolg door Aart Jansen die getrouwd is met Bertha Steinmann en later met Gijsbertha Middendorp zal trouwen.

Oude Barneveldseweg 17

Het hoekhuis rechts in het blokje van drie. In 1934 woont Peter van Schaik hier op huisnummer

A359. Het aantal bouwvakkers in dit deel van de Oude Barneveldseweg is opvallend, want ook

Peter is metselaar van beroep. Hij is getrouwd met Janna van Bruggen. In 1934 tot in de jaren ’40 woont Johan ter Burg er met zijn gezin. Opvallend is dat in 1954 Evert Jan van Schaik, de zoon van de eerdere bewoner Peter (?) als hoofdbewoner wordt genoemd. Later (1959, huisnummer 31) wordt Peter weer hoofdbewoner genoemd en hij is dan getrouwd met M.C. Overeem. In datzelfde jaar komen ene A. van Bruggen (1922) en H. van Bruggen (1932) voor als bewoners. Familie van de eerste vrouw Janna?

Vanaf hier wordt het verhaal erg onduidelijk. In de huidige situatie ontbreken namelijk de huisnummers 19 en 21. In het door Henk van Woudenberg opgemaakte overzicht “Bewoners van Scherpenzeel 1923‐1960” is het eerstvolgende huisnummer A360, in 1950 omgenummerd naar 33. Is dit een verdwenen pand (huisnummer 19) of is dit het huidige nummer 23?

De eerste bewoner van dit pand is in 1934 in ieder geval Jacob Schimmel. Jacob is na het overlijden In november 1940 verdrinkt een 2‐jarig kind van van zijn echtgenote in 1927 naar de Oude

JRoehnadne rins  dhoeet ts laoaontgjeift nea avastn d hee wt oevge. rBliujduermn.an Felix Barneveldseweg verhuisd, maar heeft daar niet lang gewoond, want in 1940 woont Jan van Donkelaar er en hij woont daar tot omstreeks

1955. Daarna woont Jan van Doorn er. Hij komt uit

Ede, is grossierbediende en is getrouwd met Maria Sophia van Doorn.

Direct nadat de Scherpenzeelse bevolking terug gekeerd was van de evacuatie vanwege de oorlogshandeling in mei 1940, wordt op 11 mei 1940 de woning geveild en verkocht aan Jan Donkelaar.

Tot zover een stukje Oude Barneveldseweg. De onduidelijkheid voor de rest van deze oude oude Scherpenzeelse weg moet ik eerst nog maar eens uit gaan zoeken. Misschien tot een volgende keer!

Bronnen:

Artikel verenigingsblad 1996

Archief Henk van Woudenberg

Archief ver. Oud Scherpenzeel

“Scarpenzele”, 1e jaargang (1993)

Kadastrale Atlas Gelderland 1932

Annie Bakker en Luutje Donkelaar voor de woning in 1941.– – – –“Bewoners van Scherpenzeel 1923‐1960” door H.M. van Woudenberg Herinneringen door Nel van de Weerd www.archieval.nl www.Delpher.nl

DUITSERS IN SCHERPENZEEL, WAT GING ERAAN VOORAF?

José Huurdeman

In het blad Oud Scherpenzeel van juni 2022 las  ik een mooi en gedetailleerd artikel van Martin Wigtman genaamd: ‘Duitsers in Scherpenzeel.’ Op 12 mei 1940 werden er rond Scherpenzeel verkenners aangetroffen en op maandagmiddag 13 mei openden de Duitsers de aanval op Scherpenzeel. Waarom Scherpenzeel? Waarom toen pas? Waarom niet in de dagen ervoor? En als ze dan op 13 mei aanvielen, waarom dan pas in de middag?

De antwoorden leest u in dit artikel.Het is een verkorte weergave van een hoofdstuk in ‘Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939‐1945′

De bedoeling van de Duitsers was om op 10 mei 1940 de Grebbelinie al voorbij te zijn. Twee Duitse divisies van het Tiende Legerkorps hadden de opdracht de Grebbelinie op twee plaatsen snel te doorbreken: de 207e divisie bij de Grebbeberg en de 227e divisie bij Amersfoort. Door de tegenstand die het Nederlandse leger heeft geboden inclusief het standhouden van de Grebbelinie, hebben leden van zowel het Koninklijk Huis als van de regering tijd gekregen om op

13 mei naar Londen uit te wijken. Ook konden veel schepen van de handelsvloot en van de Koninklijke Marine naar Engeland ontkomen en werden grote hoeveelheden goud van de Nederlandsche Bank in veiligheid gebracht.

Op zaterdagmiddag 11 mei 1940 arriveerden de eerste Duitse troepen in Barneveld. Het waren de voorbodes van de troepenmachten van de 227e divisie: de ‘Snelle Groep Zuid’ en ‘Snelle Groep Midden’, de laatste inclusief de SS Leibstandarte Adolf Hitler. Dat de hoofdmacht onder leiding van generaal Zickwolff, de commandant van de 227e divisie nog niet was gearriveerd, kwam doordat alle bruggen over de IJssel door het Nederlandse leger waren opgeblazen. Bovendien ondervond het Duitse leger meer tegenstand bij de IJssel dan verwacht, dit alles veroorzaakte het nodige oponthoud. Het was de Duitsers gelukt bij Zuthpen een pontonbrug aan te leggen. De gehele divisie kreeg opdracht daar nu overheen te trekken. De hele troepenmacht over één brug, dat nam veel tijd in beslag. De hoofdmacht van de 227e divisie kwam daardoor pas een dag later, op 12 mei, in Barneveld aan.

In de avond van 11 mei werden lichtkogels waargenomen. Op een gegeven moment is dit opgevat als teken voor het starten van een stormvuur. Een stormvuur was een methode van het Nederlandse leger om door gelijktijdig en massaal vuur uit alle beschikbare wapens af te geven de doorbrekende vijand te stoppen. In totaal heeft het stormvuur tien minuten tot een kwartier geduurd. Deze munitieverspilling heeft in ieder geval wel wat ontlading gegeven aan de zeer gespannen militairen. Het is nooit duidelijk geworden wie het sein heeft gegeven.

Op 12 mei 1940 kwam het vierde eskadron van het eerste regiment huzaren, die gedurende de mobilisatie in Barneveld gelegerd was, per fiets vanuit Terschuur naar Achterveld. Zij hadden als taak verkenningstochten te maken om waar te nemen waar de vijand zich bevond. Het vierde eskadron met ritmeester De Vries bestond uit een wielrijderseskadron van honderdtwintig militairen, vier pelotons van dertig man.

Inmiddels was op 12 mei een vijandelijk wielrijderspeloton van de Snelle Groep Midden, inclusief het eerste bataljon van de Duitse hoofdmacht, in Achterveld gearriveerd.Zij moesten een doorgang in de Grebbelinie vinden naar Amersfoort. De opdracht was om snel Amersfoort aan te vallen.

Eenmaal in Achterveld aangekomen bleken de huzaren middenin een grote vijandelijke troepenmacht te zijn terechtgekomen en kwamen ze vanuit alle kanten onder vuur te liggen.

Er is hevig en fel gevochten, soms man tegen man. Daarbij zijn in Achterveld twaalf Nederlandse militairen omgekomen. Een van de gewonden overleed een jaar later op 15 mei 1941 alsnog aan zijn verwondingen, wat het aantal dodelijke slachtoffers op dertien bracht. Nadat bleek dat vechten niet langer mogelijk was, is het enkele

Mei 1940. Achtergebleven fietsen van huzaren gelukt om zich terug te trekken richting Huzaren in Achterveld. Met helmen, Hoevelaken en Terschuur. Anderen hebben zich gasmaskers en mitrailleurtrommels, foto: HKL verstopt in leegstaande huizen en boerderijen. Ongeveer zestig huzaren, waaronder verschillende gewonden, hebben zich overgegeven en zijn krijgsgevangen gemaakt.

Hoewel dit alles op circa 5 km afstand van zowel de voorposten Stoutenburg als voorposten Asschat plaatsvond hebben de Nederlandste militairen in de beide voorposten niets van deze gevechten gemerkt.

De eerste aanvraag voor artillerievuur kwam van Voorposten Stoutenburg. Dat was op zondag 12 mei en werd om 9.15 uur aangevraagd door kapitein Van der Heijden om vijandelijke patrouilles op de fiets voor de stellingen van Voorposten Stoutenburg onder vuur te nemen. Het betrof ‘Vuur 351’, gericht op kruising Hessenweg ‐ Emelaarseweg.

Ook in Asschat werd artillerievuur aangevraagd om de vijand die bezit genomen had van de korenmolen te bestrijden. Het eerste vuur (Vuur 350) werd aangevraagd om 15.45 uur. Dit werd ‐ eveneens met 144 schoten ‐ afgegeven en om 20.00 uur volgde nog zo’n vuur.

Vanuit de voorposten, vooral die van Stoutenburg, werden geregeld patrouilles uitgezonden om te verkennen waar de vijand zich bevond. Zij zijn steeds ‐ wonder boven wonder ‐ behouden, soms (licht)gewond, teruggekeerd in de stellingen. In de middag bestookte de vijand Voorposten Stoutenburg met mitrailleurs, maar ook met mortieren, daarbij raakten een schuur en een hooiberg aan de Stoutenburgerlaan in brand. De boerderij zelf bleef gespaard. Een boerderij aan het begin van de Stoutenburgerlaan werd wél getroffen en brandde geheel uit.

De vier ‘stukken geschut’ in de gevechtsopstellingen achter de voorposten konden de deels afgebrande boerderijen waar de vijand zich bevond niet raken. Daarom zijn er twee kanonnen uit de stelling gehaald en in het vrije veld gezet. De ene werd naast de loopgraaf in het open veld aan de rand van het bos opgesteld, de andere net vóór de loopgraafstelling, langs de huidige Hessenweg, eveneens open en bloot in het veld. Zo konden de boerderijen waarin de Duitsers zich hadden verschanst vanuit deze ‐ zij het onbeschermde positie ‐ met brisantgranaten worden bestookt. Er werd geschoten op alles wat verdacht was. De Duitse granaatwerper werd uitgeschakeld en de soldaten in de mitrailleuropstellingen zijn gedood of gevlucht.

Het uit de stelling halen van de stukken geschut was zeer gevaarlijk want de Nederlandse militairen werden flink beschoten door mortier‐ en mitrailleurvuur, maar niemand werd geraakt.

Ondertussen       hadden de

Duitsers bij Asschat de Zandbrinkermolen bezet, die een goede uitkijkpost bleek te zijn. Ondanks gericht en hevig artillerievuur van het

Nederlandse       leger      bleef      de

Stellingbouw Asschatterkeerkade. Foto: HKL

molen    staan.    De          vijand bestookte, nu met de molen als uitkijkpost, de voorposten met mitrailleurvuur. Het aanleveren van munitie via de sluis leverde zelfs problemen op, want ook daar werd meteen gericht op geschoten. Het was van groot belang de molen uit de weg te ruimen.Dat gebeurde de volgende dag door een patrouille die de molen eigenhandig in brand heeft gestoken.

Later zou blijken dat de vijand zich met één bataljon in Achterveld had opgehouden. Twee maal twee compagnieën lagen op ongeveer driehonderd meter tegenover beide voorposten zodat deze allebei ruim zevenhonderd man tegenover zich hebben gehad. De beschietingen door de kanonnen van Voorposten Stoutenburg bleken zeer zuiver gericht geweest te zijn en hebben aan Duitse zijde de grootste verliezen toegebracht. In totaal zijn er in het terrein voor Voorposten Stoutenburg en Asschat tweehonderd Duitsers gesneuveld. Eén van de eerste die sneuvelde bij de Voorposten Stoutenburg was een Hauptmann (kapitein). De vijand was in de veronderstelling dat de voorposten een enorme bezetting hadden, alleen Stoutenburg al, werd ingeschat op duizend man. Deze gedachte was mede ingegeven door het stormvuur op de avond van 11 mei.

Gedurende de nacht van zondag 12 op maandag 13 mei is door de artillerie vanuit Amersfoort en Hamersveld ‐ met onregelmatige tussenpozen ‐ gevuurd op Achterveld, Barneveld, Terschuur, Voorthuizen en Nijkerk. ‘Storend en verontrustend vuur’ werd dit genoemd. De granaten vlogen over de hoofden van de mannen in de liniedijk en de voorposten. En dat achter elkaar door, met slechts een pauze tussen 2.00 uur en 3.00 uur, tot de ochtendschemering. Het kanongebulder hield iedereen uit de slaap.

Aan Duitse zijde zijn die nacht veel slachtoffers gevallen. De tientallen, mogelijk meer dan honderd Duitse doden werden met vrachtwagens naar Duitsland afgevoerd. In Achterveld lagen de Duitse gewonden in de kelders van het Sint Josephgesticht en van de melkfabriek, tot zij werden overgebracht naar ziekenhuizen in Duitsland.

In het Schaffelaarse Bos in Barneveld waren honderden Duitse soldaten gelegerd. Die positie is door huzaren doorgegeven en ook dit bos werd flink beschoten, met vele doden en gewonden tot gevolg. Hotel‐café‐restaurant De Bonte Koe in Barneveld was eveneens een belangrijk doelwit van de artillerie omdat daar hoge Duitse legerfunctionarissen zouden zijn.

De artillerievuren vanuit Amersfoort en Hamersveld hebben ertoe bijgedragen dat de grote aanval door de hoofdmacht van 227e divisie vertraging heeft opgelopen. Het plan van de Duitsers was maandag 13 mei in de vroege ochtend tot een aanval op Scherpenzeel over te gaan, maar nu heeft de troepenmacht de ochtend nodig gehad om zich te hergroeperen om vervolgens pas in de middag de aanval te kunnen openen.

Samenvatting: Hoewel de Duitsers in eerste instantie de opdracht hadden om snel via de Grebbelinie naar Amersfoort door te breken is op het laatste moment besloten om de doorbraak via Scherpenzeel te

Schaatsende militairen in Stoutenburg  tijdens de mobilisatie. Tweede van links Hendrik Willem Scherpenzeel. Foto: Uit Dorpen op drift, privé collectie

bewerkstellingen: generaal Zickwolff concludeerde dat de verdediging vóór Amersfoort ( bij Voorposten Stoutenburg en Asschat) te sterk was. Ook rapporteerden de verkenners dat de inundaties nog zouden toenemen. Zij baseerden dat op de drassige toestand van het land. Maar in werkelijkheid was deze drassigheid het gevolg van de afgenomen inundaties.

De vijand verwachtte tevens voor de voorposten mijnenvelden aan te treffen.

Ook het stormvuur van zaterdagavond 11 mei heeft invloed gehad op het verloop van de strijd in de dagen daarna. De getoonde vuurkracht heeft een rol gespeeld bij de beslissing van de Duitsers Amersfoort niet aan te vallen.

Door de artilleriebeschietingen in de nacht van 12 op 13 mei 1940 heeft de troepenmacht de ochtend nodig gehad om zich te hergroeperen om vervolgens pas in de middag de aanval op Scherpenzeel te kunnen openen.

Bron: José Huurdeman, ‘Dorpen op drift Leusden in de Grebbelinie 1939‐1945’, pagina 49‐68: ‘De oorlogsdagen van 1940 in de gemeenten Stoutenburg en Leusden’. In het boek worden de oorspronkelijk bronnen met voetnoten aangegeven.

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven