Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2021-3



33E JAARGANG NR. 3 OKTOBER 2021






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Van de bestuurstafel       4

Het spook van Scherpenzeel         5

Tunnelvisie         6

In memoriam dr. Jan C. Klesser    7

Waarom een boek over Wouter van de Kleut?       8

140 jaar Boschzicht en Sociëteit  10

Oud en nieuw     27

Het orgel van Protestantse Gemeente De Achthoek            28

Jac. Overeem     34

Impressie open monumentendag              42

De kopij voor hetjuninummer dient uiterlijk zaterdag 13 november 2021 a.s. te zijn ingeleverd bij de redac e.

Omslag:

De oude boerderij van familie Blanken aan de Groote Steeg begin vorige eeuw, zie ar kel ‘140 jaar Boschzicht en Sociëteit’, pag. 10 e.v.

VAN DE BESTUURSTAFEL

We zijn het seizoen begonnen met een Open Dag op 11 september. Het was één van de activiteiten die in het kader van Open Monumentendag werd georganiseerd. Meer dan 160 bezoekers zijn die dag in ’t Koetshuis geweest. Ook voor andere monumenten was veel belangstelling. Een mooie dag waarop we tevreden terugkijken. Aan het eind van die dag hebben we met onze vrijwilligers onder het genot van een hapje en een drankje gezellig bijgepraat.

Hoewel er het afgelopen verenigingsjaar geen activiteiten waren, hebben we niet stilgezeten. In samenwerking met Erfgoed Gelderland en Rozet (Taal, kunst en erfgoed in Arnhem) zijn we een project gestart om onze verenigingsbladen te digitaliseren en online doorzoekbaar te maken. U kunt alle verenigingsbladen tot en met 2016 op eenvoudige wijze doorzoeken. Om dit project te kunnen realiseren hee Provincie Gelderland subsidie beschikbaar gesteld. Zodra het klaar is informeren we u hierover. Overigens zijn alle oude lokale kranten, zoals De Holevoet, De Nieuwe Holevoet en de Scherpenzeelse Krant (van 1918‐2000) al gedigitaliseerd en doorzoekbaar op www.archieval.nl. Heel handig als je op zoek ent naar informatie over de geschiedenis van Scherpenzeel.

Inmiddels is het Koetshuis op dinsdagavonden van 19.00 – 21.00 uur weer voor publiek geopend. Daar kunt u met vragen terecht of op zoek gaan naar oude foto’s. Er zijn inmiddels meer dan dertigduizend foto’s in onze digitale bibliotheek opgenomen.

Ons bestand met e‐mailadressen is niet actueel meer. Meerdere leden maken kennelijk gebruik van een ander adres. Dat hee vaak te maken met de komst van glasvezel in ons dorp. Wilt u het nieuwe e‐mailadres aan ons doorgeven ()? Dat kunt u natuurlijk ook doen als uw adres tot nu toe nog niet bij ons bekend was. We bestoken u niet met allerlei berichten, maar brengen u wel op de hoogte van onze activiteiten.   

Rond deze tijd verschijnt het boek ‘In het spoor van een politieman in oorlogstijd’ van Scherpenzeler Gijs de Vries. Hierin schrijft hij uitgebreid over personen uit het verzet en over hun activiteiten in en rond Pu en. Daar is Wouter van de Kleut politieagent in de oorlog. Van de Kleut hee later vanaf 1951 zeven jaar bij de Rijkspolie in Scherpenzeel gewerkt en heeft tot aan zijn overlijden in 1983 hier gewoond.

In de oorlog verkeert hij in een vrijwel onmogelijke positie: ben je loyaal aan het heersende gezag of aan het verzet? Of kies je een positie daartussenin?

Gijs de Vries schetst in zijn boek een genuanceerd en gedetailleerd beeld van de situatie in Pu en e.o. Met als dieptepunt de razzia in oktober 1944 die als vergeldingsactie na de aanslag op een Duitse auto wordt gehouden en waarbij honderden mannen worden weggevoerd.

Wat was de rol van politieagent Wouter van der Kleut tijdens deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van Pu en? Welke keuzes maakte hij? Waren die keuzes begrijpelijk? U leest het in het boek van De Vries dat bij de Primera verkrijgbaar is. Verderop in dit blad leest u meer over deze uitgave en ook hoe u als lid het boek met korting kunt kopen.

We hebben op 19 oktober voor de laatste keer een bijeenkomst in Boschzicht kunnen houden. Met pijn in het hart moesten we afscheid nemen. Niet voor niets staat in dit blad daarom een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van Boschzicht en van de Sociëteit die daar 140 jaar bijeengekomen is.  Waar we in de toekomst bij elkaar komen, is nog niet bekend. U hoort er nog van.

Zaterdag 20 november is onze eerstvolgende Open Dag. In de krant en via de e‐mail wordt u daarvoor binnenkort geïnformeerd.

Wim van den Berg, voorzitter.

HET SPOOK VAN SCHERPENZEEL

In 2018 bezocht een familie Van der Meulen, woonachtig in het westen van ons land en verblijvende op Landgoed Ruwinkel, museum Grebbelinie in het Vizier. Nadat gids Henk van Ginkel hen een en ander had verteld over de oorlogsdagen in de Gelderse Vallei begon de familie spontaan een lied te zingen over het kasteel van Scherpenzeel. Desgevraagd gaf één van de zangers aan dat het lied uit de padvinders jd (1957‐1960) van haar broers Willem en Bouwe van der Meulen stamt. Wij kenden het lied niet, u als lezer

mogelijk wel?

Het spook van Scherpenzeel Daar stond voor lange jaren in Scherpenzeel een oud kasteel. Daar woonde jonkvrouw Clare en die had geld teveel, lala, en die had geld teveel.

Dat gaf haar grote zorgen in dat kasteel in Scherpenzeel en op een zondagmorgen

begroef zij toen een deel, lala, begroef zij toen een deel.

Haar buurman zag haar graven in dat kasteel in Scherpenzeel en dacht, net als de raven: wie ziet, dat ik het steel, lala, wie ziet, dat ik het steel?

Maar onze jonkvrouw Clare van dat kasteel in Scherpenzeel, zij was nogal een rare, zat achter een kanteel, lala, zat achter een kanteel.

Zij zag haar buurman gappen in dat kasteel in Scherpenzeel en vloog langs alle trappen de snoodaard naar de keel, lala, de snoodaard naar de keel.

Hij wierp haar in de slotgracht van dat kasteel in Scherpenzeel en vraag je naar de toedracht dan zegt hij: “Weet ik veel, lala” dan zegt hij: “Weet ik veel”.

Nu spookt het alle nachten in dat kasteel in Scherpenzeel. De jonkvrouw loopt te wachten op haar voorvaarlijk deel, lala, op haar voorvaarlijk deel.

Ik waarschuw dus terdege voor dat kasteel in Scherpenzeel, want kom je haar soms tegen dan vliegt ze naar je keel, lala, dan vliegt ze naar je keel.

TUNNELVISIE

door Mar n Wassen

Tijdens‐ en na de vloerrestaura e van de Grote kerk zijn er vragen gesteld of er nu wél of geen tunnel is van‐ en naar Huize Scherpenzeel. Henk van Woudenberg, voormalig voorzitter van Oud Scherpenzeel, hee dit in ons verenigingsblad van oktober 2020 beschreven en benoemd tijdens de ledenvergadering van 20 november 2020. Ook deed Henk een oproep aan het bestuur om nader onderzoek te doen. Als bestuur hebben we deze uitdaging opgenomen.

Op woensdag 23 december 2020 heb ik ten huize van archeoloog dhr. Peter Schut, die betrokken was bij de restaura e van de kerk, de kwestie besproken. De archeoloog denkt dat het niet mogelijk is dat er een tunnel is. Bij 49 van de 50 verhalen over tunnels bij kastelen e.d. blijkt dit een fabeltje te zijn.

Een mogelijkheid om te onderzoeken of er een tunnel loopt is middels een grondradaronderzoek. Dit gaat echter zeker duizenden euro’s kosten, 5 tot 10 duizend euro afhankelijk van afstanden en het aantal uren dat men bezig is. Ook dient er een klicmelding gedaan te worden. Een klicmelding betreft kadastrale informatie over de ligging van kabels en leidingen. De afstand van kasteel tot kerk is ca. 130 meter. Na een radaronderzoek krijgt de opdrachtgever alle gegevens maar de conclusie dient men zelf te trekken. Men dekt zich dus al jd in. De kerk ligt ca. 20cm hoger dan het kasteel dat ook op een dekzandrug is gelegen.

Het grondwater is normaal op ca. 120cm en in de winter bijna tot aan het maaiveld van 25 tot 80cm. De grondwaterstand lijkt een onderaardse gang onmogelijk te maken.

Archeoloog Schut vindt het een interessant verhaal, maar vindt persoonlijk dat er op dit moment onvoldoende argumenten zijn om een onderaardse gang te veronderstellen. Wel leuk om te zien met hoeveel enthousiasme ook hij hiermee bezig was! Zijn suggestie zou in eerste instantie zijn om alle beschikbare gegevens met betrekking tot de grondwaterstand op een rijtje te ze en. De gemeente hee hier ongetwijfeld gegevens over. Op basis daarvan kan opnieuw gekeken worden naar een eventueel vervolgonderzoek. Een onderzoek naar de grondwaterstanden kost ook enkele duizenden euro’s, afhankelijk van de beschikbare informatiebronnen bij de gemeente.

Archeoloog Schut is er verder van overtuigd dat de fundering/muurresten in de hoek afkomstig zijn van een eerder bouwfase (of waterput) en geen ingang is van een tunnel (op de tekening bij H.4).

in de noordoosthoek van het Huis bevond zich in vroeger tijden wel een deurtje, maar was hier ook de ingang naar een tunnel?

In verband met de kosten vinden wij als bestuur een nader onderzoek niet gewenst. Het wordt steeds onwaarschijnlijker dat er een tunnel is of geweest is, maar ………. 

IN MEMORIAM DR. JAN C. KLESSER

1924 ‐ 2021

Op 11 augustus 2021 overleed in Barneveld Jan Klesser, oud‐voorzitter van de vereniging Oud Scherpenzeel. Na een zeer gevarieerde loopbaan kwam hij in de jaren ’70 in Scherpenzeel wonen. Hij was een gedreven persoon met een brede belangstelling. Speciale interesse hadden genealogie en lokale geschiedenis, ook die van Scherpenzeel. Zo werd hij in 1991 voorzitter van onze vereniging. Het voorzitterschap hee maar kort geduurd en werd in 1993 al weer beëindigd. Ook is hij bestuurslid geweest van de stichting Comité voor Scherpenzeelse Cahiers. In 1993 begon Jan Klesser met de uitgave in eigen beheer van het jdschri Scarpenzele. In deze periodiek werden bijzondere en onbekende aspecten van de geschiedenis van Scherpenzeel en Woudenberg ontrafeld. Het jdschri heeft bestaan tot 2001 en veel van de bijdragen in dit blad hebben blijvende waarde. Hierdoor is Jan Klesser van groot belang geweest voor de geschiedschrijving van Scherpenzeel en omstreken. Wij wensen zijn vrouw, dochter en kleinkinderen veel sterkte bij het verlies van hun echtgenoot, vader en opa. 

WAAROM EEN BOEK OVER WOUTER VAN DE KLEUT?

Over de oorlog werd in mijn geboortedorp Pu en niet zoveel gesproken. Pas rond mijn veer ende jaar kwam ik tot de ontdekking welke ramp zich een drietal jaren voor mijn geboorte in het dorp had voltrokken. Eerst nadat ik in de lade van het buffet het boek ‘Opdat het nageslacht het wete’ van Tji e Wouters ontdekt had en er vragen over stelde, kreeg ik van mijn ouders het verhaal van de razzia te horen. Na een aanslag op een Duitse auto, werd op 1 en 2 oktober 1944 in Pu en een razzia gehouden. Maar liefst 659 mannen werden op die tweede oktober vanaf sta on Pu en naar Amersfoort afgevoerd. Ruim 541 mannen keerden niet terug. Velen van hen kwamen onder de meest verschrikkelijke omstandigheden in het concentratiekamp om het leven.  Ineens begreep ik, waarom verschillende van mijn vrienden geen vader meer hadden.

De gebeurtenissen hebben me nooit meer losgelaten en vanaf die tijd heb ik bijzondere belangstelling gehad voor de verhalen achter de verhalen. Steeds weer op zoek naar antwoorden op de vele vragen. Tijdens de razzia had Wouter van de Kleut als politieman dienst en was actief bij de razzia betrokken.

Toen ik in 1972 in Hoevelaken kwam wonen werd ik korte tijd later bestuurslid van de Oranjevereniging. Het organiseren van de dodenherdenking behoorde tot mijn takenpakket. Voorafgaand aan de herdenking bij het monument werd door een delegatie van de vereniging in een lokaal van de Schimmelpenninck van der Oyeschool onder een gedenkplaat een krans gelegd.

Een gedenkplaat voor meester Frans Tromp, die vanwege zijn verzetsactiviteiten gefusilleerd was. Tijdens mijn zoektocht naar de gebeurtenissen rond Frans Tromp ontdekte ik, dat hij op zijn 41e verjaardag door een SD´er  en Wouter van de Kleut gearresteerd werd. Hoe kon een politieman uit Pu en betrokken zijn bij de arrestatie van een pionier van het verzet in Hoevelaken? Ik las over de verzetsman Pieter Vijge, over zijn werk en zijn arrestatie. Over Gerrit van den Born , de opvolger van Frans Tromp. Steeds weer kwam ik de naam Wouter van de Kleut tegen.

Juli 1983 verhuisde ik van Hoevelaken naar Scherpenzeel. Begin april van datzelfde jaar overleed Wouter van de Kleut en werd bij zijn vrouw op begraafplaats ‘De Glashorst’ begraven. Van 1951 tot 1958 was hij wachtmeester der Rijkspoli e in Scherpenzeel.

Na mijn pensionering ben ik mij gaan verdiepen in mensen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog op lokaal en regionaal gebied belangrijk werk verricht hebben.  Niet al tijd kregen zij de aandacht die zij verdienden. Wouter van de Kleut is zo’n uit het oog verloren mens.

Om het boek ‘In het spoor van een politieman in oorlogstijd’ (390 bladzijden) met als onder tel ‘Balanceren tussen goed en fout’ te kunnen schrijven, heb ik bijna vier jaar onderzoek gedaan.

De plaatselijke, provinciale en landelijke archieven werden doorzocht.

Daarnaast voerde ik veel gesprekken met familieleden, kinderen, kleinkinderen en bekenden van de in het boek voorkomende personen. Ook kreeg ik de vrijheid om in de familiearchieven op zoek naar antwoorden te gaan.

De waargebeurde beschrijvingen vertellen over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. We staan aan de wieg van het verzet, komen terecht in de wereld van de liquida es, NSB, het Englandspiel, verraad, arrestaties, aanslagen, razzia’s, marteling, terreur en executies. We lezen de afscheidsbrieven van verzetsmensen, die ze even voor hun dood aan hun gezin en familie schreven en zien nog niet eerder gepubliceerde foto’s.

Ik ben geen afgestudeerd historicus, die een wetenschappelijke publicatie geschreven hee . U kunt mij beschouwen als een ‘verteller’ van de historische verhalen van dichtbij. Een ‘verteller’ die zijn lezer op een ontspannende en informerende wijze wil meenemen op zijn zoektocht naar de verhalen achter het verhaal.

Medio oktober is het boek bij Primera in Scherpenzeel voor € 15.95 verkrijgbaar.

Leden van ‘Oud Scherpenzeel’ krijgen als ze dit verenigingsblad met dit artikel laten zien korting en betalen € 13,95.

Gijs de Vries.

Wout van de Kleut gaat op de fiets vóór Caecilia uit op Plein 1940 (1955)

JAAR BOSCHZICHT EN SOCIËTEIT

Boschzicht gaat sluiten! Een bericht dat vorig jaar als een bom insloeg bij de Scherpenzeelse bevolking. Het pand wordt gesloopt en daarvoor in de plaats komt een appartementencomplex. De historie van Boschzicht gaat ver terug, verder dan aanvankelijk werd gedacht. Tot voor kort gingen we ervanuit dat uitbater Wout van Oostrum in 1921 is begonnen met Boschzicht dat toen vooral bekend stond onder de naam Sociëteit. Na lezing van oude documenten en notulenboeken van mannenvereniging de Sociëteit, die een paar jaar geleden boven tafel zijn gekomen, blijkt dat de geschiedenis teruggaat tot 1881, inmiddels 140 jaar geleden. Net zover terug als de geschiedenis van de Sociëteit. De oudste nog bestaande vereniging van Scherpenzeel! Het familiebedrijf is sinds de oprichting geleid door vier elkaar opvolgende genera es. Wanneer de naam Boschzicht aan de horecagelegenheid is gegeven staat nergens zwart op wit. Zeker in de beginperiode waren de Sociëteit en de horecagelegenheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is geen mooi moment, maar wel een goede aanleiding om zowel de geschiedenis van Boschzicht als de Sociëteit te beschrijven.

Bertha en Marinus Blanken

Op de plek waar nu het Boschzicht (nog) is gevestigd, op de hoek van de Burgemeester Royaardslaan en de

Vlieterweg, stond in 1881 een boerderij. De eigenaren daarvan, Marinus Blanken en zijn echtgenote Albertha Geertruida Sterk, stellen in hun boerderij een kamer beschikbaar voor de Sociëteit, een gezelschap van Scherpenzeelse heren die daar op gezette tijden bij elkaar komen.

Ze drinken daar een borreltje dat wordt geschonken door Bertha Blanken. Een mooie bijverdienste naast de inkomsten uit het agrarisch bedrijf. Maar voor het schenken van sterke drank is ook in die tijd een vergunning vereist. De president van de plaatselijke Sociëteit dient daartoe op 13 december 1881 een verzoekschrift in bij de gemeente waarin hij toestemming vraagt voor het verkopen van sterke drank in het Sociëteitslokaal van het huis gelegen te Scherpenzeel aan de Molenweg A 36. Dat is de plek waar nu Boschzicht (nog) staat. Daar wordt sinds 1 mei 1881 ‘reeds zonder strijd met wet of verordening’ sterke drank verkocht. Het debiet (hoeveelheid) geschonken drank bedraagt gedurende de laatste maanden voorafgaande aan het verzoek 35 liter. Het is ongetwijfeld een voordeel dat burgemeester Dirk Pool ook lid is van de Sociëteit. Hij verleent dan ook op 6 februari 1882 de aangevraagde vergunning die ingaat op 1 mei 1882 en voor een jaar geldig is. Die vergunning geldt voor één ruimte van het woonhuis, het lokaal waarin de Sociëteit is gevestigd. Als de Sociëteit later van een andere ruimte in hetzelfde pand gebruik maakt, wordt de vergunning aangepast, zodat deze geldt voor dat ‘lokaal’.

Ver voor de oprichting van de Scherpenzeelse Sociëteit wordt in 1748 de eerste Sociëteit in Nederland opgericht, in Den Haag. Oorspronkelijk hebben de Sociëteiten een politiek karakter, maar in de negen ende eeuw komen er steeds meer Sociëteiten die vooral een gezelligheidsvereniging zijn. In die tijd ontstaat er in veel steden en dorpen een Sociëteit.

Zo ook in Scherpenzeel. In 1936 brengt de secretaris van de Sociëteit in Scherpenzeel de doelstelling van de mannenvereniging onder woorden als hij zegt ‘dat het zijn wensch is evenals voorgaande jaren dat de Sociëteit zal blijken te zijn een bijeenkomst van heren die hun genoegen erin hebben om op een zeer vriendschappelijke en gezellige wijze hunne avonden hier door te brengen’. Maar de Sociëteitsleden zijn zekere ook geïnteresseerd in maatschappelijke ontwikkelingen. Al in 1900 hee de Sociëteit een abonnement op opinieweekblad ‘De Groene Amsterdammer’. Een jaarabonnement kost in dat jaar 6 gulden en 60 cent.

Bertha en Jan Blanken

In 1885 schrijft Marinus Blanken een brief aan de president van de Sociëteit, de heer Boekhoudt, waarin hij de Sociëteit vraagt om een vergoeding van 20 gulden per jaar voor de bediening van de Sociëteitsleden. Daarmee gaat de Sociëteit akkoord voor de periode van één jaar. Er zijn klachten over ‘de hoedanigheid der consumptie en de bediening’. Als dat zo blij zal de vergoeding na dat jaar niet meer worden betaald. Kennelijk wordt het er niet veel beter op,

Vlnr: Jan Bertus Blanken, Albertha Sterk, Marinus Blanken, Jan             want op 11 mei 1886 besluit de

Blanken (2e echtgenoot van Albertha) en Maria Blanken        mannenvereniging nog maar 10

(trouwt met Wout van Oostrum)    gulden   per         jaar        aan        Marinus

Blanken te betalen, niet voor de bediening maar alleen voor ‘vuur en licht’. Kort daarna overlijdt Marinus op 48‐jarige lee ijd. Weduwe Bertha Blanken staat er dan alleen voor, maar zij hertrouwt ruim een jaar later in het najaar van 1887 met de 53‐jarige Jan Blanken, de broer van Marinus. Zijn echtgenote Jantje van Hussel is ook in 1886 overleden.

Bertha vraagt in 1887 om een verhoging van de onkostenvergoeding, maar daar stemmen de leden van de Sociëteit niet mee in, want als er op zondagmiddag om vier uur leden naar het Sociëteitslokaal komen, dan brandt de kachel vaak niet, terwijl bestelde consumpties ‘eenvoudig niet worden gebracht’. Volgens Bertha Blanken is het niet koud en ‘brandt de kachel bij u thuis ook niet’. De heer Rombouts, secretaris van de Sociëteit, vreest dat de verhouding er niet beter op wordt ‘in uwen eigen nadeel’ als er geen verbetering komt.

De Sociëteit

Hoe het met de rechten en plichten van de Sociëteit enerzijds en die van de familie Blanken anderzijds is gesteld, wordt niet precies duidelijk. Opmerkelijk is dat de Sociëteit in 1888 opdracht geeft om de deuren en vensters van de veranda te repareren. Het Sociëteitslokaal wordt door de Sociëteit aan derden verhuurd wanneer de Soos zelf geen gebruik maakt van de ruimte. De rederijkerskamer (leesgezelschap), ‘de Genestet’, huurt het lokaal voor haar bijeenkomsten.

Maar in de periode 1888‐1890 zijn er nauwelijks vergaderingen van deze vereniging, zodat de Sociëteit besluit de verschuldigde huur voor die periode kwijt te schelden. Ook de schietvereniging en de VVV huren de Sociëteitsruimte voor hun vergaderingen, ze betalen daarvoor in 1901 vijftig cent per vergaderavond. Steeds meer gezelschappen en verenigingen weten de weg naar de Sociëteit te vinden. Maar ook individuele personen kunnen de ruimte huren. De Sociëteit betaalt op haar beurt in 1905 vijfentwintig gulden huur per jaar aan Jan en Bertha Blanken.

In 1900 telt de Soos rond de vijfentwintig leden. De contributie bedraagt in 1901 drie gulden per jaar. Pas jaren later, in 1921, wordt deze verhoogd naar 5 gulden. Voor het innen van de contributie wordt ‘bodeloon’ uitgekeerd aan degene die met een kwitantie bij de leden langs gaat. Deze taak berust begin 1900 bij Johan Sterk. Hij doet zijn werk kennelijk naar behoren, want in januari 1911 krijgt hij een nieuwjaarsfooi van 1 gulden. Ook is men dan tevreden over de bediening en ‘vuur en licht’ getuige de nieuwjaarsfooi aan Bertha Blanken, die maar liefst 2 gulden en 50 cent bedraagt. In 1912 betaalt de Sociëteit fl.25,05 voor de huur van het Sociëteitslokaal. Als Bertha’s echtgenoot Jan Blanken in 1911 overlijdt is ze voor de tweede keer weduwe. Weer staat ze er alleen voor. Uit het huwelijk van Bertha en Jan is in 1888 dochter Maria Johanna geboren. Zij trouwt in 1910 met Wout van Oostrum die in Maartensdijk, ook in 1888, is geboren.

Het bestuur van de Sociëteit telt vijf leden en staat o.l.v. een President. Teus Valkenburg is President van 1919 tot 1947. Als hij a reedt is hij 79 jaar. Daarna is hij tot zijn overlijden in 1953 erevoorzitter. Hij wordt opgevolgd door Gradus ten Broek die al sinds 1901 lid is van de vereniging en acht jaar die functie bekleedt. In 1961 wordt Ten Broek benoemd als erevoorzitter. Tijdens een feestje t.g.v. dit jubileum zegt Ten Broek: ‘In die tijd (in 1901) moest men doorgaans wel tot de elite behoren wilde men als lid van de Sociëteit toegelaten worden. Doch aangezien men toch wel enige jonge leden wilde aantrekken ben ik dan toch als lid toegelaten’. De burgemeesters Pool, Royaards, Roëll en Hoytema van Konijnenburg zijn alle vier lid van de Sociëteit geweest in de periode 1881‐1969.

Nieuwe leden worden geballoteerd. Tijdens de ledenvergadering

Teus Valkenburg wordt er schriftelijk gestemd over toelating van aspirant‐leden.  Hun namen worden acht dagen voorafgaand aan de vergadering in het Sociëteitslokaal ‘voorgehangen’, zodat de leden op de hoogte zijn wie willen toetreden tot de Sociëteit. De minimumleeftijd bedraagt 20 jaar. Het gebeurt maar zelden dat een aspirant‐lid niet wordt toegelaten. Er zijn leden uit Scherpenzeel, maar ook ‘buitenleden’. De vergaderingen beginnen vaak een kwartiertje later dan de eigenlijke aanvangstijd. De notulen beginnen regelmatig met: Na het gebruikelijke kwartiertje opent de voorzitter de vergadering. Dat is conform artikel 12 van het reglement van de Sociëteit waarin staat: ‘De President opent en sluit de vergaderingen. Met de opening zal hij niet langer wachten dan 15 minuten na den tijd waarop de

Gradus ten Broek vergadering is uitgeschreven’. Zou hier ’t welbekende ‘Scherpenzeelse kwartiertje’ vandaan komen?

Wout en Maria van Oostrum

In 1920 is de belangstelling voor de Sociëteit sterk teruggelopen. Tijdens de bijeenkomsten zijn er nog maar weinig leden aanwezig. Er gaan stemmen op om de Sociëteit op te heffen. Naast de tanende belangstelling worden ook de inrichting van het Sociëteitslokaal, de huurverhoging en de slechte bediening als argumenten aangevoerd om er maar mee te stoppen. Kortom, ‘vele dingen die het bestuur deed voorstellen de Sociëteit te liquideren’. Na stemming zijn 8 leden voor en 2 leden tegen opheffing. De Sociëteit gaat nog door tot 1 mei 1920.

Vlnr: Wout en Maria met kinderen, helemaal rechts Bep (zij trouwt later met Niek Klumpenaar)

Maar als Bertha Blanken in 1920 als ze 71 jaar is na negenendertig jaar wordt opgevolgd door haar schoonzoon Wout van Oostrum dan verandert de situatie. Trouwe leden van de Sociëteit hebben de afgelopen tijd meerdere keren de vraag gesteld: ’Zouden we de Soos niet in ’t leven kunnen houden?’ Dit geeft het bestuur van ‘de weliswaar gestorven maar nog niet begraven Sociëteit’ aanleiding een vergadering uit te schrijven met op het convocatiebiljet ‘Bespreking voortbestaan der Sociëteit’. Een van de oorzaken van het besluit tot opheffing zijn de hoge kosten, ‘maar nu er een ander, laten we hopen een betere, eigenaar van het lokaal geworden is, waren er misschien nog geneesmiddelen, waarmee de levensgeesten van de Soos opgewekt zouden kunnen worden’. Het bestuur hee een onderhoud met Wout van Oostrum. De jaarhuur wordt vastgesteld op 104 gulden. De opbrengst van het biljarten is voor Van Oostrum, terwijl hij de eigendommen, vooral meubilair, van hen overneemt voor 363 gulden. De vergunningsrechten en een half jaar biljartbelasting zijn voor rekening van Wout van Oostrum. De uitkomsten van het overleg betekenen het voortbestaan van de Sociëteit. Maar als Van Oostrum in 1921 de huur van het Sociëteitslokaal wil verhogen naar 200 gulden, dan dreigt het voortbestaan van de Sociëteit opnieuw in gevaar te komen. De leden gaan voor een jaar akkoord met de huurverhoging. Wout van Oostrum wordt in 1921 toegelaten als lid van de Sociëteit. In 1923 wordt een huurprijs van 125 gulden overeengekomen. Biljarten wordt duurder: 10 cent per persoon voor een partijtje met twee personen en 5 cent p.p. wanneer er met z’n vieren wordt gespeeld. Het verhaal gaat dat je in die tijd 11 borreltjes voor een gulden kon kopen bij Wout van Oostrum.

Verbouw of nieuwbouw?

Op 31 mei 1926 deelt Wout van Oostrum mee dat hij van plan is zijn huis te verbouwen. Het Sociëteitslokaal zal naar een ruimte aan de Achterstraat verplaatst worden, zoals het sinds mensenheugenis is geweest. De President is het daar helemaal niet mee eens, want het ‘zou de ondergang van de Sociëteit betekenen’. Ook de rest van het bestuur denkt er zo over en Van Oostrum ‘krijgt een duidelijk beeld te zien van de afkeuring van zijn plan’. Afgesproken wordt dat Van Oostrum het bestuur de tekening zal voorleggen, zodat de Sociëteit ‘hare mening daarover verder zal kenbaar maken’.

Boschzicht, eind jaren twintig         Wout en Maria van Oostrum

Op 17 september 1926 staat er een bericht in De Holevoet waarin gemeld wordt dat de verbouwing van de Sociëteit is gegund aan Fr. Osnabrugge voor het bedrag van 10.875 gulden. Op 30 december datzelfde jaar schrijft De Holevoet: ‘Volgende week wordt een aanvang gemaakt met de verbouwing van de Sociëteit. Het woonhuis is reeds gereed en wordt volgende week betrokken.’ Weer een paar maanden later, op 11 maart 1927, meldt De Holevoet onder de kop ‘Nieuwe Sociëteit’:’ De nieuwe Sociëteit is deze week in gebruik genomen, een ruime zaal, ingericht naar de eischen des tijds, ruimte biedend voor een groote vergadering. De zaal is in 3 afdeelingen te verdeelen, zoodat kleine vergaderingen gelijk tijdig kunnen gehouden worden.’

Of Van Oostrum zijn plannen tussentijds nog hee aangepast aan de wensen van de Sociëteit is niet bekend. Op 14 maart 1927 heet de President de leden welkom in het nieuwe Sociëteitslokaal. Men ziet vanwege de kosten in eerste instantie af van een feestelijke opening, maar twee weken later is daar toch sprake van. De President feliciteert die avond Van Oostrum met zijn nieuwe gebouw en brengt hulde aan de architect voor zijn prach ge ontwerp. Het Sociëteitslokaal ziet eruit als een bloementuin met prach ge bloemen en planten. De leden verzorgen die avond een ‘keurig souper’. Twee dagen voor de opening, op 26 maart 1927, is Bertha Blanken op 78‐jarige leetiijd overleden.  Op de zijgevel aan de Groote Steeg (Burg. Royaardslaan) staat wat later: ‘Hotel Pension Boschzicht’ en ‘Sociëteit’. Het woord ‘Sociëteit’ wordt weer later vervangen door ‘Café‐Restaurant’.

Gaat het nu om een verbouwing of om nieuwbouw? Het lijkt erop, ook gezien de kosten van de ‘verbouwing’, dat het een heel nieuw pand betreft. Deels gebouwd op oude fundamenten? Nog geen jaar nadat de Sociëteit klaar is, bouwt Frank Osnabrugge een woonhuis in Scherpenzeel voor de prijs van 5505 gulden, de hel van de ‘verbouwingskosten’ van de Sociëteit. Hee Wout van Oostrum ten tijde van de bouwwerkzaamheden de naam Boschzicht geïntroduceerd? Of al eerder? Feit is dat pas op 6 december 1929 voor de eerste keer in De Holevoet wordt gesproken over ‘Hotel Boschzicht’. In het pand is tot kort voor de oorlog ook een kruidenierswinkeltje gevestigd dat voor een mooie aanvulling van het gezinsinkomen van Wout en Maria zorgt. Wout van Oostrum

Boschzicht, eind jaren twintig

Activiteiten en perikelen

De Sociëteit is vooral een gezelligheidsvereniging. De bijeenkomsten zijn gewoonlijk in de wintermaanden op zaterdagavond. In de jaren twintig en der g zijn er ook soosavonden op maandag. Tijdens WO2 zijn er eerst om de week avonden om elkaar te ontmoeten. Er is een periode waarin tijdens doordeweekse avonden ook ongenode gasten naar het Sociëteitslokaal komen. Ze verhogen ‘het peil van de Sociëteit’ niet. Dat is een doorn in het oog van het bestuur. Het Sociëteitslokaal is in 1933 niet gezellig aangekleed. Aan Wout van Oostrum wordt gevraagd om wat aan de meubilering te doen. De stoelen zijn oncomfortabel. De Sociëteit krijgt vijf etsen die de secretaris uit eigen zak hee betaald om het lokaal aan te kleden. Niet veel later wordt ook de kapstok verbreed ‘voor het bergen der hoeden’.

In 1935 is er ophef over een toespraak van één van de leden op een Sociëteitsavond. Hij houdt een pleidooi voor de NSB waaraan sommige leden zich ergeren. Iemand schrijft daarover een brief naar de kringleider in Amerongen. Het gewraakte lid bedankt voor de Sociëteit. Het bestuur vindt het niet netjes dat wat op Sociëteitsavonden wordt besproken naar buiten komt en zoekt uit wie de brief hee geschreven om vervolgens degene die dat op z’n geweten hee ter verantwoording te roepen.

Kort na de oorlog is het Sociëteitslokaal door Canadese militairen in gebruik genomen, zodat er in de huiskamer van Van Oostrum wordt vergaderd. Teus Valkenburg wordt herbenoemd tot voorzitter. ‘Ofschoon de heer Valkenburg van mening is dat zijn hoge leeftijd (77) gebiedt plaats te maken voor een jongere kracht, wil hij, na de afgelopen jaren van a raak toch nog gaarne meehelpen aan den opbouw en gaat daarom met zijn herbenoeming accoord’.

Niek en Bep Klumpenaar

Wout van Oostrum laat in 1945 weten dat hij zijn zaak binnenkort overdraagt aan zijn kinderen.

Zijn dochter Bep van Oostrum, trouwt op 25‐jarige leeftijd in 1941 met Nico Klumpenaar uit Veenendaal die bijna drie jaar ouder is. Ze gaan na hun huwelijk in Lunteren wonen waar ze een kruidenierswinkel beginnen, maar in 1946 komen ze naar Scherpenzeel en volgen ze Wout van Oostrum op als uitbaters van de Boschzicht. Wout hee dan 26 jaar aan het roer van het bedrijf gestaan.

In 1945 worden twee leden van de Sociëteit geroyeerd vanwege hun NSB‐lidmaatschap. De geschorste leden willen, nadat ze een kampstraf hebben uitgezeten, in 1947 weer lid worden. Burgemeester Hoytema van Konijnenburg vindt rehabilitatie nog te vroeg en wil liever wachten met het opnieuw toekennen van het lidmaatschap van de Sociëteit. Na stemming worden beide heren echter weer toegelaten als lid.

In 1948 wordt een vergadering uitgeschreven, omdat ‘er dingen gebeuren die de Sociëteit onwaardig zijn’. Leden die zich misdragen kunnen beter opstappen. Na een waarschuwing kunnen

Bep en Niek Klumpenaar leden geroyeerd worden. Een voorstel om de Sociëteit om 2 uur ’s nachts te sluiten haalt het niet. Biljarten

De leden vermaken zich vaak met biljarten. Dat doen ze al vanaf de oprichting. In 1888 is het biljartlaken versleten en laat ‘De Directie der Sociëteit’ dat vervangen door biljartmaker Kleinefeldt uit Arnhem. Om de animo voor de Sociëteitsavonden te vergroten besluiten de leden in 1920 om weer ‘prijs te biljarten’. De prijzen worden uit de kas betaald. Burgemeester Anton Royaards stelt jaarlijks een prijs beschikbaar. De laatste Sociëteitsavond van het seizoen is de traditionele bloemenavond. Iedere deelnemer aan het ‘potspel’, een biljartspel met een rode en één witte bal die door een poortje moeten worden gespeeld, krijgt een bloemenprijs. De bloemen worden door de leden meegebracht en als prijs beschikbaar gesteld. In 1953 wordt een nieuw biljartspel geïntroduceerd, het kurkspel. Dat wordt door de Sociëteitsleden tot op de dag van vandaag gespeeld. Door de geluksfactor kunnen ook minder getalenteerde spelers winnen.

Een nieuw lokaal

De Sociëteit floreert en telt in 1947 tweeëndertig leden. Er moet haast een ledenstop worden ingesteld. Het Sociëteitslokaal is slechts door tussenschotten afgescheiden van de rest van de zaal. De schotten worden weggehaald als er veel publiek is tijdens een voorstelling of uitvoering. Dat ervaren de leden als heel vervelend. Er wordt een oplossing gevonden: ‘Met de heer Klumpenaar is overeengekomen dat hij zijn zaal zaterdagavonds vrij zal houden, waardoor de Sociëteit geen last meer zal ondervinden van dans‐ of filmmuziek en andere hinderlijke geluiden’. Als tegemoetkoming zal de Sociëteit 50 gulden meer huur betalen aan Klumpenaar. De contributie wordt daarom verhoogd naar fl.7,50 per jaar. Maar een jaar later is de situatie nauwelijks verbeterd. De Soos ondervindt nog steeds hinder van activiteiten in de zaal op het moment dat er een Sociëteitsavond is, maar er zijn plannen om het Sociëteitslokaal met een muur af te scheiden van de rest van de zaalruimte. Ook wil Niek Klumpenaar de zaal vergroten. Tot grote vreugde van de Sociëteitsleden wordt die voorgenomen verbouwing in 1950 gerealiseerd. De opening is in januari 1951. De leden komen in de huiskamer van Niek Klumpenaar bij elkaar en gaan daarna gezamenlijk naar het nieuwe lokaal. De ruimte ‘biedt een voortreffelijke aanblik’. President Gradus ten Broek houdt een openingstoespraak. Met het doorknippen van het lint dat over het biljart is gespannen is het nieuwe Sociëteitslokaal officieel geopend.

Gradus ten Broek en erepresident Teus Valkenburg onthullen een oorkonde die aan de wand is opgehangen waarop als eerbetoon hun beide namen staan gekalligrafeerd. Daarnaast is er een in sierlijke letters uitgevoerde en ingelijste ledenlijst aan de muur bevestigd. (De kaligraaf hee zich helaas vergist in het jaartal, want het nieuwe lokaal is toch echt in januari 1951 geopend en niet in 1953). Na het officiële gedeelte wordt er door 22 leden een biljartwedstrijd gehouden. De opening van het nieuwe lokaal wordt afgesloten met een diner.

Als Ten Broek zich in 1955 niet meer beschikbaar stelt voor een nieuwe termijn als President volgt Jo Zwaan hem op. Zwaan is hiervoor en jaar secretaris‐penningmeester van de Sociëteit geweest. In hetzelfde jaar overlijdt Wout van Oostrum. Hoewel de

Sociëteit een mannenvereniging is,

geven de echtgenotes in 1956 tijdens de laatste avond van het seizoen acte de présence. Onder vrolijke muziek wordt er zelfs gedanst. Er zouden meer van dit soort gezellige avonden gehouden moeten worden, vinden veel leden. Het aantal leden dat op bijeenkomsten komt loopt terug. Er wordt voorgesteld een uitstapje met ‘de vrouwen’ te organiseren. Een contributieverhoging naar

15 gulden maakt meer gezellige avonden mogelijk. Het leidt niet tot een grote toeloop van leden tijdens de bijeenkomsten. Het stoort President Jo Zwaan dat veel leden helemaal niet komen opdagen en anderen pas rond half elf binnenkomen. Hij wil er daarom in 1960 mee ophouden, maar blij uiteindelijk toch aan. Een paar jaar later, in 1964, willen en Scherpenzeelse jonge mannen lid worden van de Sociëteit. Ze willen op Sociëteitsavonden bridgen. Na ballotage worden ze alle en toegelaten. Het zijn Job, Cees en Wuf Mandersloot, Jan en Henk Schuur, Cees Kramer, Ab Wijlhuizen, Jan van Ginkel, Jaap Cozijnsen en Teun Valkenburg. Burgemeester Hoytema vraagt zich af of het niet beter is om voor de jongeren een sluitingstijd vast te stellen. Niek Klumpenaar merkt op dat hij zeker ’s zomers de jongeren niet tot ’s morgens in de Sociëteit kan hebben vanwege de vele gasten in die periode. ’s Zomers is het Sociëteitslokaal ook voor de jongeren gesloten, zodat dat geen probleem is. Midden jaren vijftig moet Boschzicht ‘s zaterdags rond middernacht sluiten i.v.m. de zondagsrust. Daarom moet in 1957 een toneelstuk kort voor het einde worden afgebroken. In 1968 hee de Sociëteit 30 leden.

Dagje uit

In juni 1936 komen de leden bijeen ‘om te beraadslagen teneinde een gezellige dag met elkander eens uit te zijn. De voordelige stand van de kas laat dit bij uitzondering nu eens toe’. Er is veer g gulden beschikbaar. De reis gaat naar Schiphol, Amsterdam en Zandvoort. Op de terugreis wordt in Amsterdam gedineerd. Het uitje zal plaatsvinden op donderdag 23 juli 1936.

Het is kennelijk goed bevallen, want het jaar daarop doet Gradus ten Broek het voorstel om een reisje naar het ‘Belgische land’ te maken. Dat is voor velen toch een brug te ver. Slechts der en leden melden zich aan. Secretaris Renes houdt nog een warm pleidooi: ‘Ik heb persoonlijk deze reis gemaakt en ik kan in gemoede de leden der Sociëteit die nog nooit in het buitenland geweest zijn deze reis aanbevelen‘. Het mag niet baten. Het jaar daarop blijkt de belangstelling ‘voor het vliegen’ groot te zijn en besluiten de leden naar het vertrouwde Schiphol en Zandvoort te gaan. Het ‘Belgische land’ wordt toch nog bezocht, in 1939, want dan organiseert de Sociëteit een tweedaags reisje naar een tentoonstelling in Luik, een evenement t.g.v. de opening van het Albertkanaal. Er wordt gereisd met de bus van de gebroeders Ten Broek die daarvoor 35 gulden in rekening brengen.

Wout en Corrie Klumpenaar

Niek en Bep Klumpenaar krijgen twee zoons: Hans wordt in 1942 geboren en Wout in 1943. Wout Klumpenaar treedt in de voetsporen van zijn vader. Al voordat hij in militaire dienst gaat, leert hij het vak bij De Wi e Holevoet en daarna is hij werkzaam in een horecabedrijf in het zuiden van het land. Vanaf ongeveer 1966 gaat hij thuis in de zaak werken. Het is de jd waarin de roemruchte dansavonden van Oskadi in Boschzicht worden gehouden. Op één van die avonden maakt hij kennis met de dan 18‐jarige Links Hans, daarnaast Wout Klumpenaar Corrie Versteeg uit Maarsbergen. Zij is opgegroeid op boerderij De Brink in een groot gezin met acht kinderen en is de jongste dochter. Ze helpt thuis met koeien melken, aardappels rapen, rogge binden en allerlei andere werkzaamheden op de boerderij. Wout en Corrie trouwen in 1968.

Twee jaar eerder, in 1966, wordt Boschzicht ingrijpend verbouwd. De schietvereniging hee een ander onderkomen gevonden en dat biedt Klumpenaar de mogelijkheid zich nog meer op grote gezelschappen te richten dan voorheen. Steeds vaker verzorgt Boschzicht feestavonden, bruilo en en par jen. Sinds de verbouwing in 1951 komen busgezelschappen naar Boschzicht voor een koffietafel, lunch of diner. Door uitbreiding van de zaal en de faciliteiten in 1966 is de zaak uitgerust om aan de wensen van de gasten te voldoen.

Wout en Corrie gaan na hun huwelijk in het woonhuis op de eerste verdieping wonen. Daar zijn ook enkele kamers ingericht voor het verblijf van pensiongasten. In het verleden, ten jde van Wout van Oostrum, was het woonhuis beneden. Niek en Bep Klumpenaar verlaten Boschzicht al enige tijd voordat Wout en Corrie er gaan wonen, omdat Niek moeite hee met traplopen. Wout en Corrie Klumpenaar, 1968

Wout Klumpenaar

1959

Eerst gaan ze in een noodwoning tegenover Boschzicht wonen, waar later een kapsalon in wordt gevestigd. In 1969 is hun bungalow naast Boschzicht klaar. Bep Klumpenaar hee maar kort van haar nieuwe woning kunnen genieten, want ze overlijdt in 1971. Corrie hee geen ervaring in de horeca, maar is van meet af aan verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in de keuken en de inkoop. Niek Klumpenaar draagt

Familie Klumpenaar na tweeëntwintig jaar de leiding over Boschzicht over aan zijn zoon en schoondochter. Zelf trekt hij er alleen of met Wout op uit om bij reisbureaus Boschzicht te promoten. In 1968 is een deel van Boschzicht nog altijd een café dat dagelijks is geopend voor passanten die binnen of buiten op het terras worden ontvangen. Je kunt er wat drinken en een uitsmijter eten, maar geen uitgebreide maaltijden. Het café is in de kleine zaal op de hoek van de Burgemeester Royaardslaan en de Vlieterweg. Stamgasten komen dagelijks een kaartje leggen en een borreltje drinken.

Boschzicht met café en terras

Wout en Niek Klumpenaar 1981 maken gebruik van de privébadkamer van familie Klum Wout en Corrie huren het pand aanvankelijk van Niek en Bep voor fl. 6500,‐ per jaar. Ze denken goede zaken te doen als er tijdens de bouw van het Huis in de Wei in 1968 acht werknemers van een bedrijf uit het noorden van het land van maandag tot vrijdag in de kost zijn. Overdags monteren ze zonneschermen bij het

bejaardenhuis. Om iedereen te huisvesten, slapen er ook mensen op de zolder. Wout en Corrie verzorgen het ontbijt en de avondmaaltijd. De pensiongasten enaar. De gastenverblijven zijn niet

uitgerust met een badkamer en toilet. De eerste rekeningen worden keurig betaald, maar als het bedrijf daarna failliet gaat, schieten Wout en Corrie er behoorlijk bij in. Het is niet de enige tegenvaller in de beginperiode.  Als de organisatoren van de Oskadi‐dansavonden ermee ophouden, organiseert Wout Klumpenaar zelf dansavonden voor jongeren. Dat loopt als een trein, maar als in 1970 relschoppers zich onder het normale publiek begeven, is het gedaan met de gezelligheid. Ze gaan op de grond zitten, proberen de elektrische aansluitingen te vernielen, vallen gasten las g en gooien de ruiten in. Alle jongeren, behalve de vandalen, verlaten Boschzicht. De politie komt eraan te pas en er ontstaan vechtpartijen. Familie Klumpenaar besluit met de dansavonden te stoppen, omdat ook hun goede reputatie op het spel staat.

Met de komst van de kinderen stoppen Wout en Corrie met het pension. De kamers op de bovenverdieping zijn voortaan voor privégebruik. Nico Klumpenaar is in 1969 geboren en zijn broer Henk in 1971. In 1969 wordt de keuken uitgebreid en voorzien van nieuwe apparatuur. De voormalige opkamer met daaronder een kelder komt bij de keuken. Ook de erker aan de Vlieterweg is toen vergroot. Een houten vloer is vervangen door plavuizen. Het is zeker niet de laatste verbouwing. In 1977 komt de serre bij de zaal en wordt het interieur van Boschzicht gemoderniseerd. Er komt een nieuwe toiletgroep en er wordt een nieuwe entree met ruime garderobe aangebouwd aan de kant van              de Vlieterweg.                Tegelijkertijd krijgt het nieuwe plafond fraaie, ingebouwde verlichting en een afzuigsysteem voor rook. In de vernieuwde zaal is de bar een paar meter naar achteren geplaatst en is een nieuwe            geluidsinstallatie geïnstalleerd. De zaalcapaciteit is met de verbouwing uitgebreid tot ongeveer 300           personen. De dansvloer heeft een grotere oppervlakte gekregen en door flexibele tussenwanden kan de zaal in drieën worden gedeeld.

Interieur na verbouwing 1980

De totale verbouwing is na drie weken klaar. Burgemeester Heij heropent Boschzicht op 2 april 1977. De volgende verandering is in 1980. Dan gaat de ingang aan de Burgemeester Royaardslaan dicht die sinds de verbouwing in 1977 overbodig is geworden. Zo kan de hal bij het voormalige café worden getrokken waardoor deze een stuk groter wordt en er meer ruimte is voor een nieuwe bar met twaalf krukken. De ruimte is daarmee geschikt gemaakt voor verjaardagsfeestjes, vergaderingen en andere activiteiten voor kleinere gezelschappen.

Postduivenvereniging

Al sinds 1960 huurt Post= duivenvereniging De Luchtpost een stukje grond op het terrein van Boschzicht. Daarop bouwt de vereniging         eerst een eenvoudig verenigingslokaal.

Wout Klumpenaar

Brochure 1985 wil in 1969 het huurcontract verlengen voor een periode van 25 jaar als hij ’s winters het lokaal als opslagruimte mag gebruiken. In 1971 wordt het nieuwe contract gesloten. De duivenvereniging betaalt 100 gulden per jaar. In 1978 bouwt De Luchtpost een nieuw clubgebouw op de grond van Klumpenaar. De huur van de grond wordt dan 200 gulden, het huurcontract geldt voor een periode van 30 jaar. De gemeente geeft subsidie om tegemoet te komen in de bouwkosten die 25.000 gulden bedragen. De opening is in december 1978. Na en jaar verlaat de postduivenvereniging het gebouw en wordt het door Boschzicht in gebruik genomen. Vele jaren is de jaarlijkse tentoonstelling in Boschzicht georganiseerd. Na afloop zit alles onder het stof en is het een enorme klus om Boschzicht weer stofvrij te maken.  

De grootste gedaanteverwisseling ondergaat Boschzicht in 1986. In maart legt Nico Klumpenaar de eerste steen met het opschrift ‘Nico maart 1986’, waarmee al vooruitgekeken wordt naar het moment dat Nico zijn ouders gaat bijstaan in de zaak. Het dak van de grote zaal gaat eraf. De oude pilaren die tot dan toe in de zaal staan kunnen weg, omdat er een nieuwe staalconstructie wordt aangebracht waarop het dak rust. Er komt een nieuwe aanbouw, zodat er voortaan 400 personen in de zaal terecht kunnen.

Wout en Corrie 1993

Letterlijk alles wordt vernieuwd: vloeren, wanden, schuifwanden en plafonds. Een los podium kan op meerdere plaatsen worden gebruikt. De bar komt in het midden van de zaal en kan daardoor ook worden gebruikt wanneer de zaal in tweeën of drieën is verdeeld. Net als alle voorgaande verbouwingen, wordt ook deze verbouwing door Bouwbedrijf Osnabrugge i.s.m. andere Scherpenzeelse ondernemers gerealiseerd. De hele verbouwing duurt zeven weken. Op 26 april 1986 is de spectaculaire opening met een landing van parachutisten in het park bij Huize Scherpenzeel. Ook de boerenkapel en de schutters van de schietvereniging luisteren de opening op. Burgemeester De Korte verricht de openingshandeling door een grote sleutel om te draaien, zodat de deuren van Boschzicht opengaan. Na de officiële opening waarbij afgevaardigden van verenigingen vriendelijke woorden spreken, is er een open huis dat druk bezocht wordt door de Scherpenzeelse bevolking.

Nico en Klazien Klumpenaar

Al van jongs af aan helpt Nico zijn ouders in het horecabedrijf. Met zijn vader bezoekt hij wel twintig reisbureaus in het hele land om folders te brengen en nieuwe klanten binnen te halen. Vaak zijn Nico en Wout een dag of drie onderweg en komen ze o.a. in Amsterdam,                Rotterdam en Hardinxveld‐Giessendam. Vooral de gasten uit Amsterdam en Den Haag zorgen       voor gezelligheid. Na       zijn opleiding op Valkenheide in Maarsbergen gaat Nico eerst bij andere

horecagelegenheden ervaring opdoen. Hij werkt bij Hotel‐Restaurant ‘Huize Gadellaa’ in Maarn en Hotel De Donderberg in Leersum. Ook hee Nico nog enige tijd bij Restaurant en vergadercentrum Hoog Brabant in Utrecht gewerkt, maar dan is de tijd rijp om begin jaren negen g thuis te gaan werken. Inmiddels hee de naam Partycentrum Boschzicht zijn intrede gedaan. Wout en Corrie verhuizen in 1991 vanuit Boschzicht naar een huis verderop aan de Vlieterweg. Die woning wordt in 2006 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw huis. Nico en zijn broer Henk blijven samen in Boschzicht wonen. Wout krijgt in 1992 hartproblemen. Hij is net 50 als hij een bypass krijgt. Het betekent dat Wout het rustiger aan moet doen en steeds meer werkzaamheden overlaat aan Nico en andere personeelsleden. Als sportliefhebber geniet hij van voetbal, zwemmen en surfen en bezoekt hij de TT in Assen. In 1993 wordt een klimaatbeheersingssysteem aangelegd. In dat jaar vieren Wout en Corrie hun 25‐jarig huwelijk. Daar is ook Niek Klumpenaar getuige van. Een paar jaar later in 1997, is hij overleden. Henk hee het ouderlijk huis in 1996 verlaten.

Vlnr: Nico, Wout, Corrie en Henk Klumpenaar, 40‐jarig huwelijk 2008

Medewerkers

Boschzicht hee vaste medewerkers en oproepkrachten die in de keuken of in de bediening werken. Het zijn er door de jaren heen te veel om op te noemen. Cor Schouten en haar man Ab zijn jarenlang in dienst geweest. Cor bedient de Sociëteitsleden tijdens bijeenkomsten. Tegenwoordig doet Corrie Klumpenaar dat. Co van de Wetering is een bekend gezicht in de bediening. Ook haar echtgenoot Jan helpt vaak als het druk is. Een ander echtpaar dat veel werk verzet hee zijn Riek en Evert Hoefakker. De voorbereidingen in de keuken beginnen vaak net na het middaguur. Het team is goed op elkaar ingespeeld en samen zorgen de medewerkers ervoor dat de gasten op en top verzorgd worden.

Janneke van Dijk is in 1974 op 14‐jarige leeftijd als oproepkracht bij Boschzicht gaan werken. Dat doet ze maar liefst 45 jaar. Ze neemt Nico en Henk Klumpenaar als ze nog klein zijn regelmatig op de fiets mee naar haar ouderlijk huis, de boerderij aan de Kolfschoterdijk. Janneke werkt in de keuken waar ze eerst de afwas doet. Later helpt ze ook bij het klaarzetten en het bereiden van de gerechten. Ze schilt de aardappels, maakt schalen sla klaar, bakt patat en maakt grote hoeveelheden huzarensalades. In de keuken werkt ze een tijdlang samen met Riek en Evert Hoefakker. Tonny Verstegen uit Kesteren is dan kok. Ook haar echtgenoot Sjaak Verstegen komt vaak uit zijn dagelijks werk in de keuken helpen en verzorgt de buschauffeurs. ’s Avonds brengt Wout Klumpenaar ze met de auto naar huis. Andere koks de afgelopen jaren zijn Bep van Woudenberg, Gert van Ommen en de laatste kok van Boschzicht is Marco Heuveling. Nieuwe apparatuur vergemakkelijkt het werk. Een grote stoomoven zorgt ervoor dat koken een stuk sneller gaat. Ook een moderne afwasmachine en een grote koelcel zijn een vooruitgang. Als er grote gezelschappen zijn helpt Janneke ook met het uitserveren van de maal tijden. De tijdsdruk is soms groot, omdat gezelschappen meestal een krap tijdschema hebben en weer bij tijds verder moeten. Er is veel aandacht voor de gasten die ook als ze niet goed ter been zijn door bereidwillig personeel worden geholpen. Ook houdt men rekening met de dieetwensen. Gezelschappen nemen soms een muzikant mee die de gasten vermaakt, wat de sfeer verhoogt. Tijdens de maal tijd wagen sommigen zelfs een dansje. Vaak komen gasten naar de keuken om het personeel te bedanken voor de heerlijke maal tijd en de goede bediening. Soms nemen ze als dank een presentje mee. Na afloop is er nog heel veel werk te verzetten. De afwas is enorm, de zaal en de toiletten moeten worden schoongemaakt en er is veel op te ruimen. Ook dan is de onderlinge samenwerking uitstekend. Als alles klaar is, wordt er samen nog een glaasje gedronken. De samenwerking met familie Klumpenaar is bijzonder goed. Zo eens in de twee jaar is er een personeelsfeest. Soms in dat bij Boschzicht en verzorgen collega’s van andere horecagelegenheden de medewerkers van Boschzicht, maar er zijn ook uitjes met de bus van Van Vlastuin uit Woudenberg. Ook Tineke van Sant, Gerrie van Se en, Geurtje van Amerongen en Connie Methorst hebben meer dan twintig jaar bij Boschzicht gewerkt.

Waar gehakt wordt vallen spaanders…Als één van de dames het eten opdient raakt ze de ‘haardos’ van een van de gasten…het blijkt een pruik te zijn die op de grond valt. Een man die een bord soep over zich heen krijgt, wordt vakkundig met een theedoek schoongepoetst. Tijdens een bruiloftsfeest komen varkens en kal es binnenwandelen. In 2002 doen Wout en Corrie de zaak na vierender g jaar over aan Nico Klumpenaar. Ze blijven nauw betrokken bij het partycentrum. Corrie springt nog al jd bij als het druk is. Wout deelt vlees uit en schenkt koffie. Ook houdt hij al jd een oogje in het zeil als buschauffeurs hun touringcar parkeren. Ook let hij op of gasten die later binnenkomen voorzien worden van koffie.

Wout gaat voor Van Vlastuin uit Woudenberg schoolkinderen vervoeren naar Arnhem.

Ook is hij chauffeur op de buurtbus en brengt hij voor Tafeltje Dekje maaltijden rond. In 2002 oppert een deel van de Scherpenzeelse politiek dat de locatie Boschzicht een mooie plek is voor een nieuw gemeentehuis. Zover is het nooit gekomen. Henk hee een opleiding aan de IVA in Driebergen gevolgd en werkt eerst in de autohandel.  Maar als daar de klad in komt, gaat Henk ook bij Boschzicht werken. Als hij later ander werk heeft, is hij nog regelmatig in Boschzicht als barkeeper te vinden. Daarnaast kun je bij hem een trouwauto met chauffeur huren. Met als chauffeur zijn vader Wout Klumpenaar. Ook verhuurt Henk oude Da es en Solex bromfietsen. Wout gaat regelmatig als begeleider mee. Een arrangement met eten en drinken in Boschzicht behoort tot de mogelijkheden. Inmiddels is Henk gestopt met de verhuur van deze voertuigen en werkt hij bij gemeente Scherpenzeel. Nico trouwt in 2005 met Klazien de Jong uit Kootwijkerbroek. Klazien is verantwoordelijk voor de boekhouding van Boschzicht en doet de was voor het bedrijf. Nico en Klazien hebben drie kinderen: Lisa, Nick en Brian.  De gezondheid van Wout Klumpenaar gaat achteruit en in 2012 overlijdt hij op 68‐jarige leetiijd.

De Sociëteit in 2021

Leden van de Sociëteit, 2021

Na 140 jaar is de Sociëteit nog springlevend. Er zijn 17 leden die elke vier weken, meestal op de eerste zaterdag van de maand, bij elkaar komen. Het aantal leden is door de jaren heen wisselend. Tien jaar geleden zijn er op soosavonden vaak niet meer dan zes leden aanwezig, maar er zijn ook periodes waarin der g mannen lid zijn en er noodgedwongen een ledenstop is. Het seizoen loopt van september tot en met mei. Sinds de oprichting zijn de bijeenkomsten in Boschzicht. De vereniging wordt nog al tijd voorgezeten door een President. De laatste vijf jaar is dat Piet Osnabrugge. Naast hem zijn er nog drie andere bestuursleden: secretaris Hans Thielemans; penningmeester Ton Je en en algemeen bestuurslid Wim Schuur. Osnabrugge is vijfendertig jaar lid van de soos net als Je en, maar Rinus Ruijsch is met 36 jaar net een jaar langer lid. Rinus is door toenmalig President Adri Gerssen geïntroduceerd. Hij hee ook verschillende bestuursfuncties bekleed. De Sociëteit is in principe voor elke man toegankelijk. Er is geen lee ijdsgrens, maar de meeste mannen zijn al wel wat ouder. De contributie bedraagt zes g euro per jaar. Consumpties en kosten van uitstapjes zijn voor eigen rekening. De samenstelling van de vereniging is heel divers.

Ieders achtergrond is anders v.w.b. interesse, politieke voorkeur, maatschappelijke positie en beroep, maar de leden hebben gemeen dat ze allemaal op een of andere manier een binding met Scherpenzeel hebben. De meesten wonen er of hebben hier gewoond of gewerkt. In goede en slechte tijden zijn de leden er voor elkaar. Met name wijlen Teun Valkenburg zorgde er des tijds voor dat er aandacht voor leden die ziek zijn is door hen te verrassen met een fruitbakje of bloemetje.

Hij is ook de grote animator van één van de hoogtepunten van de afgelopen decennia. Valkenburg regelt kaarten voor het EK schaatsen in Heerenveen. De leden logeren een paar dagen in een hotel. In het Thialfstadion weet hij de muzikanten van pretband Kleintje Pils zover te krijgen dat ze het Scherpenzeelse volkslied spelen. De leden van de Sociëteit gaan staan en zingen uit volle borst mee. Overigens is de Sociëteit de enige Scherpenzeelse vereniging waar het Scherpenzeelse volkslied nog al tijd wordt gezongen tijdens hoogtepunten en feestavonden, ook door niet‐Scherpenzelers. Een ander gedenkwaardige activiteit is een bezoek aan theater Carré in Amsterdam.

De Sociëteit begint om half negen ’s avonds en duurt tegenwoordig tot een uur of één. Dat is weleens anders geweest. In het verleden kwamen sommige leden pas na het sportprogramma rond half elf binnen. Ze bleven dan tot in de kleine uurtjes hangen. In de reglementen, die goedgekeurd waren door het gemeentebestuur, stond dat er bediend zou worden totdat het laatste lid het Sociëteitslokaal had verlaten. Nog al tijd staat gezelligheid voorop tijdens soosavonden. Er zijn boeiende gesprekken en discussies over uiteenlopende onderwerpen. Intern noemt de Sociëteit zich weleens gekscherend ‘het schaduwkabinet van Scherpenzeel’.

Bijeenkomsten worden door de President met de voorzittershamer geopend. Als Piet Osnabrugge de eerste keer de hamer hanteert, vliegen de stukken ervan af, maar daar is niets meer van te zien.

In het midden van het Sociëteitslokaal staat een biljart, dat tegenwoordig na afloop wordt weggehaald. Onder leiding van de ‘Commissaris van het biljart’ Henny van de Sand wordt er een competitie gehouden. Traditioneel wordt het zogenaamde kurkspel gespeeld. Ton Achterberg noteert de scores en rond kwart over elf wordt de stand opgemaakt en komt er een winnaar uit de bus. De laatste avond van het seizoen in mei, de zaterdag voor Moederdag, wordt elk jaar nog de traditionele bloemenavond georganiseerd. Iedereen neemt een bloemetje, plant of zelfs een struik of boom mee t.w.v. € 24,99.

Sociëteitsleden, bloemenavond 2021

Na de ledenvergadering die avond begint de biljartcompetitie. De winnaar mag als eerste een keus maken uit de bloemstukken; degene die onderaan is geëindigd kan niet kiezen, voor hem is de overgebleven prijs. Tijdens de bloemenavond zijn ook de partners van de Sociëteitsleden aanwezig. Daarnaast is er jaarlijks een avond met dans en muziek waarop de dames ook aanwezig zijn. Corrie Klumpenaar zorgt tijdens Sociëteitsavonden al tijd voor een ‘natje en een droogje’. Dat doet ze al vele jaren.

De laatste metamorfose

In 2014 is de oorspronkelijke ingang aan de Burgemeester Royaardslaan weer teruggebracht, maar deze doet nu alleen dienst als nooduitgang. Ook de koffiekamer wordt (weer) onder handen genomen, de bar verdwijnt en de inrichting is toen gemoderniseerd. Er kunnen gezelschappen van ongeveer 50 gasten worden ontvangen. De laatste veranderingen hebben in 2017 plaatsgevonden. Voortaan heet de horecagelegenheid Boschzicht Scherpenzeel.  De zaal en de gang krijgen een make‐over: het plafond wordt donker gemaakt, verschillende wanden worden met fotobehang bekleed en er komen nieuwe gordijnen.

De verschillende ruimtes krijgen namen: het Speelbos, het Streekbos, het Royaardsbos, het Kastelenbos en het Parkbos. Tegelijker tijd verandert het logo. Banketbakker Ritmeester zorgt al sinds mensenheugenis voor gebak voor de gasten en warme saucijsjes tidens feestavonden, terwijl ook andere middenstanders een goede klant aan Boschzicht hebben. 

Boschzicht hee een belangrijke sociale functie in Scherpenzeel. Al vanaf de oprichting worden er op allerlei terreinen activiteiten georganiseerd. Naast de Sociëteit is ook toneelvereniging ATS vaste gast bij Boschzicht. Ze repeteren er wekelijks. Het aantal verenigingen en politieke partijen dat door de jaren heen bijeenkomsten, vergaderingen, uitvoeringen, voorstellingen, tentoonstellingen, danslessen, veilingen en feestavonden hee gehouden in Boschzicht is haast ontelbaar. En niet te vergeten de talloze bruiloften, parijen en jubilea die Scherpenzelers daar gevierd hebben.

Slot

In maart 2020 overvalt het coronavirus Nederland. Het betekent dat ook Boschzicht noodgedwongen tijdelijk gesloten wordt. Halverwege 2020 kunnen er weer kleine groepen worden ontvangen. Als Bouwbedrijf Osnabrugge in het najaar van 2020 aangeeft Boschzicht te willen overnemen en op termijn te slopen t.b.v. een appartementencomplex, besluit familie Klumpenaar het pand te verkopen. Binnen afzienbare tijd zal de overdracht plaatsvinden. Elke vijf jaar viert de Sociëteit het volgende lustrum. Dit jaar hee dat voor de 28e keer plaatsgevonden in Boschzicht. Nu Boschzicht sluit, gaat de Sociëteit na 140 jaar naar een ander Sociëteitslokaal. Voortaan komt de Sociëteit bijeen in de biljartschool van Henk van Donselaar. De leden hebben de wens uitgesproken dat Corrie Klumpenaar met hen meeverhuist en ook zorg wil blijven dragen voor de uitstekende bediening die ze van haar gewend zijn. Nico Klumpenaar hee negen en jaar de leiding over de horecagelegenheid gehad. Hij gaat met zijn gezin in de bungalow die zijn opa en oma naast Boschzicht hebben laten bouwen wonen. Met pijn in het hart neemt de familie Klumpenaar afscheid van hun levenswerk waar zoveel Scherpenzelers de afgelopen 140 jaar mooie herinneringen aan bewaren. En dat is de reden dat heel Scherpenzeel treurt.

Wim van den Berg

OUD EN NIEUW

Schaapskooi

Aan het einde van de Vlieterweg tegenover boerderij “Het Vliet” staat al jaar en dag een schaapskooi. Nadat de functie als schaapskooi niet meer interessant was, namen groepen van de Scouting hier hun intrek als clubhuis. Inmiddels is de schaapskooi al enige tijd geleden gerenoveerd. Het kantoor en werkplaats van Landgoed Scherpenzeel is er nu gehuisvest en van hier uit wordt het landgoed beheerd.

HET ORGEL VAN PROTESTANTSE GEMEENTE DE ACHTHOEK

Het orgel van de Protestantse Gemeente De Achthoek aan de Molenweg in Scherpenzeel kent een rijke historie. Naar aanleiding van de restaura e van het orgel schreef Henk Hazeleger een interessant boekwerkje over deze historie, waarvan hier een uitreksel.

De Gereformeerde Kerk

De Gereformeerde Kerk in Scherpenzeel kent haar oorsprong in 1877. Op 7 januari van dat jaar verklaart de Synodale Commissie der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland dat te

Scherpenzeel      een        Christelijke          Gereformeerde

Gemeente wordt erkend op basis van een wet uit 1853, een wet ’tot regeling van het toezicht op de onderscheidene kerkgenootschappen’. De officiële naam wordt Gereformeerde Kerk te Scherpenzeel. Op 1 augustus 1888 wordt het eerste kerkgebouw aan de Holevoet officieel in gebruik genomen. Dit is het pand aan de Stationsweg 299, waar later garage Veldhuizen en nu de Van Rootselaar Group B.V. is gehuisvest. Hier wordt gekerkt tot maart 1959, toen is het huidige kerkgebouw aan de Molenweg in gebruik genomen.

De Hervormde Gemeente ‘De Hoeksteen’ dateert uit

1974 en is ontstaan naast de Hervormde Gemeente Scherpenzeel. De diensten worden gehouden in het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk in Scherpenzeel en al vanaf het begin wordt er op verschillende terreinen samengewerkt. In het kader van Samen op Weg is de samenwerking steeds

hechter geworden en dit leidt op 1 april 1991 tot de de Gereformeerde Kerk aan de Holevoet federatie van beide kerken en zes en jaar daarna, op 1 april 2007, tot de fusie.

Het orgel in de Gereformeerde Kerk

Vanaf de ingebruikname in 1888 maakt de Gereformeerde Kerk in de kerk aan de Holevoet gebruik van een kabinetorgel waarop de gemeentezang wordt begeleid. Dit kabinetorgel wordt in 1888 voor 350 gulden aangekocht bij de heer Jan van Staveren in Nijkerk. De heer Berendse, voorheen organist van de “Grote Kerk” is bereid de betrekking van organist te vervullen. Onderhoud aan het orgeltje gebeurt door de heer Berendse zelf, die het letterlijk spelend houdt met ijzerdraad en elastiek.

Een kabinetorgel is een klein pijporgel dat zich in een kast bevindt die met deurtjes gesloten kan worden. Kabinetorgels zijn geschikt voor huiskamers, stadshuizen, musea, schouwburgen en muziekherbergen.

Dit soort orgel deed vaak dienst tijdens huisgodsdienstoefeningen in weeshuizen en stadhouderlijke verblijven. Dat deze orgels werden gebouwd in de vorm van een kabinet, hee te maken met de belastingen. Je moest voor een huisorgel belasting betalen, om hier aan te ontkomen werden ze gebouwd in de vorm van een kabinet. Kabinetorgels hebben meestal maar 1 manuaal (handklavier).

Aankoop Flentrop orgel

Uit de kerkenraadsvergadering van 18 juni 1929 lezen we dat de kerkenraad is aangeschreven door de kerkorgelfabrikant Elbertse te Soestdijk, waarin deze meldt dat kennelijk besloten is tot het

aanschaffen van een nieuw orgel. De praeses weet van niets maar het leidt wel tot plannen om tot aanschaf van een nieuw orgel te komen. Een commissie bestaande uit de broeders J. Esser, F. van Ginkel, G. Lagerweij, C. Middelkoop, Hr. Valkenburg en H. Wagensveld wordt verzocht de nodige plannen te beramen om gelden bijeen te brengen. Als het rapport van de orgelcommissie ter sprake komt luidt de conclusie dat men tot aankoop van een orgel over gaat. Het ontbrekende bedrag van 700 gulden wordt aangevuld door twee collecten in de kerk te houden per jaar en de opbrengst van zogenaamde orgelbusjes, te plaatsen bij de uitgangen van het kerkgebouw. De firma Flentrop uit Zaandam krijgt in 1929 de opdracht het orgel te leveren.

Het te leveren orgel is niet geheel nieuw. Ten eerste is er ten tijde van de samenstelling in de crisisjaren de nodige schaarste en ten tweede is het één van de eerste orgels die Flentrop bouwt. Met bestaand materiaal wordt er een 1klaviersorgel met pedaal (voetklavier) afgeleverd. De historische materialen die zijn gebruikt stammen uit 1842. Naast drie registers van historisch materiaal zijn er nog zeven andere registers geplaatst. Het nieuwe orgel wordt een bescheiden instrument met 1 manuaal (handklavier) en kost 2.782,03 gulden. Het orgel wordt boven de preekstoel geplaatst. Omdat het orgel niet past boven de bestaande preekstoel wordt deze verkocht aan de Nederlands Hervormde Kerk in Overberg. In 1929 wordt met het spelen van Psalm 33:2 en begeleiden van de gemeentezang het ‘nieuwe’ orgel in gebruik genomen.

Op 28 juli 1930 is het oude kabinetorgel verkocht voor 125 gulden aan het gemeentemuseum te Den Haag, die het tot

op heden in bezit hee .   Het Flentrop orgel in de Gereformeerde

Organisten     Kerk aan de Holevoet

De organisten zijn Gerrit van Ginkel en zijn broer Rijk van Ginkel samen met Bert van der Breggen en Bert Klei. Ook hee A. de Graaff uit Barneveld jaren op het orgel gespeeld. De beloning van de organisten is in die tijd nihil. In 1930 ontvangt de organist voor het spelen van een huwelijksinzegening 2,50 gulden.

Plan voor een nieuwe kerk aan de Molenweg

Aangezien de kerk in de oorlogsdagen niet gespaard is gebleven voor het oorlogsgeweld, is het bouwkundig niet meer op en top. In het 6‐pijpige orgelfront is nog jarenlang een deuk zichtbaar, veroorzaakt door een granaatscherf bij Duitse beschietingen.

Er is al grond gekocht voor een nieuwe kerk aan de Molenweg. Dringend is behoefte aan vergaderruimte en dankzij alle medewerking wordt eerst een verenigingsgebouw tot stand gebracht. De bouw van een nieuwe kerk blij echter uit. Rond 1955 komt tidens de avonddienst van de zondagse eredienst een stuk stucwerk van het tongewelf naar beneden. Het balkon wordt ontruimd en de dienst onder leiding van ds. Van der Veen gaat gewoon verder. Wel trekt dit tegenstanders van de nieuwbouw over de streep en wordt haast gemaakt met de Het verenigingsgebouw aan de Molenweg. plannen voor een nieuwe kerk.

Ingebruikstelling nieuwe Gereformeerde Kerk

Op 24 maart 1959 wordt het kerkgebouw aan de Molenweg in tegenwoordigheid van talrijke genodigden officieel in gebruik genomen. 15 jaar geleden stond er op die plaats nog een graanmolen, een gesloten achtkantige standerdmolen die is gebouwd al voor 1429. Nu staat er een hypermoderne kerk die qua vormgeving en interieur een unicum in Nederland genoemd mag worden. De kerk is achthoekig en kan aan 350 mensen een zitplaats bieden. Kenmerkend is de rondgang die de bouwcommissie maakte door de gemeente om de financiën bijeen te krijgen. De bouwcommissie haalde toen niet minder dan 67.000 gulden bij elkaar. De naam van het kerkgebouw, de Achtkanter, herinnert aan de hier in april 1945 door de terugkerende vijand opgeblazen standerdmolen.

Restauratie en verplaatsing van het orgel

Besloten wordt tot reparatie en verplaatsing van het Flentroporgel naar het nieuwe kerkgebouw. Er gaat een brief uit naar de firma Flentrop dat het gerestaureerde orgel kan worden geplaatst en tevens wordt gevraagd om een leenorgel. Het vocht dat uit een nieuw gebouw komt is aanzienlijk. Aangezien een orgel voor een groot deel uit hout bestaat, hee vocht een funeste werking. Ter overbrugging van deze periode wordt een harmonium aangeschaft van vier en half spel met een goed geluid. De kostprijs bedraagt 475 gulden.

Organisten in De Achthoek vanaf 1959

Vanaf 1959 spelen veel organisten in De Achthoek. In de boeken staan Piet van der Schaaf, Arend Splinter en Max Kamperman (1969 ‐ 2008). Van 1974 tot 1998 is Joop van der Kemp organist. Mar n de Jong is vanaf 1975 tot heden organist, inmiddels al ruim 46 jaar. Overige organisten zijn Ina Rougoor (1997‐1998), Harry Kroeske (1998 ‐ 2014),

Berend van Surksum (1999 ‐ 2004), Gerard van

Bennekom (2008 ‐ 2010), Seline Haalboom

(2010 ‐ 2012), Evert van Veelen (2015 ‐ 2018),

Het Flentrop orgel in de nieuwe Gereformeerde        Piet de Vries (2018 ‐ heden) en Ytsen Wielstra

Kerk aan de Molenweg     (2019 ‐ heden).

Renova e orgel 1982

Omdat de kerk groeit, komt in 1975 een vraag ter verbetering van de capaciteit van het orgel. Helaas wordt dit afgewezen wegens te hoge kosten. Er wordt wel een orgelfonds opgericht. In het begin van de tachtiger jaren wordt een enquête over het orgel gehouden waarvan de uitkomst is om het orgel op te knappen met een kleine uitbreiding aan het pedaal (kosten: 45.000 gulden). De firma Hendriksen & Reitsma krijgt hiertoe de opdracht.

Op 25 september 1982 wordt het nieuwe orgel in gebruik genomen met medewerking van de christelijke zangvereniging ‘Soli Deo Gloria’ onder leiding van dirigent H. ter Haar en de organisten Mar n de Jong, Max Kamperman en Joop van der Kemp. Zij krijgen de gelegenheid de aanwezigen te laten horen welke mogelijkheden het orgel nu hee .

Het orgelfonds, sparen voor een tweede klavier

Een wens is nog altijd een 2e klavier, want dan is het orgel pas helemaal compleet.

In 2005 besluit de kerkenraad jaarlijks een bedrag van € 2.500,‐‐ beschikbaar te stellen voor het vormen van een orgelfonds. Ook wordt 2 jaar de opbrengst van het verjaringsfonds (€ 700,‐‐) voor het orgel bestemd.

Quickscan

In 2010 is door dhr. Peter van Dijk een quikscan van het orgel gemaakt. Het rapport geeft aan dat het orgel solide is gebouwd en een algemeen goede onderhoudstoestand hee . Tevens wordt aangegeven dat er ruimte in de orgelkast is voor een bovenwerk met vier tot vijf registers. Hiermee kan de wens voor uitbreiding met een tweede klavier worden gerealiseerd. Gezien de kosten – boven een ton— wordt besloten dat opdrachtverstrekking niet haalbaar is.

Nieuwe poging tot uitbreiding

Begin 2019 neemt Martin de Jong opnieuw het initiatief om te kijken naar de mogelijkheden tot uitbreiding van het orgel. Hij gaat hiertoe in overleg met de net aangetreden voorzitter van het College van Kerkrentmeesters, Henk Hazeleger. Er wordt besloten om de heer De With van Hendriksen & Reitsma Orgelbouw uit te nodigen voor een oriënterend gesprek.

Om het orgel uit te breiden met een tweede klavier moet een windlade bijgeplaatst worden en moeten er 4 à 5 register worden bijgeplaatst. Daarbij is het een op e om het bestaande orgel uit te breiden met tweedehands materialen om de kosten te besparen.

Orgelcomité

Om een verdiepingsslag te maken in de mogelijkheden en gestructureerde plannen uit te ze en, wordt een orgelcomité samengesteld bestaande uit Henk Hazeleger, Mar n de Jong en Henny Maat. Er is circa € 30.000,‐‐ beschikbaar in het orgelfonds, dit is zeker geen overdadig bedrag.

Op zoek naar tweedehands materialen

Het orgelcomité reist diverse mogelijkheden af voor materiaal. Mar n de Jong hee een lijst met orgelbouwers in Nederland gemaakt. Hij benadert al deze contacten, maar de resultaten zijn mager. Via orgelbouwer Verkerk in Woudenberg (amateur orgelbouwer) slaagt het orgelcomité er uiteindelijk in om vier registers te kopen die bruikbaar zijn voor € 750,‐‐.

Speeltafel

In het najaar van 2019 wordt het orgelcomité getipt over een bruikbare speeltafel die te koop is via Ebay in Duitsland. Henk Hazeleger neemt contact op met de verkoper en slaagt er in om de speeltafel inclusief een verstelbare orgelbank te kopen voor € 1.000,‐‐. In december 2019 wordt de speeltafel opgehaald bij orgelbouwer Vleugels in Hardheim, circa 150 km voorbij Frankfurt. Van Heugten Transport stelt geheel belangeloos een bestelwagen ter beschikking.

Het ideale orgel voor De Achthoek

Omdat er inmiddels vorderingen zijn met inkoop van tweedehands materialen, wordt een eerste offerte aangevraagd bij Hendriksen & Reitsma. Als de offerte wordt doorgesproken, ontstaat er steeds meer enthousiasme in het comité. Er wordt besloten om, onafhankelijk van het beschikbare budget, een ideaalplaatje samen te stellen. De wens is een orgel samen te stellen dat op maal past bij het kerkgebouw. De akoestiek is immers fantastisch, hoe mooi is het om daar een op maal presterend orgel aan toe te voegen.

Na samenstelling van het ideaalplaatje vraagt het orgelcomité een offerte aan voor de opzet van het ideale orgel. De basisinvestering bestaande uit groot onderhoud, een tweede klavier met zes registers inclusief zelfwerkzaamheden komt op € 49.374,‐‐. De uitbreiding voor het pedaal kost € 32.065,‐‐.

Op 12 maart 2020 vergadert het College van Kerkrentmeesters. Er wordt besloten om

Hendriksen & Reitsma opdracht te geven voor de basisinvestering en de uitbreiding van de Nasard voor een bedrag van € 45.956,‐‐. Streven is het tekort te dekken met inkomsten uit sponsoring en te organiseren evenementen.

Geldwerving en een grote tegenvaller

Er is zicht op twee mogelijke sponsoren en er zijn plannen om concerten en evenementen te organiseren. Tot uitvoering hiervan komt het niet want de coronapandemie breekt uit. De enthousiaste plannen van het orgelcomité vallen in duigen.

Henk Hazeleger besluit om in De Achterban, het maandblad van de kerk, een aantal wervende ar kelen te schrijven. Tot grote vreugde van het orgelcomité wordt dit initiatief goed opgepakt. Er komt een aantal mooie bedragen binnen van orgelliefhebbers uit de gemeente. In het voorjaar van 2021 zit er ruim € 60.000,‐‐ in het orgelfonds.

Het alternatieve pedaal

De extra optie, de uitbreiding van het pedaal (ruim € 33.000,‐‐) is echter te hoog gegrepen. Als alternatief wordt gekeken naar een zogenaamde hybride oplossing als aanvulling op de conventionele orgelbouw. Het komt erop neer dat een aantal tonen elektronisch wordt opgewekt. Er wordt een industriële computer geïnstalleerd met een hoogwaardige geluidskaart en goede geluidsboxen. Orgelmakerij Noorlander uit Barneveld komt naar voren als één van de vooruitstrevendste bedrijven met veel ervaring op dit gebied. Het besluit dat er vertrouwen is in deze techniek valt in een kerk in Pu en. De organist laat muziek horen van registers met echte orgelpijpen en ook dezelfde tonen maar dan elektronisch geproduceerd. Henny Maat en Mar n de Jong beluisteren de muziek met het doel verschillen te signaleren. Deze zijn niet tot nauwelijks hoorbaar, de conclusie is hiermee duidelijk. De ervaring van Noorlander geeft de doorslag en er wordt besloten met dit bedrijf verder te gaan. Na onderhandeling komt de prijs op exact € 10.000,‐‐

De uitvoering

Begin februari 2021 starten de werkzaamheden door Hendriksen & Reitsma. Veel werk is ook verzet door vrijwilligers. Dick Maaskant voorziet de orgelkast van extra deuren, maakt een loopplank in het orgel en het eikenhouten front en de lessenaar, een mooi staaltje meubelmakerwerk. Gerrit Burgstede bouwt met gesponsorde materialen een steiger, samen met Sikko de Vries. Ook neemt Gerrit het schilderwerk en de afwerking voor zijn rekening. Henk Hazeleger doet de projectbegeleiding en maakt de benodigde elektravoorzieningen in het orgel. Al met al een prach ge samenwerking, waarmee door de vrijwilligers een mooie besparing op het budget is bereikt. Op 23 juni 2021 wordt de elektronica geplaatst. In de dagen voor de opening vindt de laatste fijnafstemming plaats.

Slotwoord

Het orgel uit 1929 met historisch materiaal uit 1842 is een volwaardig orgel geworden, passend bij het gebouw met haar goede akoestiek. Vanaf 1980 wordt gesproken over een tweede klavier. Nu is dat werkelijkheid geworden dankzij het orgelfonds, de sponsoren en inzet van vrijwilligers. Heel hartelijk dank daarvoor!

Juni 2021, Henk Hazeleger

Het hele verhaal lezen? Kijk op de website van de Achthoek: h ps://de8hoek.nl

       Of scan de QR‐code:

JAC. OVEREEM

Ergens weggestopt op bladzijde 6 tussen de advertenties in De Nieuwe Holevoet van 13 januari 1959 kom je een gedicht tegen van Jac. Overeem genaamd “de Landloper”.

De Landloper

Onder hoge hemel loopt hij lum’lig voort;

De rode snor, ’t kenteken van zijn naam

Die bij de opmaak van zijn wezen hoort, Gaf hem bij oud en jong dezelfde faam.

Onder ’t blauw gewelf, een s p op de planeet; Een kleine mens, ontlast van ’s werelds zorg. Die alle dingen en geheimen weet, En dit voor ’t kinderoor geenszins verborg.

Moe van het zwerven, valt hij languit neer.

De heide kriebelt om zijn zuur gezicht, En boven hem hoort zich de leeuwerik; Hee jubelend zijn zang naar God gericht.

Over smalle schouder en de lange rug En beng’len boenders, op de hei gemaakt.

En in zijn hand voert hij een bruin stuk stug Dat gre g door zijn tong wordt aangeraakt.

Soms gaat hij zingend op een sukkeldraf, Om nog bij jds bij gindse boer te zijn.

Hij komt gestaag de hoge veldweg af

En tre hem in de late schemerschijn.

‐ Zo Hein, zegt deze op een montere toon,

‐ En zoek je nog een leger voor de nacht,

‐ Ja baas, och ja, al is ’t nog een kleine woôn, ‐ Eén bosje stro en ik lig alweer zacht.

En als de maan zich boven ’t bos verhe ,

Staan daar die twee nog in een laat gesprek, Er is een ding dat d’een in d’ander tre , Een levendig dispuut hee opgewekt.

Dan loopt de boer opeens naar ’t kargerij, En sleept een arm vol van ’t geurig hooi! ‐ Lig daar maar in die wagen, mompelt hij, ‐ Want ik moet nodig naar m’n eigen kooi.

Nog vóór de boer vermoeid zich hee gestrekt, Is rode Hein reeds in ’t wond’re oord. En ’s morgens door de haan heel vroeg gewekt, Hee hem de lust tot zwerven weer bekoord!

          JAC. OVEREEM.

Jac. Overeem

Jac. Overeem is een veel gehoorde schrijversnaam en zijn christelijk georiënteerde boeken, waarvan veel verhalen zich op de Veluwe afspelen, zijn nog steeds in veel boekenkasten terug te vinden. Maar wie Jacob zelf nu was, daar is eigenlijk maar weinig van terug te vinden op Internet. Het werd dus jd voor een kleine zoektocht….

Wie is Jac. Overeem?

Jacob Overeem is geboren in Ede op 19 maart 1915 als zoon van Gerard Overeem, landbouwer in Ede en Dirkje van de Pol. Bij de familienaam Overeem kun je er wel van uitgaan dat de oorsprong in Renswoude ligt. Dat klopt dan ook wel, maar het is wel iets verder terug in de jd: Vader Gerard Overeem is geboren op 26 september 1878 in Gelders Veenendaal als zoon van Cornelis Overeem, ook landbouwer en Jannigje van

Kooij. Vader Gerard Overeem trouwt op 26 november

1904 in Ede met Dirkje van de Pol. Zij is geboren op 9

mei 1874 op Groot Wolfswinkel te Scherpenzeel, als dochter van Dirk van de Pol, landbouwer en Woutertje Boon. We komen al in de buurt, maar zijn nog niet in Renswoude.

De grootvader van Jacob is dus Cornelis Overeem. Hij is geboren op 25 januari 1836 in Gelders Veenendaal als zoon van Hendrik Fransz Overeem en Dirkje Cornelisse Gaasbeek. Opa Cornelis trouwt op 24 augustus 1867 te Ede met Jannigje van Kooij, zij is geboren op 20 juli 1843 in Everdingen. Uiteindelijk komen we dan toch in Renswoude, want overgrootvader Hendrik Fransz

Overeem is daar geboren op 5 mei 1793, als zoon van Frans Hendricksen Overeem en Jannigje

Willems van Apeldoorn. Jawel: allen zijn landbouwers. Overgrootvader Hendrik trouwt eerst op 14 februari 1824 in Ede met Maria van Doorn en pas later, op 6 januari 1826 in Ede met Dirkje Cornelisse Gaasbeek.

Jac. Overeem komt dus uit een geslacht van landbouwers. In het begin van de 20e eeuw is het dan vanzelfsprekend dat je in het familiebedrijf komt te werken. Ook Jacob, die na zijn lagere schooltijd in 1917 al direct op de boerderij komt te werken. Een verdere studie zit er niet. Jacob mag gaan helpen met het melken van de koeien, het binden van rogge en al die andere boerenklusjes. Al snel zal echter blijken dat Jacob niet zomaar een boerenzoon is. Hij begint al vroeg met het schrijven van ar kelen en gedichten, die worden gepubliceerd

Het gezin van Gerard Overeem en Dirkje van de Pol in 1929.  in            het         Gereformeerd                kerkelijke De 14‐jarige Jacob staat geheel links. jongelingenblad ”De Vaandrager”.

Op 21‐jarige leeftijd schrijft Jacob een eerste boek, een novelle met de wat zware tel ”Mij is de wrake”. Hij schrijft het boek onder een pseudoniem: Jacobus Veluwanus. Dan al spreekt uit het gekozen pseudoniem de liefde van Jacob voor de Veluwe. Echt veel belangstelling hebben de uitgevers niet voor het boek en daarom laat Jacob het boekje zelf drukken in een oplage van 500 exemplaren. Het kost hem in die tijd (1936) de lieve som van 15 gulden. Het verhaal “Mij is de wrake” speelt zich af in de tijd van de Hugenoten. Jac. Overeem zou het boekwerk later als „achterhaald” betitelen.

Op 25‐jarige leeftijd trouwt Jacob op 21 juni 1940 in Barneveld met Petronella Johanna Ravenhorst. Zij is een jaartje jonger, geboren op 8 november 1916 in Wijk bij Duurstede, als dochter van Brand Ravenhorst en Gereke Adriana Achterberg. In de trouwakte wordt het beroep van Jacob benoemd: veehouder. Het echtpaar zal verblijdt worden met 5 kinderen, maar daarover later meer.

Jacob wordt schrijver

Het duurt nog een jaartje, maar in 1941 verschijnt het eerste serieuze boek van Jac. Overeem: ”Het leven, een wonder”. Later vertelt Jacob hoe hij de kunst van het schrijven opeens onder de knie kreeg. In een interview met het Nederlands Dagblad in 1995 vertelt Jacob hoe hij in Rijnsburg een jeugddienst in de hervormde kerk meemaakt: “Professor A. H. de Hartog, een bijzonder bekend apologeet en een mach g redenaar, preekte daar. Hij sprak over de woorden uit Psalm 27:10. Door die lichtglanzende woorden van deze man kwam er licht in de duistere kluwen van mijn denken. Die kluwen sprong als het ware open. Vanaf dat moment kreeg ik het unieke vermogen om te schrijven.”

En dat blijkt wel, want vanaf die tijd begint Jacob als serieus schrijver, tientallen boeken zullen volgen. Dat gaat eerst wel mondjesmaat; in de oorlogsjaren slechts een paar boeken, waaronder “De onzichtbare hand”(of: “Getrokken uit de duisternis) (1942) en “Vuur zonder rook: een religieus verhaal van de Veluwe” (1944). In de tweede hel van de jaren ’40 schrijft Jacob slechts een enkel boek: “De weg naar ’t leven open” (1947).

Stoppen als boer en toch weer niet.

Wel besluit Jacob om te stoppen als boer. In 1946 verhuist Jacob met zijn jonge gezin naar de Bovenbuurtseweg in Bennekom en neemt een baan aan bij boekhandel P.

Sibbes aan de Grootestraat in Ede. Dat blijkt geen succes te zijn, Jacob is immers de buitenlucht gewend. Zoals hij het zelf zegt: ”Ik miste de vrijheid van de boer”. Jacob zoekt dus alweer snel een buitenbaan en wordt bosarbeider in Renkum. Weer later werkt hij enige tijd bij de Enka‐fabriek in Ede.

In 1950 besluit Jacob toch weer boer te worden. Hij verhuist naar boerderij “Flevohof” aan de Parallelweg (later Grote Bosweg) in de buurtschap Zeumeren in Voorthuizenen pakt het boerenleven weer op. “Boer tegen wil en dank” zou Jacob daar later over zeggen. Jacob zijn hart en leven is het schrijven, maar hij kan er simpelweg nog niet van leven. Jacob schrijft veel ar kelen en gedichten in dagbladen en kerkelijke bladen, maar het aantal boeken wat landelijk wordt uitgebracht is marginaal: in 10 jaar tijd schrijft hij er slechts een aantal, waaronder “De pastoor van Garderen” (1958), “Een huis voor Carolien” (1960) en “Hij was van Gelders bloed” (1967). Het lijkt of veel van de boeken van Jac. Overeem alleen lokaal of regionaal worden gelezen, van kinderboeken tot ook boeken over bijvoorbeeld kieviten. 

Brede interesses

Jacob is ondertussen ook politiek actief. Zo is hij enige tijd voorzitter van de lokale afdeling van de SGP in Voorthuizen.

In 1963 bedankt hij voor het voorzitterschap, maar de “De Landbouwer van Driebergen”,                reden is onbekend. Buiten deze politieke carrière is Jacob over een predikende boer, is            ook lid van diverse lokale verenigingen in Voorthuizen, die geschreven in 1955 ons nu misschien wat bijzonder in de oren zouden klinken, zoals de Spreek en Studieclub. Ook is Jacob lid, later voorzitter, van de Studieclub voor            Psychologie en Persoonlijkheidsvorming. Eén van de onderdelen van deze club is om met drie willekeurig gekozen woorden een voordracht te houden, het “driewoordensysteem” genoemd. Begin er maar eens aan, met bijvoorbeeld de woorden vissersboot, Martinitoren en trapgevel….. Jacob wordt aangewezen om deze speeches aan een kritische doch opbouwende beoordeling te geven. Aardig om te vermelden is dat Jacob ook deel uitmaakt van het voorlopig bestuur van de nieuw op te richten historische vereniging van Barneveld in 1961.

Jacob ontpopt zich in de Barneveldse Krant ook als schrijver van ar kelen op breed gebied. Zo is hij recensent op nieuw uitgebrachte boeken waarbij hij zijn kritiek soms niet onder stoelen of banken steekt. Vooral niet als een boek indruist tegen zijn christelijke gedachte. Dat wilt nog weleens wat discussie opleveren, want Jacob gebruikt vrij makkelijk termen als “intellectuelen die weinig van de Bijbel afweten” of noemt een boek “een vrucht van het brakke menselijk denken”, wat gaat over het boekwerkje van de Engelse hulpbisschop J.A.T. Robinson, genaamd “Honest to God”. In reacties op de ar kelen van Jacob wordt er ook weleens stevig kritiek op Jacob geleverd in bewoordingen als “betweter” en “eenkennig”.

Jacob schrijft verder ar kelen over andere schrijvers, over de lokale geloofsrichtingen maar ook net zo makkelijk uitgebreide ar kelen over meer wereldse onderwerpen en personen zoals Dr. Mar n Luther King en de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson, die Jacob DE Vakman noemt. Daarnaast houdt Jacob voordrachten over allerlei onderwerpen voor diverse groeperingen, van christelijke tot politieke en in jeugdkampen.

In 1970 besluit Jacob om zijn land te verhuren aan een buurman en zich nog verder op het schrijven te storten. Vanaf dat jaar komen er dan ook veel meer boek tels van zijn hand. Behalve boeken schrijven, verzamelt Jacob ze ook. Hij verzamelt een bijzonder grote hoeveelheid boeken om zich heen. De boerderij ”Flevohof” wordt ook wel een boekenbunker genoemd, letterlijk tienduizenden boeken, die overal staan en liggen. Omdat Jacob ze ook wel verkoopt komen de liefhebbers en verzamelaars er vanuit het hele land op af. Wat Jacob echter niet verkoopt zijn de meer dan honderd catechismusverklaringen die hij in een aparte kamer bewaart.

Vanwege de vele belangstelling voor zijn boeken, maar zeker ook door discussies met de vele schrijvers en liefhebbers, organiseert Jacob in 1975 een schrijversdag op zijn ”Flevohof”. Hiermee biedt hij een discussieplatform aan, waar Jacob vooral wilt discussiëren over de plaats van de christelijke literatuur in de moderne tijd. De schrijversdagen van Jac. Overeem zijn een succes en al snel moet er uitgeweken worden naar grotere zalen. De schrijversdagen worden daarna gehouden in Barneveld of Amersfoort. In

1982 komt uit de schrijversdagen de Groepsfoto t.g.v. de schrijversdag in 1986 vereniging van protestants‐christelijke auteurs ”Schrijvenderwijs” voort.

Jacob stort zich op het schrijven en dat blijkt wel uit de vele boeken die van zijn hand verschijnen. Bekende titels zijn: ”De schaapherder van Lunteren” (over ds. H. Roelofsen), ”De man met de Geuzenkop” (over prof. dr. Hugo Visscher), ”Opdat Zijn huis vol worde” (over ds. G. Kuypers) en ”Eros in Kristal” (over verloving en huwelijk). Een aantal boeken, zoals ”Mea Culpa”, doen wel stof opwaaien omdat Jacob er werkelijk bestaande mensen in opvoert en ook bekritiseert. Jacob beschouwt zijn trilogie “Adreko”, waarin zigeuners een belangrijke rol spelen, als het hoogtepunt van zijn oeuvre. In een gesprek met boekenliefhebber Martin Ros verklaart Jacob dat toen hij deze boeken schreef ”onder de zweep van een drijver als een dorsende os lag”. Jacob voelt zich verwant met de zigeuners vanwege zijn eigen zwerversnatuur.

Literatuur?

Jac. Overeem schrijft romans, levensbeschrijvingen, meditatiebundels, jeugdboeken, dichtbundels. Zijn romans zijn vooral te zien als streekromans met een duidelijk christelijke grondslag. Tekstueel zitten de boeken soms wat zwaar in elkaar. Een ietwat bombastisch taalgebruik, doorspekt met bijbelcitaten en flarden van psalmberijmingen. Vanuit zijn christelijke overtuiging zet Jacob zich af tegen de moderne schrijvers. In een interview met het Reformatorisch Dagblad (1987) zegt Jacob: ”Men vloekt maar aan op papier. Er gaan duizenden boeken door m’n handen, maar er zijn er maar weinig waarin ik blijf steken, die ik echt wil lezen. De geest van de moderne schrijvers valt zo bi er tegen. Ze denken allemaal vanuit de mens. Ik wil graag vanuit de Godsgedachte schrijven. Als de mens vanuit z’n eigen bedorven bestaan invloed uit wil oefenen, dan krijg je iets weerzinwekkends.”

Tja, is Jacob’s werk literatuur te noemen? In het eerder genoemde gesprek met Mar n Ros zegt hij zelf daarover: ”Ik zou wel wat minder tels gemaakt willen hebben en wat meer literair niveau gehaald willen hebben.”” Jacob wordt door zijn lezers echter op handen gedragen en hij krijgt de fraaie bijnaam ”schrijvend hart van de Veluwe”. Die naam draagt hij met ere, Jacob is er trots op. Toch blij Jacob een bescheiden man. Een andere bekende uitspraak van hem: ”Ik ben een klein mannetje tussen de boerenmensen.”

De laatste jaren

Op de plek waar boerderij “Flevohof” staat wordt in de jaren ’90 het bedrijventerrein Harselaar gerealiseerd. Jacob moet verhuizen en in 1997 verhuist hij naar de Apeldoornsestraat in Voorthuizen. De nieuwe woning is een stuk kleiner dan de boerderij en Jacob kan maar een   klein      deel       van        zijn         gigantische boekencollectie meenemen. Boerderij “Flevohof” wordt afgebroken. Jacob laat niet zo heel veel meer van zich horen, maar in 2002 verschijnt nog een laatste boek met de    tel ”De vondelingen: het leven van plaggenhutbewoners          omstreeks 1800”.

Boerderij “Flevohof” kort voor de a raak.

Jacob is dan al 87 jaar oud.

De nazaten

Uit het huwelijk van Jacob met Petronella Johanna (Pie) Ravenhorst komen 5 kinderen voort: Dickie, Brandien, Gerard, Brand en Ella. Met name Brand en Gerard blijken de artistieke genen van vader Jacob geërfd te hebben.

Brand Overeem (6 september 1946) begint al op 16‐jarige leeftijd met fotograferen. Hij werkt werkte 37 jaar als fotograaf voor de Amersfoortse Courant, het Veluws Dagblad en het Utrechts Nieuwsblad. Brand is echter vooral bekend geworden met zijn fotoboeken over Veluwse bewoners. Bekende titels zijn “Het leven van Evert” en “Beschouw ons maar als een uitzondering”. Brand ontvangt meerdere prijzen voor zijn foto’s en in 2014 wordt een selectie van 400 van zijn foto’s opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam.

Ook van Brand Overeem

(maar iets minder bekend):

“Geloven op de Veluwe”

Gerard Adriaan (Gerard) Overeem (23 oktober 1944) is bekend als beeldhouwer. Gerard bezoekt vanaf 1961 de Academie voor Beeldende Kunsten Ar bus en volgt een opleiding tot steenbeeldhouwer. In 1968 studeert hij af en werkt daarna en jaar bij een steenhouwerij. Vanaf 1978 werkt Gerard bij Monumentenzorg, maar hee als beeldhouwer ook een eigen atelier aan huis. Op veel plaatsen, maar vooral op de Veluwe kun je zijn natuurstenen en bronzen beelden aantreffen.

Waardering

Al in 1977 wordt in het Veluws Museum Nairac in Barneveld niet alleen Jacob maar het hele gezin gewaardeerd met de familie‐expositie ‘Overeem’. Jacob Overeem wordt dan nog

“boer‐schrijver” genoemd en van alle drie de Overeempjes,

het beeld “Anastasius Veluanus” Jacob en zijn zonen Brand en Gerard, toont het museum hun in Garderen. werk, dat zo onlosmakelijk verbonden is met de Veluwe.

Jacob Overeem wordt zelf nog meer gewaardeerd als hij op 29 april 1986 wordt benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau.

Jacob Overeem overlijdt in Voorthuizen op 22 maart 2005, drie dagen na zijn 90e verjaardag. Hij wordt begraven op begraafplaats Diepenbosch in Voorthuizen, waar zijn grafsteen herinnert aan zijn schrijverschap. Zijn vrouw Pie overlijdt op 18 november 2009.

Piet Valkenburg

Bronnen:

Diverse artikelen Barneveldse Krant, Nieuwe Holevoet,

Scherpenzeelse Krant

www.schrijversinfo.nl

Artikel Reformatorisch Dagblad dd 24‐03‐2005

Foto’s vrnl uit: “Jacob Overeem, het schrijvend hart van de

Veluwe”, door Brand Overeem

(met dank aan uitgeverij Bosch & Keuning)

Genealogieën op Oudscherpenzeel.nl

IMPRESSIE OPEN MONUMENTENDAG

Gastvrij onthaal bij de fam Konijn op het Tweede Broek          begeleiding muziekschool

Bron: Gemeente scherpenzeeel

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven