Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2022-2



34E JAARGANG NR. 2 JUNI 2022






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Van de bestuurstafel………………………………………………………………………4

Notuelen algemene ledenvergadering………………………………………………5

30 jaor geleje…………………………………………………………………………………6

Bedrijfsbezoek ‐ 21 en 28 juni 2022………………………………………………….8

Fietstocht naar Achterveld ‐ 8 juli 2022…………………………………………….9 1922 ‐ Scherpenzeel een eeuw geleden ‐ deel II………………………………..10

Oud en nieuw………………………………………………………………………………17

Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners………………………………….18

Duitsers in Scherpenzeel………………………………………………………………..30

Grebbelinie in het vizier…………………………………………………………………37

Ontvangen voorwerpen………………………………………………………………..38

De kopij voor het septembernummer dient uiterlijk zaterdag 13 augustus 2022 a.s. te zijn ingeleverd bij de redactie.

Omslag:

Oud Siberiën met Hendrika ter Maaten, 1938, zie artikel ‘Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners’, pag. 18 e.v.

VAN DE BESTUURSTAFEL

Wim van den Berg, voorzitter

Zonder beperkingen konden we de activiteiten van Oud Scherpenzeel weer hervatten op 22 maart. Een mooie avond met een indrukwekkende lezing van José Huurdeman over haar boek ‘Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog’ en een leuke bijdrage van Jan Dorrestijn over het

Schaar’pezîls, was de aftrap van een reeks activiteiten in 2022. Veel leden waren aanwezig in Boschzicht, waar we voor de laatste keer bij elkaar kwamen. Die avond ontvingen we een cheque t.w.v. € 500,‐ van Mark Mudde van de Jumbo als blijk van waardering voor onze inspanningen bij de samenstelling van het verzamelalbum ‘Scherpenzeel door de jaren heen’. Het bedrag heeft al een bestemming: we gebruiken het voor de inrichting van de nieuwe keuken in het Koetshuis.

Inmiddels hebben we een Open Dag achter de rug en was de excursie naar Schoonhoven een succes. Ook waren we met een kraam aanwezig op de feestmarkt op 25 mei. Daar blijft het niet bij, want 21 en 28 juni bezoeken we de Herbergier en op vrijdagavond 8 juli fietsen we naar Achterveld waar José Huurdeman ons zal rondleiden. Voor beide activiteiten staan uitnodigingen in dit blad. Om teleurstelling te voorkomen, is het raadzaam u snel aan te melden.

U bent gewend na de zomer, in oktober, een verenigingsblad te ontvangen. Om een wat evenwichtiger verdeling door het jaar heen te krijgen, hebben we besloten het derde verenigingsblad van het jaar voortaan in september uit te brengen.

Weet u waar Siberiën in Scherpenzeel ligt? U leest het in dit blad. André Stuivenberg heeft zich verdiept in wat zich honderd jaar geleden in Scherpenzeel afspeelde. In dit nummer deel 2 van zijn verhaal ‘Scherpenzeel een eeuw geleden’ met opmerkelijke gebeurtenissen. Martin Wigtman heeft oorlogsfoto’s uit een unieke collectie geselecteerd waarover hij vertelt. Het is zomaar een greep uit de vele wetenswaardigheden over de historie van ons dorp, gepubliceerd in dit verenigingsblad.

Na de Dodenherdenking op 4 mei ontvingen we van de voorzitter van het ‘Comité 4 mei herdenking Scherpenzeel’, Gert Overeem, een certificaat met daarop twee namen van in de oorlog vermoorde Joden die hier in Scherpenzeel zijn geboren. Het Comité heeft twee stenen die deel uitmaken van het ‘Nationaal Holocaust Namenmonument’ in Amsterdam met daarop hun namen geadopteerd. Het monument telt 102.000 namen van mensen die nooit een graf kregen. Zo leven hun namen voort om het verleden nooit te vergeten. Geertruida Rosalie TabakMozes is in 1884 in Scherpenzeel geboren en op 31 mei 1945 in Bergen‐Belsen vermoord. Haar broer Julius Joël Mozes is hier in 1886 geboren en op 14 mei 1943 in Sobibor van het leven beroofd. Geertruida en Julius zijn kinderen van Mozes Mozes en Bertha Koppel. We geven het certificaat een mooie plek in het documentatiecentrum.

NOTULEN ALGEMENE LEDENVERGADERING

dinsdag 22 maart 2022 aanvang 19.30 uur locatie Boschzicht

Opening en mededelingen

Voorzitter Wim van den Berg opent de vergadering om 19.30 uur. Hij is blij dat er weer veel leden aanwezig zijn en dat we weer in Boschzicht zijn, nu echt de laatste keer. Een aantal oudScherpenzelers is aanwezig, zij worden speciaal welkom geheten.

Dankzij onze sponsoren kunnen we de contributie houden op € 15,‐, een mooi laag bedrag.

Het plaatjesboek is een groot succes. 49 nieuwe leden hebben zich aangemeld, het ledenaantal is nu 971.

Mark Mudde van Jumbo Scherpenzeel is door het bestuur van VOS enthousiast gemaakt voor het plaatjesboek. Hij is verrast door het mooie boek dat VOS heeft samengesteld. 4.000 boeken zijn in ons dorp verdeeld, vanaf 6 januari 2022 zijn de plaatjes uitgedeeld. Hij is blij en trots met het resultaat. Als dank ontvang VOS een eenmalige gift van € 500,‐. Ook een jaarlijkse bijdrage wordt toegezegd.

Vaststellen notulen ledenvergadering d.d. 19 oktober 2021 en extra ledenvergadering 9 november 2020

Er zijn geen op‐ of aanmerkingen en de notulen worden vastgesteld.

Jaarverslag secretaris

Het jaarverslag van de secretaris over 2021 wordt gepresenteerd. Er zijn geen vragen of opmerkingen.

Jaarverslag penningmeester

Penningmeester José Reussink geeft een toelichting. Er zijn minder activiteiten geweest, dus ook minder kosten gemaakt. Door de bijdrages van de sponsoren en extra inkomsten kan de contributie laag blijven.

Begroting 2022

De begroting voor 2022 wordt goedgekeurd. De porto‐ en drukkosten stijgen.

Verslag kascommissie

De kascommissie, Tonnis van Dijk en Jan van de Wetering, heeft de boeken gecontroleerd en akkoord bevonden. De penningmeester en het bestuur wordt decharge verleend voor het gevoerde beleid. De kascommissie wordt bedankt.

Benoeming kascommissie 2021

Tonnis van Dijk treedt af en Frans Braun volgt hem op. Jan van de Wetering blijft nog een jaar.

Bestuursverkiezing

Henk van der Hoeff en voorzitter Wim van de Berg zijn aftredend en herkiesbaar, de leden stemmen hiermee in met applaus.

Algemeen

Alle vrijwilligers worden bedankt voor hun inzet. 9 april is de volgende Open Dag. 14 mei is de excursie naar zilverstad Schoonhoven.

Scherpenzeels dialect

Jan Dorrestijn, Kees Vonk (beiden in beeld) en Dirk Broekhuizen en Jan Boom (beiden buiten beeld) gaan met elkaar in gesprek in het Scherpenzeels dialect over onderwerpen als werk, school, de smid Geefthuizen, Marktzicht, klompenmaker Jan Boom, de oudejaarsavonden, boodschappen. Daarna volgt een film van Jan Dorrestijn met het Scherpenzeels alfabet, vertalen in het dialect en mooie plekjes in Scherpenzeel.

Pauze

In de pauze is een doorlopende presentatie van historische beelden van Scherpenzeel uit de 2e Wereldoorlog te zien.

José Huurdeman – boek ‘Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog’

José Huurdeman vertelt over de onderduikers die in het boek voorkomen en uit Scherpenzeel kwamen of banden hadden met Scherpenzeel. Dat zijn Henny van den Hengel, Karel van Ginkel en Jan Thijssen. Zij vertelt hoe deze personen actief zijn geweest in het verzet in WO II bij de Raad van Verzet en het LKP. Het was een boeiend verhaal voorzien van vele foto’s. José Huurdeman wordt bedankt met een VVV‐cadeaubon en een bloemetje.

Hierna sluit de voorzitter de avond.

30 JAOR GELEJE

Jan Dorrestijn

In mei 1992 ston d’r best veul in de kraant. Wie weet ‘t nog? Zet de letters die achter ’t goeie antwoord staon achter mekaor en je kriegt de oplossing van deze puzzel.

Volges ’t college zin de daoge geteld veur:

‐ ’t zwembad ’t Willaer ‐ T

‐ ’t Huus in de Wei ‐ D

‐ de tuun bij ’t gemîntehuus ‐ V

‐ ’t kunstwaar’k van de haandfontein ‐ G

De bewôners van Roeterskamp zin nie tevreje over:

‐ de glasbak die veuls te veul leve maokt ‐ E

‐ ’n ouwe boom, waordeur ze zwat nie de straot in kunne rije ‐ I

‐ de wein’ge parkeerplekke in de straot ‐ R

‐ de planne om ’n breje slôt laangs de weg te graove ‐ U

De omwônede van vakaantiepaark Klein Ruwinkel maoke bezwaor tege de planne om:

‐ honde toe te laote op ’t paark ‐ M

‐ honderd nieuwe recreaotiewôninge te bouwe ‐ U

‐ ’n pannekoekehuus te beginne ‐ E

‐ ’n oplaotplek veur luchtballonne te maoke ‐ N

Deur ’t ongeluk van de zanger van “Normaal” gaot ‘t concert nie deur. In ’n maot’g gevulde Heijhorst kriege de anwez’ge muziekfans noe ’n optreje van:

‐ Feestbeest Jerick ‐ L

‐ Mooi Wark ‐ P

‐ De Poortzangers ‐ M

‐ Golden Earring ‐ G

De braandweer kriegt ’n nieuwe auto. Deze Iveco komt in de plek van:

‐ ’n Landrover ‐ K

‐ ’n Fendt‐trekker mit kar ‐ D

‐ ’n roeibôt ‐ R

‐ ’n rupswaoge ‐ L

Henk van Woudenberg komt mit ’n nieuw boek van honderd zes en twientig bladzije. ’t Gaot over:

‐ Natuurwandelinge op ’t Zwarte Laand ‐ N

‐ Schaar’pezîlse recepte uut de 15e eeuw ‐ A

‐ ’t ontstaon van de buurt Voskule in Wombaar’g ‐ E

‐ Dope in Schaar’pezîl ‐ I

Op 15 mei is de feestel’ke start van iets wat pas ruum ’n jaor laoter klaor zou zin. Dat was:

‐ Vervange van riôlering in de wijk Wittebaar’g ‐ M

‐ Anleg van de rondweg ‐ E

‐ Vernieuwe van ’t Huus in de Wei ‐ L

‐ Bouw van acht en twientig huze in de Hogekamp ‐ N

Zeuve daoge laoter (22 mei) opent de burgemeester mit champagne de vernieuwde:

‐ Witte Hôlevoet ‐ K

‐ Kantine van de Holestick ‐ N

‐ Routes van de fietsdriedaogse ‐ T

‐ A&O‐supermart ‐ D

De plattelaandsvrouwe van afdeling Schaar’pezîl en omstreke hebbe hun jaorl’kse uutstapje.

’s Maar’ges naor k’stîl “De Haor” en daornao naor:

‐ Pluumveemuseum Barneveld ‐ R

‐ Concert van Normaal ‐ N

‐ Volendam en Mar’ke ‐ L

‐ Floriade – E

123456789
___________________________

BEDRIJFSBEZOEK – 21 EN 28 JUNI 2022

Het bedrijfsbezoek gaat dit jaar naar Herbergier Scherpenzeel.

Herbergier Scherpenzeel is vanaf 2 juni 2020 gevestigd in het monumentale pand van voormalig hotel restaurant ‘De Witte Holevoet’ en biedt een warm thuis aan 17 bewoners.

Janco en Wilma Blonk, de zorgondernemers van Herbergier, ontvangen ons om 20.30 uur met koffie. We krijgen daarna een presentatie over het concept Herbergier. Janco en Wilma vertellen waarom zij met Herbergier Scherpenzeel zijn gestart en wat hen drijft. Ook zal een fotopresentatie van de renovatie in beeld gebracht worden.

We gaan in groepjes van 5 personen de huiskamer en de keuken bekijken. We krijgen ook een appartement van een bewoner te zien.

Aan de achterzijde van de Herbergier is een mooie tuin aangelegd met een ruim terras op het zuiden. Er is ook een mooie volière en een ruime overkapping. Eind juni blijft het lang licht, we hopen op een mooie zomeravond, zodat we uitgebreid van de fraaie achtertuin kunnen genieten.

Het bedrijfsbezoek is op dinsdag 21 juni en dinsdag 28 juni 2022. Het dragen van een mondkapje is verplicht bij Herbergier Scherpenzeel. Graag deze zelf van huis meenemen.

Er kunnen per avond 20 personen mee met het bedrijfsbezoek. Aanmelden bij secretaris Jannie Hazeleger, of telefoon 033‐2772524.

De organisatie van het bedrijfsbezoek, Karel Reussink en Jannie Hazeleger.

FIETSTOCHT NAAR ACHTERVELD – 8 JULI 2022

We kunnen weer gaan fietsen met onze vereniging. Eindelijk … na een paar jaar. In 2020 hadden we dit programma al bedacht. Het was toen 75 jaar bevrijding. Daarom wilden we graag naar Achterveld want daar is een rijke historie op dit gebied.

We fietsen naar Achterveld. Daar bezoeken we Cultureel Centrum De Moespot, gevestigd in de voormalige R.K. lagere school Sint Jozef. José Huurdeman leidt ons daar rond. We gaan ook naar de Sint‐Jozefkerk, een markant gebouw. We worden daar rondgeleid door Gerrit Tijmensen.

In De Moespot in Achterveld is op 28 en 30 april 1945 het Akkoord van Achterveld gesloten, ook bekend als de voedselconferentie van Achterveld. Deze overeenkomst is gesloten vanwege de hongerwinter tussen de geallieerden en de bezettende Duitse autoriteiten voor voedselhulp van westelijk Nederland. Het nevendoel van deze bijeenkomst was wat betreft de geallieerden om de Duitsers tot capitulatie te bewegen. Het Akkoord vormde daarmee de aanloop tot de capitulatiebespreking in Wageningen.

De karakteristieke Sint Jozef kerk naast De Moespot is een absolute bezienswaardigheid vanwege haar architectuur en haar talrijke bijzondere kerksieraden. Terecht staat het gebouw op lijst van Rijksmonumenten. In de oorlog bleef de kerk niet ongeschonden; de doopkapel werd omver geschoten en de kapel met de opgang naar het zangkoor en  de prachtige gebrandschilderde ramen werden vernield.

De fietstocht is op vrijdag 8 juli 2022. We vertrekken om 17.45 uur vanaf ’t Koetshuis. Rond 18.30 uur zijn we in Achterveld. We splitsen ons dan in 2 groepen. Halverwege de avond is er een gezamenlijke koffiepauze. Rond 21.30 uur fietsen we weer terug.

Er kunnen 50 personen mee met deze fietstocht. Aanmelden bij secretaris Jannie Hazeleger, of telefoon 033‐2772524.

De organisatie van de fietstocht, Henk en Jannie Hazeleger.

1922 – SCHERPENZEEL EEN EEUW GELEDEN – DEEL II

André Stuivenberg

In het eerste deel van mijn verhaal over Scherpenzeel een eeuw geleden stonden gebeurtenissen in en rond de toenmalige Eierhal centraal. In het nu volgende tweede deel zijn de locaties over het dorp verspreid. Alle cursieve teksten zijn ‐ indien niet anders vermeld ‐ ongecorrigeerde citaten uit gedigitaliseerde edities van ‘De Holevoet’.

Bij de voorbereiding had ik al een prachtige oude foto geselecteerd met een beeld uit de

Knopstraat (Nieuwstraat). Ik was verrast dat Wim van den Berg in het laatst verschenen blad van Oud‐Scherpenzeel aandacht schonk aan Jans Stekelenburg‐Batavier, de vrouw die in de meidagen van 1940 weigerde te evacueren en daardoor een arm verloor. Laten nu Jans en haar man Kees op ‘mijn’ foto voor de deur van hun woning staan, omringd door een twintigtal buurtkinderen! Op de deurpost staat ‘611’, hetgeen nu overeen zou komen met de nummers 26‐28, daar waar de Holevoetlaan aansluit op de Nieuwstraat.

De foto komt uit het bezit van mijn moeder Dina, dochter van rietdekker Jan Willem van Schaik. De pijl geeft aan waar zij staat. Zij is geboren in 1914; daarom dateer ik de foto midden jaren twintig van de vorige eeuw. Al deze kinderen én Jans en Kees hebben hier al weet van het familiedrama dat even verderop in de straat (nu nr. 50) in 1922 plaatsvond.

Familiedrama in de Knopstraat

Mijn moeder was 8 jaar oud toen zich haar straat een dramatische gebeurtenis voltrok. Zij vertelde ons eens dat een driftige vader zijn eigen zoon had doodgeslagen. Ik heb drie archieven benaderd, maar er kwam geen proces‐verbaal van het gebeuren boven water.

Hoe alles in zijn werk is gegaan valt niet exact te achterhalen, want zowel de regionale als de landelijke kranten gaven uiteenlopende details. Op de website van krantenarchief Delpher trof ik 18 variërende persberichten aan. Vást staat dat er genuanceerder over ‘doodslag’ moet worden geoordeeld dan in de volksmond werd gedaan. Hiervan getuigen de persberichten waarin staat: ‘De vader is radeloos‘ en ‘De wanhopige vader verstijfde van schrik‘.

Na het lezen en vergelijken van de diverse krantenberichten (zie hiernaast) kunnen we een voorstelling maken van wat er die noodlottige zaterdagmiddag 11 november is gebeurd.

Vermoedelijk                benaderde          de          plaatselijke         ‘De

De Holevoet

Holevoet’ de waarheid het dichtst: Vader Hendrik Valkenburg trok zijn ruziënde zoons Henk (9) en Jan (17) uit elkaar en gaf daarbij de oudste een stevige draai om de oren, waarna deze tollende tegen een muur viel, daarbij zijn nek brak en ter plaatse overleed.

In ieder geval strookt de toedracht niet met wat er

De Graafschapsbode mondeling is overgeleverd, in de uitgewerkte genealogie      van        de           geslachten          Valkenburg         is opgetekend en te vinden op de website van OudScherpenzeel, onder paragraaf IXe: ‘Jan Valkenburg (…) brak zijn nek. Dat gebeurde eigenlijk tijdens een ruzie tussen de drie broers. Hierbij werd Jan achterna gezeten door zijn broer die volgens

De Standaard overlevering uitgeroepen zou hebben : “Ik breek je nek”. Toen de broers naar buiten renden gleed Jan uit over het opgevroren ijs en brak zijn nek. Moeder V.d.Woerd was volgens het verhaal in het geheel niet ontdaan. Zij zei “Volgens mij is‐ie dood”, liep naar binnen, pakte een laken en legde dit over het lichaam van Jan heen, waarna zij er kennelijk Opregte Steenwijker Courant onbewogen gewoon overheen stapte‘.

Vader Hendrik, die in het hele dorp bekend stond als ‘De Stip’, onttrok zich na dit drama zoveel mogelijk aan de aandacht van zijn buurt‐ en dorpsgenoten en verbleef dag aan dag langdurig op zijn volkstuin achter Huis Lambalgen (de ‘Botterkamp’).

Valkenburg heeft een dramatisch leven gekend. Zijn eerste vrouw overleed na ruim een jaar huwelijk en twee zoontjes uit zijn tweede huwelijk overleden na resp. acht (1916) en drie maanden (1918). Zijn oudste zoon Nicolaas (Klaas de groenteboer) trouwde slechts twee weken na de begrafenis van Jan. De stabiele factor in het gezin was en bleef moeder

Hendrika, in de buurt bekend als ‘De Kapitein’.                Hendrik Valkenburg (1872‐1942)

Hendrika van der Woerd

(1877‐1959) in 1938

Bijna het hoekje om

De ‘Knopstraat‐kinderen’ op de foto op pagina 10 bezochten in grote meerderheid de openbare Holevoetschool, de Woudenbergse ‘gemeenteschool no. 2’, óók alle zes kinderen van mijn grootouders Van Schaik‐Inkenhaag. Mijn moeder ging daar van 1920‐1926 naar school, waarvan de volgende foto getuigt. Naar alle waarschijnlijkheid staat ook Henk, de negenjarige broer van Jan Valkenburg, op deze foto. Hij en mijn moeder scheelden in leeftijd slechts een half jaar met elkaar.

Rechts staat de hoofdonderwijzer, Hendrik van

Amerongen. Eén van de meesters slaat zijn arm om een meisjesschouder, hetgeen men tegenwoordig de onderwijzers ten zeerste ontraadt.

Een klein(er) deel van de kinderen uit de ‘Zelfkant’ ‐ veelal gereformeerd ‐ bezocht de School met den Bijbel aan de Glashorst. In tegenstelling tot de ‘openbaren’ moesten zij iedere schooldag weer een uitdagende oversteek wagen.

Zeker is wel dat de gevaarlijke bocht bij de Holevoet daarbij werd gemeden; zebrapaden en klaarovers waren nog onbekend. Voor onze begrippen viel de verkeersdrukte best mee, maar daar dacht men toen heel anders over. Er is een verkeerstelling bekend die op Hemelvaartsdag 1922 werd verricht door ‘de jongeheer G. ten B[roek?] aan de Stationsweg’. Deze knaap heeft van 6 tot 22 uur ‘nauwkeurig aanteekening gedaan van de voertuigen die doortrokken en is gekomen tot de volgende sommen. Rijwielen 2619, auto’s 221 [!], motorfietsen 168. Rijtuigen 42‘. Om de Scherpenzeelse gastvrijheid te tonen werd ‘Den duizendsten fietsrijder‐doortrekker (…) een versnapering aangeboden‘.

Op een gewone schooldag zal de verkeersdrukte (iets) minder geweest zijn. Dit neemt niet weg dat er grote zorgen waren over de verkeersveiligheid in ‘den scherpen hoek aan den Holevoet’. De plaatselijke krant maakte op 5 mei melding van het zoveelste ongeluk:

‘Een vrachtauto Letter GN 11815 bestuurder P.J. Bos te Haarlem (…) zag zich om den hoek met nog een auto en een wagen op den weg. Om een botsing te voorkomen, werd zoover uitgeweken dat ’t hek van de smederij aldaar er aan moest. Twee kinderen daar in veiligheid schijnbaar, ontkwamen maar net aan het gevaar van aanrijding. (…) Wel wijzen we er op, dat die plaats daar met zoo’n druk verkeer, vooral ook van die hatelijk‐monster‐vrachtauto’s (…) uiterst gevaarlijk is’. (…) Laat ieder daarom daar (…) meer dan voorzichtig zijn’. (…) Met waarschuwingsborden dient niet gewacht‘.

Dit ongeluk, waarbij twee kinderen de dans ontsprongen, leidde er toe dat al op 25 juli de probleemsituatie in de gemeenteraad aan de orde kwam. Hoofdpunt was een ingrijpende verruiming van de bocht, door afbraak van smederij Berendse en de precies op de hoek liggende hoefstal (travaille). ‘Een breede discussie ontspon zich over de bocht aan den Holevoet. (…) Dhr. Veenvliet [S.D.A.P.] gelooft dat aan dien hoek er vandaag of morgen een dood

Naar Woudenberg moest men na de bomen en de              gereden               wordt.   (…)         Dhr.           Veenvliet hoefstal bij hotel ‘De Holevoet’ haaks naar rechts

vraagt of ’t juist is dat dhr. Berendse f3000,‐ vraagt voor zijn pand, zoo ja, dan vindt spr. dit te veel. (…) dat is gekkenwerk. (…) Dhr. Blanken meent dat dhr. Berendse gebruik maakt van de gemeente. (Algemeen gelach). (…) Enfin, er komt spoed achter‘.

Gemeentespoed betekende dat al na zeven maanden besloten werd de bocht inderdaad ruimer te maken. Onze zuinige gemeente richtte zich tot allerlei instanties om financiële steun en zowaar, deze kwam van alle kanten:

Nnaaaarr  lSinckhse repne nnizeete dl omoorreisjdt emne dne b Aijc dhete srmsteradaetr iijn haaks          ‘door      de           Koninklijke          Nederl.

Automobielclub f750,‐, door de Koninklijke Nederl. Motorrijdersclub f200,‐ en door de Alg. Nederlandse Wielrijders Bond ook f200,‐. (…) Het Rijk wenscht f750,‐ bij te dragen‘. Na betaling aan smid Berendse van f2250,‐ hoefde de gemeente nog maar f350,‐ bij te passen. Begrijpelijk dat de gemeenteraad zonder hoofdelijke stemming met deze uitkomst akkoord ging. ‘De smederij wordt nu afgebroken, eenige boomen worden geveld en ook de hoefstal moet plaats maken voor een beteren verkeersweg’.

Het gehalveerde huis van smid Berendse, waardoor een ruimere bocht ontstond

Einde Scherpenzeelse schoolstrijd ‐ De kerk wikt, maar de ouder beschikt

In jaargang 32 nr. 4 schreef ik over de mislukte pogingen in 1920 om ‐ naast de bestaande School met den Bijbel aan de Glashorst ‐ een tweede, puur hervormde lagere school te stichten. De ouders van de openbare school, die veelal hervormd waren, bleven ondanks veelvuldig lobbyen in ruime meerderheid trouw aan de daaraan verbonden hervormde meesters Hendrik Barendregt, Melis Veldhuizen en Huibert Verkerk. Zonder welwillend meewerkende ouders was dit plan dus redelijk snel ter ziele gegaan.

O.L.S. 1919 met links de meesters Veldhuizen en Barendregt en rechts juffrouw De Jong

Maar nog geen twee jaar later, toen bekend werd dat schoolhoofd Barendregt met pensioen wilde gaan, zag het kerkbestuur nieuwe kansen en bedacht een alternatief plan: het omvormen van de bestaande O.L.S. van ‘openbaar’ naar ‘hervormd’: ‘Een desbetreffende vergadering werd Woensdag 11 Jan. gehouden. Hoewel we reeds (…) kennis daarvan droegen, wordt het verloop behoedzaam bedekt met den sluier der geheimhouding. (…) We zullen afwachten tot de plannen worden gepubliceerd. Zonder de ouders zal ’t toch niet gaan‘. Dat veel lang met een sluier bedekt bleef, bleek ook mij bij het navorsen van de notulen van de kerkvoogdij en de kerkenraad. Over het hele, bewogen jaar 1922 kwam ik geen enkel verslag hierover tegen, op één slotverslagje na dat ik aan het eind van dit hoofdstuk zal aanhalen.

Dat er toch zoveel bekend is over deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van ons dorp hebben we te danken aan de berichtgeving én de vele ingezonden stukken in ‘De Holevoet’. En niet in de laatste plaats aan meester Christoffel Middeldorp die complete jaargangen heeft bewaard, nog onwetend van het gemak waarmee alle kranten tegenwoordig digitaal te raadplegen zijn: ‘Voor‐ en tegenstanders maken zich thans op om den strijd te aanvaarden. (…) We hebben deze week onstuimige dagen gehad.

De tegen‐ en voorstanders van de “omtrekking‐plannen” der openbare school zijn aan het vergaderen geslagen. De contra’s riepen bij bekkenslag [dorpsomroeper] en strooibiljet alle belanghebbenden en ‐stellenden op ter vergadering‘ [op 21 januari].

De pro’s kwamen een dag later bijeen in het Evangelisatielokaal achter de hervormde kerk. Hier kondigde het kerkbestuur o.m. aan dat zij ds. Gijsbert van Wolfswinkel had uitgenodigd om op 7 februari in de kerk te komen spreken. Hiermee

dacht men een goede publicitaire stunt te kunnen uithalen, want Van Wolfswinkel was een geboren Scherpenzeler, opgegroeid tegenover het Hooge Huys aan de Dorpsstraat. Het daar rentenierende boerengezin had hun oudste kind en enige zoon de bijzondere gelegenheid geboden een universitaire theologische opleiding te volgen. Als oud‐leerling van de Openbare Lagere School aan de Dorpsstraat scheen hij een uitgelezen promotor van de omvorming van deze instelling. Op de bijeenkomst, die door niet meer dan vijftig belangstellenden werd bijgewoond, drukte ds. Van Wolfswinkel zich nog wat sterker uit dan het plaatselijke kerkbestuur: ‘liever nog, zo zou spreker willen de Christianisering van de Openbare Staatsschool‘.

Uit de talrijke ingezonden stukken over deze schoolstrijd kies ik er één: ‘Men zegt wel eens dat Scherpenzeel den uithoek is, waar altijd de klappen vallen. En dit schijnt wel waar te zijn. Immers wij ondervinden het dezer dagen weder zoo rijkelijk hoe de schoolstrijd hier zoovele gemoederen heeft verbitterd doch gelukkig (…) tot een goede oplossing schijnt te komen, zoodat de openb. School blijft, (…) daar het nu de wensch is van het grootste gedeelte der inwoners  om (…) het voetspoor van den hier zoo algemeen geachten heer Barendregt te drukken‘.

In de notulen van de kerkenraadsvergadering van 5 juli legt scriba Wulfert Lagerweij uiteindelijk de cruciale erkenning vast: ‘(…) ter sprake gebracht de oprichting eener herv. School, uitgaande van de Kerk. De president [ds. Johannes Harthoorn] deelt tot zijn leedwezen mede dat deze plannen gekomen zijn op het doode punt. Zal er nog sprake kunnen zijn v.d.

oprichting eener herv. Chr. School dan zal ze uit moeten gaan van ouders

ds. Harthoorn die dat beslist wenschen‘.

Betere berichten

Na het lezen van al het voorgaande kan de vraag opkomen of er in 1922 ook opwékkende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Dat is zeker wel het geval, zoals ik in het vorige nummer over de vele activiteiten in de Eierhal vertelde. Maar bij de media sneeuwt ‐ zowel toen als nu ‐ het goede nieuws nogal eens onder.

Een goed bericht is dat men op 28 november in de Sociëteit bijeenkwam, ter voorbereiding op het vieren van het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, op 6 september 1923. Er werd die avond een comité gekozen, bestaande uit negen dorpsnotabelen, ‘natuurlijk’ allen mannen. Ds. Harthoorn was ook aanwezig en sprak de hoop uit dat hij zich ‘als Dienaar des Woords niet te behoeven te schamen voor de straks te houden feesten, die zoo gehoóren gehóuden te worden dat ze onze Vorstinne eeren‘. Vrij vertaald: Scherpenzeelse feestelijkheden mogen niet tot uitspattingen en onzedelijkheden leiden, zoals in verdorven steden nog wel eens het geval kan zijn.

In die geest bereidde men een eerzaam feestprogramma voor, waarmee ‘we besparen het nietszeggend (…) rumoerigmakend, allernaarste “gehos”‘.

Het valt op dat in dit comité vrouwen ontbraken, terwijl er toch ter ere van een vrouwelijk staatshoofd feest zou worden gevierd.

Daarom is het goed om te eindigen met een zeldzame activiteit, waarbij de strikte scheiding tussen mannen‐ en vrouwenverbanden werd doorbroken en dan nog wel in kerkelijke kring! Op onderstaande foto poseert een gemengde groep met leden van een jongelings‐ en een meisjesvereniging. Zij voerden een toneelbewerking op van het toenmaals veel gelezen boek van John Bunyan, ‘Een Christenreis naar de Eeuwigheid’. Voor het houden van een rede over dit oude boek (1683) van de ‘Ketellapper‐Prediker’ kwam bovendien ds. D. Hoek uit Enkhuizen op 8 november naar Scherpenzeel. Dit als tegenprestatie voor zijn kosteloze zomervakantie in de pastorie van de Gereformeerde kerk.

Ik neem nu afscheid van het jaar 1922 door het opnemen van een curieuze advertentie van de dat jaar scheidende gemeentesecretaris, Johannes Fijting van Walsem. Hij plaatste dit bericht, na jarenlang in een eenvoudige plattelandsgemeente te hebben gewerkt! Ik zal eerlijk bekennen dat ik heb moeten opzoeken wat hij de Scherpenzelers wilde meedelen: p.p.c. is een afkorting van het Franse ‘Pour prendre congé’, hetgeen betekent ‘Om afscheid te nemen’.

OUD EN NIEUW

Kwekerij Stuivenberg

Henk van der Hoeff

Kwekerij Stuivenberg heeft na tientallen jaren het veld geruimd voor nieuwbouwwoningen.

Het familiebedrijf gevestigd aan de Nieuwstraat/Vierzinnen zag geen toekomst meer en verkocht het gehele terrein. Inmiddels is er een woningbouw project gerealiseerd.

De foto’s zijn genomen vanaf de Nieuwstraat ter hoogte van de Aula. De eerste foto is van omstreeks 1980 en daarop is ook nog de Heijhorst te zien. 

SCHERPENZEELSE BOERDERIJEN EN HUN BEWONERS

Het Goor of Oud en Nieuw Siberiën.

Henk van Woudenberg / Wim van den Berg

Wie noemt zijn huis nou Siberiën? Het is de vraag of de bewoners daar zelf op zijn gekomen. Er zijn meer huizen in Scherpenzeel met exotische namen: Batavia, Oost‐Indië, De Kaap, allen aan het eind van Glashorst en Lombok aan het Oosteinde. Ze hebben één ding gemeen: ze liggen in de beleving van de dorpsbewoners allemaal ver van het dorp. Siberië wel het verst: in het uiterste noordwesten van het grondgebied van Scherpenzeel. De twee huizen, Oud en Nieuw Siberiën liggen vanouds op grond van de boerderij Groot Dashorst aan de Dashorsterweg 12 (Oud Siberiën) en Dashorsterweg 10 (Nieuw Siberiën).

De boerderij Groot Dashorst ligt aan het eind van de Dashorsterweg en ligt grotendeels onder Woudenberg. Een grote boerderij. Er lag ca. 38 hectare grond onder Woudenberg en ca. 8 ½ hectare onder Scherpenzeel. Dat laatste stuk heet Het Goor en ligt ten noordoosten van het huidige kruispunt Kolschoterdijk – Dashorsterweg.1  

Thijs, Jan en Jorden Voskuilen kopen de boerderij in 1816 van hun moeder. Zij zijn de laatste drie nog thuis wonende kinderen van de vijftien. Zij geven twee stukjes heide uit in erfpacht om daarop een huizen te bouwen.

Oud Siberiën

Hun broer Peter Voskuilen trouwt in 1815 met Hendrikje van

Walderveen. Peter huurt ruim een halve hectare land op erfpacht van zijn broers voor 4 gl. per jaar. Hij bouwt er een eenvoudige woning op. Na eerst enkele jaren in Amersfoort gewoond te hebben, komen zij in 1821 in hun nieuw gebouwd huisje wonen. Peter en Hendrikje krijgen acht kinderen.

Het is geen vetpot. Peter verdient

Oud Siberiën met Hendrika ter Maaten, ca 1938 de kost als arbeider, daggelder en

spinner. In 1830 moet hij 100 gl. lenen van Aalbert Voskuilen om het hoofd boven water te houden2 . In 1861, Peter is dan al 12 jaar geleden overleden, wordt de boedel gescheiden. Er is 104 gl. aan huisraad en het huis is 360 gl. waard. Het wordt overgenomen door zijn zoon Cornelis Voskuilen. Voor het eerst wordt de naam Oud Siberiën gebruikt. Het huis wordt omschreven als een daggelderswoning, B nr. 24, genaamd Oud Siberiën, erf, tuin en land te Scherpenzeel, sectie A 4,6,7, groot 62 roeden en 5 ellen, belast met een erfpacht van 4 gl. t.b.v. Peter ter Maaten (nu de eigenaar van Groot Dashorst). Cornelis Voskuilen was al eigenaar van Nieuw Siberiën, dat hij in 1855 had gekocht. Nu heeft hij dus beide woningen in bezit.

Cornelis gaat zelf op Nieuw Siberiën wonen en zijn zuster Gerritje en broer Peter blijven in dit huis3 .

Gerritje Voskuilen trouwt met Geurt Middelaar uit Hoogland. Zij krijgen geen kinderen en wonen in bij broer/zwager Peter Voskuilen. Die trouwt met de Leusdense Engelina van Bekkum. Dit echtpaar krijgt zeven kinderen, maar vier van hen overlijden jong. Toch, twee gezinnen in een huis met één kamer, het zal niet ideaal zijn geweest. In 1877 kan Peter het huis voor 1000 gulden kopen van zijn broer Cornelis4 . Met recht van overpad voor Cornelis Voskuilen vanaf zijn huis naar de ‘Scherpenzeelschen Zandweg’ (ook Tabakssteeg genoemd, nu Dashorsterweg). Peter heeft daar geen geld voor en moet het bedrag lenen van zijn buurman Lubbert Wolfswinkel op Klein Kolfschoten. Na overlijden van Geurt (1871), Gerritje (1880) en Peter

(1897) blijft Engelina alleen over. Als ook zij in 1903 overlijdt, vertrekken de kinderen naar Stoutenburg. Wanneer dat is geweest, is onduidelijk. In het woningonderzoek uit 1908 staat dat alleen zoon Hermanus Voskuilen er met zijn vrouw en baby’tje woont. Ook hier is er maar één vertrek van 17 m² groot. Er is één slaapplaats, de baby ligt in de wieg. Ook hier is er nergens een wc. Hoe zou dat in de praktijk gewerkt hebben? Een plank boven de sloot? In het achterhuis worden drie varkens gehouden. Het dak is half riet en half pannen. Het huis is in goede staat. Er zijn geen gebreken. Het lijkt erop dat Oud Siberiën er beter aan toe is dan Nieuw Siberiën. Het gezin van Hermanus gaat in 1911 in Stoutenburg wonen.

Rond 1913 wonen Aart van

Veldhuizen en zijn echtgenote Aartje van Veldhuizen‐van Donkelaar op Oud Siberiën. Het echtpaar is met zes kinderen verhuisd vanuit Woudenberg naar Scherpenzeel. Dochter Geertje trouwt in 1926 met metselaar Teunis du Pree. Zij gaan op Nieuw Siberiën wonen waar hun vier kinderen worden geboren. Zoon Jan trouwt in 1934 met Gerritje van de Zandschulp, die boerenmeid is op Groot Dashorst bij boer Boven vlnr: Teunis du Pree, Geertje van Veldhuizen, Gerritje

Roel van Ee. Ze gaan op het     vAannto Vne Kldohuudiizjes,n H, Peeintrtjoen veallna  Vvaelnd hVueilzdehnu iezne nD, iJrakn v avann V Veledldhhuuizieznen. ,

Oosteinde wonen, in 1937 Onder: Aart van Veldhuizen en Aartje van Veldhuizen‐van verhuizen ze naar de Donkelaar.

Marktstraat. Jan is meer dan vijftig jaar in dienst geweest bij de familie Royaards. Twee dagen voor zijn pensioen overlijdt hij. Gerritje van Veldhuizen, zuster van Geertje, is in 1913 in Scherpenzeel geboren. Ze trouwt later met Reijer van Westeneng, boerenknecht bij Wout de Vries op Kouwenhoven. Zij wonen van 1936‐1938 op Nieuw Siberiën. Dirk van Velthuizen, zoon van Aart en Aartje van Veldhuizen, trouwt in 1931 met Cilia van Ravenhorst. Hij woont dan nog bij zijn ouders op Oud Siberiën. Bij registratie voor militaire dienst schrijft een ambtenaar Van Velthuizen met een t. Dirk heeft het maar zo gelaten. Twee dagen na de geboorte van hun zoon Melis in 1937 overlijdt Cilia. Melis woont daarna een half jaar bij zijn opa en oma op Oud Siberiën. Later trouwt Dirk met zijn schoonzus Woutertje van Ravenhorst, zuster van Cilia.

Johan ter Maaten en Hendrika ter Maaten‐van de Pol

Johan ter Maaten wordt in 1910 op boerderij Klein Dashorst geboren als zoon van Pieter ter Maaten en Maatje ter Maaten‐van Ginkel. Zijn vader overlijdt op 33‐jarige leeftijd als Johan pas 2 jaar is. Zijn moeder hertrouwt in 1916 met Dirk Moesbergen. Samen krijgen zij een zoon: Geurt Moesbergen. Hij wordt in 1921 geboren en zal later als landbouwer op Oud Siberiën gaan wonen. Johan en Geurt zijn halfbroers en verschillen elf jaar in leeftijd. Thuis helpen ze beiden op de boerderij van hun ouders. Johan trouwt in 1937 met de 24‐jarige Hendrika van de Pol uit Stoutenburg. Ze gaan op Oud Siberiën wonen. Van zijn ouders krijgt Johan als dank voor het werk dat hij thuis heeft verricht 2 koeien, zodat hij kan beginnen met boeren. Zelf koopt hij een paar varkens en kippen. Johan werkt daarnaast o.a. een jaar bij zijn oom Herman van Ginkel op boerderij

Oud Willaer. Als Johan, Hendrika en hun bijna éénjarige dochter Dirk Moesbergen en Maatje in 1940 moeten evacueren naar Winkel, strooit Johan voor Maatje Moesbergen‐van het vertrek een zak voer in het kippenhok. Ginkel

Johan en Hendrika ter Maaten  Johan ter Maaten en Geurt Moesbergen (op paard)

Bij terugkomst enkele weken later zijn de kippen nog in leven en liggen er talloze eieren verspreid in het hok. Tijdens de oorlog zit Henk van Velzen uit Scherpenzeel op Oud Siberiën ondergedoken. Zo voorkomt hij tewerkstelling in Duitsland. Voor hem is boven een verstopplek gemaakt waar hij zich in geval van nood kan verbergen. Dat de woning in slechte staat verkeert blijkt wel uit het feit dat bij een stormachtige wind de elektriciteitskabel die aan de gevel is bevestigd loswaait en een deel van de gevel meeneemt, zodat Henk van Velzen zich een ongeluk schrikt. In de oorlog wordt dochter Aartje in 1944 geboren, nadat in 1942 een zoontje levenloos ter wereld kwam. In de kleine boerderij zijn in de oorlogsjaren tijdelijk enkele Duitsers ingekwartierd. Job Mannie uit Zeeland komt in 1944 tijdens de Slag om de Schelde als evacué op Oud Siberiën wonen. Na de oorlog krijgen Johan en Hendrika nog twee zoons die ook allebei op Oud Siberiën zijn geboren: Pieter in 1945 en Teunis in 1947. De vier kinderen slapen boven in twee kleine slaapkamers, hun ouders beneden. Vlakbij Oud Siberiën is enkele jaren na de oorlog met toestemming van freule Van Citters een noodwoning gebouwd op de hoek van de Kolfschoterdijk en de Dashorsterweg.

In 1950 verhuist het gezin van Johan ter Maaten naar Klein Dashorst als Johans stiefvader, zijn moeder en ongetrouwde zus Jansje naar de noodwoning vertrekken. Het is maar een klein stukje lopen van Oud Siberiën naar Klein Dashorst. Iedereen helpt mee tijdens de verhuizing. De zesjarige Aartje draagt de kolenkit en haar 2 ½ jaar jongere broertje Teunis sjouwt een koperen ketel over de onverharde

Dashorsterweg.           De          rest        van        de

Noodwoning huisraad wordt met paard en wagen verhuisd. Op hun beurt verlaten Geurt Moesbergen, zijn echtgenote en hun pasgeboren dochter Maatje de noodwoning waar ze sinds 1948 wonen om te verhuizen naar Oud Siberiën. In 1954 wordt de jongste dochter Hannie op Klein Dashorst geboren. De noodwoning wordt, zoals door de freule is bepaald, na het overlijden van Dirk Moesbergen, zijn echtgenote Maatje en haar dochter Jansje, afgebroken. Ze overlijden alle drie kort na elkaar in 1954/1955. Johan ter Maaten is in 1988 overleden, zijn vrouw Hendrika in 2001.

Geurt Cornelis Moesbergen en Dirkje Moesbergen – de Groot

Geurt Moesbergen is in 1921 geboren als zoon van Dirk

Moesbergen en Maatje Moesbergen – van Ginkel. Geurt Moesbergen is zoals eerder vermeld een halfbroer van Johan ter Maaten. Hij trouwt in 1948 met Dirkje de Groot uit Capelle a/d IJssel. Zij is ook in 1921 geboren. Na hun huwelijk gaan ze eerst in de noodwoning op de hoek van de Kolfschoterdijk en de Dashorsterweg wonen. Daar wordt dochter Maatje in 1949 geboren. Korte tijd later verhuizen ze naar Oud Siberiën als Johan ter Maaten naar Klein Dashorst verhuist. Veel grond is nog     onontgonnen     en          moet bewerkt    worden tot landbouwgrond.          Op          Oud

Siberiën wordt zoon Aart in     Geurt Moesbergen

1952 geboren. Geurt heeft wat kippen, een stuk of zes melkkoeien en varkens. De koeien staan de eerste jaren op de deel waar niet meer ruimte is dan voor ongeveer zes koeien en een paard. De inkomsten van het vee dat Geurt houdt zijn niet toereikend om een gezin te onderhouden. Bij boeren in de buurt doet Geurt loonwerk, terwijl moeder Dirkje thuis het vee verzorgt. De boerderij is klein. In het voorhuis is een kleine keuken, een woonkamer en een ouderslaapkamer. Maatje en Aart slapen samen boven. ’s Winters vriest het binnen net zo hard als buiten. De strodokken tussen de pannen zijn grotendeels

Dirkje Moesbergen met Maatje verdwenen door de jaren heen en er is geen dakbeschot.

en Aart

In 1962 bouwt Bouwbedrijf Osnabrugge een veeschuur waarin 10 tot 12 koeien worden ondergebracht. Boven de koeien is een hooitas. In hetzelfde jaar wordt de boerderij verbouwd. De deel wordt bij het woongedeelte getrokken en daar is vanaf dat moment de slaapkamer van Aart. In de voorgevel wordt de buitendeur vervangen door een groot raam. Samen met zijn vader boert Aart na zijn schooltijd op Oud Siberiën. Ze bouwen twee grote kippenhokken waarvan er één op naam van Geurt staat en de andere van Aart is. Daarin houden ze 44.000 kippen. In een nieuwe varkensschuur verblijven 1500 varkens. In 1978 verhuizen Geurt en Dirkje naar de Frans Halslaan in Scherpenzeel en later naar de Wilgenhof waar ze beiden in 1999 overlijden.

Aart Moesbergen en Henja

Moesbergen – Sterk

Zoon Aart Moesbergen trouwt in 1978 met Henja Sterk die is geboren en opgegroeid in Scherpenzeel. Samen gaan ze op Oud Siberiën wonen als Aarts ouders naar het dorp zijn verhuisd. In 1982 wordt zoon Gerben daar geboren. De investering die gedaan moet worden om de schuur van vader Geurt over te nemen is heel hoog. Daarom besluiten Aart en Henja in 1983 om Oud Siberiën te verlaten en te verhuizen naar de

Vermeerlaan in Scherpenzeel. Daar komt

Henja en Aart Moesbergen,       Gerben Moesbergen         dochter Marjon in 1986 ter wereld.

1978

Wil en Ria Eggenkamp

In 1984 komen er nieuwe bewoners op Oud Siberiën. Het zijn Wil en Ria Eggenkamp uit Achterveld met hun twee kinderen Paul en Esther. Wil is daar in 1942 geboren en Ria een jaar eerder in Amersfoort. Ria en Wil huren eerst een woning in Achterveld. Na acht jaar kopen ze een boerderijtje van Peter van Voskuilen, ook in Achterveld. Peter woont in bij Ria en Wil. Toeval of niet, maar als Wil aan Peter laat weten dat hij Oud Siberiën heeft gekocht, vertelt Peter dat hij daar is geboren en ongeveer 3 jaar heeft gewoond. De kinderen van Ria en Wil Eggenkamp zijn

13 en 14 jaar oud als ze naar de Dashorsterweg verhuizen. Wil heeft voorheen als verwarmingsmonteur bij Wolter en Dros in Amersfoort gewerkt. Zijn droom is om boer te worden. Dat kan op Oud Siberiën. De vorige eigenaar heeft daar kippen en varkens gehouden. Oud Siberiën ligt op ongeveer 12.000 m2 grond. De woning is in slechte staat. Een sloopvergunning wordt echter niet afgegeven. Daarom breekt Eggenkamp de boerderij bijna tot de grond toe af en bouwt hij met behoud van een enkele muur samen met zijn broer die aannemer is een nieuwe woning op de fundamenten van het oude huis. De spouw wordt geïsoleerd.

Wil en Ria Eggenkamp

De familie Eggenkamp blijft in Achterveld wonen totdat de verbouwing, die een aantal maanden duurt, klaar is. De kinderen gaan in Barneveld en Nijkerk naar het voortgezet onderwijs. De schuren op het erf zijn pas enkele jaren oud en tachtig meter lang. Daarin huist Wil Eggenkamp 36.000 kippen in twee hokken en 1800 mestvarkens in twee varkensschuren. Buiten lopen een paar schapen. Daarnaast zijn er nog een wagenloods en een kleine schuur. Wil Eggenkamp heeft geen ervaring als boer, maar is al op jonge leeftijd vaak op een Paul Eggenkamp Esther Eggenkamp boerderij te vinden waar hij het vak een beetje leert in de praktijk. Het agrarisch bedrijf op Oud Siberiën runt Wil Eggenkamp met zijn echtgenote en een vaste hulp. In 2002 komt er een verbod op het houden van kippen in legbatterijen. Wil Eggenkamp stopt met het vetmesten van varkens. Er moeten kippenhokken volgens de nieuwe regelgeving worden gebouwd. Daarvoor is een nieuwe milieuvergunning vereist. De plannen zijn om twee hokken af te breken en daarvoor in de plaats een nieuw kippenhok van 120x26x8 m te bouwen. Helaas wordt er geen vergunning afgegeven. De juridische strijd rond die vergunning duurt 3 ½ jaar. Al die tijd zijn er geen inkomsten. De oude hokken zijn gesloopt en de fundering voor de nieuwe stal is al gestort. Het is met name milieuactivist Volkert van der Graaf (de latere moordenaar van Pim Fortuyn) die met succes bezwaar aantekent tegen de vergunningsaanvraag. Het leidt er uiteindelijk toe dat familie Eggenkamp o.a. vanwege hoge proceskosten de strijd moet staken en besluit te stoppen met boeren in 2002. Ze verhuizen naar een woning in de dorpskern van Scherpenzeel. Oud Siberiën wordt in twee delen van 6000m2 verkocht. In de bestaande woning gaan Hans en Dominique van de Wall in 2004 met hun gezin wonen. Op het andere gedeelte bouwt familie Clemens een nieuw huis.

Hans en Dominique van de Wall – Lehmann

Hans van de Wall komt als zesjarig jongetje in 1958 met zijn ouders naar Amersfoort waar hij zijn jeugd doorbrengt. Zijn jongensdroom is piloot worden, maar voordat hij daartoe een opleiding volgt, studeert hij eerst geneeskunde. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en Hans vertrekt in 1977 naar Amerika om daar met succes een vliegopleiding te volgen. Vervolgens gaat hij in 1980 naar Engeland waar hij aan de Oxford Air

Oud Siberiën, 1984 Training School zich verder specialiseert en diploma’s haalt om internationaal over de gehele wereld te mogen vliegen. Daar ontmoet hij zijn latere echtgenote Dominique Lehmann die in Oxford Engels studeert. Dominique komt uit

Versoix dat in het Franstalige gedeelte van

Zwitserland ligt. Samen vertrekken Hans en Dominique naar Zwitserland waar Hans als piloot een privéjet gaat vliegen en Dominique voor een groot Amerikaans bedrijf gaat werken. Daar wordt in 1984 dochter Carolyn geboren en in 1985 zoon Bryan. In 1986 verhuizen Hans en Dominique naar

Nederland en is Hans piloot bij de KLM. Later

wordt hij gezagvoerder op o.a. een Boeing 777. Dochter Jane wordt in 1992 in Leusden, waar het gezin woont, geboren. Vanwege de drukke en onregelmatige baan van Hans, werkt Dominique thuis en zorgt ze voor de kinderen.

Als Dominique en Hans in 2003 op een van hun fietstochten over de Dashorsterweg in Scherpenzeel fietsen, valt hun oog op Oud Siberiën. Ze vallen in eerste instantie niet op de woning, maar het is vooral het fraaie landschap, met afwisselend bossen en weilanden, ver van alle grote wegen en zonder straatverlichting, dat hen aanspreekt. Bovendien zijn ze zeer gecharmeerd van de rust die daar heerst. Oud Siberiën staat al lang te koop en is onbewoond. Maar dat duurt niet lang meer, want Dominique en Hans kopen de leegstaande woning die op 6000m2 grond staat. Vrienden en familie adviseren Hans en Dominique de woning zo snel mogelijk weer te verkopen. Ze zien geen gat in al het werk dat familie Van de Wall te wachten staat. Hans en Dominique laten zich echter niet van de wijs brengen. Op 4 april 2004 verhuizen ze naar Scherpenzeel. De kinderen zijn in eerste instantie niet erg enthousiast, want ze laten een schitterend, comfortabel huis achter zich en moeten genoegen nemen met een voorlopig totaal gestript huis. Later zijn ze maar wat blij met de verhuizing naar Oud Siberiën, maar dat is pas het geval als het huis een metamorfose heeft ondergaan. Hans en Dominique gaan met hulp van een bevriende, creatieve en handige antiquair aan de slag. Aanvankelijk laten ze de buitenkant van Oud Siberiën ongemoeid, maar van binnen wordt het hele huis gestript. De eerste maanden is er geen verwarming, geen warm water en is het behelpen op Oud Siberiën. De functionele, maar eenvoudige woning krijgt een landelijke en naar hun smaak gezellige uitstraling waarbij ze met hergebruik van materialen van een oude schuur het pand het karakter geven dat bij het huis past. Een houten vloer, brede vensterbanken, een origineel balkenplafond, een fraaie, open houten trap naar de bovenverdieping en een ouderwetse handgemaakte schouw in de keuken met bijpassende keukenkastjes worden gerealiseerd.

De oude schuur waar voorheen eieren zijn gesorteerd, wordt verkleind naar vijftig vierkante meter en voorzien van een dakkapel. Zoals dat vroeger gebruikelijk was, wordt een katrol waarmee goederen naar de zolder kunnen worden gehesen in de dakkapel bevestigd. In 2017 is het pannendak vervangen door een rieten kap.

Een   belangrijke          reden    om         naar       de

Dashorsterweg te verhuizen is de bijbehorende grond waar Hans en Dominique eigenhandig een schitterende tuin aanleggen.  Met hart en ziel zetten ze zich in om er een prachtig geheel van te maken. De laaggelegen tuin wordt met talloze vrachtwagens grond op diverse plaatsen opgehoogd. Honderden meters aan beukenhagen worden geplant. Er is een moestuin en een groot deel van het perceel hebben ze laten verwilderen en verarmen, zodat daar een kleurrijke schakering van planten ongestoord kan groeien en bloeien. Een ware oase voor vlinders en bijen. Daarnaast zijn diverse fruitbomen, lindes en esdoorns gepoot. Her en der staan hortensia’s en aan de randen van de tuin rododendrons. Achteraf zijn Hans en Dominique nog steeds verbaasd, evenals hun vrienden, wat voor bijzonder paradijs het geworden is en niet alleen voor hen maar ook voor de vele vogels en insecten. De aangelegde heggen, bomen en stuiken bieden mooie broedplekken waardoor het aantal vogels enorm is toegenomen. Inmiddels vliegen ook overal uilen rond.

Als native speaker neemt Dominique examens Frans af op een middelbare school en werkt ze jarenlang bij de Alliance Française. Ook geeft ze thuis privélessen Frans. Vorige jaar is Dominique een petitie gestart om de plaatsing van windmolens in het noordelijk buitengebied van Scherpenzeel tegen te gaan. Hans heeft na zijn pensionering in 2009 vier jaar als oudcommando gewerkt aan een boek over de ‘Historie en opleiding van Nederlandse Commando’s’. Samen met oud‐commando Rien Stegman heeft hij dit 424 pagina’s tellende boek in 2014 uitgebracht (boekcommando.nl). Het geldt nu als het standaardwerk voor iedere commando.

Het Goor, later Nieuw Siberiën

Tussen 1821 en 1825 komt ook Klaas Heijkamp, een arbeider die bij Klein Moorst woonde, bij de gebroeders Van Voskuilen om een lapje grond. Zij vinden het prima en tegen betaling van een erfpacht van 4 gl. per jaar mag Klaas een huisje in Het Goor bouwen.

Goor betekent laag gelegen, moerassig land. Er zit ruim een ½ hecare grond bij, toen nog heiveld. Met zijn vrouw Neeltje Kuus en hun drie kinderen gaan zij op Het Goor wonen. Daar worden nog vijf kinderen geboren. In 1850 leent Klaas 200 gl. van zijn zoon Hendricus Heijkamp, arbeider in Scherpenzeel. Onderpand: het door hem bewoonde daggeldershuis nr. 158, genaamd Het Goor, schuurtje, erf, werf en bouwland onder Scherpenzeel5 . Waarschijnlijk heeft hij het geld nodig om de ziektekosten van zijn vrouw te betalen. Zij is behoorlijk ziek en laat voor de zekerheid haar testament maken6 . Erfgenaam is haar man Klaas. Onderaan staat: “Gedaan ten huize van Neeltje in de keuken aan het ziekbed”. Dat het bed in de keuken staat is niet zo vreemd, want het woonhuis heeft maar één vertrek. Dertien dagen later overlijdt Neeltje Kuus, 59 jaar oud. Klaas en de nog thuiswonende kinderen blijven nog vijf jaar. In 1855 verkopen zij het huis voor 560 gl. aan buurman Cornelis Voskuilen die op Oud Siberiën woont. Cornelis verhuist van Oud naar Nieuw Siberiën. Dit kan de reden zijn voor de naamgeving. De huizen waren even oud, maar voor Cornelis was dit een nieuwe woning. De naam Het Goor wordt niet meer gebruikt, voortaan is het Nieuw Siberiën. In 1865 trouwt hij met Aartje van der Velde uit Hoogland. Ook hier een groot gezin. Acht van hun tien kinderen overleven het eerste levensjaar. Als dagloner heeft Cornelis een klein en onzeker inkomen. Hij moet regelmatig geld lenen, steeds van Nathan Mozes, vleeshouwer in Scherpenzeel. Het loopt op tot 900 gl.7  In 1877 moet hij noodgedwongen Oud Siberiën verkopen. Het blijft gelukkig in de familie. Zijn broer Peter, die er woont, koopt het.

Drie jaar na de geboorte van haar jongste kind overlijdt Aartje van der Velde. Cornelis moet zelf de acht kinderen opvoeden. Dat lukt zo goed en zo kwaad als het gaat en één voor één verlaten ze het huis. Behalve Geurtje Voskuilen, die blijft voor haar vader zorgen. Bij het woningonderzoek in 1908 is Cornelis 84 jaar en zijn dochter 34 jaar. Het huis bestaat uit één vertrek van 16 m² oppervlakte. Er zijn twee slaapplaatsen. Er is geen wc, binnen niet en buiten ook niet. In het achterhuis staan twee geiten en drie varkens. De muren zijn slecht en het is gevaarlijk om over de zolder te lopen. Het pannendak lekt en er moeten nieuwe windveren en dekstukken op komen. Verder zijn er geen bijgebouwen. Een eenvoudig, donker en gebrekkig onderkomen.

Cornelis overlijdt in 1912 en Geurtje blijft alleen over totdat zij op 48‐jarige leeftijd in 1921 alsnog trouwt met een weduwnaar en bij hem in Amersfoort gaat wonen.

De nieuwe bewoners heten Hermanus Rijnders en Mietje van der Span. Hermanus is koopman/ veehandelaar. Het pasgetrouwde stel komt in 1922 uit Barneveld op Nieuw Siberiën wonen. Er is verder weinig over hen bekend. Zij zijn net als al hun voorgangers roomskatholiek. Daardoor zullen zij georiënteerd zijn en blijven op katholieke dorpen. Zij verhuizen 1925 naar Stoutenburg.

In 1926 trouwt de Scherpenzeelse metselaar Teunis du Pree Geertje van Veldhuizen. Zij worden de nieuwe bewoners en hun vier kinderen worden op Nieuw Siberiën geboren. In 1936 wordt hun plaats ingenomen door Reijer van Westerneng en Gerritje van Veldhuizen. Zij blijven er maar één of twee jaar wonen. In 1938 komen de pasgetrouwde Jan de Geit en Jannetje van de Kraats uit Barneveld naar dit huis. Ook niet voor lang. In 1949 emigreren zij met hun vijf kinderen naar Canada.

Jacob Wassink en Hendrika Everdina van Veldhuizen.

In 1950 komen Job Wassink en zijn echtgenote Heintje Wassink – van Veldhuizen naar Nieuw Siberiën. Job komt uit Putten waar hij in 1908 is geboren en Heintje uit Ederveen. Daar is zij in 1914 ter wereld gekomen. Ze leren elkaar kennen in De Bilt waar ze beiden werken bij twee naast elkaar gelegen boerderijen. Op 11 maart 1938 trouwen Job en Heintje en gaan ze in Scherpenzeel aan de Krommehoek (Marktstraat) wonen. Daar wordt zoon Hendrik in 1938 geboren. Twee jaar later ziet dochter Jansje daar het levenslicht. Ook zoon Wim en dochter Hennie worden respectievelijk in 1943 en 1946 aan de Krommehoek geboren. Als Job in 1950 de eigenaar van Nieuw Siberiën op de markt ontmoet, biedt deze hem aan Nieuw Siberiën te huren.             Dat         is            niet        tegen dovemansoren      gezegd. Samen met de 10‐jarige Jansje gaat Job daar eens kijken en niet veel later verhuist het gezin in 1950 naar

Nieuw             Siberiën               aan        de

Dashorsterweg. In dat jaar wordt Corry geboren. Het huis is oud en niet groot. Er is geen vaste trap naar        de          bovenverdieping.             De kinderen slapen boven. Vanuit de achterkamer is een deur naar de heerd en boven de kelderzolder is         een        opkamer.           Van        het varkenshok op de deel maakt Job

Boven vlnr: Jansje, Wim, Henk, Hennie;  onder Corry, Jacob,             later een slaapkamer. De woning

Gerrit, Heintje, Bert Wassink, 1963 is met pannen gedekt. Het gezin is compleet als Gerrit en Bert in 1953 en 1955 als zesde en zevende kind worden geboren. Job houdt wat vee op Nieuw Siberiën, maar daar kan hij zijn gezin niet van onderhouden. Job melkt twee koeien en heeft wat jongvee en een paar varkens. Voor Nieuw Siberiën staat een kippenhok. Zijn inkomen haalt Job vooral uit werk buitenshuis. Hij verdient de kost bij o.a. de kuikenbroederij van Jan Blanken en bij Baars aan de Stationsweg waar ze slotjes voor handtassen maken. Job en Heintje kopen na verloop van tijd Nieuw Siberiën. Het leven van Heintje speelt zich vooral thuis af waar ze voor haar gezin zorgt. Wanneer Heintjes vader komt te overlijden, trekt haar moeder bij haar dochter en schoonzoon op Nieuw Siberiën in. Job verbouwt het huis, zodat zijn schoonmoeder bij hen kan inwonen. Ze blijft zeven jaar op Nieuw Siberiën waarna ze naar De Wilgenhof verhuist. Zondags gaan Job en Heintje met hun gezin naar de Grote Kerk in Scherpenzeel. De kinderen gaan naar lagere school De Glashorst. Ze vliegen uit zodra ze getrouwd zijn, maar Wim blijft vrijgezel en op Nieuw Siberiën wonen. Als zijn vader Job in 1979 op 70‐jarige leeftijd overlijdt, blijft Wim met zijn moeder, voor wie hij met veel toewijding zorgt, achter op de boerderij.

Nieuw Siberiën, 1962

Nieuw Siberiën

Jannetje van Veldhuizen             Wim Wassink

Jeroen en Hermanda Verheijen ‐ Leusink

Sinds 2019 wonen Jeroen en Hermanda Verheijen op Nieuw Siberiën. Zij hebben hun nieuwgebouwde villa ‘de Das’ genoemd. Jeroen is opgegroeid in Arnhem. Na zijn  studie aan de Landbouw

Universiteit Wageningen en de TU Twente heeft Jeroen ervaring opgedaan bij AkzoNobel in het bouwen van fabrieken en het ontwikkelen en automatiseren van processen. Later begint hij zijn eigen management consulting bedrijf in Oosterbeek dat uitgroeit tot de ARV Group BV. Jeroen is getrouwd met Hermanda Leusink. Zij groeit op in Veenendaal. Haar ouders hebben daar lange tijd een brood en banketzaak. Later verhuist het gezin naar het buitengebied in De Klomp. Tot enkele jaren geleden heeft Hermanda als leidinggevende in het Utrechts Medisch Centrum (UMC) gewerkt. Voordat Jeroen en Hermanda naar Scherpenzeel zijn verhuisd, woonden zij in Doorn. Een prachtige en bosrijke streek, maar zonder fraaie vergezichten. En dat is nu juist waar het echtpaar naar verlangt.

Daarvoor heeft Wim Nieuw Siberiën al van zijn ouders gekocht. Op het erf heeft hij een autospuiterij die hij in een schuur en bijbehorende loods heeft gevestigd. Moeder Heintje overlijdt in 2005 op 91‐jarige leeftijd. Wim Wassink blijft alleen achter op Nieuw Siberiën. Wim is in 2014 op 71‐jarige leeftijd overleden. De erfgenamen verkopen Nieuw Siberiën aan de familie Verheijen.

Hermanda en Jeroen Verheijen

Mooie luchten en prachtige zonsop‐ en ondergangen. In hun zoektocht naar een andere woning, komen Hermanda en Jeroen in 2015 in Scherpenzeel terecht. Daar staat Nieuw Siberiën te koop. Het is niet zozeer de voormalige woning van Wim Wassink die hun aandacht trekt, maar met het is vooral de locatie die hen aanspreekt. Nieuw Siberiën ligt aan een doodlopende eigenweg, 280 meter van de Dashorsterweg. Wat Hermanda en Jeroen zoeken vinden ze daar: rust, ruimte en vergezichten waar je de zon kunt zien op‐ en ondergaan. Ze hebben weinig bedenktijd nodig en kopen Nieuw Siberiën. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 7000 m2 . De bestaande woning voldoet niet aan de eisen van deze tijd. Het huis (108 m2) en de bedrijfsruimte (autospuiterij) met een oppervlakte van 160 m2, willen Hermanda en Jeroen slopen. De droogschuur of wagenloods  waarin Wim Wassink auto’s liet drogen nadat ze waren gespoten, blijft staan. Daarnaast willen de nieuwe eigenaren een vrijstaand landhuis realiseren. Op Nieuw Siberiën rust een agrarische bestemming met een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen, zodat een wijziging van het bestemmingsplan moet worden aangevraagd. De aanvraag wordt gehonoreerd en in 2016 is een nieuw bestemmingsplan een feit8 .

Hermanda en Jeroen willen een ‘nul op de meter woning’ bouwen. Een duurzaam landhuis. Daarvoor benaderen ze architect Hugo van Overbeek. Hij ontwerpt een huis dat in het omliggende landschap past. Voor verwarming en koeling is een warmtepomp geplaatst en elektriciteit wordt met zonnepanelen opgewekt. Mede door een uitstekende isolatie is het doel ‘nul op de meter’ gerealiseerd. In maart 2019 zijn Hermanda en Jeroen in hun nieuwe huis gaan wonen. Bij het ontwerp van de tuin rondom de woning zijn diverse elementen van de door Wim Wassink in het verleden met zorg aangelegde tuin intact gebleven. Hermanda is een paar jaar geleden gestopt met haar werk in het UMC, ze is een betrokken Scherpenzeler die zich inzet voor de samenleving als lid van de Adviesraad Sociaal Domein, een adviesorgaan met als doelstelling het bevorderen van zelfredzaamheid voor alle inwoners van Scherpenzeel. Jeroen en Hermanda genieten enorm van de enorme verscheidenheid aan vogels in de tuin (onlangs hebben ze zelfs een Oehoe gehoord) en van het uitzicht op dit prachtige stukje Scherpenzeels natuur waar dagelijks de reeën langslopen.

Een verhaaltje over Het Goor staat in Oud Scherpenzeel Jaargang 19, nr. 4, blz. 28; Belasstngen anno 1627.

Archief Eemland, Notarieel Amersfoort AT056a030, nr. 70; 30‐041830.

Cornelis gebruikt dit huis nog wel als onderpand voor een lening van 300 gl. van zijn buurman Cornelis van Wolfswinkel, landbouwer op De Haar. Notarieel Scherpenzeel 4137, nr. 6; 24‐021868.

Notarieel Scherpenzeel 4145, nr. 38; 08‐10‐1877.

Notarieel Scherpenzeel 4131, nr. 10; 13‐03‐1850.

Notarieel Scherpenzeel 4131, nr. 9; 12‐03‐1850.

Notarieel Scherpenzeel 4141, nr. 90; 23‐10‐1872 (600 gl.).

Notarieel Scherpenzeel 4141, nr. 109; 06‐01‐1873 (100 gl.). Notarieel Scherpenzeel 4141, nr. 200; 24‐12‐1874 (200 gl.).

Bestemmingsplan Dashorsterweg 10 Gemeente Scherpenzeel, september 2016 Versie: VASTGESTELD 1.8

DUITSERS IN SCHERPENZEEL

Martin Wigtman

Onlangs kwam Museum Grebbelinie in het Vizier in het bezit van een bijzondere serie foto’s. De foto’s zijn gemaakt door Duitse soldaten in de meidagen van 1940 in en rond Scherpenzeel.

Er moeten heel veel Duitse soldaten in Scherpenzeel geweest zijn. De 227e Infanteriedivisie, ongeveer 22.000 man, is door Scherpenzeel richting het westen getrokken.

De Duitse aanval

De eerste Duitsers die het dorp bereik is een groep verkenners op motoren. Op zondag 12 mei

1940, 1e Pinksterdag komen deze verkenners vanuit Barneveld over de Barneveldseweg richting Scherpenzeel. Ter  hoogte van de bocht bij boer Peut worden ze opgemerkt door de bemanning van de stelling voor het huis van veearts Stotijn. Met het kanon worden enkele schoten gelost. De Duitse soldaat Hubert Dicks komt hierbij om het leven; hij is de eerste Duitse gesneuvelde soldaat in Scherpenzeel.

Op maandag 13 mei, 2e Pinksterdag, wordt de aanval bij Scherpenzeel ingezet. ’s Middags komt er inleidend vuur van de Duitse artillerie. Dan rukken Duitse troepen van het 366 RI, onderdeel van de 227e

Infanteriedivisie, op en proberen de voorposten te bezetten. De Duitse artillerie schiet vanaf Barneveld en Ederveen op de voorposten aan noord en oostkant van Scherpenzeel en op de waarnemer in de kerktoren. De vernielingen op Plein 1940 en de Marktstraat zijn grotendeels veroorzaakt door dit Duitse vuur.

Nadat de soldaten in  de voorposten zich terug

Vanaf Barneveld en Ederveen worden hebben getrokken naar de liniedijk is het voor de duizenden granaten afgevuurd op Duitsers mogelijk het dorp binnen te trekken. Ze

Scherpenzeel. Oorspronkelijke tekst bij deze

foto: ‘Feuerstellung Geschutz Spath en naderen via de Smidssteeg (Willaerlaan), Klingmeier’. (Deze foto is niet bij Barneveldsestraat en Oude Barneveldseweg. Scherpenzeel genomen) Scherpenzeel wordt bezet.

De Nederlandse artillerie opent hierop vanaf Rumelaar het vuur op de binnentrekkende

Duitsers. Het grootste deel van verwoestingen in ons dorp is dan ook veroorzaakt door Nederlandse granaten. Bij deze beschietingen zijn minstens 15 Duitse soldaten gesneuveld en 67 zwaargewond.

Om 19.00 uur op die 13e mei komt het bericht dat de Nederlanders zich moeten terugtrekken. De militairen kunnen het nauwelijks geloven. Kapitein D.D.P. Honijk, commandant van de voorposten op Voskuilen en zijn soldaten behoren tot de laatsten die de Grebbelinie verlaten. Wel blijven er enkele groepen achter, die niet bereikt konden worden door verbroken verbindingen. Zij worden krijgsgevangen gemaakt.

In totaal zijn er in Scherpenzeel met zekerheid 25 Duitsers gesneuveld. Ook bij de brand in de oude molen van Van Harten (nu de Bouwhof) zijn een onbekend aantal Duitsers omgekomen die als vermist de boeken zijn ingegaan. Een Duitse officier wordt door eigen troepen doodgeschoten omdat hij bij het naderen van de linie het wachtwoord niet meer weet.

Twee Duitsers komen om nadat een Nederlandse stelling in de voorposten de witte vlag tonen. Vanuit een andere stelling wordt echter het vuur geopend op de onbekommerd naderende soldaten; met fatale gevolgen.

De foto’s

Naast een wapen hanteert menig Wehrmachtsoldaat tijdens de intocht en bezetting van Nederland een fotocamera om wat hij ziet en beleeft voor thuisfront vast te kunnen leggen. Amateurfotografie is in nazi‐Duitsland uitgegroeid tot een ware rage. Aan het begin van de oorlog bezit ongeveer één op de tien van Hitlers soldaten een kleinbeeldcamera. En daarmee fotograferen ze er lustig op los. Ze maken soms aangrijpende beelden van de opmars door Nederland en richten tijdens de bezetting hun lens op alles en iedereen van hun gading. Nu – meer dan 80 jaar na de oorlog— komen er veel van deze foto’s, soms in complete fotoalbums, boven water.

De leiding van de 227 Infanteriedivisie neemt tijdelijk hun intrek in Huize Scherpenzeel (ze hebben er slechts enkele uren gebruik van gemaakt).

De Duitse divisie die Scherpenzeel binnentrekt is maar voor een deel gemotoriseerd. De helft van de soldaten komt lopend vanuit Duitsland. Menig soldaat is dan ook de uitputting nabij. Men maakt veel gebruik van paarden, de 227e Infanterie Divisie heeft er in mei 1940 duizenden in ‘dienst’.

Linker foto: De Duitsers maakten veel gebruik van paarden. De foto is genomen in de Dorpsstraat, rechts is het pand van de fam. Vlastuin (van Eris fietsen) te zien.Op de rechter foto de huidige situatie (foto: W. van

Leuveren)

In de periode dat de Scherpenzeelse burgers zijn geëvacueerd is het dorp flink geplunderd. De Nederlandse soldaten krijgen kort vóór de aanval de opdracht om alles op te halen wat nodig is voor een langdurig verblijf in de loopgraaf. Een aantal soldaten heeft daar misbruik van gemaakt door kostbaarheden te stelen.

De Duitse soldaten die het dorp binnen komen mogen eerste levensbehoeften uit de huizen halen. Op plunderen staat de doodstraf, dus het vermoeden is dat zij zich niet zozeer aan diefstal hebben schuldig gemaakt. Nadat de Duitsers verder trekken naar het westen komen uit omliggende dorpen, waar de burgers niet zijn geëvacueerd, figuren naar Scherpenzeel om even gratis te shoppen.

Na de verovering van de Grebbelinie gaan de officieren     Op een boerderij “Nabei der Grebbelinie” worden en onderofficieren trots op de foto.          de varkens geslacht. De exacte locatie is onbekend.

(exacte locatie onbekend)          Wie herkent hier iets?

De geëvacueerde Scherpenzelers komen na bijna twee weken terug in een zwaar beschadigd dorp en troffen soms een leeggeroofd huis aan. Maar ook een aantal van deze terugkeerders hebben zich schuldig gemaakt aan plunderingen.

Op veel foto’s zien we de overwinnaars. Nadat de strijd is gestreden hebben de Duitse soldaten tijd om veel foto’s te maken. Er zijn maar enkele foto’s waarop de waanzin van oorlog duidelijk wordt.

Duitsers in de Dorpsstraat t.h.v. de (huidige) Lindenlaan. Op de rechterfoto de huidige situatie

Foto links: een Duitse soldaat op de Holevoet met zijn buit: closetrollen. Ook de andere foto’s zijn gemaakt op het Holevoetplein, de kleurenfoto laat de situatie in 2007 zien.

Gesneuvelden

De foto’s die met Eugen Winter hebben te maken spreken boekdelen. Eugen Winter is in 1919 geboren in Ahlen, Westfalen. Op 20‐jarige leeftijd komt hij op 14 mei 1940 om bij een beschieting in de omgeving van Holevoet. Eugen Winter wordt in eerste instantie begraven op het militaire Ereveld op de Grebbeberg, maar wordt later overgebracht naar het Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn.   

Het emaille grafbord van Eugen Winter is afkomstig van zijn graf op de Grebberg

De Duitse Oorlogsbegraafplaats aan de Timmermannsweg 75 in Ysselsteyn (Limburg) is met meer dan 31.714 doden de grootste oorlogsbegraafplaats in Nederland en ook de enige Duitse militaire begraafplaats in het land. Er liggen naast militairen van de

Wehrmacht ook anderen die in de Tweede Wereldoorlog als lid van nationaalsocialistische organisaties zijn omgekomen. Onder hen zijn Nederlanders die als collaborateur of SS’er in Duitse dienst de dood vonden. Verder zijn er Duitsers begraven die na de Bevrijding in een Nederlands interneringskamp stierven.

Op de Stationsweg, niet ver van de Pothbrug, komen op 14 mei 1940 vier Duitse militairen om die met hun auto op een Nederlandse mijn reden. De Duitsers vonden het lafhartig om een weg te ondermijnen…… Dit zijn vermoedelijk de soldaten die een veldgraf krijgen in de tuin van de woning Stationsweg 427 (bij de rotonde met de Voskuilerweg).

Links de foto van het veldgraf welke aanwezig is in de nieuw binnen gekomen collectie. Op de foto zijn de borden op de graven niet leesbaar. Wel staat met een pijl naar de middelste militair genoteerd: Uffz Pitt Klompeu (Uffz = Unter Offizier). De foto rechts was reeds aanwezig in het archief van ver. Oud Scherpenzeel. Vermoedelijk zijn dit dezelfde veldgraven, maar op deze foto met vermelding van namen: Hoffmeister (Gefreiter) Erich Schreiber, Schütze Christian Köppfchen en Gefreiter Hans Beeren.

Op de foto hieronder: de huidige situatie.

Bij de strijd om Scherpenzeel is slechts één Nederlandse soldaat gesneuveld: soldaat Franciscus Cornelis Brocaar. ingedeeld bij het 15e Regiment Infanterie. Soldaat Brocaar is geboren op 17 mei 1913 te Rotterdam en overleden op 14 mei 1940.

Vóór de oorlog woont hij in Rotterdam en is hij kapper van beroep. Hij trouwt in 1937 te Rotterdam met de dan 21‐jarige Louisa van der Leije. Het is onbekend of het echtpaar in 1940 al kinderen heeft.

Soldaat Brocaar is volgens de akte overleden op

14 mei 1940 te Utrecht. Op de 13e mei is soldaat Brocaar, zeer waarschijnlijk als mitrailleurschutter, ingezet bij boerderij het Eerste Broek. De boerderij zelf was tijdens de meidagen 1940 opgeblazen, maar een schuur achter de boerderij is intact gebleven en daarin was een mitrailleurstelling gebouwd. De stelling krijgt op de 13e mei een voltreffer en er vallen twee gewonden.

Soldaat Brocaar raakt hierbij ernstig gewond in de borst door een granaatscherf. Die verwonding op zich is op dat moment niet dodelijk en Brocaar wordt verbonden door een arts die met gevaar voor eigen leven naar de gewonde soldaten toe komt. Als in de avond van de 13e mei het 15e R.I. terug moet trekken komen zij in de loop van die nacht in Jutphaas aan. Brocaar wordt mee genomen, maar heeft dan zodanig veel bloedverlies dat hij een dag later in Utrecht is overleden. Brocaar is begraven op het Ereveld te Loenen en opgenomen in de Erelijst der Gevallenen in de Tweede Kamer te Den Haag. Helaas is er geen foto bekend van Frans Brocaar.

Foto‐expositie “Duitse soldaten in Scherpenzeel”

Meer foto’s bekijken over dit onderwerp? In het Educatief Centrum Grebbelinie aan de Brinkkanterweg 23A is hierover de wisselexpositie ingericht. U kunt elke dinsdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 16.00 uur het museum bezoeken.

Bronnen:

Archief Stichting Grebbelinie in het Vizier

Archief Vereniging Oud Scherpenzeel

“In de Tweede Wereldoorlog”. Uitgave: Oranjeverenigingen Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg, ter gelegenheid van de herdenking 50 jaar bevrijding in 1995

“Heinz in Holland” (Duitse amateurfoto’s van de bezettingstijd) door Gerard Groeneveld

Verslag van de Commandant van de 2e Comp. van het 3e Bat. van het 15e Reg. Inf., Kapitein P.A. Treytel.

Oorlogsgravenstichting.nl

Wikipedia.org

GREBBELINIE IN HET VIZIER

Op de grens van Scherpenzeel en Woudenberg, aan de Brinkkanterweg, bevindt  zich pal aan het Valleikanaal, het Educatief Centrum Grebbelinie Woudenberg / Scherpenzeel.

Dit Centrum is In 2005 is door vrijwilligers van Oud‐Scherpenzeel en Oud‐Woudenberg opgericht als Stichting “Grebbelinie in het vizier” met als logo:

“Opdat wij niet vergeten”

Het doel van dit gehele project was en is niet te (laten) vergeten hoe de vrijheid is bevochten in de Gelderse Vallei in de Tweede Wereldoorlog en de herinnering aan deze periode levend te houden.

Met name voor de jeugd is hiervoor een speciaal scholenproject opgezet (in principe voor basisscholen groep 8). Door veel scholen uit de regio werd van dit project gebruik gemaakt. (verschillende jaren kwamen er 900 tot 1000 schoolkinderen!). Helaas, door het rondwaren van het corona‐virus  kon dit de laatste 2 jaren niet plaats vinden. Nu bezoeken veel schoolklassen het Educatief Centrum weer.

Maar uiteraard is het voor andere bezoekers ook mogelijk het Centrum te bezoeken. Men kan op er eigen gelegenheid rondkijken, maar er zijn tijdens de openingsuren altijd enthousiaste gidsen aanwezig die uitleg kunnen geven over de inrichting van de Grebbeline en, met name, de gebeurtenissen in Scherpenzeel en Woudenberg.

Het Centrum beschikt over een binnen expositie (museum zo u wilt), een buitenexpositie bestaande uit een replica van een loopgraaf, een authentieke Nederlandse kazemat uit 1940 en een Duitse bunker uit 1944.

Ook worden in de maanden april tot en met oktober avondwandelingen over de Grebbeliniedijk georganiseerd met wisselende thema’s als leidraad.

Het gidsenbestand is aan veroudering onderhevig en kan heel goed versterking en uitbreiding gebruiken.

Mocht het bovenstaande uw interesse gewekt hebben (op wat voor manier dan ook) neem dan s.v.p. contact op met telefoonnummer 06 82 32 64 41 voor het maken van een afspraak voor verdere informatie.

Zie ook www.grebbelinieinhetvizier.nl

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven