Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2021-4



33E JAARGANG NR. 4 DECEMBER 2021






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Van de bestuurstafel  4

Notulen najaarsvergadering    5

Notulen extra ledenvergadering            7

Van de penningmeester            8

Sponsoren 2022           8

Uitnodiging ledenvergadering 9

Even voorstellen          10

Het spook van Scherpenzeel is gezien   11

Een stukje Dorpsstraat              12

Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners  31

Nieuwjaarswens……………………………………………………………………………….46

De kopij voor het maart nummer dient uiterlijk zaterdag 12 februari 2022 a.s. te zijn ingeleverd bij de redac e.

Omslag:

Boerderij Groot Gooswilligen. Wat nu de voorzijde van de boerderij is, was oorspronkelijk de achterkant, zie artikel ‘Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners’, pag. 31 e.v.

VAN DE BESTUURSTAFEL

In meerdere opzichten was de ledenbijeenkomst op 19 oktober een bijzondere avond. Het was tenslotte zo goed als twee jaar geleden dat we een ‘normale’ ledenbijeenkomst konden organiseren. Een volle zaal geeft altijd meer sfeer. Met de aanwezige 190 leden was dat goed te merken. Hopelijk hebben degenen die de bijeenkomst via de livestream volgden ook een fijne avond gehad. Bijzonder was ook dat ik een koninklijke onderscheiding uit handen van locoburgemeester mevrouw H. van Dijk mocht ontvangen. Ik beschouw het als een eer, maar ik ken ook veel Scherpenzelers die dat nog veel meer verdienen.

We hebben tijdens de bijeenkomst afscheid genomen van Henk Beulenkamp als penningmeester, maar gelukkig blij Henk nog actief als vrijwilliger en zal hij zorg blijven dragen voor de distributie van de verenigingsbladen. José Reussink is nu onze 1e penningmeester, terwijl secretaris Jannie Hazeleger haar, indien nodig, zal vervangen en helpen. We zijn blij dat in de ontstane vacature in het bestuur is voorzien door Gijs van Daatselaar. In dit verenigingsblad stelt hij zich aan u voor.

Ook bijzonder was dat we dachten voor de laatste keer in Boschzicht bij elkaar te zijn. Met een presentatie over de geschiedenis en een bedankje aan familie Klumpenaar hebben we alvast afscheid genomen van onze gezellige thuishaven. Maar…er komt nog een allerlaatste bijenkomst van onze vereniging in Boschzicht en wel op 22 maart. U vindt verderop daarvoor een uitnodiging.

De afgelopen periode hebben verschillende schoolklassen in het kader van het project Van Luchtkasteel tot Dassenburcht een bezoek aan het Koetshuis gebracht. Enthousiaste leerlingen die kennismaken met de geschiedenis van Scherpenzeel. Het bewijst maar weer eens dat geschiedenis niet alleen voor ouderen leuk en interessant is.

Op 9 november hebben we in verband met een voorstel tot wijziging van de statuten een extra algemene ledenvergadering gehouden waarop het wijzigingsvoorstel is aangenomen door de aanwezigen. De akte is inmiddels bij de notaris gepasseerd en de belastingdienst hee onze vereniging de ANBI‐status toegekend. Wat dat voor u betekent, leest u in het volgende verenigingsblad.

Dit verenigingsblad staat weer bol van verhalen over vroeger en is het lezen meer dan waard. Veel plezier daarbij.

Wim van den Berg, voorzitter.

Verenigingsbladen online

Onze gedigitaliseerde verenigingsbladen staan op onze website, maar sinds kort zijn alle edi es tot en met jaargang 28 (december 2016)  ook beschikbaar en doorzoekbaar in de bibliotheek van Rozet, een organisatie voor taal, kunst en erfgoed in Gelderland. Daarvoor gaat u naar www.rozet.nl; klik aan CATALOGUS; klik vervolgens aan UITGEBREID ZOEKEN; vul het zoekwoord in; zet een vinkje bij DIGITALE DOCUMENTEN en klik aan ZOEK. De zoekresultaten verschijnen en u opent het document waarin het zoekwoord voorkomt. Vervolgens kunt u ook in het document zoeken, zodat de juiste pagina verschijnt. Het lijkt moeilijker dan het is. Probeert u het maar eens!

NOTULEN NAJAARSVERGADERING

dinsdag 19 oktober 2021 aanvang 19.30 uur locatie Boschzicht

Opening en mededelingen

Voorzitter Wim van den Berg opent de vergadering om 19.30 uur. Hij is blij dat er weer veel leden aanwezig zijn, ook de leden van de Sociëteit heet hij welkom. Het is een bijzondere avond, die ook thuis te volgen is via de livestream, die verzorgd wordt door Edwin Kamphorst van Kamphorst ICT.

Dankzij onze sponsoren kunnen we de contributie zo laag houden. Na enkele algemene mededelingen neemt Piet Valkenburg de microfoon plotseling over van Wim van den Berg. Hij nodigt Wim en zijn vrouw Ina uit plaats te nemen op een speciale plaats. Locoburgemeester Henny van Dijk is aanwezig om een koninklijke onderscheiding uit te reiken aan Wim van den Berg. Zij prijst hem om zijn vele activiteiten. Hij is zeer zorgzaam voor zijn familie. Bij Valleivogels is hij meer dan 25 jaar actief geweest. Vanaf 1973 zet hij zich in voor Protestantse Gemeente De Achthoek op allerlei gebied. In 2006 treedt hij toe tot het bestuur van de Vereniging Oud Scherpenzeel, waarvan hij in 2013 voorzitter wordt. Onder zijn gedreven leiding kwamen er maar liefst 200 nieuwe leden bij. Daarnaast schrijft Wim verhalen voor de Scherpenzeelse Krant en is hij (mede)auteur van verschillende boeken. “Enthousiast, inspirerend, sociaal, betrokken en betrouwbaar. Een leider, maar ook een teamplayer”, zo vat locoburgemeester Van Dijk zijn deugden samen. Namens de Koning benoemt de locoburgemeester hem tot lid in de orde van Oranje Nassau en speldt hem de onderscheiding op.

Wim zegt heel verrast te zijn door de onderscheiding. Hij vindt het bijzonder dat zijn familie, zijn

94‐jarige moeder, familie en vrienden aanwezig zijn. “Het is leuk om een lintje te krijgen, maar Scherpenzeel telt nog zoveel andere mensen die zo’n onderscheiding verdienen. Mensen die minder in de schijnwerpers staan dan ik, maar op de achtergrond actief zijn en belangrijk vrijwilligerswerk verrichten voor verenigingen, clubs of kerken. In gedachte wil ik dit lintje graag met al die mensen delen”, zegt Wim. Hij krijgt hiervoor een welgemeend en luid applaus.

Vaststellen notulen ledenvergadering d.d. 3 november 2020

Er zijn geen op‐ of aanmerkingen en de notulen worden vastgesteld.

Jaarverslag secretaris en jaarverslag penningmeester

De jaarverslagen van de secretaris en de penningmeester over 2020 worden gepresenteerd. Er zijn geen vragen of opmerkingen.

Begro ng 2021

De begroting voor 2021 wordt goedgekeurd. We zijn een financieel gezonde vereniging.

Verslag kascommissie

De kascommissie, Aart van Ginkel en Tonnis van Dijk, hee de boeken gecontroleerd en akkoord bevonden. De kascommissie wordt bedankt.

Benoeming kascommissie 2021

Aart van Ginkel treedt af en Jan van de Wetering volgt hem op. Tonnis van Dijk blij nog een jaar.

Voorstel goedkeuring statutenwijziging

De huidige statuten zijn verouderd en verhinderen een ANBI‐ en cultuurstatus. Het bestuur doet een voorstel deze te wijzigen en vraagt goedkeuring aan de leden. Omdat niet het vereiste 2/3 deel van de leden aanwezig is, kan hierover geen besluit worden genomen. Daarom wordt op 9 november een extra ledenvergadering gehouden. Dan is geen 2/3 meerderheid vereist voor besluitvorming.

Bestuursverkiezing

Archivaris Piet Valkenburg is a redend en herkiesbaar, de leden stemmen hiermee in. Er wordt afscheid genomen van penningmeester Henk Beulenkamp. Hij hee deze functie 15 jaar accuraat vervuld. Hij blij wel actief betrokken bij de vereniging. José Reussink volgt hem op als penningmeester, zij is de afgelopen tijd ingewerkt. Gijs van Daatselaar treedt toe tot het bestuur.

Pauze

In de pauze is een doorlopende presentatie van oude foto’s van Scherpenzeel te zien.

De geschiedenis van Boschzicht en de Sociëteit

Wim van den Berg houdt een lezing over de 140 jaar geschiedenis Boschzicht en de Sociëteit, de oudste nog bestaande vereniging. Het verhaal van Boschzicht begint bij de Marinus Blanken en Albertha Geertuida Sterk en eindigt bij Nico en Klazien Klumpenaar. Wim laat in zijn presentatie veel foto’s en filmpjes zien, afgewisseld met diverse interviews. Wout en Corrie Klumpenaar vertellen over de geschiedenis en hun jd in Boszicht en leden van de Sociëteit over hun vereniging, wie zij zijn en wat zij doen. Aan het einde laat Wim een door Jonker gemaakte compilatie zien van 140 jaar Boschzicht.

Tot slot bedankt Wim de familie Nico, Klazien en Corry Klumpenaar voor hun jarenlange gastvrijheid en goede zorgen als eigenaren van Boschzicht. De historische horecagelegenheid gaat plaats te maken voor een appartementengebouw. Wanneer de deuren definitief sluiten, is afhankelijk van de goedkeuring van de nieuwbouwplannen.

De president van de Sociëteit, Piet Osnabrugge, bedankt Wim voor de geweldige avond.

Hierna sluit de voorzitter deze bijzondere avond.

NOTULEN EXTRA LEDENVERGADERING

dinsdag 9 november 2021 aanvang 19.30 uur locatie De Doorslag, in het kerkgebouw van De Achthoek.

Opening

Voorzitter Wim van den Berg opent de vergadering om 19.30 uur. Hij heet iedereen welkom in deze bijzondere vergadering. Aanwezig zijn: voorzitter Wim van den Berg, secretaris Jannie Hazeleger, penningmeester José Reussink en de bestuursleden Henk van de Hoef en Piet

Valkenburg. De heer Johan Lagerweij is aanwezig als lid. Bestuursleden Gijs van Daatselaar en Mar n Wassen zijn met kennisgeving afwezig. Wim van den Berg hee van Gijs van Daatselaar een volmacht ontvangen om namens hem te stemmen.

Op de agenda staat alleen het voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging.

Voorstel goedkeuring statutenwijziging.

Op de ALV van 19 oktober 2021 stond het voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging op de agenda. Omdat toen niet het vereiste 2/3 deel van de leden aanwezig was, kon hierover geen besluit worden genomen. Daarom wordt deze extra ledenvergadering gehouden.

Voor deze extra ledenvergadering zijn alle leden vroegtijdig uitgenodigd via het verenigingsblad en facebook. Het doel van de vergadering is hierbij duidelijk kenbaar gemaakt en ook is het concept van de nieuwe statuten op de website van de vereniging gepubliceerd.

De voorzitter vraagt of iedere aanwezige in de vergadering akkoord is met de voorgestelde wijziging van de statuten. Een ieder stemt hiermee in. Daarmee is het voorstel tot wijziging van de statuten goedgekeurd.

Vervolgens tekenen de voorzitter en de secretaris het uitreksel van de notulen van de ledenvergadering.

Dit document wordt bij Veldjesgraaf & Korlaar notarissen te Woudenberg en Scherpenzeel, ingeleverd.

Slui ng

Hierna sluit de voorzitter deze extra ledenvergadering.

VAN DE PENNINGMEESTER

Aan het einde van het jaar blikken we terug op 2021. De kascommissie kwam wat later in het jaar bijeen vanwege corona en keurde de financiën over 2020 goed.

Naast 925 leden hee de vereniging sponsoren en adverteerders. Rabo Clubsupport bracht zoveel op, dat er een mooie laptop van gekocht kan worden. Van de provincie Gelderland ontving de vereniging geld, dat gebruikt is voor het digitaliseren van verenigingsbladen. Mede door allen die onze vereniging een warm hart toedragen zal 2021 afgesloten worden met een positief resultaat.

De uitgestelde renovatie van de keuken in het koetshuis zal in 2022 gereedkomen. Het geld hiervoor is de voorgaande jaren gereserveerd.

De begroting voor 2022 is in de bestuursvergadering van 30 september 2021 goedgekeurd. In 2022 zal de contributie niet verhoogd worden.

Vanaf deze plek nogmaals een hartelijke dank aan Henk Beulenkamp, die jaren de financiën van de vereniging keurig hee bijgehouden.

José Reussink, penningmeester

SPONSOREN 2022

We zijn verheugd dat onderstaande ondernemers onze activiteiten in 2022 ondersteunen. Hartelijk dank daarvoor.

UITNODIGING LEDENVERGADERING

Op dinsdag 22 maart 2022 houden we onze voorjaarsvergadering in Partycentrum Boschzicht, Burgemeester Royaardslaan 4, Scherpenzeel.

Aanvang 19.30 uur.

Agenda:

Opening en mededelingen

Vaststellen notulen ledenvergadering d.d. 19 oktober 2021*)

Jaarverslag secretaris*)

Jaarverslag penningmeester*)

Begroting 2022*)

Verslag kascommissie.

Benoeming kascommissie 2022.

Bestuursverkiezing.

A redend en herkiesbaar zijn Henk van der Hoeff en Wim van den Berg. Tegenkandidaatbestuursleden kunnen door leden worden voorgedragen. Een voordracht kan schriftelijk, ondertekend door minimaal 5 leden, worden ingediend tot uiterlijk 1 februari 2022 bij de secretaris.

*) deze stukken kunt u vanaf 15 februari 2022 inzien op de website: www.oudscherpenzeel.nl. Bovendien zijn hiervan exemplaren te verkrijgen op de ledenvergadering.

Na het algemene gedeelte zal Jan Dorrestijn videobeelden vertonen van een gesprek met Scherpenzelers die ‘de taal’ (het Scherpenzeels) nog spreken. Daar kunt u nog wat van leren!

In de pauze wordt een doorlopende fotopresentatie van historische beelden van Scherpenzeel vertoond .

Na de pauze zal mevrouw José Huurdeman uit Leusden een presentatie verzorgen over het boek ‘Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog’ dat door haar is geschreven. Zij zou daar twee jaar geleden al over komen vertellen, maar dat kon toen niet doorgaan.

Ze beschrijft in haar boek o.m. verhalen van verzetsstrijders uit de Gelderse Vallei.

‘Het waren gewone mensen die in actie kwamen. Zij keken niet toe, maar handelden. Ieder op zijn eigen manier en naar eigen vermogen.’

De auteur deed ruim vijf jaren onderzoek naar het verzet in onze regio en elders. Deze interessante lezing mag u niet missen.

Van harte welkom!

EVEN VOORSTELLEN

Mijn naam is Gijs van Daatselaar en sinds de algemene vergadering van 19 oktober jl. ben ik bestuurslid van onze mooie vereniging. Wegens ziekte kon ik er die avond helaas niet fysiek bij aanwezig zijn. Daarom wil ik mij hier graag even voorstellen.

Mijn vrouw Jolanda en ik hebben samen drie zoons. Ik ben opgegroeid in Klein Scherpenzeel aan het Oosteinde en ik denk dat ik mijzelf wel een echte Scherpenzeler mag noemen. Tot ruim vijf jaar geleden was ik beroepsofficier bij de Koninklijke Luchtmacht. Sindsdien ben ik met functioneel leefijdsontslag, zoals dat heet. Initieel ben ik technisch opgeleid en ik heb diverse technische en later ook operationele functies vervuld bij defensie, hoofdzakelijk in de militaire luchtvaart, als ook op het ministerie en bij de NAVO. Ik mag terugkijken op een bijzonder mooie en waardevolle jd bij de luchtmacht. Mede geïnspireerd door mijn werk volg ik met grote interesse hedendaagse geopolitieke ontwikkelingen. Mijn belangstelling voor geschiedenis is jaren geleden al ontstaan door het inzicht dat alles wat vandaag gebeurt, een gevolg is van gebeurtenissen van gisteren. Een gedachte die je laat ervaren dat geschiedenis heel dichtbij kan komen.

Eerder dit jaar ben ik betrokken geraakt bij de oprichting van Buddy to Buddy in Amersfoort. Buddy to Buddy is een landelijke organisatie die Nederlanders en vluchtelingen met elkaar in contact brengt, om zodoende nieuwkomers uit hun sociale isolement te halen en betere kansen te bieden in onze maatschappij. Daarnaast ben ik een liefhebber van muziek, klassieke auto’s, reizen, lekker eten en probeer ik vooral te genieten van het leven en de mensen om mij heen. Sinds afgelopen voorjaar mag ik al wat meedraaien in het bestuur van Oud Scherpenzeel en ik kan zeggen dat de fijne sfeer mij erg goed bevalt. Bovendien vind ik het een mooie gedachte om mij in te mogen ze en voor de toekomst van een historische vereniging.

HET SPOOK VAN SCHERPENZEEL IS GEZIEN.

Naar aanleiding van het artikel in ons vorige verenigingsblad kregen wij een reactie van Henk van Roozendaal. Hij hee het “echte” spook gezien.

 Zo’n 50 jaar geleden, toen Huize Scherpenzeel door de toenmalige adellijke bewoners was verlaten, ging hij samen met Jan Lasker op een dag clandestien op onderzoek uit. Het kasteel verkeerde in deplorabele toestand, zowel van binnen als van buiten. Er waren hier en daar nog wat spullen achtergelaten en wat meubilair opgeslagen, waaronder een hutkoffer. In de zgn.

herenkamer heerste een mysterieuze sfeer door invallend strijklicht. Het idee dat er wel eens een spook kon rondwaren, voerde de spanning bij het tweetal extra op.

Henk had zijn fotocamera opgesteld en zijn lens net opengezet, toen er ineens het spook door de kamer zweefde. Dat leverde een unieke foto op, waar Henk nu nog lyrisch van wordt en vol enthousiasme over vertelt. Hij hee de bewuste foto aan Oud Scherpenzeel ter beschikking gesteld en wij willen deze graag delen.

Het mysterie achter dit verhaal willen wij u ook niet onthouden. De mannen hadden namelijk een laken meegenomen. Jan dook onder dit laken en maakte schimmige bewegingen door de stoffige kamer. Dat resulteerde in een spookachtige toestand en de camera legde dit feilloos vast.

Met een glimlach onthullen we dit prach ge en geheimzinnige  verhaal.

EEN STUKJE DORPSSTRAAT

Scherpenzeel verandert. Veel oude panden verdwijnen en nieuwe wijken verrijzen. Waar eens activiteitencentrum De Heijhorst stond, op de plek van kwekerij Stuivenberg aan de Vierzinnen en zuidelijk van de Akkerwindelaan, overal wordt gebouwd. Voor sommigen een gruwel, het dorpse gaat er een beetje vanaf, anderen verwelkomen het, want ook hier is woningnood.

Binnenkort gaat ook de Dorpsstraat op de schop, in ieder geval het stukje Dorpstraat tussen de Burg. Royaardslaan en de Vijverlaan. U hee vast al wel gezien dat veel van de panden hier leeg staan. Als u dit artikel leest wordt er misschien al wel gesloopt.…

Die verandering hee alles te maken met de komst van supermarkt Jumbo op de plek van de Aldi, maar daarover later meer. Het was voor mij in ieder geval de aanzet om mij eens te verdiepen in de bewonersgeschiedenis van dit stukje Dorpsstraat en ik neem u graag daarin mee.

De eerste bebouwing

Het is een beetje onduidelijk wanneer de eerste bebouwing op dit stukje Dorpsstraat is ontstaan. Op de bekende kaart van landmeter Van Diepenem uit 1641 zijn op dit stukje geen huizen ingetekend, maar of dit correct is, is maar de vraag, want in een bewonerslijst uit 1749 lezen we dat er een aantal weduwen woonden, de weduwen van Jan Petersen, Hermen Jansen en Jan Tijsen uit Didam. Mogelijk stonden er toen wat woninkjes van de diaconie? Ook namen als Derk Homoet, Jan Hendriks Visser en Derk Lansing komen we tegen op dit stukje Dorpsstraat, maar het is moeilijk te achterhalen wie nu waar exact

woonde. Pas in de 19e eeuw komt daar wat Detail van de kaart van J. van Diepenem uit 1641 meer duidelijkheid in en kunnen we de bewonersgeschiedenis beter benoemen. Dat doen we dan maar even pand‐voor‐pand en we starten op de hoek van de Burg. Royaardslaan. Daarbij gebruiken we voor het gemak maar even de huidige nummering.

Dorpsstraat 214

Oftewel: het pand dat nu alweer enige tijd leeg staat, maar waar Kroezen verzekeringen in hee gezeten. In 1832 blijkt hier ene Hendrik Huigenbosch te wonen. Vermoedelijk is dat al het pand dat we op deze ansichtkaart zien en wat toen de hoek van de Groote Steeg en de Dorpsstraat hee e. Van Hendrik Huigenbosch is niet zoveel bekend. Uit de genealogie van de familie Huigenbos(ch) halen we wel een Hendrik, maar die woont in die tijd in de bouwmanswoning Oost Indiën. In de tweede hel van de 19e eeuw woont in ieder geval burgemeester Dirk Pool in het huis. Dirk Pool is tot 1867 burgemeester van Zelhem. Hij ruilt van standplaats met O o Pieter Bennewitz die tot dan de burgemeester van Scherpenzeel is geweest.

Dirk Pool         De woning van burgemeester Pool (het meest rechtse pand), omstreeks 1900‐1910

Dirk Pool trouwt op 41‐jarige leeftijd op 26 oktober 1857 in Zelhem met de 13 jaar jongere Mar na Georgina Elisabeth van der Upwich. Tussen 1849 en 1856 krijgt het echtpaar 6 kinderen. In 1857 krijgt het echtpaar in Scherpenzeel een 7e kind: ook Dirk geheten. Dirk Pool overleed zijn vrouw, die op 30 mei 1895 overlijdt. Dirk blij burgemeester van Scherpenzeel tot zijn dood op 83‐jarige leeftijd op 20 januari 1900.

Ná 1900 woont de bekende kunstschilder Edzard Koning in het pand. Koning is vooral bekend van de plaatjes van de Verkade albums. Het is wat onduidelijk hoe lang hij er gewoond hee , want in 1923 wonen er twee ongetrouwde zusters De Kruif / Kruijff . Eén van de zusters is onderwijzeres in Woudenberg. Nadat één van hen is overleden woont in 1934 alleen Mej. W. Cruijff er nog. In 1938 betrekt Johannes Zwaan het grote pand. Een jaar later neemt hij het filiaal van de Rotterdamsche Bank over van Gerrit Keij. Tot dan toe was de Rotterdamsche Bank gevestigd in Hoog Koudijs aan de Stationsweg, maar Zwaan vestigt het filiaal in het pand aan de Dorpsstraat.

Voor zover bekend doorstaat het oude pand de eerste oorlogsdagen in mei 1940 vrijwel zonder schade. Het pand is echter al bijzonder oud, mogelijk zelfs al eeuwenoud en wordt in de jaren ’50 afgebroken. Er wordt een nieuw pand gebouwd in de stijl van de Delftse School. Dat sluit bijzonder mooi aan bij de wederopbouwpanden             aan de Dorpsstraat in diezelfde s jl. In 1956 komt dit fraaie nieuwe bankgebouw met bovenwoning gereed.

Halverwege de jaren ’60 van de vorige eeuw fuseren de Amsterdam‐ en Rotterdambank in de AMRO‐bank. Als Johannes Zwaan met pensioen gaat wordt hij opgevolgd door Dhr. V.d. Pol en de familie Van de Pol woont boven de bank, tot in 1975 het besluit valt dat vanuit het oogpunt van veiligheid er niet in een bankgebouw gewoond mag worden. 

Begin jaren ‘80 wordt het fraaie bankgebouw alweer gesloopt. Het        maakt    plaats    voor           het         huidige kantoorgebouw. De grote geldkluis die in het gebouw stond blij echter staan, het nieuwe gebouw wordt er als het ware omheen gebouwd. De bankactiviteiten in het gebouw stoppen zo rond 2005. Alleen de geldautomaat blij in de zijgevel aanwezig, tot deze een paar jaar geleden opgeblazen wordt.

Dorpsstraat 216(A)

In 1832 blijkt hier een huisje van de Diaconie te staan. Het sluit goed aan bij de gegevens uit 1749, want dan wonen in dit stukje vooral weduwen. Zij worden na het overlijden van de kostwinnaars door de kerk onderhouden. Vóór 1900 woont Hendrik van den Berg er, maar ook komen de namen van de broers en zusters Van Kessel naar voren. Het pand bestaat dan eigenlijk uit drie geschakelde kleine huisjes, met op het achtererf hooibergen en een varkensschuur. Ná 1900 gaat Cornelis Albertus Bakker er wonen met zijn gezin. Cornelis is smidsknecht bij Berendse in de smederij tegenover de Holevoet, maar begint omstreeks 1900 voor zichzelf in een pandje aan de Krommehoek. In 1908 krijgt hij toestemming om een smederij te bouwen achter de woninkjes aan de Dorpsstraat. De hooibergen en de varkensschuur moeten hiervoor wijken en het smederijgebouwtje

De smederij achter de woning

staat er nog steeds.    aan de Dorpsstraat.

Links staat smidsknecht

Versteeg. Rechts Cees Bakker

De beide oorlogen leggen geen windeieren voor Cornelis Bakker. In de Eerste Wereldoorlog bestelt het ministerie van Oorlog bij de plaatselijke middenstand en Cornelis levert kachels, prikkeldraad, spades en soortgelijke ar kelen. De smederij wordt in 1920 uitgebreid met een klein winkeltje met gereedschap, stormlantaarns en huishoudelijke ar kelen. De smederij zelf wordt uitgebreid met een kleine loods, waar bij slecht weer de paarden beslagen kunnen worden. Drie van de zeven kinderen worden ook tot smid geschoold: Bart, Driek en Gerard (Geert).

Tijdens de mobilisatie in 1939 worden Bart, Driek en Geert “íngelijfd” als militair hoefsmid en de smederij wordt door het ministerie van oorlog gevorderd. Het pand doorstaat redelijk het oorlogsgeweld in de meidagen van de Tweede Wereldoorlog. Het woonhuis wordt weliswaar geraakt door een granaat, maar de smederij blij onbeschadigd. Als de jongste zoon Gerard in 1947 trouwt neemt hij de zaak van zijn vader over. Ook de wederopbouw na de oorlog geeft een impuls en halverwege de jaren ’50 wordt de winkel groots verbouwd tot het pand zoals we nu nog kennen. Twee grote etalages worden in de winter met kachels gevuld en in de zomer met tuingereedschap, parasols en tuinmeubelen. De smederij begint een beetje op de tweede plaats komen en zal in 1962 sluiten. Het gebouw van de smederij wordt opslagplaats en de loods een tuinhuisje.

Gerard Bakker overlijdt in 1973, waarna zijn vrouw Sophie de winkel nog openhoudt tot 1988. Evelien en Hans van Harskamp nemen dan het woonhuis met het pand van de smederij over. In de smederij wordt eerst een timmerwerkplaats ingericht, maar later verbouwd tot een onderkomen voor meerdere paarden.

In de winkel aan de voorzijde is korte tijd een kledingzaak gevestigd. Momenteel zit hier kapsalon

Mario.

De situatie 1957

Dorpsstraat 218

In 1832 staat hier al een dubbel pand en de eigenaar is Gerrit van Kessel. Vermoedelijk is dit

Gerrit              van        Kessel    die         als          beroep postwagenondernemer is. Zijn vader heet ook Gerrit van Kessel en hij is wolkammer en winkelier te Scherpenzeel. In 1837 leent Gerrit van Kessel 1600 gulden van zijn buurman Hendrik van Huijgenbos en het onderpand is het winkelhuis nr. 17 met erf, werf en tuin aan de Groote Straat te Scherpenzeel.

De situatie begin jaren ’60

In 1842 stelt zoon Gerrit van Kessel een postwagendienst tussen Scherpenzeel en Utrecht in, die over Woudenberg, Zeist en De Bilt voert. Gerrit gaat een vrachtwagendienst onderhouden met een “boerenwagen op vier wielen”, waarmee de wol vervoerd gaat worden van zijn broer Fredericus “fabrikeur in wol te Scherpenzeel”.

Hoe lang de familie van Kessel in het pand woont is niet bekend, maar al vroeg in de 20e eeuw woont de familie Renes in het dubbele pand. Het linkerpand zal ergens in de 2e helft of het einde van de 19e eeuw gebouwd zijn. In 1923 wordt in ieder geval Eduard Renes als bewoner genoemd, hij is schilder van beroep. De familie Renes is behoorlijk honkvast, want ná Eduard gaat zoon Simon er wonen, die ook weer zal worden opgevolgd door zijn zoon Eduard. Simon krijgt de bijnaam Simon /Siempje Sigaartje mee. Links in het dan nog lage pand zijn dubbele deuren die naar de werkplaats van schilder Renes leiden. Behalve standaard schilderwerk maakt Renes ook fraai glasin‐loodwerk.

Simon Renes met zijn onafscheidelijke sigaartje Eind jaren ‘60 doet Eduard Renes de zaak over aan Piet en Reina van

Schaik‐Hooijer. Zij verbouwen de werkplaats en winkel tot het pand

zoals er nu staat. In 2009 vestigt Gerbrand van Raaij het aloude Scherpenzeelse schildersbedrijf in het pand, na een aantal jaren weg geweest te zijn uit het dorp. Momenteel is Te Kunst en Te Keur in het dubbele pand gevestigd.

Dorpsstraat 220

In 1832 is dit al onderdeel van het dubbele pand dat later het pand van Renes zou worden. In het rechterdeel van het pand ontstaat in de loop van de tijd een winkelpand, waar vrouw Renes een drogisterij drij . Dat doet zij samen met haar dochters. Gerard Bakker vertelt hierover dat dochter Gré daarnaast ook nog kindermeisje is bij de buren, de familie Bakker. Gerard wordt door Gré elke vrijdagavond in de teil gedaan.

In de drogisterij is ook een ”ladder‐ophaalpunt”. Hier kunnen de nylon kousen van Se er Set ingeleverd worden als er een ladder in is gekomen. De ladder wordt dan professioneel gerepareerd. Aan de buitenkant van de drogisterij hangt een snoepautomaat maar die wordt wel elke zaterdagavond leeg gehaald. Op zondag mag er immers geen verkoop plaats vinden!

Daarentegen, als er iemand op zondag in het donker komt te zi en dan krijgt hij wel een nieuwe gloeilamp, graag pas op maandag afrekenen….

Piet van Schaik verbouwt het rechterdeel van   het         pand      tot          een        drogisterij. Echtgenote    Leida     van        Schaik‐Hooijer hee een tweejarige opleiding voor drogist           gevolgd.              Ze           verkoopt             naast drogisterijartikelen niet alleen verf en behang, maar ook parfum. Piet, die eerst rietdekker      is            geweest,             begint    een groothandel in behang.

In 1986 verkoopt Leida van Schaik de zaak aan Breunesse die er nog een jaar drogisterij‐ar kelen hee verkocht, drogisterij Esmeralda’s. Hierna komt er een schildersbedrijf in, inclusief inlijsten en kunst. Is het dan nog van Breunesse? Momenteel is Te Kunst en Te Keur in de gehele breedte van het dubbele pand gevestigd.

Dorpsstraat 222

In 1832 is dit deel van de Dorpsstraat onbebouwd als tuin van perceel 224 en dat zal tot in de 20e eeuw zo blijven. In 1923 blijkt Gijsbert van de Goor eigenaar van het perceel te zijn, hij is handelaar in koloniale waren. Gijsbert trouwt in 1889 met de weduwvrouw Neeltje Lokhorst‐Bloemendaal. Neeltje hee al een aantal kinderen uit het eerdere huwelijk met Evert Lokhorst, waaronder 4 dochters: Neeltje, Dirkje, Mies en Mietje. Uit het huwelijk met Gijsbert worden nog twee kinderen geboren, waaronder nog een dochter: Maatje.

Maatje is dus eigenlijk de enige dochter die Van de

Goor heet, maar in de volksmond wordt alleen Neeltje, de oudste dochter, Lokhorst genoemd, de anderen “de dames (of zusters) Van de Goor”. Geen van de zussen is ooit getrouwd geweest. De oudste ‐Neeltje‐ is huishoudster bij een boer en het verhaal gaat dat als deze boer overlijdt, Neeltje na diens dood wat geld geërfd hee , waarmee ze het karakteristieke woonhuis hee kunnen laten bouwen. Dat zal zo rond 1937 zijn geweest. Moeder Neeltje Lokhorst‐Bloemendaal hee er weinig van kunnen genieten, want zij overlijdt een jaar later, in 1938.

Het pand in 1960

Het woonhuis wordt tijdens de Meidagen van 1940 zwaar beschadigd, wat goed te zien is op de bijzondere foto uit de collectie van Mar n Brink, waar de Duitsers door de Dorpsstraat marcheren.

De gezusters Lokhorst wonen tot in de jaren ’60 in het huis. Daarna hee het huis diverse bewoners gekend, waaronder familie Van Bussel. Het pand wordt aan de buitenzijde wit geverfd maar is verder in de loop van de tijd niets veranderd.

Dorpsstraat 224

In 1832 staat hier een pandje dat eigendom is van Jacob Veldhuizen. De naam Jacob komt nogal veel voor in de familie Veldhuizen, zodat moeilijk te achterhalen is welke Jacob hiermee bedoeld wordt. Het is onbekend wanneer het huidige pand is gebouwd, maar vermoedelijk al eind 19e eeuw. In 1908 blijkt Jan Willem Bakker er te wonen, hij is schoenmaker van beroep en in 1934 blijkt de eerder genoemde Gijsbert van de Goor de eigenaar te zijn.

De eerder genoemde gezusters Lokhorst hebben het winkelpand in beheer. Mevrouw Sophie Bakker ‐ Middeldorp hee hierover eens opgeschreven: Dirkje beheerde de winkel; half kruidenierswaren, half lappen japonstof, ondergoed, kousen en sokken. Mies had op zolder een kamertje waar wat hoeden op houders stonden, daar verkocht/ vermaakte ze hoeden.

Mietje verzorgde de huishouding en nam verder geen deel aan het zaken leven. Maatje

‐‐       de enige echte van de Goor dus‐‐ naaide voor

Een heel oude afbeelding van het pandje Dorpsstraat 224 de klanten japonnen en kinderjurkjes van de

(rechts). De foto is uit 1913, het jaar van de

onafhankelijkheidsfeesten (100 jaar na de Franse rollen stof die Dirkje verkocht. Er liepen heel overheersing) wat dezelfde mo e es rond in Scherpenzeel”.

Als er wat in de maak was moest er ook gepast worden en dan ging mevrouw Middeldorp met de kinderen meestal in de avond naar het naaikamertje. Vanuit de winkel ging het door een donker gangetje, wat de kinderen heel spannend vinden. In dat naaikamertje hing soms een wat “speciale” lucht. Maatje had soms last van mensenschuwheid en in die kamer mocht nooit een raam open.

Het pand wordt begin jaren ‘60 overgenomen door firma Van der Zeijden en dan wordt er kleding verkocht in het winkeltje. Klopt het dat er ook nog een echtpaar Verweij‐Geefshuizen hee gewoond? Na vertrek van Van der Zeijden nemen Auke Bosma met zijn partner Brigit hun intrek in het winkeltje. Bosma is werkzaam als beheerder of studiebegeleider bij het ins tuut van Heusden, het jongensinternaat wat in de jaren ’60 is gevestigd in Huize Scherpenzeel. In die jd komen ook de eerste            gastarbeiders     aan        in

Scherpenzeel. Ze zijn werkzaam bij Van Heugten en Bosma verhuurt een paar kamers aan de nieuwkomers. Het pand is echter al oud en zeker niet waterdicht. In de winkel van Bakker wordt heel wat landbouwplas c gekocht om het regenwater buiten de deur te houden. Het huis is dubbelbezet: de nachtploeg gastarbeiders

Zoals velen zich het pand nog zullen herinneren: overwoekert van Van Heugten lost de dagploeg af: met bloeiende planten (foto uit 2002) iedereen stapt in een warm bed.

Mevrouw Bosma verkoopt in die tijd kunst in de winkel en dat wordt een traditie, want later woont kunstenares Brigitte Espast (?) in het winkeltje, op de bovenverdieping is de studio ingericht.

Dorpsstraat 226

Voordat we echt naar de huisnummers 226 en 228 kunnen moet vermeld worden dat de situatie op dit stukje Dorpsstraat nogal eens is veranderd. We hebben het over het grote dubbele woonhuis van de familie Van Doorn. In 1832 blijken er twee huisjes te staan die eigendom zijn van de diaconie. Het zijn kleine arbeidershuisjes. In dat arbeidersblokje wonen onder andere Johannes (Hannes) Donkersteeg, Hans ‘Kiek’ genoemd, Kees Meerveld, die als arbeider bij de familie Royaards werkt, Janus Davelaar, die later in de Nieuwstraat gaat wonen en ene Reems, een koeienkoper.

De bewoners van het oude huisje (op de plek van nummer 226) volgen elkaar snel op. In 1923 woont de weduwe H. van Santen er, in 1934 A. Voskuijlen en tijdens de oorlogsjaren M. Lansing. André Stuivenberg weet te vertellen dat in de jaren ’50 in één van die oude huisjes Ko van Dijk en zijn familie wonen (‘Kootje Kwak’ genaamd). Dit huis hee in die tijd nog geen toilet en er staat nog lange tijd zo’n ouderwetse poepdoos in de tuin. Ná 1960 komt dit huis in ieder geval niet meer in de boeken voor.

In 1959 of 1960 wordt hier een nieuw huis gebouwd door Piet van Doorn, bestemd voor zijn zoon Evert. Het huis wordt tegen het al eerder gebouwde huis van vader Piet aangebouwd (nummer 228). In die tijd is er nog ruimte in de Dorpsstraat, want Evert hee een weilandje tussen het huis van José en Karel Reussink en drogisterij v.d. Breggen. Daar staan dan soms pony’s en een rijtuigje op. Dichter Marry van Doorn werkt op het gemeentehuis en zwaait daar –volgens overlevering‐‐ aardig de scepter. Volgens sommigen wel handig met een wat impulsieve burgervader Hoytema van Konijnenburg. Als de burgermeester boos is op iets of iemand gaat hij soms naar smederij Bakker om af te reageren. Smid Bakker laat hem dan een klusje doen, er wordt niet veel gesproken maar na een poosje gaat de burgervader weer met nieuwe en frisse zin terug naar het gemeentehuis

Het pand kort ná de bouw in 1968 (en tijdens rioleringswerkzaamheden)

Dorpsstraat 228

Het rechterdeel van het dubbele woonhuis. Hier staan eerst de eerdergenoemde twee arbeidershuisjes. In 1832 blijkt Dirk Lokhorst de eigenaar van het pandje op deze locatie te zijn. Waarschijnlijk is dit Dirk Lokhorst van boerderij Klein Schaik. Dirk woont niet zelf in het woninkje, maar zal het verhuurd hebben. Later hee de Ned. Hervormde Kerk de huisjes in eigendom. Wie de feitelijke bewoners in die jd zijn geweest is wat onduidelijk, maar begin 20e eeuw komen namen voorbij als W.J. Loggere, kantoorbediende van beroep, A. Reemst, een veehandelaar en G. Veenvliet, zonder beroep.

In 1932 koopt Piet van Doorn op deze plek de twee oude huisjes van de Ned. Hervormde Kerk. Achter het huis laat Piet een grote werkplaats bouwen en hij begint hier een carrosseriebedrijf. Al vóór 1940 kan het bedrijf fors uitgebreid worden.

Piet van Doorn

Het carrosseriebedrijf van Van Doorn. De foto is genomen vóór 1960, vóór de bouw van het linkerdeel van het latere dubbele pand.

Bij het carrosseriebedrijf worden allerlei vervoermiddelen gemaakt, variërend van bakfietsen, boerenwagens tot (later) vrachtwagens. In 1948 wordt het oude huis gesloopt en laat  Piet het huidige pand bouwen. Zoon Evert komt niet alleen bij zijn vader in het carrosseriebedrijf werken, maar ze zijn ook buren van elkaar. Als Piet van Doorn op 65‐jarige leeftijd stopt met werken (in 1968) wisselt hij om praktische redenen van woning met zijn zoon.

Uiteindelijk loopt het carosseriebedrijf Van Doorn tegen de beperkte ruimte op de Dorpsstraat aan. Op de Dorpsstraat zijn geen uitbreidingsmogelijkheden. De grote, hoge vrachtwagens kunnen vanwege de lage hoogte van de werkplaats niet naar binnen. Zoon Evert hee dan het  bedrijf al over gedaan aan zijn zoon: ook Piet van Doorn geheten. In 2001 gaat kleinzoon Piet Van Doorn met zijn bedrijf naar de Glashorst en de woning en bedrijfsruimte aan de Dorpsstraat komen in eigendom van Woonstede. De woning blij staan, maar de bedrijfsruimte wordt gesloopt.

Het carrosseriebedrijf kort vóór de sloop in 2001.

Dorpsstraat 230

Al tientallen jaren is op deze plek niets te vinden, alleen parkeerplaatsen. Tot 1970 staat hier echter het gebouwtje “Bethel”. De naam betekent “Huis van God”, maar is beter bekend als het verenigingsgebouw van de kerk. Het is een klein pandje, maar wel een dubbel pand (samen met nummer 232). Het pand is vermoedelijk al in 1794 gebouwd door de familie Homoet. In de lijst van eigenaren uit 1832 staat geen eigenaar vermeld. Vóór 1923 woont er een mevrouw Hendriksen en vanaf 1926 is het een aantal jaren in gebruik als evangelisatielokaal. Er is dan een afdeling van de NCGB, de Nederlandse Christelijke Gemeenschapsbond, gevestigd.

Het nu lege terrein met links de woning van Piet van Doorn Bethel

In 1926 koopt meester Veldhuizen de woning van familie Homoet voor 6000 gulden waarna hij het pand overdraagt aan het bestuur van de ‘Scholing tot Oprichting en Instandhouding van Christelijke Zendingshuizen in Nederland’ uit Amerongen. Het oostelijk deel, het latere nummer 230, wordt ingericht als vergaderruimte. Aan de voorkant huurt juffrouw De Ruiter een kamer waarin ze een manufacturenwinkeltje vestigt. In de jaren ’30 en ’40 va de vorige eeuw woont er ook een mevr. C. Horstman. Later hee de heer Kleefsman in diezelfde kamer een soort bibliotheekje.

Tijdens de mobilisatie in 1939‐1940 worden er militairen gehuisvest en is er een kan ne. Voor soldaten zijn er Rooms Katholieke diensten. Als de werkplaats en winkel van kleermaker Weijers door oorlogshandelingen worden verwoest verblijft ook hij enige tijd in de voorkamer van Bethel. Na de slag om Arnhem in september 1944 worden er ook enkele evacués ondergebracht.

In 1944 koopt Brand Valkenburg het gebouw Bethel voor een bedrag van 7000 gulden. In de koopakte staan als huurders Gerrit Steinmann, de NCGB en

Aartje Osnabrugge vermeld. Aartje geeft er orgelles Gemobiliseerde militairen naast Bethel. en betaalt één gulden huur in de week.

In 1970 wordt het pand als één van de eerste panden gesloopt ten behoeve van het nieuwbouwplan Weijdelaar.

Dorpsstraat 232

Dit is het rechterdeel oftewel de westkant van het

“Bethel”‐pand. Eerst wonen in dit deel de dames

(gezusters) Homoet. Ná de verkoop aan meester Veldhuizen wordt de woning verhuurd, onder andere aan Bart Bakker (1934) en Jus van de Wetering.

Vanaf 1938 komt Gerrit Steinmann er te wonen. Hij is getrouwd met Jo en Gerrit is loodgieter van beroep. Achter de woning staat een houten schuur, de werkplaats van Gerrit.

Bezoek van het TV‐programma

”Man + Paard” aan

Scherpenzeel. Dit vindt plaats in juli 1961 en de televisie staat in Nederland dan nog in zijn kinderschoenen. De foto is genomen in de Dorpsstraat en links staat mevr. Steinmann. Een bezoek van televisiemakers is in die jd nog zo bijzonder dat de bezoekers worden ontvangen in het gemeentehuis.

 Koperslager Gerrit Steinmann bij zijn werkplaats. Hij was ook jaren begrafenisondernemer en koster van de

Gereformeerde Kerk

Jo Steinmann is een sociaal ingestelde vrouw. Zo verzorgt ze elke dag de warme maal tijd voor juffrouw Hendriks, Juf ‐in ruste‐ van de school met de Bijbel.

Als bekend wordt dat Bethel gaat worden gesloopt verhuist het echtpaar Steinmann naar de dan nieuwgebouwde bejaardenwoninkjes aan de Vijverlaan.

Dorpsstraat 234

Het is wat onduidelijk wat het bouwjaar is van het huidige pand, maar in 1832 staat hier een huisje dat eigendom is van Arie van Manen. De naam Arie komt niet voor in de Scherpenzeelse tak van de familie Van Manen, dus mogelijk komt Arie ergens anders vandaan.

Al in 1923 blijkt Paul Broertjes in het pand te wonen. Hij is zadelmaker van beroep, is geboren in 1870 en woont in 1923 vermoedelijk al een tijdje in het pand. Paul wordt opgevolgd door zijn zoon Dirk (1911) en Dirk is vermoedelijk degene die kort ná de Tweede Wereldoorlog het huidige pand laat bouwen. De firma Broertjes is de eerste zaak in het dorp met zulke       grote           etalageramen.   Na Sinterklaas wordt de etalage fraai versierd met fonkelende kerstballen, pieken en sterren. De jeugd vergaapt

Winters plaatje van het pand in de jaren ’70 van de 20e eeuw.        zich, uit school komend, in de

advents tijd    aan        de          uitbundige versierselen.

Ná Broertjes komt er een winkel voor woninginrichting in het pand en in 2021 is De Inloop er gevestigd, een initiatief van Woonstede.

Advertentie in De Nieuwe Holevoet Vooraanzicht van het pand in de jaren ‘80

in  1951

Dorpsstraat 236

Een verdwenen pand, maar in 1832 staat hier een huisje dat eigendom is van de diaconie van de Ned. Hervormde Kerk. Bewoners uit die tijd zijn niet bekend, maar ook hier woonden vermoedelijke mensen die door de kerk werden onderhouden.

Het latere pand, met de karakteristieke dakrand, zal zo rond 1900 zijn gebouwd. De voorzijde moet zijn voorzien geweest van zeer fraai houtwerk, maar helaas zijn hier geen foto’s van. Rond 1920 zit hier M. van Hunnik met een rund‐ en varkensslagerij. Van slager Van Hunnik is niet zoveel bekend, maar mogelijk is hij verhuisd naar Veenendaal, waar de slagerij Van Hunnik een begrip is geworden. Opvallend is dat rond die tijd ook H. Verkerk, onderwijzer aan de Openbare Lagere School als bewoner wordt genoemd. Mogelijk woonde hij in bij het gezin Van Hunnik.

Al vóór de oorlog, in 1934 wordt Hendrik Golstein als bewoner genoemd. Hij is in 1934 groenteboer, maar bouwt later de winkel om naar kruidenierszaak. Het is een ouderwetse zaak met prach ge glazenstopflessen met alle soorten toffees. De dames helpen de klanten in mooi wit gestreken schorten. Eén van hen is een vaste kracht die zo vertrouwd is dat ze wel een pleegdochter lijkt.

Eind jaren ‘60 gaan de Golsteins rentenieren en betrekken een huis op de Willaerlaan achter de Driekleur. Korte tijd wordt dhr. Vlastuin er, hij is loodgieter van beroep, maar hij vertrekt een jaar later al naar Curacao. In de jaren ’80 vestigt Wallet er een automaterialenzaak, maar het pand wordt al snel gesloopt om onderdeel uit te maken van de aangrenzende supermarkt Spar.

Advertentie uit de Nieuwe Holevoet,

1951

Dorpsstraat 238

In 1832 staat hier een huisje dat eigendom is van de erven van Albert Oudhof. Waarschijnlijk wordt hier Bart Lamberts Oudhof mee bedoeld. Bart was mogelijk niet zo’n geliefde inwoner van Scherpenzeel. Als Jantje Barten van Landaas in 1781 haar testament opmaakt is de enige erfgenaam haar zuster Gijsbertje van Landaas. Mocht zuster Gijsbertje eerder overlijden dan zal de erfenis naar de kinderen van Lambert Oudhof gaan. Bart Lambertsen Oudhof wordt echter uitgesloten. Sterker nog, het wordt hem zelfs verboden de lijkstatie van Jantje Barten te volgen.

De vermelding “erven van Albert Oudhof” is op zich wel bijzonder, want Bart Oudhof is al in 1807 overleden. Bart was getrouwd met Jannetje Rees uit Veenendaal en uit dit huwelijk komen vier kinderen voort. Zij zouden dus de erven moeten zijn, ware het niet dat er in 1832 geen mannelijke nazaten meer blijken te zijn. Het is dus onduidelijk wie in de 19e eeuw de feitelijke bewoners van dit pandje zijn geweest.

Rond 1900 staat er een stukje aaneengesloten bebouwing van twee panden, waarbij 238 het meeste linkse deel is. In 1923 woont Evert Steinmann hier, hij is koperslager van beroep. Als Evert in 1931 overlijdt blij zijn zoon Elbertus (Bartus) Steinmann er wonen en hij is loodgieter van beroep. In het linkerdeel van het woonhuis is een winkeltje in peterolielampjes gevestigd.

Bartus Steinmann woont niet de hele tijd in het dorp, want in 1921 blijkt hij opeens vertrokken te zijn naar Vlaardingen. Bartus trouwt dan vervolgens in 1930 in Rotterdam met Aaltje van Leeuwen, maar hun eerste kind Annigje wordt in 1932 wel in Scherpenzeel geboren. Vader Bartus blijkt ook dan in Ro erdam te zi en.

In hetzelfde huis woont trouwens ook Gerritje (Ger) Steinmann, de oudere ongetrouwde zus van Bartus. Zij is baakster, kraamverzorgster van beroep en is een begrip in het dorp.

De familie Steinmann woont in het pand tot het plaats moet maken voor supermarkt Spar.

Dorpsstraat 240

Het rechterdeel van het hierboven omschreven pand. In 1832 staat hier nog niets, dus het eerder omschreven pand zal ergens in de tweede hel van de 19e eeuw gebouwd zijn.

In 1923 woont hier Evert Albertus (Bart) Kuijpers, metselaar en aannemer van beroep. Later ves gt Bart Kuijpers er een winkel in aardewerk maar ook met kruidenierswaren. Hij overlijdt al vóór de oorlog, maar zijn weduwe blij er nog lange jd wonen.

Als kostganger komt Han Rummenie er in de jaren ’30 wonen. Hij heet voluit Johannes Gerardus Rummenie en is ober bij de Holevoet. Van Han is vanuit de oorlogsjaren een bijzonder verhaal bewaard gebleven.

Op 12 juni 1944 wordt Evelien Pasman Veldhuizen geboren in Arnhem tijdens een bombardement. Wanneer       jdens de slag om               Arnhem               in            september           1944

Fam. Kuijpers voor de winkel. Op de foto: Ma Kuijpers        geëvacueerd moet worden vertrekt de met haar dochters Carol en Dina. Rechts staat Riek            familie familie Veldhuizen met de drie

Vlastuin          maanden oude baby lopend naar Noord‐

Holland. Ze komen terecht in Scherpenzeel, waar op het terras van Hotel De Holevoet soep voor de evacués klaar staat. Door gebrek aan water is baby Evelien al een aantal dagen niet gewassen en huilt ze constant. Han Rummenie, ober van de Holevoet bedenkt zich geen moment, on ermt zich over moeder en baby en zet in de keuken van het restaurant een kom met warm water, zeep, een handdoek en een schoon hemdje voor Evelien klaar.

Na 71 jaar blijkt dat hemdje nog steeds bewaard te zijn gebleven en het wordt in 2015 door Evelien Pasman‐Veldhuizen geschonken aan het Airborne Museum. Ook brengt ze dan een bezoek aan hotel De Wi e Holevoet, waar uitvoerig gesproken wordt over de evacuatietijd.  In het hotel hangen dan nog tal van foto’s uit de Tweede Wereldoorlog en wat blijkt: er hangen tevens foto’s van ober Han Rummenie. Evelien Pasman‐Veldhuizen is diep onder de indruk van de verhalen en de foto’s die haar hielpen een beeld te vormen bij het verhaal van haar moeder. Ze vond het een bijzondere ervaring om weer terug te zijn bij het hotel waar ze 71 jaar geleden als baby is geweest.

Groepsfoto van het personeel van Hotelrestaurant De Witte Holevoet. Op de foto zijn te zien:

Achterste rij staand v.l.n.r.:

Chef‐kok Gerrit van den Elst, ?, Frans

Huibers, Wim van Dam, Tonia Lansing‐

Valkenburg, Willem Wagensveld,

Liesbeth Veldhuizen – Valkenburg, Cor Wolswinkel, ?, Arie van Veldhuizen (de autobewaker).

Middelste rij zittend v.l.n.r.: 11. Steinbach, Hanny …, Piet Dijkstra, Han Rummenie, ?, Alofs, Jan Spaa(n).

Voorste rij zittend op de grond v.l.n.r.:

Gijs Jansen, ?, ?, ?, ?, van Kampen

De familie Kuijpers woont tot in de eerste hel van de jaren ’50 in het huis. Daarna woont Adrianus Dorsman er korte tijd, opgevolgd door J.G. van der Geest, die er woont tot het pand wordt afgebroken ten gunste van de bouw van de supermarkt Spar in 1971.

De Spar wordt in juli 1971 op grootse wijze geopend. Eigenaar van de Spar is dhr. Schreurs uit Soest, die ook al een Spar‐filiaal            in            Utrecht hee .      Bij          de opening          van           het         Spar‐filiaal          in Scherpenzeel maakt men kans op twee minuten gratis winkelen, dit geeft een drukte van jewelste. Mevr. Wagensveld en dhr. Rama behoren tot de gelukkigen en zij laden hun winkelwagentjes vol voor resp.         116        en          123           gulden   aan boodschappen.

Supermarkt Spar wordt in 1993 omgebouwd naar Super de Boer. Later zat de Aldi daar, maar die supermarkt is kortgeleden vertrokken.

Dorpsstraat 242 / 244

De nummering op dit deel van de Dorpsstraat is wat onduidelijk. Omdat de  nummering in 1960 bij de grenscorrectie met Woudenberg wordt aangepast hee huisnummer 242 eigenlijk nooit bestaan. In 1823 staat hier in ieder geval één van de huisjes die toebehoorden aan de “erven van Albert Oudhof”, zoals eerder omschreven.

Het latere pand bestaat uit twee woningen, waarbij we eerst het linkerdeel beschrijven. In het begin van de 20e eeuw is er een kapsalon gevestigd, met J. Ram als kapper of coiffeur zoals hij zichzelf liever omschrij . Kapper Ram verkoopt ook sigaretten, maar verkoopt in 1931 zijn zaak aan H. Kluwen, die ook kapper en sigarenboer is. In 1942 verhuist Kluwen met zijn winkel naar de overkant van de Dorpsstraat op de hoek met de Willaerlaan. Teunis Kros zet vervolgens in het pand een rijwielhandel op. Ook wordt het pand enige tijd door de familie Lorjee uit Rotterdam bewoond. Familie Lorjee keert na de oorlog terug naar Rotterdam en Jan Vermeulen (van de Hertog van Gelre) betrekt dan een gedeelte van de woning.

Begin jaren ’50 vestigt Cornelis Wesselink zich in het vrijgekomen huis. Hij woonde tot die tijd in het middelste pand, maar het linkerpand is groter is en biedt daarom meer mogelijkheden om de winkel in huishoudelijke ar kelen verder uit te breiden.

Kees Wesselink begon zijn loopbaan als smid bij smederij Henny + Wout van Hussel (1947) Berendse. Op de foto (omstr. 1925) staat hij 2e van links

Dochter Henny Wesselink trouwt in 1955 met Wout van Hussel uit Leersum, hij is buschauffeur is bij de N.B.M. Als vader Cornelis Wesselink in 1965 overlijdt neemt Henny de zaak van haar ouders over. Kort daarna presenteert de gemeente het plan op voor nieuwbouw van het bejaardenhuis in de Dorpsweide en de aanleg van de Vijverlaan naar de Dorpsstraat. Het dubbele pand waarin ook de winkel en het woonhuis van familie Van Hussel‐Wesselink is gevestigd, moet worden gesloopt. Ondanks protesten en een zeven jaar

Henny Wesselink op de zomermarkt        durende strijd wordt het plan in 1972 ten uitvoer

(2012).            gebracht.

Dorpsstraat 246

Het middelste deel van het verdwenen pand staat in het dorp ook wel bekend als het “huis met de torentjes”. Het is een bouwwerk uit de vroege jaren ’30 van aannemer Ten Broek van de Stationsweg. Zijn  dochter Mientje hee eens verteld dat haar familie zomers naar Scheveningen trok en vakantie hield in huizen die gesloopt zouden gaan worden. Haar vader en zijn werknemers sloopten vervolgens de fraaie ornamenten van deze huizen en kochten die op. De ornamenten worden later in nieuw te bouwen huizen verwerkt en op deze wijze is ook de voorgevel van de woning aan de

Dorpsstraat ontstaan.

Vermoedelijk is Cornelis Wesselink in

1935 de eerste bewoner. Cees Wesselink komt uit Veenendaal en werkt bij smederij Berendse.

Hij trouwt in 1923 met Jannetje Meerveld uit de Achterstraat. In 1939 vraagt een vergunning aan voor het oprichten van een smederij, waarin geplaatst zullen worden een boormachine, draaibank, lasapparaat en vier elektromotoren. Achter het huis wordt de smederij gebouwd en in het voorste gedeelte van het woonhuis wordt een winkel in huishoudelijke ar kelen en galanterieën gevestigd. Terwijl Cees in de smederij werkt, runt echtgenote Jannetje de winkel.

Tijdens de eerste oorlogsdagen blij het fraaie pand gespaard. De oorlog verloopt           echter   niet voorspoedig voor Cees, want hij wordt later in de oorlog samen met zijn zoon Geert door de Duitsers opgepakt. Cees wordt in Den Haag gevangen gezet          en ernstig mishandeld. Als door een wonder wordt hij enkele maanden later vrijgesproken en ook zoon Geert komt op vrije voeten. Ten gevolge van de mishandeling kan Cees de smederij echter niet langer voortzetten. Begin jaren ’50 verhuist Cees een pandje naar links, zoals reeds hierboven omschreven. Cees Wesselink is degene die het hekwerk met de tekst ‘Slechts wie de vrijheid missen moest, weet hoeveel waard zij is’ hee gesmeed dat bij het verzetsmonument staat.

Na vertrek van de familie Wesselink wordt de oude winkel weer als woonhuis ingericht en in de jaren ’50 woont Johannes (J.B.) Molleman in het pand. Hij werkt bij de Hertog van Gelre. André Stuivenberg weet zich te herinneren dat Molleman een klein vals hondje hee . Als André zijn hond uitlaat stuift het hondje van Molleman woest door de vensterbank mee, alle planten om en de kinderen lol.

Als laatste woont Jansje Valkenburg in de woning. Jansje wordt door André herinnerd als een al oude ongetrouwde dame die op zijn verjaardag komt voor het Gereformeerde verjaringsfonds. De jas gaat uit, maar het hoedje blij op. “Tantje Jans” krijgt een taartje en een rijksdaalder en daarna mag kleine André weer buiten spelen….

Ook dit karakteristieke pand valt onder de sloophamer ten behoeve van de aanleg van de Vijverlaan.

Op deze luchtfoto (1968 / 1969) is te zien dat de huizen 244 + 246 al zijn weggebroken ten behoeve van de aanleg van de Vijverlaan. De bejaardenwoninkjes aan de Parklaan zijn in aanbouw, supermarkt Spar moet nog worden gebouwd.

Naar de toekomst

Veel van de panden die hierboven staan omschreven zijn al verdwenen. Vanaf huisnummer 224 (het “sieradenwinkeltje”) zullen in de nabije toekomst de panden ook verdwijnen, dit ten behoeve van de nieuwbouw van supermarkt Jumbo.

Uit de ontwerptekening blijkt dat de nieuwe gevel aan de Dorpsstraat wordt opgetrokken in een soort van Delftse school‐stijl, zodat dit mooi moet aansluiten bij de wederopbouwpanden uit de oorlogsjaren. De bouw van de nieuwe Jumbo houdt ook in dat het kwijnende winkelstukje aan de Vijverlaan ook zal verdwijnen. Scherpenzeel verandert……

Piet Valkenburg

Met dank aan Gerard Bakker en André Stuivenberg voor hun uitgebreide bijdragen.

Bronnen:

‐ Archief ver. Oud Scherpenzeel,

‐ “Bewoners van Scherpenzeel 1923‐1960”(door H.M. van Woudenberg)

‐ De Holevoet /  Nieuwe Holevoet (diverse jaargangen) ‐ Traces of War (www.tracesofwar.nl) ‐ Supermarkt Jumbo.

SCHERPENZEELSE BOERDERIJEN EN HUN BEWONERS

Groot Gooswilligen

Groot Gooswilligen is een deel van het oorspronkelijke gebied Gooswilligen. De naam Gooswilligen is niet duidelijk. De oudste schrijfwijze is Goidswillighen. Dit kan ‘goede           wilgen’ betekenen.

Gooswilligen is inderdaad een laag gebied, waar wilgen goed gedijen. In latere eeuwen   wordt           de          naam     soms geromantiseerd naar ‘Gods wil’. Deze uitleg is onwaarschijnlijk, want ‘wil’ staat in het enkelvoud.

Groot Gooswilligen, 2013

Gooswilligen grenst ten noorden aan Veenschoten en De Lucht, ten oosten aan Groot

Wagensveld onder Renswoude, ten zuiden aan Breeschoten en ten westen aan Groot Orel, Klein Schaik en Veenschoten. Onverdeeld is het een gebied van 124.79.00 ha. Op dit moment staan er 19 huizen en boerderijen in dit gebied.

Voor 1477      is            het         nog        groter geweest. Het gebied ten noorden, genaamd ‘de mellemt van den erve en goet Goitzwilligen’ is toen bij het erf Veenschoten getrokken1 . Later komt daar de boerderij De Lucht.

Gooswilligen behoort bij een groep boerderijen: Veenschoten, Schaik, Kraaienoord en Gooswilligen, die vanouds een eenheid vormde. Zij zijn op hun beurt weer een deel van een groter gebied dat bij elkaar hoort: Borgstede, Glind, Langelaar,

Veenschoten, Birreveld en Huigenbos, deels onder Barneveld en deels onder Scherpenzeel gelegen. Dit Barneveldse en Scherpenzeelse deel is in 1409 al gesplitst2 . De groep boerderijen Veenschoten, Schaik, Kraaienoord en Gooswilligen is vanouds eigendom van de St. Paulusabdij in Utrecht3 . Zij verkopen dit op een gegeven moment aan een particulier en behouden als bewijs een jaarlijkse jns, een soort belasting4 .

Van de eigenaren weten we iets vanaf 1468. Ik zeg eigenaren, want de eigendom is dan al in tweeën gesplitst. De ene hel is van Evert Jansz de Wijse en de andere hel van Willem Jansz.

Laten we eerst Evert Jansz de Wijse volgen. Hij woont is Amersfoort, zoon van een schepen van de stad. Zijn zoon Jan Evertsz de Wijse volgt hem op als eigenaar.

Om te zorgen dat zijn zoon, ook weer Evert Jansz de Wijse, de boerderij zal erven, geeft hij hem alvast een jaarlijkse uitkering van 17 Rijnse guldens. Dat zal ongeveer de jaarlijkse halve pacht zijn geweest. In 1478 wordt dit vastgelegd in het leenboek van Huis Scherpenzeel5 . Twin g jaar later is Evert overleden en krijgt zijn dochter Wendelmoet deze hel van Gooswilligen.

De andere hel is zoals gezegd van Willem Jansz. In 1473 komt deze hel in handen van Roelof Winensz die het op dezelfde dag verkoopt aan Jacob van Bijler, afwisselend schepen, burgemeester of raadsheer van Amersfoort6 . Om dit te kunnen betalen, leent Jacob 200 gulden van de verkoper7 . Katherijne, de vrouw van verkoper Roelof Winensz schenkt na de dood van haar man de hel van de rente aan het altaar van het St. Severijnsgilde in de St. Joriskerk van Amersfoort. Dit is een weversgilde waarvan haar man waarschijnlijk lid was. Het lukt Jacob van Bijler om het geleende geld af te lossen want na zijn dood gaat de eigendom in 1484 onbelast over op zijn zoon Willem van Bijler8 .

Nu wordt de situa e onoverzichtelijk. De ene hel worden ook weer gedeeld. In 1520 is Rijck Wulfertsz eigenaar van de ene hel en een derde deel van de andere hel . We weten dit omdat hij Gerrit Palick van Scherpenzeel, heer van Scherpenzeel toestemming geeft om 3 of 4 bomen op Gooswilligen te kappen9 .

Blijkbaar komt men er zelf ook niet helemaal uit, want op dezelfde dag laat mr. Jacob van Bijler wel even vastleggen dat het resterende tweederde deel van hem is en niet van Willem de Wijs.

In 1598 is Gooswilligen weer in tweeën gesplitst. Tweederde deel van de ene hel wordt beleend op Rijck van Bijler, kanunnik van St. Marie in Utrecht, mede namens zijn broers en zusters. De vorige eigenaresse is hun moeder Beatrix, weduwe van Jacob van Bijler. Het resterende eenderde deel gaat naar de kinderen van zijn overleden broer Willem van Bijler10 .

De andere hel van Gooswilligen is gekocht uit de nalatenschap van Rijck Aertsz van der Hel en in handen gekomen van de Amersfoortse burgemeester Gerrit Evertsz van Schadick. In zijn testament staat dat ieder kind het eenderde deel van Gooswilligen er en dat het alleen verkocht mag worden aan één van de andere erfgenamen.

Evert Gerritsz van Schadick, Gerrit Gerritsz van Schadick en zijn zuster Cecilia Gerrits van Schadick erven het vervolgens van hun vader Gerrit Evertsz van Schadick11 . Evert ster al voor zijn vader. Zijn opvolger is zijn zoon Peter. Deze Peter grijpt zijn kans als zijn oom Gerrit overlijdt. Hij gaat direct na zijn begrafenis naar Scherpenzeel en laat zich belenen met alle drie de delen. Zijn tante Cecilia komt daar een half jaar later achter. Zij laat bij een notaris vastleggen dat haar neef de familie best mag vertegenwoordigen wat betre Gooswilligen, maar hij mag maar een derde deel van de opbrengst houden12 . Cecilia’s dochter jkvr. Margaretha van Weede, weduwe van Jacob van Del wil van alle gedoe af zijn en koopt de anderen in 1649 uit13 . De andere hel had zij al in 1606 al geërfd van haar moeder en nu is Gooswilligen dus in één hand14 .

In 1670 is Margaretha van Weede overleden en komt de boerderij aan haar kleinzoon Jacob Cornelissen van Buininck15 . In 1680 gaat het naar Marcelis de Buininck, heer van Eerbeek16 . En zo verer het verder binnen de familie: in 1712 naar Cecilia Barbara van Buijnink tot Eerbeek, in 1717 naar haar zuster Maria Elisabeth van Buijnink17 . Zij is getrouwd met Johan Gerhard van Doeijenburg à Uijlenburg, heer van Lakemond. Ondanks hun klinkende namen kunnen zij slecht met geld omgaan. De ene lening volgt de andere op18 .

Gevolgd door processen omdat zij de rente niet betalen19 . In 1745 is de maat vol. Sophia Charlo a gravin von Wartensleben, vrouwe van Scherpenzeel en wonende op Huis Scherpenzeel grijpt in. Zelf hee zij 1500 gl. aan het echtpaar uitgeleend en beslag gelegd op de boerderij. Nu koopt zij Groot en Klein Gooswilligen voor 9545 gl20 . Daarmee worden alle schulden betaald en de processen stopgezet. Veel zullen ze er niet aan hebben over gehouden.

Sophia Charlo a gravin von Wartensleben verer het in 1774 op haar zoon Frederick Burchart Lodewijk, baron van Westerholt, heer van Hackfort. Hij woont op kasteel Hackfort in Vorden en hee liever geld dan een bezit, ver van huis. Na drie maanden hee hij een koper gevonden21 . Of liever gezegd, kopers. Maar daarover later.

We hebben het nog helemaal niet gehad over de bewoners. In 1520 komen we Rijck Wulfertsz, bouwman op Goetswilgen, tegen. Hij komt al eerder in het verhaal voor als hij Gerrit Palick van Scherpenzeel, heer van Scherpenzeel toestemming gee om 3 of 4 bomen op Gooswilligen te kappen. Bij de veetelling van 1526 komen we meer te weten22 . Er zijn zes paarden, waarvan er één een jaar oud is; acht koeien, waarvan vier vaarzen en 3 pinken; bijna 40 schapen en twee varkens. Er staat ook nog ‘sijn bouman II koen’. Waren die twee koeien van een knecht of misschien van een kleine boer op zijn grond? In 1549 komen we de inmiddels stokoude, ca. 80 jaar oude Rijck Wulfertsz nog een keer tegen. Hij verklaart dat de Heer van Scherpenzeel al jd de schouten van Scherpenzeel hee benoemd. En dat er een kaak in het dorp staat waar de misdadigers aan vast gezet worden23 . Zijn zoon Sander Rijcksz en zijn vrouw Nelle volgen hem op. In 1551 lenen Sander en Nelle 50 Karolusguldens van Jacob Jacobsz met Gooswilligen als onderpand. Met de rentebetaling gaat het echter niet zo goed. Als zij acht jaar achter zijn met betalen komen par jen overeen dat dit bij de lening zal worden opgeteld en dat zij een gulden extra rente per jaar gaan betalen24 . In 1566 woont Sander er nog. Bij de graantelling van dat jaar hee hij 50 vimmen rogge, 20 vimmen boekweit en nog 5 vimmen op zolder, en 75 vimmen haver. Het lijkt een welvarende boerderij. Maar er moeten ook elf mensen van mee‐eten25 .

In 1613 woont ene Cornelis op de boerderij. Dat weten omdat zijn dochter Geretgen (Gerritje) lidmaat wordt van de Grote Kerk. In diezelfde kerk worden in 1615 en 1616 huwelijken afgekondigd of voltrokken van Breunisje en Peter, kinderen van ene Elbert op Gooswilligen.

In 1647 is Gijsbert Thonisz pachter van Goodswilligen voor f 250,= per jaar en 4 mud rogge toepacht26 . Gijsbert, geboren op Overeem onder Renswoude, is getrouwd met de weduwe Weijmpje Everts, die dan op Moorst woont. Weijmpje komt van een aanzienlijke boerenfamilie in Asschat. Bij haar overlijden kan zij elk kind 900 gl. nalaten27 . Dankzij haar wordt Gijsbert eigenaar van de hel van een boerderij in Asschat met de bijzonere naam Metgen van Snellenberg, een deel van Wijnbergen28 . Gijsbert Thonisz trouwt opnieuw en gaat met zijn nieuwe vrouw Maartje Melissen op De Kleine Vliert onder Renswoude wonen29 . Inmiddels is de pacht van Groot

Gooswilligen overgenomen door zoon Wouter Gijsbertsz. Hij trouwt eerst met Willemtje Jansz Couwenhoven en na haar overlijden met Arrisje Willems, van Heintjeskamp. Een aantal kinderen van hen zal zich later Van Gooswilligen gaan noemen.  Bij de grote ster e in Scherpenzeel in 1673 wordt ook Gijsbert niet gespaard. Willemtje Jansz Couwenhoven trouwt een jaar later met Teunis Evertsz, een weduwnaar van Langelaar. Teunis verkoopt de inboedel van Langelaar voor 2577 gl. aan zijn s efzoon Jan Anthonisz van Voscuijlen en gaat bij zijn nieuwe vrouw op Gooswilligen wonen30 . Het huwelijk duurt zeven jaar, dan overlijdt Willemtje. Teunis zoekt en vindt een nieuwe vrouw; Jacobje Jansen, van Sniddelaar. Voor hem zijn derde huwelijk.

De en kinderen uit al deze huwelijken worden op Gooswilligen geboren. Het lee ijdsverschil tussen de oudste en de jongste is 37 jaar. Naast al die kinderen wonen er ook nog anderen op de boerderij. In 1686 verzoekt Teunis Evertsen geen hoofdgeld te hoeven betalen voor een arm schaapherdertje en een ploegdrijver die hij in dienst hee 31 . Als Teunis overlijdt staat er op zijn grafsteen in de Grote Kerk ‘TEUNIS EVERTSEN OP GOODSWILGEN Ao 1719’.

Eén van de en kinderen, Jan Teunissen van Gooswilligen, volgt hem op. Hij trouwt op 44jarige lee ijd in 1728 met de 15 jaar jongere Gerritje Gerrits de Kruijf van de boerderij De Schans in Woudenberg. Hij is mede‐eigenaar van een huisje in Donkelaar en van de boerderij Klein Voskuilen. Vier van de vijf kinderen worden op Gooswilligen geboren. Dan vertrekt het gezin omstreeks 1737 naar een boerderij in Taailand onder Leusden.

Kort wordt de boerderij gepacht door Roelof Dirksz de Goede en zijn tweede vrouw Peternella

Willems Verbeek. Ze komen uit De Bilt. Je vraagt je af hoe een boerengezin vanuit De Bilt naar Gooswilligen komt. Waarschijnlijk door bemiddeling van de adellijke eigenaren die overal connecties hebben. Ze zijn katholiek. Dat is misschien de reden dat ze het wel gezien hebben na een paar jaar in deze protestantse buurt. Eind 1745 kunnen ze de boerderij Zielhorst in het katholieke Hoogland pachten en zijn ze vertrokken32 . Juist in deze tijd moet de eigenaar de boerderij verkopen wegens schulden en wil de nieuwe eigenaresse, Sophia Charlo a gravin von Wartensleben, vrouwe van Scherpenzeel, ook katholiek, toch niet met hen verder gaan.

De nieuwe pachter wordt Teunis Jansz van Ginkel en zijn tweede vrouw Willemijntje Tijmens van

Loenen. Zij komen met een dochter en een zoon vanaf de boerderij Bruinhorst onder Woudenberg. Zij betalen 265 gl. pacht per jaar33 . Teunis wordt bij zijn werk geholpen door drie knechten34 . In 1757 kunnen zij een grote boerderij voor veel minder pachten. Dat is boerderij Gasthuis Daatselaar onder Stoutenburg. Zij verhuizen en boeren blijkbaar goed. In 1778 kunnen zij de boerderij Bavoort onder Leusden met 18 morgen land kopen voor hun zoon Jan35 .

Korte jd zijn daarna Peter Aartsz de Swier en zijn vrouw Gerritje Gijsberts de boer en boerin. Zij komen met de moeder van Gerritje uit Lunteren. Waarschijnlijk zijn ze er maar één pach ermijn van zes jaar, zo omstreeks 1760. Mogelijk is Peter in die tijd overleden, want we komen Gerritje later in Scherpenzeel tegen, als weduwe wonend aan het Oosteinde.

Iets meer weten we van hun opvolgers, Cornelis Jakobsz van Manen uit Ede, getrouwd met Cornelisje Jakobs van Bi erschoten, weduwe van Jan Jansz van Vlastuin. Cornelis gaat eerst bij zijn vrouw op Wi enberg wonen. Daar worden hun eerste vier kinderen geboren. Omdat de kinderen uit het eerste huwelijk met haar eerste man al volwassen worden, wordt het tijd om voor hen plaats te maken op Wittenberg. Groot Gooswilligen komt vrij en het echtpaar gaat er met hun vier kinderen wonen. Daar breidt het gezin zich uit met drie kinderen. Zij wonen er nog in 1770. Zij vertrekken mogelijk naar Barneveld, want daar wonen hun nakomelingen.

Zoals gezegd verkoopt Frederick Burchart Lodewijk, baron van Westerholt, heer van Hackfort in 1774 Groot Gooswilligen, drie maanden nadat hij het hee geërfd van zijn moeder Sophia Charlo a gravin von Wartensleben.

Er zijn drie kopers: de broers Evert en Gerrit Gerritsz van Davelaar voor de ene hel en Willem Geurt Renes voor de andere hel . Kapitaalkrach ge mannen die vaker een boerderij kopen en verkopen. Zij moeten er 10.130 gl. voor neertellen36 . Willem Geurt Renes hee een jaar geleden Klein Romselaar op Voskuilen gekocht en moet nu 4000 gulden lenen van de familie Van Westerholt37 . In 1790 kan hij de lening aflossen.

Dat de drie mannen een goede koop hebben gedaan blijkt als Willem Geurt Renes in 1792 borg staat voor Aart van Lutzenburg als hij schout van Scherpenzeel wordt. De hel van Gooswilligen blijkt 14.100 gl. waard38 . De hel is dus na bijna 20 jaar meer waard dan het hele erf gekost hee . Ook de familie Davelaar roert zich. Gerrit en Evert hebben meer goederen samen gekocht. In 1779 verdelen zij die goederen. Gerrit krijgt nu de hel van Gooswilligen alleen in handen39 . In 1784 overlijdt Gerrit. Zijn vrouw en kinderen laten de boedel voorlopig onverdeeld. Zij stellen hun hel als borg voor schoonzoon Jan Verburgt voor zijn ambt als rentmeester van het St. Pietersgasthuis in Arnhem40 . De waarde van deze hel wordt geschat op 11.000 gl.

Terug naar de pachters. Kort na de verkoop in 1774 komen Cors Willemsz Pater, geboren in Renswoude en zijn vrouw Fransje Claassen van Davelaar (geen familie van de eigenaren) met hun acht kinderen naar Gooswilligen. Zij waren gebruikers van ’t Hooibroek aan De Steeg onder Woudenberg. In 1784 overlijdt Cors op Groot Gooswilligen en zijn weduwe gaat verder met haar volwassen kinderen Klaas, Jantje, Jan, Wulfert, Cornelis en Maria41 . Samen met zoon Klaas koopt zij een jaar later de boerderij Klein Heintjeskamp en Klaas vertrekt. Jan trouwt in 1789 met Gijsbertje Dirks van Voorthuizen van de boerderij Wolfswinkel. Nèt op jd want de volgende dag wordt hun eerste kind geboren op Gooswilligen. Zij kopen de boerderij Huigenbosch en vertrekken ook. Fransje Claassen van Davelaar blij met steeds minder kinderen achter. Daarom komt er ruimte voor een arm iemand die door de diaconie tegen een kleine vergoeding bij Fransje wordt ondergebracht42 . Het is de 45‐jarige Hendrik Ouwens. Niet voor lang want een jaar later is hij overleden. Fransje blij op Groot Gooswilligen wonen tot haar overlijden in 1811. In het ‘doodregister’ staat dat ze 94 jaar is geworden. Ietsje overdreven, ze was 89 jaar. Toch heel oud voor die tijd.

In 1811 komt het kersverse echtpaar Gerrit Jansz van Davelaar (geen familie van de eigenaren en van de vorige bewoonster) uit Ederveen en Berendje Prins uit Nijkerk op de boerderij. Ze krijgen vijf kinderen waarvan er één tijdens zijn militaire diens tijd overlijdt. Ook vader Gerrit wordt niet zo oud. Hij overlijdt op 52‐jarige leeftijd. Berendje gaat nog enige jaren door. In 1840 gaat ze met haar kinderen naar het dorp. Willem Jacobs van Huigenbosch en Dirkje van Wagensveld nemen het over. Willem komt van Klein Orel en Dirkje uit Renswoude. Zij boeren eerst op

Ebbenhorst en verhuizen met hun zes

Arnhemse Courant 21‐05‐1817 kinderen (zes zijn er inmiddels overleden)

naar Groot Gooswilligen.

Daar zullen er nog zeven worden geboren, waarvan er ook één jong overlijdt. Willem pacht de boerderij voor 190 gl. per jaar. Verder is er weinig bekend over dit gezin. In 1861 gaan ze op Oud Millingen onder Garderen wonen. De roerende goederen en de rogge op Groot Gooswilligen wordt voor 541 gl. verkocht43 . De boerderij komt weer vrij.

Ondertussen is de boerderij verkocht. Eerder was al verteld dat Evert en Gerrit Gerritsz van Davelaar het voor de ene hel en Willem Geurt Renes voor de andere hel in 1774 hadden gekocht. Willem Geurt Renes hee vier kinderen, die na zijn dood elk een vierde deel of eenachtste van het geheel erven.

Bij de Van Davelaars hee Gerrit met de boedelscheiding met zijn broer in 1779 de andere hel van Groot Gooswilligen in handen gekregen. Zijn kinderen erven weer van hun vader, waarbij zoon Gerhardus van Davelaar zijn leven lang bezig is geweest om de anderen uit te kopen of hun delen te erven. Ook de delen van de Renes‐familie koopt hij zodra hij de kans krijgt. Het lukt hem in 1838 om het laatste eenachtste deel voor 1300 gl. te kopen van de familie Renes44 . Een koopje want een jaar eerder wordt het nog getaxeerd op 2300 gl.45 . Het wordt omschreven als de boerenhofstede Gooswilligen, bestaande uit vier woningen, bergen, schuren, schapenhokken onder Scherpenzeel, sec e B 24‐152, noord en oost: baron Taets van Amerongen, zuid: Gerrit van Ginkel, west: de wed. Wolfswinkel c.s., groot 124 bunder, 50 roeden. Gerhardus hee vijf kinderen uit zijn eerste huwelijk met Johanna ter Leth. Het jongste kind overlijdt na twee maanden, daags na haar moeder. Men besluit moeder en kind in één kist te begraven. Het tweede huwelijk blij kinderloos, dus zijn er vier kinderen en erfgenamen. Als Gerhardus in 1847 als rentenier in Scherpenzeel overlijdt besluiten zijn kinderen om Groot Gooswilligen met de end uit Groot en Klein Gooswilligen te verkopen. De eerste poging mislukt. Er wordt 18.850 gl. geboden, maar dat vindt men niet genoeg46 . Vier maanden later, het is begin januari 1849, wordt er een tweede poging gedaan. Weer wordt er 18.850 gl. geboden. Blijkbaar is dit toch het maximaal haalbare bedrag en men gaat akkoord47 . De nieuwe eigenaresse heet Judith van Dolder, wed. Anthonie van der Poel, grondeigenaresse uit S chts Veenendaal.

In 1861 nemen Elbert Pater en Cornelia Lagerweij uit Renswoude de pacht over. Weer een Pater op Groot Gooswilligen? Inderdaad, zijn overgrootvader Cors Willemsz Pater was er ook pachter geweest. Met hun eerste kind gaan ze er wonen en er worden nog vijf kinderen geboren. In 1877 verkoopt Elbert Pater zijn rogge voor 300 gl. en vertrekt met zijn gezin naar Lunteren48 . Lubbertus van Ravenhorst en Arisje van Bennekom volgen hem op. Zij hebben een paar jaar bij de ouders van Arisje op Ebbenhorst gewoond en nu komt er een boerderij voor hen vrij. Met hun twee kinderen komen ze op de boerderij. Zij huren het van de kinderen van Antho¬nie van der Poel. Er staat: de boerenhofstede Groot Gooswilligen met huis, achterhuis, mestschuur, bergen, schuur, erf, tuin, boomgaard en land aan de weg naar Barneveld. Uit het huurcontract blijkt dat de boerderij geslonken is tot ongeveer 36 ha. Zij betalen 565 gl. per jaar49 . Als Lubbertus 15 jaar later overlijdt is Arisje net in verwachting van haar twaalfde kind. Uit de boedelbeschrijving krijgen we een indruk van wat er op de boerderij aanwezig is: twee paarden 150 gl.; acht koeien

600 gl.; vier pinken 130 gl.; drie kalveren 30 gl.; een varken (zeug) 35 gl.; drie drachtige varkens 130 gl.; twee schrammen (gekastreerde varkens) 45 gl.; twee schrammen 46 gl.; een vet varken 55 gl.; 15 kippen en een haan 12 gl. Het totale bezit is 2429,75 gl, maar er is ook een schuld van ca. 1450 gl50 . Kortom, een redelijk welvarend boerengezin.

Barn. Krant mei 1886

Arisje moet een sterke vrouw zijn geweest. Zij zet de boerderij met al die kinderen voort. Ongetwijfeld met hulp van knechten en meiden. Haar oudste zoon is 16 jaar en die zal ook wel meegeholpen hebben. In 1899 vindt Arisje het welletjes, verkoopt de inboedel voor 2129 gl. en gaat in het dorp wonen51 .

Rond 1906 komen Gerrit Vink en Teunisje van Bennekom vanuit Veenendaal op de boerderij. Teunisje, geboren op Wi enoord in Renswoude, is een nicht van de vorige bewoonster, een dochter van Arisjes broer Jan van Bennekom. Met zes kinderen komen ze er wonen en het gezin breidt zich uit tot elf kinderen. Uit het woningonderzoek in 1908 blijkt dat de boerderij drie vertrekken hee en een varkensschuur. Bij de twee slaapvertrekken kijk je tegen het dak aan. Er is een pannendak met een deel van riet, zonder dakgoten. Er is een wc in het achterhuis op een ton. Er staan en koeien op stal. Men betaalt 300 gl. pacht per jaar. Gebreken: ‘Drinkwater slecht. Vloeren en muren nat’52 . Geen ideale omstandigheden, maar bij andere boerderijen is het niet veel beter. Het gezin blij tot

Holevoet, 12‐03‐1926

1928 en vertrekt dan naar Ede.

Hun opvolgers zijn Hendrik Brons en Neeltje Bieshaar. Hendrik is in 1893 geboren in de buurtschap Veen onder Nijkerk en Neeltje komt van De Bilt. Ze is in hetzelfde jaar geboren als haar echtgenoot. Zij wonen eerst een tijdje in Stoutenburg en daarna in Renswoude. De zwerftocht komt ten einde op Gooswilligen. Ze blijven er de rest van hun leven en zullen een grote stempel drukken op de buurt.

Ondertussen zijn er ook nieuwe eigenaren. Sinds 1849 is Judith van Dolder, wed. Anthonie van der Poel eigenaresse. Zij wordt opgevolgd         door      haar       zoon

Henricus Gerardus van der Poel, ook uit Veenendaal. Wanneer hij het verkoopt is niet bekend. In ieder geval na 1885. Wel aan

wie hij het verkoopt. De koper               Holevoet, 25‐03‐1927

heet Pieter Huibert van Rijn en

is rentmeester en dijkgraaf in Wageningen. Dus pure geldbelegging. In 1919 verkoopt hij het weer door aan Eduard Adolph Lehman uit Amsterdam. Zijn weduwe verkoopt het in 1937. Een bijzonder moment in de geschiedenis van Gooswilligen53 . Hierover is al eens eerder geschreven. Maar dat is zo lang geleden dat we het nog een keer vertellen.

Op 4 september 1937 komen vier boeren bijeen bij notaris A.J. Bok in Barneveld. Ze zijn daar om het “landgoed Gooswilligen” te kopen.

Samen kopen ze Gooswilligen van Clara Be y von Hunteln, weduwe van Holevoet,  05‐02‐1937 Eduard Adolph Lehman uit Amsterdam, voor 80.500 gl.

Gooswilligen bestaat uit vier landbouwerswoningen, met verdere genummerte, erven en tuinen, gras‐ en bouwland, heidegronden, houtgewassen en weg, groot 124.04.70 ha.

De vier boeren zijn:

Willem Gijsbert van de Fliert Janszoon, pluimveehouder op Jagersveld onder Ede en

Willem Gijsbert van de Fliert Franszoon, pluimveehouder op Zeldenrust onder Renswoude. Hij is de neef van nr. 1.

Hendrik Brons Heimenszoon, landbouwer op Gooswilligen onder Scherpenzeel.

Wijnand Veldhuizen Wijnandszoon, landbouwer op Veenschoten onder Scherpenzeel.

Er zal een nieuwe weg met sloten van 10 meter breed aangelegd worden voor gezamenlijke rekening. De lengte van de weg is 1725 meter.

Groot Gooswilligen is verhuurd aan Hendrik Brons voor f 500,=  per jaar.  Klein

Gooswilligen, Donkelaar en de Pinkenweide zijn verhuurd aan Jan Teunissen voor f 550,= per jaar. Oud Gooswilligen is verhuurd aan Evert Jan van Ginkel voor f 250,= per jaar.  De jacht is verhuurd aan J.H. Engelkens voor f 1,= per hectare per jaar.

Op de nieuw ontgonnen grond worden enkele nieuwe boerderijen geslacht. J(ob)

Heimen Brons van de Hoef was één van de boeren die op zo’ n boerderij kwam. In Oud Scherpenzeel jaargang 10, nr. 2 (1998) vertelt hij hierover. Het onderstaande kaartje komt uit dat artikel.

De eerste bewoners van Gooswilligen in de jaren 1938‐1939

1. Hendrik Brons en Neeltje Bieshaar 2. Wijnand Veldhuizen en Maagje Brons.

Anton Schimmel en Maria v.d. Glind

Geurt van Kampen en Dien Bouw

Peter van Grootheest en Mina van Steenbergen

Jacob van de Hoef en Gerri Top

Gijp van Bennekom en Ali Veldhuizen

Jacob Rauw en Reina Dikkenberg

Jan Vlastuin en Jans van Bennekom

De vier kopers verdelen de grond onderling. Hendrik Brons en Wijnand Veldhuizen krijgen de noordzijde van Gooswilligen en de beide Van de Flierten de zuidzijde.

Hendrik Brons koopt boerderij Groot Gooswilligen en Veldhuizen de boerderij waar Van Ginkel op boert. Hendrik Brons hee 32 hectare, maar na een precieze me ng moet hij 2 hectare afstaan aan de Van de Flierten.

De kinderen van Hendrik Brons en Neeltje Brons ‐ Bieshaar

Hendrik en zijn echtgenote Neeltje krijgen en kinderen van wie er twee kort na de geboorte overlijden. Ze krijgen (de twee kort na de geboorte overleden kinderen niet meegerekend) vijf zoons en drie dochters, die allemaal hun eigen weg gaan.

Zoon Jan is de eerste van het gezin die trouwt. Samen met zijn echtgenote Gijsje van Duinkerken uit Hoevelaken gaat hij in een nieuwe boerderij op Gooswilligen wonen naast Wijnand Veldhuizen op een perceel van 8 ha. De oudste zoon Heimen wordt dominee. Hij moet zijn studie combineren met hard werken op de boerderij. Hij trouwt met Ineke van der Stelt. Zoon Henk trouwt met Bertha van Ginkel van boerderij Oudenhorst. In de oorlog hee Henk samen met zijn  broer Jan enige jd vastgezeten

Hendrik en Neeltje Brons in Kamp Amersfoort. Bertha en Henk gaan na hun trouwen in het bakhuis van Groot Gooswilligen wonen. Daar hebben ze ook een

kuikenbroederij. Later verhuizen ze naar een boerderij met 4 ha grond aan de Barneveldsestraat. Zoon Wim emigreert naar Amerika. De dochters van Hendrik en Neeltje, Dien en Jans, verlaten

Scherpenzeel zodra ze getrouwd zijn. Jans trouwt met Gerard van Bennekom en gaat aan de Hopeseweg wonen. Dien trouwt met Gert Veenbrink en vertrekt naar Ede. De oudste uit het gezin, dochter Maagje, blij het grootste deel van haar leven op Gooswilligen wonen. Ze krijgt twee dochters: Nelie en Evelyn. Maagje komt samen met haar jongste dochter Evelyn later weer terug op Groot Gooswilligen. Geurt Brons neemt de boerderij over en blij lange jd op Groot Gooswilligen wonen en werken.

Familie Brons: vlnr: staand Heimen, onbekend, Maagje, midden      Vlnr: Dien, Maagje en Jansje

Hendrik en Neeltje, onder Jansje, Henk, Wim,  Jan en Dien, op schoot Geurt

Vlnr: Heimen, Henk, Wim,

Geurt en Jan Brons

Geurt Brons en Willy Brons ‐ van Huigenbos

Geurt is de jongste zoon van Hendrik en Neeltje Brons. Hij wordt in 1931 op Groot Gooswilligen geboren. Geurt gaat net als veel andere kinderen uit de buurt naar de Prinses Beatrixschool op De Glind. In de oorlog zijn er evacués op Groot Gooswilligen. Een mooie verstopplek bevindt zich tussen de brandmuur, die het voor‐ en achterhuis scheidt, en een extra muur. Tussen beide muren is een loze ruimte van ongeveer zeven g cen meter die via de slaapkamer van de knecht op de hilt (de keet) niet te zien is. De schuilplaats is te bereiken via een geheime, onzichtbare deur in de voorkant van de keet of via de hooizolder. De boerderij hee grote stalen spanten, wat bijzonder is voor die tijd. Ook is er een grote haard met een gemetselde schoorsteen. Hierin worden bonen en spek gerookt via een stalen

schoorsteenluik op de verdieping.        Groot Gooswilligen  ca. 1965

Zowel vanuit de slaapkamer beneden als vanuit de deel is er een trap naar de bovenverdieping. Beneden zijn een woonkeuken, een woonkamer en een opkamer waaronder een grote kelder met pekelbakken is. Aan de deel grenst nog een keuken. De douche en het toilet zijn in een gangetje tussen de keuken en de deel. De boerderij is deels met riet en deels met pannen bedekt. Later krijgt de boerderij helemaal een rieten kap.

Geurt Brons leert Willy van Huigenbos kennen. Willy is in 1931 geboren op een boerderij in Lunteren. Naast haar tweelingzus Dilly zijn er nog zes kinderen in het gezin. Ze verhuist eerst met haar ouders en broers en zussen naar Drenthe en daarna naar de Johannahoeve in De Valk (Ede). Daar bezoekt ze de lagere school. Willy komt in 1954 op de boerderij van Geurt van Kampen op de hoek Barneveldsestraat en Gooswilligen werken. Ze is bij familie Van Kampen ‘in de kost’. Als snel maakt Willy kennis met buurjongen Geurt Brons van Groot Gooswilligen. Die kennismaking leidt uiteindelijk tot het huwelijk van Geurt en Willy in 1955.

Bakhuis

Het jonge echtpaar gaat in het bakhuis van Groot Gooswilligen wonen. De vorige bewoners, Henk en Bertha Brons zijn inmiddels verhuisd. Niet veel later overlijdt Geurts moeder Neeltje BronsBieshaar in 1957 op 63‐jarige leeftijd. Korte tijd daarna ruilen Geurt en Willy met vader Hendrik Brons van woonruimte: Hendrik gaat in het bakhuis wonen en Geurt en Willy op de boerderij. Hendriks dochter Maagje komt bij hem in het bakhuis wonen met haar zevenjarige dochter Evelyn. De voormalige broederij in het bakhuis wordt geschikt gemaakt als woonruimte. Hendrik hee een slaapkamer beneden en Evelyn slaapt met haar moeder op de kleine verdieping boven. Hendrik Brons houdt zelf nog een stuk of acht koeien en daarnaast nog een hok vol kippen en wat jongvee.

Kleindochter Evelyn haalt de eieren uit. Ze helpt ook met rogge

Geurt en Willy Brons, 1955

binden en heiningpalen vervangen.

Haar moeder Maagje doet het huishouden. In die tijd is er nog geen automatische wasmachine en wordt er in een wastobbe gewassen. Ze kookt bonen die als koeienvoer worden gebruikt. Voor buurman Geurt van Kampen fokt Maagje een eindje voorbij Groot Gooswilligen kippen op. Daar hee ze ook varkens. Met het geld dat ze daarmee verdient, kan ze de opleiding van Evelyn aan de

Groot Gooswilligen omstreeks 1955 kappersschool betalen. Maagje is sociaal en staat voor iedereen klaar. Ze is lid van de vrouwenvereniging van de Nederlands Hervormde kerk. Hendrik Brons is lange jd kerkenraadslid van de Hervormde Kerk. Hoewel Hendrik liever thuisblij dan dat hij erop uitgaat, bezoekt hij zijn zoon Wim in Amerika regelmatig. Meer dan en keer is hij daar geweest. Bij zijn andere kinderen gaat hij niet vaak op bezoek. Hij vindt dat ze hem maar moeten komen bezoeken op Groot Gooswilligen.

Vlnr Hendrik, Willy, Maagje, Geurt, onbekend,

Willem Jan van Huigenbos

Geurt Brons op de tractor          Slechts de betonnen vloer van de afgebroken

schuur is nog te zien

En dat gebeurt dan ook. Het is gezellig op de boerderij. Er is veel aanloop. Dagelijks komt ‘buurvrouw’ Willy Brons bij haar schoonzuster Maagje in het bakhuis theedrinken. Maagje verzorgt haar vader en ook Evelyn neemt een deel van die zorg voor haar rekening. Evelyn verlaat Groot Gooswilligen als ze in 1969 trouwt. Hendrik Brons overlijdt in 1981 op 88‐jarige leeftijd.

De onverharde weg die achter Groot Gooswilligen langs naar boerderij Veelust aan de Barneveldsestraat loopt is verdwenen. Ook andere onverharde wegen die de boerderijen onderling verbinden zijn er niet meer. In de oorlog wordt de Gooswilligenweg verhard, waardoor deze beter begaanbaar wordt. Tegelijker jd worden de onverharde wegen minder gebruikt en zijn ze later vaak omgeploegd en maken ze deel uit van het gras‐ of bouwland.

Vlnr: Paul, Geurt, Willy en Henk en Tonnie Brons Op Groot Gooswilligen zijn ongeveer twintig koeien met daarnaast varkens en kippen. Er is bouwland waarop mais, knollen en voederbieten worden geteeld. Het bewerken van het land gebeurt lange tijd met een paard, maar uiteindelijk scha ook Geurt Brons een (kleine) tractor aan. In de boomgaard staan appel‐ en perenbomen. Bij de boerderij zijn drie hooibergen. Groot Gooswilligen is dan ongeveer 12 ha groot. Willy Brons melkt de koeien. De koeien staan ´s winters op de deel, maar verhuizen in de zomer naar de oude melkschuur. Het is het enige overblijfsel van de oude, aan het begin van de vorige eeuw, afgebrande boerderij,

Willy en Geurt voor hun woning. maar die is inmiddels ook verdwenen.

Op Groot Gooswilligen zijn ook boerenknechten in dienst, onder wie Bert van Veen en Evert van den Brink. Willy en Geurt hebben drie geadopteerde kinderen: Paul, Tonnie en Henk Brons. Paul en Tonnie zijn op 4 en 5‐ jarige leeftijd in 1965 op Groot Gooswilligen gekomen en Henk is een half jaar oud als hij in 1968 bij Willy en Geurt in huis komt. De kinderen gaan net als hun vader naar de Prinses Beatrixschool. Inmiddels zijn ze alle drie getrouwd en in Scherpenzeel blijven wonen.

Als Geurt Brons in 1979 op 48‐jarige leeftijd een beroerte krijgt, kan hij het werk op de boerderij nog maar moeizaam voortzetten. Het leidt ertoe dat Geurt en Willy een paar jaar later noodgedwongen

moeten stoppen met boeren. Ze verkopen de boerderij met bakhuis aan Jaap van Geurt Brons Lu khuizen. Daarmee komt een eind aan het eeuwenoude agrarische bedrijf op Groot Gooswilligen. Maagje verlaat Groot Gooswilligen en gaat op de Druivenkamp wonen. Ze is in 2000 overleden in verpleeghuis Zilverschoon in Nijkerk. Cees Bakker uit Scherpenzeel hee vele jaren 4 ha van Brons gehuurd voor zijn boomkwekerij. Daar bouwt hij een opslagschuur. Later verhuren Geurt en Willy Brons deze schuur aan klompenmaker Jan Boom die daar zijn klompenmakerij vestigt. Als Geurt en Willy Brons bij de grote schuur ´op de kwekerij ´ een nieuwe woning willen bouwen, moet Jan Boom plaatsmaken. Van de 4 ha die bij de opslagschuur horen, houden Geurt en Willy 2 ha zelf en de andere twee verkopen ze. Voor Jan Boom is een van de hooibergen bij de boerderij beschikbaar. Hij bouwt deze om tot klompenmakerij en koopt daarbij ongeveer een halve ha van Brons. De ruimte boven de klompenmakerij maakt Boom geschikt als woonruimte. Begin jaren negen g vat de woning vlam en kost het hem maanden voordat hij zijn huis en klompenmakerij weer kan betrekken. Daarin woont hij tot op de dag van vandaag met zijn echtgenote Dirkje. Hun zoon Jan Boom groeit op Groot Gooswilligen Woning en klompenmakerij op en woont nog steeds in Scherpenzeel.

Geurt en Willy Brons verhuizen in 1993 naar het dorp waar ze een appartement boven Blokker kopen. Een jaar later overlijdt Geurt Brons op 62‐jarige leeftijd. Willy is daarna vijfentwintig jaar actief als vrijwilliger in het Huis in de Wei. In 2001 verkoopt Willy haar appartement, omdat ze als buitenmens een tuin enorm mist. Ze verhuist naar een eengezinswoning aan de Beukenlaan waar ze al weer twintig jaar woont. Ze is inmiddels 90. Een mooie foto met haar tweelingzus Dilly staat op hun verjaardag in de krant.

Groot Gooswilligen omstreeks eind jaren zeven g

Bewoners sinds 1985

Terug naar Groot Gooswilligen. Daar is het sinds midden jaren tachtig een komen en gaan van bewoners, met name in het bakhuis. Jaap van Luttkhuizen gaat niet zelf op de boerderij wonen, maar verkoopt Groot Gooswilligen met ongeveer een halve hectare grond aan Gerrit en Greet ´t Hart. Rinse Postuma en Maja ´t Hart, zwager en zus van Gerrit en Greet, betrekken het bakhuis.

De overige percelen zijn aan derden verkocht. Het bakhuis wordt vergroot met een dwarsvleugel. Kennelijk hebben ze het er niet zo naar hun zin, want in 1989 gaan boerderij en bakhuis over in andere handen. Mitchell Schuckmann, Elsa Gorter, Franz en Wies Kuyper kopen Groot Gooswilligen. Ze verbouwen de boerderij ingrijpend. Het achterhuis (de deel) wordt omgebouwd tot woongedeelte. In 1992 ze en ze de boerderij te koop. Wat bieden ze te koop aan?

De fraai gemoderniseerde boerderij Groot Gooswilligen met vrijstaand gastenverblijf, schuur/ garage, tuin, boomgaard en weiland op totaal 5210 m2  grond. Indeling o.a. 2 woonkamers (100 m² en 47 m²); gemoderniseerde keuken voorzien van inbouwapparatuur; bijkeuken; hobbykamer; kelder. Verdieping: 5 ruime slaapkamers en 3 badkamers. CV‐gas. Gastenverblijf (bakhuis) o.a. woonkamer; keuken; 3 slaapkamers; douche/toilet; CV‐gas; schuur/garage 13 x 11 m.

Vraagprijs ƒ1.290.000,‐54  

De verkoop wil niet vlo en, zodat Groot Gooswilligen met een ton in prijs wordt verlaagd. Maar ook voor die prijs is er geen koper te vinden, zodat de bewoners niet weggaan. Mitchell Schuckmann en Elsa Gorter blijven in de boerderij en Franz en Wies gaan in het bakhuis wonen met 1100 m2 grond. Twee jaar later, in 1995, wordt het bakhuis verkocht aan Ben v.d. Maat en Erika Schimmel. Zij blijven er ongeveer vijf jaar wonen. In 2000 worden Jos Kleinegris en Christa Slok de nieuwe eigenaren van het bakhuis. Zij wonen daar tot 2015. Sindsdien zijn Paul en Charlo e Heijens de bewoners van het bakhuis.

De boerderij op ruim 4100 m² wordt in 2010 verkocht aan René               van        der         Mark.           Hij moderniseert de woning. Het huis krijgt nieuwe kozijnen en wordt geïsoleerd en voorzien van vloerverwarming. In de boerderij zijn de opkamer en de kelder daaronder intact gebleven. Nog altijd zijn de originele pekelbakken in de kelder aanwezig en ook zijn enkele oude, stalen spanten in         de          boerderij             zichtbaar bewaard           gebleven.            De voormalige varkens‐ en jongveeschuur is tegenwoordig een gastenverblijf. De oorspronkelijke rookkast is kortgeleden verdwenen. René en zijn echtgenote Ellen van der Mark wonen met plezier in de prach ge boerderij Groot Gooswilligen.

Henk van Woudenberg

Wim van den Berg

HGA; Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 18vo; 12‐091477.

HUA; Bisschoppelijk Archief 271‐1, fol. 67vo; 18‐04‐1409.

HUA,  Archief St. Paulusabdij,  inv. nr. 376, f 5; 1416.

Deze jnzen zijn ook weer uitgegeven aan par culieren. In de jnsregisters van de St. Paulusabdij zijn de eigenaren tot ca. 1800 te vinden. Zij zijn echter geen eigenaar van de boerderijen.

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 7 en 19vo; 11‐111478.

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 4,5; 12‐11‐1473.

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 16, 16vo; 14‐111476 en fol. 4vo; 1478.

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 23vo; 24‐06‐1484.

Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 34; 14‐11‐1520.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 63 vo; 26‐03‐1599 en fol. 64vo; 15‐05‐1599.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 62vo; 23‐03‐1598.

AE, Notarieel Amersfoort AT002a004, fol. 503‐503vo; 1607‐1638.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 235vo; 02‐04‐1649.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 94,94vo; 05‐011606.

Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 240vo‐242vo; 1005‐1670.

Leenboek Huis Scherpenzeel 148, fol. 32; 27‐10‐1680.

Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 86 en 103; 29‐021712 en 11‐12‐1717.

Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 34; 05‐08‐1734; fol.

47vo; 07‐01‐1737; fol. 85ev; 05‐04‐1742; fol. 93; 24‐111744.

Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 84, 85ev; 30‐081743; fol. 91ev; 14‐07‐1744.

Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 104; 13‐12‐1745.

Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 109; 16‐08‐1774 en fol. 112; 15‐11‐1774.

HGA; Hertogelijk ArchiAef 1363; 1526.

Recht. Arch. Scherpenzeel 10, nr. 12; St. Catharina ad Verginis 1549.

Archief Eemland, Sint Pieters‐ en Bloklandsgasthuis te Amersfoort; regest 419; 07‐06‐1551.

HGA; Hof van Gelderland 2563; 14‐02‐1566.

HGA; Archief Westerholt 252‐2; landcedulle 1647.

Recht. Arch. Scherpenzeel 1 fol. 124; 06‐03‐1651.

Oudschildgeld Asschat C.

HUA; Huis Amerongen 1180, fol. 40; 08‐03‐1664.

AE; Not. Amersfoort, AT015b005; 10‐07‐1674 31 Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 21‐06‐1686.

AE, Notarieel Amersfoort AT037a013; 23‐11‐1745.

HGA; Archief Westerholt 271. Rekeningen 1750 en 1754.

Inwoners Scherpenzeel 1749. Eén knecht heet Derk Jurriëns. Hij komt uit Beekbergen en trouwt vanaf Gooswilligen in 1751 met de Renswoudse Grietje Gijsberts, wed. Willem Rutgersz.

AE, Notarieel Amersfoort AT042a010; 14‐01‐1778.

Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 112; 16‐08‐1774.

Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 113; 16‐11‐1774.

Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 179; 06‐12‐1785, fol. 177vo; 25‐01‐1786, fol. 176,178,191vo; 23‐03‐1786.

Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 165; 16‐08‐1779.

Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 209; 28‐01‐1797.

Inwoners Scherpenzeel 1795. Totaal acht personen waarvan drie meerderjarige manspersonen. HGA; Bataafs Frans Archief nr. 235; 27‐10‐1795.

Gem. Arch. Ede; Archief Grote Kerk 156; kasboek diaconie 1763‐1819, fol. 128.

Notarieel Scherpenzeel 4135, nr. 4; 22‐01‐1861 en nr. 23; 27‐06‐1861.

Notarieel Scherpenzeel 1212, nr. 22; 18‐06‐1838.

Notarieel Scherpenzeel 1212, nr. 21; 01‐05‐1837.

Notarieel Scherpenzeel 4131, nr. 31; 24‐08‐1848.

Notarieel Scherpenzeel 4131, nr. 1; 03‐01‐1849.

Notarieel Scherpenzeel 4145, nr. 26; 26‐06‐1877.

Notarieel Scherpenzeel 4142, nr. 14; 07‐10‐1876.

AE, Notarieel Amersfoort AT058a010, nr. 60; 10‐05‐1893.

AE, Notarieel Amersfoort AT058a016, nr. 19; 18‐02‐1899.

Het volledige onderzoek zit in het archief van Oud

Scherpenzeel

Oud Scherpenzeel jg 10, nr 2 (1998).

Scherpenzeelse Krant 2 juni 1992.

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven