Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2021-2



33E JAARGANG NR. 2 JUNI 2021






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Van de bestuurstafel 4

Uitnodiging ledenvergadering 5

Uitnodiging extra ledenvergadering    6

Vlucht uit Berlijn         7

Wilhelmina ziekenverpleging 8

Scherpenzelers in het leger van Napoleon        13

Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners 27

De kopij voor het oktobernummer dient uiterlijk zaterdag 4 september 2021 a.s. te zijn ingeleverd bij de redactie.

Omslag:

Foto gemaakt van een schilderij van Klein Gooswilligen. Geschilderd door H. Bijma omstreeks

1960. Het schilderij geeft de situatie weer zoals deze tussen 1949 en 1960 was op Klein Gooswilligen. De schuur rechts op de afbeelding is in 1949 gebouwd. Twee ramen in de voorgevel zijn in 1960 vervangen door één groot raam. Als voorbeeld is een foto (die helaas verdwenen is) gebruikt.

Collectie Jan Teunissen (zoon van Jan Hendrik en Rijntje Teunissen).

Zie artikel ‘Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners’, pag. 27 e.v.

VAN DE BESTUURSTAFEL

Met het terugblikken op de afgelopen periode zijn we snel klaar als het gaat om activiteiten van onze vereniging…die zijn er helaas niet geweest. Maar er is licht aan het eind van de tunnel, zodat we goede hoop hebben dat we in september als vanouds weer activiteiten kunnen organiseren. De start van het nieuwe seizoen zal zijn op zaterdag 11 september als we i.s.m. gemeente Scherpenzeel Open Monumentendag organiseren. Het thema dit jaar is ‘Mijn monument is jouw monument’. Het programma van Monumentendag  leest u tegen die tijd in de media. We hebben er zin in!

Op 19 oktober staat onze ledenvergadering gepland. In meerdere opzichten is dit een bijzondere avond. Het is vanwege de aanstaande sluiting van Boschzicht de laatste keer dat we daar een bijeenkomst kunnen houden helaas. Daarom besteden we dan uitgebreid aandacht aan de geschiedenis van Boschzicht die samen opgaat met de historie van de oudste nog bestaande vereniging van Scherpenzeel: De Sociëteit. We hebben een uitgebreide presentatie gemaakt met foto’s en videobeelden waarin ook interviews zijn opgenomen. Daarnaast staan er bestuurszaken op de agenda. U leest er meer over in de uitnodiging die ook in dit verenigingsblad staat.

U weet dat we onze statuten willen wijzigen. De huidige statuten zijn verouderd en verhinderen een ANBI‐status. Het hee voor u en voor ons voordelen als we die status wel hebben. Op de ledenbijeenkomst leggen we het concept van de nieuwe statuten ter goedkeuring aan u voor. We hebben het concept op de website geplaatst, zodat u dat kunt bestuderen. Mocht het vereiste aantal leden niet aanwezig zijn, dan zijn we genoodzaakt een extra ledenvergadering te beleggen. Hierop vooruitlopend hebben we die vergadering alvast vastgesteld op dinsdag 9 november. Boschzicht is dan inmiddels gesloten, daarom wijken we voor één keer uit naar de Achthoek. Ook voor deze bijeenkomst vindt u verderop een uitnodiging.

Traditiegetrouw is oktober de Maand van de geschiedenis. De laatste jaren organiseren we samen met de bibliotheek in Scherpenzeel een activiteit rondom het jaarthema in de Breehoek. Deze keer doen we dat op 13 oktober. Ook hierover wordt u nader geïnformeerd via de media.

Op 27 april is onze vrijwilliger Henk Hooijer overleden. Henk was een geboren en getogen Scherpenzeler met veel kennis van ons dorp. Bij het beschrijven van oude foto’s, wat hij op donderdagochtenden met andere vrijwilligers deed, was hij een waardevolle en gewaardeerde kracht. We missen Henk. We wensen zijn echtgenote en familie veel sterkte bij het verwerken van het verlies van Henk.

Ons verenigingsblad wordt door veel leden bewaard. Een van onze leden, Cor Bos, hee aangeboden tegen een geringe vergoeding de jaargangen van 2017, 2018 en 2019 in te binden, zodat er van deze twaalf uitgaven één boekwerk van ongeveer vijfhonderd bladzijden ontstaat. Als u hierin geïnteresseerd bent, neemt u dan contact op met Cor. Zijn e‐mailadres is:  

Je hoort weleens dat de geschiedenis zich herhaalt. Dat dat in ieder geval ten dele zo is, blijkt uit het artikel over vaccinnatie in Scherpenzeel door André Stuivenberg. Samen met de andere geschiedenisverhalen, is dit verenigingsblad wat ons betreft de moeite van het lezen meer dan waard. Veel plezier daarbij!

Wim van den Berg, voorzitter.

UITNODIGING LEDENVERGADERING

Op dinsdag 19 oktober 2021 houden we onze Algemene Ledenvergadering in Partycentrum Boschzicht, Burgemeester Royaardslaan 4, Scherpenzeel.

Aanvang 19.30 uur.

Agenda:

Opening en mededelingen

Vaststellen notulen ledenvergadering d.d. 3 november 2020*)

Jaarverslag secretaris*)

Jaarverslag penningmeester*)

Begroting 2021*)

Verslag kascommissie.

Benoeming kascommissie 2021.

Voorstel goedkeuring statutenwijziging *)

Bestuursverkiezing.

A redend en herkiesbaar is Piet Valkenburg, archivaris. A redend en niet herkiesbaar is Henk Beulenkamp, 1e penningmeester. Voor de vacature algemeen bestuurslid stelt het bestuur de heer Gijs van Daatselaar voor.

Tegenkandidaat‐bestuursleden kunnen door leden worden voorgedragen. Een voordracht kan schriftelijk, ondertekend door minimaal 5 leden, worden ingediend tot uiterlijk 15 september 2021 bij de secretaris.

*) deze stukken kunt u vanaf heden inzien op de website: www.oudscherpenzeel.nl. Bovendien zijn hiervan exemplaren te verkrijgen op de ledenvergadering (m.u.v. de gewijzigde statuten).

In de pauze zal een doorlopende presentatie in de vorm van oude foto’s van Scherpenzeel te zien zijn. Uiteraard is er dan ook gelegenheid om onder het genot van een drankje elkaar soms na lange tijd weer te ontmoeten.

Na de pauze staat de geschiedenis van Boschzicht en de Sociëteit op het programma. Die rijke historie vertonen we in een presentatie van foto‐ en videobeelden. Boschzicht en de Sociëteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Helaas komt hier na 140 jaar een einde aan.

Deze bijzondere avond mag u niet missen! Vanaf 19.00 uur staan koffie en thee voor u klaar.

Van harte welkom!

Het bestuur.

UITNODIGING EXTRA LEDENVERGADERING

Op dinsdag 9 november 2021 is er een extra Algemene Ledenvergadering waarop maar een enkel agendapunt besproken wordt:

Agenda

Opening

Voorstel goedkeuring statutenwijziging*)

Slui ng

Volgens onze huidige statuten kan een statutenwijziging in eerste instantie slechts worden goedgekeurd als ⅔ deel van de leden daarmee instemt (=ongeveer 600 personen). Zoveel leden verwachten we niet op 19 oktober als dit agendapunt ook ter sprake komt. Daarom zijn we genoodzaakt binnen een maand, maar niet eerder dan na twee weken na de ALV, een nieuwe vergadering te beleggen om de statutenwijziging te kunnen realiseren. In tweede instantie is er geen ⅔ meerderheid vereist.

Deze extra ledenvergadering begint om 19.30 uur en wordt gehouden in het kerkgebouw van De Achthoek, Molenweg 1.

Van harte welkom.

Het bestuur

*) de gewijzigde statuten kunt u op www.oudscherpenzeel.nl inzien

VLUCHT UIT BERLIJN

Als oud‐studente van prof. dr. Ir. C.L. Temminck Groll (CLTG), die enige jaren geleden is overleden, kende ik het verhaal over zijn onderwerp ‘oorlogsbelevenissen’, zijn tewerkstelling in de fabriek Frits Werner AG. te Marienfelde en in het bijzonder zijn verhaal over de vlucht uit Berlijn. Zijn geschiedenis hee hij op papier vastgelegd en voorzien van een serie van circa 20  tekeningen. Een van die tekeningen – werkzaam in de fabriek – is afgedrukt op p.50 in het vorige nummer van Oud‐Scherpenzeel.

Niet alleen gaf CLTG mij zijn tekst over zijn vlucht op 6‐8 mei 1944 uit Berlijn, maar ook een daarbij behorende afbeelding; een tekening van twee personen, CLTG en een vriend, die uit Berlijn ontsnapten via een dubbele bodem, een laadbak onder een trein, die oorspronkelijk was bedoeld voor gereedschap. (Zie de bijgevoegde afbeelding.)

Verborgen in die bak vlucht en regelmatig twee personen gedurende de weekenden vanuit Duitsland naar Nederland. Het plan hiervoor was beraamd tijdens een bezoek van prof. Oranje (in het voorgaande artikel wordt hij ook genoemd) in november 1943. Deze hoogleraar, verbonden aan de V.U. te Amsterdam, bezocht met een smoes Nederlandse studenten in Duitse werkkampen en raadde hen aan om voor het einde van de oorlog te vluchten. Hij bood een ieder die dat lukte aan om zich bij hem te melden voor een onderduikadres en voor

C.L. Temminck Groll kruipt met een vriend in de laadbak onder clandestiene bonkaarten. Van prof. de trein om te vluchten vanuit Duitsland naar Nederland.

Oranje            in            gesprek                met        twee

studenten in kamp Mariendorf, waar CLTG toen verbleef, is ook een tekening bewaard gebleven. In dat werkkamp bevond zich een beroepssmokkelaar die wist dat er op de wekelijke retourtrein Berlijn‐Amsterdam/Den Haag een wagon meereed met een dubbele bodem. Deze laadbak was nooit voor gereedschap gebruikt en bij de douane niet bekend.  Op 6 mei 1944 kroop CLTG met een vriend in die  bak. De reis verliep vrij onrustig vanwege regelmatig halthouden op rangeerterreinen, schoonmaakbeurten e.d. Bovendien reed de trein aanvankelijk in oostelijke richting; richting Warschau? Tijdens een stop werd de locomotief afgekoppeld om aan de andere kant weer te worden aangekoppeld  Nu ging de rit in westelijke richting en op 8 mei ‘s morgensvroeg kwamen ‘de verstekelingen’ in Amsterdam aan. Vanwege spertijd konden ze pas na 6.00 uur uit de trein klimmen om vervolgens vuil en wel – en daarom als werklui aangezien – naar huis te lopen.

De tekst van CLTG is voor dit verhaal als bron gebruikt en met dank aan dochter Julieke Temminck Groll voor informatie.

Meta Prins‐Schimmel

WILHELMINA ZIEKENVERPLEGING

Vaxxers & An ‐Vaxxers onder hetzelfde dak

André Stuivenberg

In deze tijd, waarin de hele bevolking werd/wordt opgeroepen om zich tegen het coronavirus te laten inenten, kwam ik op de gedachte iets te schrijven over vaccinatie in Scherpenzeel in vroeger tijden. Als uitgangspunt heb ik het pand van     de          voormalige         Wilhelmina Ziekenverpleging genomen, met als passende tel ‘Vaxxers en an ‐Vaxxers onder hetzelfde dak’. Hoe passend deze tel is zal blijken uit het verhaal dat volgt.

Op woensdag 25 maart 1959 stond ik als elfjarige met leeftijdgenootjes in een rij in de steeg naast de vestiging van de Wilhelmina Ziekenverpleging aan de Dorpsstraat 108. Dit is thans het monumentenpand Dorpsstraat 180 (geen typefout; in 1960 vond nl. na de grenswijziging een omnummering plaats aan de even zijde van de straat). Wij waren in gespannen afwachting van een vaccinatie tegen poliomyeli s, destijds meer bekend als ‘kinderverlamming’.

Onze eigen dokter Renken zou ons kinderen prikken, maar ondanks deze vertrouwde persoon hadden bloeddruk, hartslag, traanklieren én stembanden het die middag zwaar te verduren, allemaal uit schrik voor die eerste, bewust te ervaren prik!

Het effectief gebleken vaccin tegen het poliovirus was in 1955 in de U.S.A. gepresenteerd, op de 12e april. Deze datum was bewust gekozen, omdat het die dag precies en jaar geleden was dat president Roosevelt overleed. Hij is de president die we op alle foto’s altijd zittend zien, omdat zijn hele onderlichaam was verlamd door polio.

Ontdekker van het vaccin was de arts Jonas Salk, een edelmoedig mens, wat blijkt uit het feit dat hij nooit patent hee aangevraagd. Op de vraag wie de octrooihouder was, antwoordde hij: ‘(…) Nou, het volk, zou ik zeggen. Er is geen patent. Zou je patent kunnen aanvragen op de zon?’

Net als dit jaar met de coronavaccins liep Nederland destijds niet voorop bij het organiseren van deze belangrijke vaccinaties.

De eerste lading vaccins arriveerde pas in 1957 op Schiphol en in de herfst van dat jaar kon men kinderen gaan inenten, te beginnen met de tweejarigen. Juist een jaar eerder, in 1956, werd Nederland helaas nog getroffen door een ernstige polio‐epidemie. Er waren 2206 slachtoffers, waaronder 1784 verlammingen, 70 doden en 30 die in leven gehouden werden in een ‘ijzeren long’.

Als kind hebben wij in 1956 met beperkingen leren leven, al waren deze niet zo ingrijpend als onze recente ‘contactmijdingen’. Een bericht uit ‘De Nieuwe Holevoet’ van 01‐09‐1956 is een voorbeeld van wat de Scherpenzeelse jeugd zoal aan evenementen misliep.

Na onze eerste Salk‐vaccina e van maart 1959 moesten er nog twee volgen, maar dat had men de meesten thuis voorzichtigheidshalve niet verteld. De Prikangstpoli in het Meander Medisch Centrum Amersfoort bestond bij lange na nog niet, maar gelukkig werd er korte tijd na het Salk‐vaccin een tweede vaccin geïntroduceerd, ontwikkeld door de medicus Albert Sabin. Met een paar druppeltjes op een suikerklontje kon dit oraal worden toegediend, ideaal dus voor ‘prikangstige’ kinderen, waarvan ik weet dat zij zich soms op de gekste plekken verstopten om aan de injectienaald te ontkomen.

Er waren ook kinderen die zich niet aan de dreigende naald hoefden te on rekken en om een andere reden de dans ontsprongen. Hun ouders waren op religieuze gronden principieel tegen vaccinatie. Dit verklaart de dringende oproep in ‘De Nieuwe Holevoet’, na de eerste inentingscampagne en aan de vooravond van de vaccinaties van kinderen met de geboortejaren 1952 tot en met 1957: ‘De opkomst zal zeker, en moet, groter zijn dan bij de eerste

Poortje naar de steeg naast de dreigende muur van de Wilhelmina Ziekenverplegingcampagne’. In onze streken werd des tijds maar iets meer dan 2/3 van de in aanmerking komende kinderen gevaccineerd.

De epidemie van 1956 leidde tot de oprichting van het Fonds ter bestrijding van Kinderverlamming. Door vaccinatie werd polio in Nederland vrij snel sterk teruggedrongen en werd de naam gewijzigd in Prinses Beatrix (Spier)Fonds, met Beatrix als ‘beschermvrouwe’. Het werkterrein werd uitgebreid naar andere spierziekten. Dit Fonds droeg men in Scherpenzeel een warm hart toe, gezien de plaatselijke ervaringen met de ziekte. In de loop der jaren werden vele (sponsor)acties gehouden. Waar in de epidemie van 1956 nog sportevenementen voor de jeugd werden verboden kwam in 1966 veel jeugd onbezorgd bij elkaar voor het grote Polio 1964zaalvoetbaltoernooi in Amersfoort, t.b.v. het Prinses Beatrix Fonds. Hieraan nam ook een jeugdelftal van de Valleivogels deel, zie de foto op de volgende pagina.

Na het afronden van een jarenlange vaccinatiecampagne brak in 1978 toch een polio‐epidemie uit, onder ongevaccineerden in het gebied van de ‘Biblebelt’.

Hiervan werden ook 4 Scherpenzelers slachtoffer. Poliomyeli s leidde dat jaar landelijk tot 110 ziektegevallen en 1 overlijden.

In 1992 werd, naast enkele tientallen gevallen in het land, een baby uit ons dorp van nog geen maand oud met polio‐verschijnselen in het ziekenhuis opgenomen. De andere kinderen uit het gezin waren om principiële redenen niet gevaccineerd. Naar aanleiding van dit alles deed het college van B & W een waarschuwende brief aan alle inwoners uitgaan.

De ouders van de baby waren over een deel van de inhoud van de gemeentelijke brief niet te spreken en zonden een ingezonden bericht naar de ‘Scherpenzeelse Krant’. Dit leidde zelfs tot kritische vragen van de SGP in een gemeenteraadsvergadering, waar burgemeester De Korte de brief hartstochtelijk verdedigde: ‘Als ik maar één iemand zou kunnen redden zou ik nachten willen opblijven (….) Dat gaat mij door merg en been (…)‘.

Ook werd dat jaar in allerijl een ‘inentingsuurtje‘ georganiseerd, waar liefst 140 mensen werden gevaccineerd.

Dat het met het verstrijken van de tijd met de vaccinatie‐bescherming van de inwoners van Scherpenzeel en buurgemeenten tegenwoordig niet aanzienlijk beter is gesteld dan zo’n zes g jaar geleden blijkt uit bijgaande grafiek van het RIVM over het jaar 2020. De getallen zijn procenten. De horizontale rode lijn is de gemiddelde vaccinatiegraad van de 5 gemeenten. Het gemiddelde in heel Nederland is 90,8%.

‘Vaxxers’ van Scherpenzeel in de betekenisvolle jaren 50/60
  Jan Hendrik Renken  Hendrikus Gerhardus Wensink  Catharina Cornelia Smit
‘An ‐Vaxxers’ in Scherpenzeel in de 19e eeuw en begin 20e eeuw (1927)
  Abraham Capadose  Redactie ‘De Holevoet’

Het is buitengewoon interessant en frappant om te weten dat het gebouw van de Wilhelmina Ziekenverpleging ‐ tot 1969 de ‘hotspot’ van de Scherpenzeelse vaccinaties ‐ in het verdere verleden (1831‐1833) tot woning diende van de arts Abraham Capadose.

Capadose was een Jood, die na Bijbelstudie Jezus erkende als de beloofde Messias, waarop hij zich had laten dopen. In zijn tijd waren de pokken de eerste vreselijke ziekte die met een vaccin kon worden bestreden. In tegenstelling tot overheden en veel artsen werd ‘de vaccine’ met koepokken door vooral het gewone volk niet vertrouwd. Ook toen al was er ‘viruswaanzin’; zo beweerde de Brit Benjamin Moseley dat door inenting de ‘bes ale natuur’ van vrouwen vrijgemaakt werd en dat het hem niet zou verbazen als zij later de velden

Vaccina e met koepokken – Spotprent van An ‐Vaxxers in zouden trekken om door een s er gedekt te worden.

Al dit wantrouwen werd opgestookt door de ‘an ‐vaxxers’, waaronder Capadose. Al voor zijn komst naar Scherpenzeel trok hij fel van leer. Hij schreef  het pamflet ‘Bestrijding der vaccine’, waarin boven hoofdstuk 1 het volgende bijbelcitaat staat: ‘Ende Jesus antwoordende seyde tot haar, Die gezont zyn en hebben den Medicynmeester niet van nooden, maar die sieck zyn’. Dus: volgens hem mag men pas naar de dokter als men besmet is!

Capadose ontmoette veel kritische tegenstand. Maar hij zei zich gesterkt te voelen door de steun van eenvoudige godvrezenden. Dit was één van de redenen om van Amsterdam te verhuizen naar Scherpenzeel, want hij zocht een dorp waar ‘Veel van Gods dierbaar volk woont’. De Scherpenzelers bevielen hem goed: ‘eenvoud, zuiverheid in de leer, gematigdheid en liefde zijn hunne kenmerken‘.

In ons dorp werd Capadose spoedig een gevierd man. Op maandagavonden verzamelden tientallen bevindelijk gelovigen zich in zijn van de heer Van Naamen van Scherpenzeel gehuurde woning. In deze zgn. conventikels zal hij vast ook, als an ‐vaxxer, Vraag 27 van Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus hebben besproken, waarin staat: ‘(…) dat (…) gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen’.

Hiertegenover kunnen we de uitspraak plaatsen van koning Willem I over het pokkenvaccin: ‘dat onschatbaar geschenk der Voorzienigheid’. Zijne Majesteits Catechismuszondag zou dus kunnen luiden: ‘dat gezondheid en vaccinatie, genezing en wetenschap niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen’.

Ik gaf dit verhaal de tel ‘Vaxxers & An ‐Vaxxers onder hetzelfde dak’. Dat dak en huis niet de meest op male bescherming boden, is ‐ zeker vanuit het oogpunt van volksgezondheid ‐ een afkeurenswaardige zaak. In de ‘Scherpenzeelse krant’ van 27‐09‐1978 haalde de befaamde zuster Smit herinneringen op: ‘Regen en sneeuw hadden vrij spel en dan lekte het overal, zodat met emmers, teilen en pannen moest worden gewerkt om de boel droog te houden’. Ook de vrouw van Abraham Capadose vond het eerder al een ‘tog ge en vog ge wooning’.

In de gemeenteraadsvergadering van 22‐12‐1966 werd besloten bij het ministerie van CRM bezwaar aan te tekenen tegen het besluit het pand tot Rijksmonument te verklaren. Wethouder Jan van den Ham zag het ‘voor geen rooie cent als een monument‘. Raadslid Gerrit van Rootselaar merkte op: ‘het geveltje is niet zo mooi dat het zou moeten blijven staan’.

Het is een geluk dat deze vooraanstaande heren bij het ministerie geen poot aan de grond kregen en dat we, vooral ook als we vanuit de Marktstraat naderen, kunnen genieten van dit mooie stukje ‘dorpsschoon’. In september 1969 verruilde de Wilhelmina Ziekenverpleging het doorleefde, historische pand voor een nieuwe vestiging aan de Vijverlaan. Na restaura e en verbouwing werd Dorpsstraat 180 de vestiging van de RABO‐bank.

Maar decennialang werden hier door de dorpsartsen en wijkverplegers veel Scherpenzeelse levens preventief gered door de vaccinaties tegen de meest uiteenlopende (kinder)ziekten. Na het succes van het poliovaccin volgden al snel meer ziektes. In 1962 werden difterie, kinkhoest en tetanus aan het poliovaccin toegevoegd, waardoor het DKTP‐combinatievaccin ontstond. In 1974 begon men met het inenten tegen rodehond en twee jaar later kwamen daar de mazelen bij. Tegenwoordig beschermt het Rijksvaccinatieprogramma tegen maar liefst twaalf ernstige ziekten.

SCHERPENZELERS IN HET LEGER VAN NAPOLEON

In 1795 wordt door Nederlandse patrio en de Bataafse Republiek uitgeroepen, het begin van de “Franse Tijd”. De patrio en worden hierin ondersteund door een Frans leger dat het land is binnengetrokken. Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland en gaat daar in ballingschap. Een aantal gebieden in het zuiden van het land worden al direct ingelijfd bij Frankrijk, maar het grootste deel, de Bataafse Republiek, wordt een zusterrepubliek van het revolutionaire Frankrijk.

De “bondgenoot” Frankrijk stationeert een troepenmacht in Nederland. Volgens verdragen zo’n 25.000 man maar in de praktijk loopt dit aantal op tot wel 200.000 man. Door het hele land worden deze soldaten ingekwartierd en tegelijker tijd wordt de oude feodale overheid afgezet en vervangen door “volksrepresentanten”.

Ook Scherpenzeel ontkomt niet aan deze veranderingen. De toenmalige schout, A. van Lützenburgh, omschrijft op 19 maart 1795 hoe een twaalftal huzaren met getrokken sabels het dorp binnen komen en de nieuwe gemeenteraad installeren. De bevolking wordt door het luiden van de kerkklokken naar de kerk gelokt. Soldaten houden de wacht met getrokken blanke sabels “en lieten ieder ingaan, maar niemand mocht er uit voor alles gedaan was”.

In de volksvergadering die hierop volgt wordt de nieuwe municipaliteit (gemeenteraad) gekozen, te weten Gerardus van Davelaar, Jan Homoet, Peter Druijff, Jan Renes WGzn, Wulfert Pater (van Gooswilligen) en Gerrit van ’t Willaar. De schoolmeester wordt aangesteld als secretaris. Iedereen die hier iets tegen in wil brengen mag spreken, maar als je niet spreekt stem je in. Gezien de aanwezigheid van de huzaren met getrokken sabels is er geen tegengeluid en ter beves ging roepen de Scherpenzelers maar het “Hoezee” mee. 

Schout Van Lützenburgh wordt gedegradeerd tot de “burger” Lützenburgh, maar moet nog wel zo goed zijn de huzaren te voorzien van voldoende wijn en sterke drank “anders dreigden zij alles kort en klein te slaan en ’t huis in brand te steken en dat ze anders gelast waren om mij mede te nemen en Handtekening van schout A. van Lützenburgh dood te schieten of de kop af te hakken”.

De Franse soldaten staan in die tijd niet zo best bekend. Ze komen vaak uitgehongerd en met gerafelde kleren het land binnen en vertrekken voor aflossing weer als ze goed doorvoed en gekleed zijn. Ook in Scherpenzeel misdragen de soldaten zich. In het verslag van de schout wordt omschreven dat “de vrouw van Dirk Sterk braaf geslagen is”, er worden ruiten ingeslagen en dorpelingen gemolesteerd.

In Frankrijk roept Napoleon Bonaparte zichzelf in 1804 tot keizer van Frankrijk uit. Direct hierna voert hij ook in Nederland het eenhoofdig leiderschap in door in 1805 Rutger Jan Schimmelpenninck als raadpensionaris aan te stellen. Al een jaar later, in 1806 wordt het Bataafs Gemenebest gewijzigd in het Koninkrijk Holland. Lodewijk Napoleon Bonaparte, broer van de keizer wordt koning Lodewijk I. De nieuwe koning fungeert naar mening van keizer Napoleon niet echt en in 1810 wordt Nederland bij het Franse keizerrijk ingelijfd.

Invoering van de dienstplicht

Eén van de gevolgen van de inlijving is dat het leger van het Koninkrijk Holland wordt geïntegreerd in het Franse leger, Napoleons Grande Armée, maar ook wordt in Nederland de militaire dienstplicht ingevoerd. 

De dienstplicht geldt voor alle mannen van 20 tot 25 jaar, maar er zijn wel eisen waaraan de mannen moeten voldoen. Natuurlijk moeten de jonge mannen gezond van lijf en leden zijn, maar ook een minimum lengte hebben van 1 meter en 55 cm, ongetrouwd en van onbesproken gedrag zijn. Het oproepen van de dienstplichtigen begint in februari 1811 met de lichting van het jaar 1808 (mannen, geboren in 1788). Uiteindelijk hebben er zes lichtingen van 1808 tot en met 1813 actieve dienst in de Grande Armée verricht.

Dienstplichtigen moeten zich in de eigen gemeente laten inschrijven in het “Journal du Maire pour servir à l’inscrip on des conscrits”, waarna ze gekeurd worden en een lotingsnummer krijgen.  Per gemeente wordt dan bepaald hoeveel dienstplichtigen er moeten opkomen. Er wordt simpelweg begonnen met de eerste loteling. Heb je een laag nummer dan weet je zeker dat je op moet komen, degenen met een hoog nummer kunnen eigenlijk al direct rekenen op vrijstelling van dienst.

De dienstplicht is in die tijd niet persoonlijk, zodat je als ingelotene ook onder de dienstplicht uit kan komen. Je kunt bijvoorbeeld je lotingsnummer ruilen of verkopen met een dienstplichtige die een hoger nummer hee , of je kunt je dienstplicht tegen betaling laten vervullen door een ander die aan de aanstellingseisen voldoet. In de praktijk betekent dit dat vooral het armere deel van de bevolking moet voldoen aan de dienstplicht. Door bijvoorbeeld aan een keuterboertje een maandelijkse bron van inkomsten toe te zeggen, gaat de zoon des huizes het leger in en wordt de dienstplicht van een beter gestelde inwoner afgekocht.

In actieve dienst

Wie ingeloot is voor de dienst moet zich op de vastgestelde dag melden in een groetere plaats in de omgeving. Voor de Scherpenzelers was dat Amersfoort, maar soms ook Rhenen. Op kosten van de gemeente Scherpenzeel krijgen de kersverse soldaten daar twee hemden, twee paar schoenen, twee paar sokken en een klein geldbedrag. Vervolgens wordt men compagniesgewijs afgemarcheerd naar hun garnizoen. Voor de Scherpenzelers zijn dat vooral plaatsen in NoordFrankrijk. Oftewel: een mars van enkele weken. De Nederlanders worden niet verspreid over Franse eenheden, maar blijven vaak bij elkaar onder het bevel van Franse officieren. Scherpenzelers in het leger van Napoleon komen zo onder andere terecht in Arras, Saint Omer, Luik en Givet.

Databank

In 2016 is er een databank “Nederlandse militairen in het leger van Napoleon” online gezet. Hiermee zijn de regimentsstamboeken, die worden bewaard in de archieven van de Service historique de la Défense in Vincennes bij Parijs, voor een ieder toegankelijk gemaakt. Het zoeken in de databank is nog wel een uitdaging. Via een zoekfunctie kun je terecht komen in de regimentsstamboeken, maar daarbij moet je wel bedenken dat de voornamen van de militairen vaak op z’n Frans werden genoteerd. Jan, Hendrik, Karel, Piet en Willem worden dan Jean, Henry, Charles, Pierre en Guillaume. De regimentsstamboeken geven naast voornaam en familienaam van de dienstplichtige militair       ook zijn geboorteplaats en –datum, de namen van zijn ouders en ook zijn signalement. Ook vind je er gegevens over zijn staat van Voorzijde van één van de regimentsdienst. Dit alles uiteraard in het Frans. stamboeken.

Scherpenzelers in het leger van Napoleon

Onderzoek in de regimentsstamboeken leveren 14 namen van Scherpenzelers op. Een zoekvraag naar de geboorteplaats Woudenberg levert maar liefst 30 mannen op, met bekende namen als Van de Wetering en Lagerweij, maar deze zijn niet in het overzicht hieronder opgenomen, omdat niet te achterhalen is of ze in Woudenberg zelf zijn geboren of bijvoorbeeld aan de zelfkant van Scherpenzeel.

De Scherpenzelers:

Gerard van Appeldoorn, geboortedatum 10‐09‐1791, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Willem van Appeldoorn, moeder: Rosand.

Gerard wordt ingeschreven onder stamboeknummer 1180 bij de 3e Cohorte.

Het 3e cohorte wordt in 1813 samen met de 76e, 77e en 88e samengevoegd tot het 146e Regiment Infanterie van Linie. Het regimentsstamboek van dit regiment is verloren gegaan, zodat niet meer is na te gaan waar Gerard hee gediend of wat zijn signalement was). Het 146e regiment hee vermoedelijk in Duitsland, maar ook in Noord Walcheren strijd geleverd.

Gerard (of Gerrit) blijkt “In de Caap onder Scherpenzeel” geboren te zijn als zoon van Willem Gerritsz van Apeldoorn en Cornelia Hendriksdr Rosant. Gerard trouwt ná de Franse overheersing op 12 juni 1818 in De Bilt met Jannetje van Vulpen. Zij is op 21 september 1794 geboren in Doorn als dochter van  Gijsbert Jansz van Vulpen en Hermijntje Duijm. Gerard en Jannetje krijgen 6 kinderen. Gerard overlijdt op 5 september 1861 in Leersum, Jannetje overlijdt ook in Leersum, op 25 december 1871.

Jean van Essen, geboortedatum 06‐03‐1790, geboorteplaats Scherpenzeel, Departement Zuiderzee. Vader: Jean van Essen, Moeder: Meyntje Beyers

Jean is 1.70 meter lang, hee een mager, lang gezicht met grijze ogen, een puntige neus, een grote mond, rond kin en blond haar. Hij hee geen bijzondere lichaamskenmerken.

Jean van Essen wordt op 28 augustus 1813 onder stamboeknummer 8367 ingeschreven bij 1e

Regiment Infanterie van Linie, maar een maand later al overgeplaatst onder stamboeknummer 11894 naar het 8e Regiment Infanterie van Linie. Het 1e regiment is onder andere gelegerd geweest bij Colberg (vermoedelijk de plaats Colberg, bij Coburg in Duitsland) en waarschijnlijk is Jean gelijk doorgemarcheerd naar het 8e regiment, gelegerd bij Danzig onder bevel van General Rapp. Het 8e regiment is op dat moment belegerd door het Russisch‐Pruisische leger en dat duurde bijna een jaar. Jean komt dus direct in het strijdtoneel terecht. Op de kaart van Jean is te lezen dat hij is “achtergebleven tijdens de tocht naar Leipzig”. De vermelding houdt in dat Jean is verdwenen, gesneuveld of gevangen genomen. De Slag om Leipzig vond plaats in de 2e hel van oktober 1813, dus Jean maakte maar kort uit van het Leger van Napoléon.

Jean van Essen blijkt te zijn: Jan Top, geboren op 6 maart 1790 als zoon van Jan Janszen Top, ook wel genaamd: Jan Jansen van Essen, en Meinsje Reijers. Jan blijkt dus helemaal niet vermist of gesneuveld, want hij trouwt al heel snel, op 26 maart 1814 in Woudenberg, onder de achternaam Van Essen met Gerritje Burgers. Zij is geboren in Renswoude in 1790 (gedoopt op 26

december 1790) als dochter van Ernst Burgers en Peternella van Dijk. Jan is vermoedelijk gedeserteerd uit het leger van Napoleon. Jan z’n beroep wordt als wever vermeld. Nog een bijzonderheid: Jan wordt in de trouwakte vermeld als weduwman van Aaltje Bouman. Jan was dus al vroeg weduwnaar. Een veelbewogen leven en dat al op 24‐jarige leeftijd!

Jean Beunis van Essen, geboortedatum 17‐07‐1788, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Braunissen van Essen, Moeder: Wilmpje Deunissen

Jean Beunis van Essen wordt onder stamboeknummer 1142 ingeschreven bij het 11e Regiment Huzaren. Het 11 regiment Huzaren is gelegerd in Arras – Noord Frankrijk.

Jean Beunis is mogelijk al militair geweest in het leger van het Koninkrijk Holland en anders behoorde hij tot de eerste lichting van dienstplichtigen. Het 11 Regiment Huzaren heeft deelgenomen aan      de veldtocht naar Rusland in 1812 en maakte deel uit van de eerste fase van deze veldtocht. Op 24 juni 1812 wordt de rivier de Njemen overgestoken waarbij het legerkorps van Wi genstein wordt verdreven om vervolgens de opmars te maken in de richting van St. Petersburg. Direct ná de voorste troepenmacht, bestaande uit het 2 Korps volgt het 3 Korps, waar het 11e Regiment Huzaren deel van uitmaakt.

Jean Beunis van Essen blijkt te zijn: Jan Breunis

(Breuniszn) van Essen, zoon van Breunis Jansen

(Janszen) van Essen en Weimpje Teunisdr van

Huzaar van het 11 Regiment

Veenschoten. Jan van Essen overleef  de verschrikkingen in Rusland want hij trouwt op 18 maart 1823 in Scherpenzeel met Carolina Pligt. Zij is als wees gedoopt in Amsterdam op 19 april 1801. Jan is dan arbeider, dagloner en uit het huwelijk komen 5 kinderen voort.

Guillaume Hoevelaak, geboortedatum 20‐07‐1791, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Jean Hoevelaak, Moeder: Teunisse Gesberg

Guillaume Hoevelaak wordt onder stamboeknummer 1201 ingedeeld bij het 3e Cohorte.

Hij is van dezelfde lichting als Gerard van Apeldoorn en zij komen elkaar dus tegen in hetzelfde legeronderdeel. Oftewel: ze zijn samen opgemarcheerd naar Duitsland.

Guillaume Hoevelaak blijkt te moeten zijn: Willem van Hoevelaken, geboren in Scherpenzeel “bij ´t zogenaamd Oostindien”, zoon van Jan Tijmensen van Hoevelaken, veedokter en Gijsbertje / Gijsje Teunissen van de Lagemaat.

Van Willem van Hoevelaken is niets meer terug te vinden in de archieven. De familie Van

Hoevelaken blij in en rond Scherpenzeel woonachtig, maar Willem is en niet in de archieven van Oud Scherpenzeel en niet op zoek‐websites te vinden. Vermoedelijk is Willem vermist of gesneuveld.

Gisbert Hijmen, geboortedatum 11‐01‐1790, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Gisbert Hijmen, Moeder: Chré enne Gysberts

Gisbert is onder stamboeknummer 3813 op 5 maart 1812 ingedeeld bij het 126 Regiment Infanterie van Linie. Hij is dan 1.70 mtr lang, hee een langwerpig vlak gezicht, blauwe ogen, een platte neus en bruin haar.

Het 126e Regiment Infanterie van Linie is gelegerd in Luik (Liège). Mogelijk is Gisbert al militair geweest, want het 26 RI wordt onder andere samengesteld uit het 5e Regiment Infanterie en het 1er Bataillon van de Infanterie van het leger van het Koninkrijk Holland. Het 26 RI neemt onder meer deel aan de strijd tegen Rusland. Een belangrijke slag vond plaats in januari 1813 bij Küstrin / Kostrzyn aan de huidige Duits‐Poolse grens. Later in 1813 worden “de resten van” het 26 RI opgenomen in het 123 Regiment Infanterie.

Het betreft : Gijsbert Heijmensz van Wolfswinkel, zoon van van Heijmen Gijsbertsz van Wolfswinkel, beroep: grasmaaier en Sijntje Gijsberts Hegh uit Putten. Bijzonder is de wijziging van naam van de moeder van Gijsbert: Chré enne is de letterlijke vertaling van christelijk.

Ook van Gijsbert is in de archieven in Scherpenzeel niets meer terug te vinden. Op zijn stamboekkaart staat niet vermeld dat hij is gesneuveld, maar wel bekend is dat zijn Regiment ernstige verliezen heeft geleden bij de Russische veldtocht. Dat moet wel een slag zijn geweest voor het gezin Van Wolfswinkel: drie jaar eerder in 1810 raakte de vader van het gezin, Hijmen Gijsberts, ook al vermist. In de huwelijkse bijlage van een zoon staat te lezen dat hij ‘rond 1810 niet uit Holland, waar hij in de hooi jd gras ging maaien, [is] teruggekomen’.

Gerard Krauwil, geboortedatum 25‐11‐1792, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Johanne Hendrikse Krauwil, Moeder: Gysberta Steenbeek.

Gerard is onder stamboeknummer 1537 ingedeeld bij het 14e Regiment Kurassiers. Dit regiment wordt mede samengesteld vanuit het 2e Regiment Kurassiers van het leger van het Koninkrijk Holland. Kurassiers zijn zwaar bewapende cavaleriesoldaten te paard die een borstharnas dragen dat een kuras hee e. Daar komt dan ook de naam kurassier vandaan. Kurassiers zijn in die jd op het slagveld de zwaarste eenheid, in taak en impact vergelijkbaar met de huidige tankdivisies. Tijdens de veldtocht naar Rusland bevonden de kurassiers zich in de voorhoede van de strijd. Zij maakten onderdeel uit van de Cavaleriedivisie Doumerc, dat het 2e

Legerkorps ondersteunde in de opmars naar Sint Petersburg.    Kurassier

Bij die opmars was ook Jan Breunis van Essen betrokken, maar of ze elkaar gezien hebben is maar de vraag, gezien de bijzonder grote troepenverplaatsing van maar liefst 200.000 soldaten.

Gerard Krauwil betre : Gerrit Krauwel, zoon van Jan Hendriksz Krauwel en Gijsbertje Steenbeek. In dit geval is de naam dus maar minimaal verbasterd. Gerard trouwt als Gerrit Krauwel op 16 januari 1817 in Harderwijk met de 28‐jarige Anna Maria Lasseree, dochter van Derk Lasseree en Geertruid Kappelhof. Gerard staat vermeld als wolkammer, maar later ook als koopman. Het paar gaat in Amersfoort wonen en krijgt drie kinderen.

Henri Maasling, geboortedatum 20‐07‐1788, geboorteplaats Scherpenzeel. Vader: Nicolas Maasling, Moeder: Aaltje Keesje

Henri Maasling wordt op 20 april 1813 onder stamboeknummer 2766 ingedeeld bij het 123e Regiment Infanterie van Linie. Hij is 1.67 mtr lang, hee een ovaal gezicht met hoog voorhoofd, een lange kin en bruin haar. Bij bijzondere kenmerken staat vermeld: kleine putjes. Waarschijnlijk hee Henri een pokdalig gezicht. Als beroep wordt genoteerd: laborant.

Gezien zijn geboortedatum hee Henri deel uitgemaakt van de eerste lichting dienstplichtigen. Het 123e Regiment Infanterie hee zijn kwar er in Saint‐Omer in Noord Frankrijk en bestaat ook weer uit een aantal onderdelen van het voormalige Hollandse leger: het 2e Regiment Infanterie en het 2e bataillon, 6e Regiment Infanterie. In 1813 neemt het 123e RI deel aan de veldslagen bij Wittenberg en Wessel.

Henri Maasling is de Franse vertaling voor Hendrik Masseling, hij is geboren “in de Caap, onder Scherpenzeel” als zoon van Klaas Masseling en Aaltje Cornelissen. Masseling is een naam die verder in het geheel niet voorkomt in Scherpenzeel maar in het regimentsstamboek staat nog wel een tweede woonplaats vermeld: De Bilt.

Henri Evertse van de Meent, geboortedatum 02‐07‐1789, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Eward Jacobse van de Meent, Moeder: Guillaume e Jordis

Henri Evertse is onder stamboeknummer 161 ingedeeld bij het 3e Cohorte. Dat wordt dus bijna een Scherpenzeels onderdeel, want hier zijn ook Willem van Hoevelaken en Gerard van Apeldoorn ingedeeld.

Dit betreft : Hendrik van de Meent, geboren “op Gooswilligen in het huisje genaamd Veer in ’t Veld onder Scherpenzeel” als zoon van Everd Jacobszen van de Meent en Willemijntje Jordens. Hendrik blijkt later dagwerker (landbouwer) te zijn en trouwt op 15 oktober 1814 in Scherpenzeel met Geertje Cornelissen Steenbeek, a oms g uit Lunteren en dochter van Aris Cornelissen en Maartje Corsen. Ze gaan ergens in de buurt van Gooswilligen wonen, want een eerste kind wordt geboren “in het Gooswilligerveld”. In totaal krijgen zij 5 kinderen.

Dirk Osnabrugge, geboortedatum 10‐06‐1790, geboorteplaats Scherpenzeel. Vader: Gerard Osnabrugge, Moeder: Dirkje Wiegersveld.

Ook Dirk Osnabrugge wordt ingedeeld bij het 123e Regiment Infanterie van Linie en wel op 19 maart 1812 onder stamboeknummer 3988. In hetzelfde onderdeel dient Hendrik Masseling al. Nu is Dirk wel van een latere lichting, dus de vraag is maar of hij Hendrik Masseling gekend hee en of ze elkaar ontmoet hebben. Op 19 maart 1812 komen er meerdere mannen op uit de Gelderse Vallei, waaronder bijvoorbeeld ook Dirk van Wagensveld uit Woudenberg. Ze vertrekken dus gezamenlijk naar Saint‐Omer in Noord Frankrijk. Dirk Osnabrugge wordt omschreven als 1.67 mtr lang met een vol gezicht, rond voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus en blond haar.

Dirk Osnabrugge is een zoon van Gerrit (Berends) Osnabrugge en Dirkje van Wagensveld. De Dirk van Wagensveld die samen met Dirk Osnabrugge naar Frankrijk loopt is dus mogelijk familie. Wat opvalt is dat Dirk Osnabrugge met deze geboortedatum niet voorkomt in het doopboek van Scherpenzeel. Wel komt er een Dirk Osnabrugge voor met de geboortedatum 11 februari 1789, gedoopt 8 maart 1789. Is dit een eerder overleden broertje, staat het niet goed vermeld in de Franse registers of hee Dirk mogelijk gelogen over zijn leeftijd? Door zich een jaar jonger te maken kan Dirk ervoor gezorgd hebben dat hij pas een jaar later zijn dienstplicht hoefde te vervullen.

Dirk trouwt op 7 december 1816 in De Bilt met de 25‐jarige Jannetje Lodder. Zij is afkomstig uit De Bilt en een dochter van Jan Lodder en Johanna Gille. Een eerste kind uit het huwelijk overlijdt al binnen een paar maanden en verder zijn er geen kinderen van hen bekend.

Jean Otterloo, geboortedatum 09‐10‐1778, Geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Amersfoort.

Vader: Wouter Otterloo, Moeder: Anne van Ginkel

Jean Otterloo is onder stamboeknummer 182 ingedeeld bij het 2e Regiment Lanciers van de Garde, dat voluit ook wel het 2e régiment de chevau‐légers Lanciers de la Garde heet.

Jean hee een lengte van 1.66 mtr., met een hoog voorhoofd en een grote neus.

Jean is al in 1810 toegetreden, wat betekent dat hij eerder al als beroepsmilitair, als huzaar, diende bij de Hollandse Koninklijke Garde. Zijn militaire staat vermeld als eerste een datum in het jaar 1803. In 1806 hee hij deelgenomen aan een campagne in Pruisen en in 1809 in Brabant. Het 2e Regiment Lanciers van de Garde waar Jean in 1810 in toetreedt is een soort lichte cavalerie, een elitekorps onder leiding van Colonel Baron Pierre David de Colbert‐Chabanais. Deze man zou later

bekend worden bij de slag van Waterloo. De Nederlanders die       de “Rode Lanciers”

oorspronkelijk bij de Hollandse Koninklijke Garde dienden worden gezien als de trots van het nieuw opgerichte regiment. Jean Otterloo hee als zodanig deel genomen aan de eerste Russische veldtocht in 1812. Het regiment neemt ook deel aan de veldslagen bij Borodino (100 km vóór Moskou) en aan de Bérézina, waar het enorme verliezen leed. Zelfs zodanig veel dat het regime ook bijna weer wordt opgeheven.

Veldslag bij Borodino

In 1813 nemen de “Rode Lanciers”, zoals ze ook wel genoemd worden, deel aan de veldslagen in Duitsland bij Katzbach en Hanau. Op de kaart van Jean van Otterlo is te lezen dat hij op 1 april 1813 wordt “ontslagen wegens invaliditeit”. Oftewel: Jean maakt geen deel meer uit van zijn regiment vanwege een ernstige opgelopen verwonding. Op 16 april 1813 benoemd tot lid van het Legioen van eer (Légion d’Honneur).

Onze beroepsmilitair betreft: Jan van Otterlo, zoon van Wouter Jansen van Otterlo en Hanna Gerritsdr van Ginkel. Ook bij Jan van Otterlo valt het op dat zijn geboortejaar niet klopt: in werkelijkheid is hij twee jaar ouder, want hij is geboren op 9 oktober 1776. We komen Jan van Otterlo ná de Franse Tijd niet meer tegen in de archieven.

Henry Overeem, geboortedatum 15‐09‐1786, geboorteplaats

Scherpenzeel, Kanton Amersfoort. Vader: Gerard Overeem, Moeder: Cornelie Henkamp.

Ook Henry Overeem behoorde tot het 2e Regiment Lanciers van de Garde, onder stamboeknummer 127. Jean is lang voor die tijd: 1.76 mtr. Met een ovaal gezicht, bruine ogen, een normale neus en lichtbruin haar.

Wat opvalt is dat Henry exact dezelfde staat van dienst hee als

Jan van Otterlo. Ook Jean is in 1810 vanuit de Hollandse Koninklijke Garde naar het 2e Regiment Lanciers van de Garde met als oudste vermelding op zijn dienststaat een datum van 10 juni 1803. In 1803 was Henry pas 16 jaar oud! Ook Jean hee in 1806 deelgenomen aan de campagne in Pruisen en in 1809 in Brabant. Zijn dienststaat vermeld dat Henry Overeem op 9 september 1812 krijgsgevangen

Het imponerende hoofddeksel wordt gemaakt. Dat is tijdens de eerste Russische veldtocht. Er van de Rode Lanciers wordt niet vermeld waar dit plaats vindt.

Henry betreft Hendrik van Overeem, zoon van Gerrit van Overeem en Cornelia Hinnekamp. Ook hier zien we weer dat de geboortedata niet met elkaar overeen komen, want Hendrik is geboren op 26 februari 1785. Dat zou betekenen dat Hendrik toch een jaartje ouder (17) is als hij toetreedt tot het Hollandse leger. Is de jonge Hendrik samen met en wellicht onder de hoede van de dan 32‐jarige Jan van Otterlo het leger in gegaan? Vooralsnog is er nadat Hendrik gevangen genomen werd niets meer van hem vernomen….

Jan Dirk Pull, geboortedatum 02‐05‐1788, geboorteplaats Scherpenzeel, Kanton Rhenen. Vader: Jan Dirk Pull, Moeder: Maria van Soest

Jan Dirk Pull is onder stamboeknummer 79 ingedeeld bij de 3e Cohorte, het “Scherpenzeelse” legeronderdeel, want daar komt hij zijn dorpsgenoten Willem van Hoevelaken, Gerard van Apeldoorn en Hendrik van de Meent tegen.

Jan Dirk Pull is een zoon van Jan Derck Pull en Maria van Soest. Ook van Jan Dirk is niets meer terug te vinden in de archieven.

Een railleur

Guillaume is de mooie Franse naam voor Willem Stork, zoon van de oorspronkelijk uit Amsterdam afkomstige Jan Stork, van beroep dagwerker en schuitenvaarder en Gijsbertje van Wolfswinkel. Ook van Willem vernemen we niets meer ná 1812.

Hannes van Kwieringe, geboortedatum 20‐06‐1782, geboorteplaats Scherpenzeel. Vader: Thomas van Kwieringe, Moeder: Grietje van Dijk

Hannes wordt onder stamboeknummer 2957 ingedeeld bij het 33e Regiment Lichte Infanterie en moet opkomen in Givet in Noord Frankrijk.

Het 33 Regiment Lichte Infanterie is een voorbeeld van de dramatische tocht van Napoleon naar Rusland.

Het 33 komt al twee weken na de inval in Rusland in de problemen door het grote aantal weglopers en afvallers. Hierdoor wordt het regiment in juli 1812 in Minsk uit elkaar gehaald. Het 33 is onderdeel van twee samengevoegde bataljons en deze zijn niet verder gekomen dan Dorogobusch (bij Smolensk). Als dan ook de winter zich aandient eisen honger, ziekten, kou en vermoeidheid hun tol. De Grande Armée wordt gehalveerd. Het 33e Regiment Infanterie houdt aan de grens van de huidige Russische federatie met Wit‐Rusland vrijwel op te bestaan. Wat er dan nog over blijft wordt op 17 november 1812 onder de voet gelopen in de slag bij Krasny. Er zijn slechts een handjevol overlevenden.

De naam Van Kwieringe komt in geheel niet voor in Scherpenzeel en omgeving. Van Kwieringe komt slechts een enkele keer voor als achternaam in Woerden. De naam van de moeder, Grietje van Dijk, komt weliswaar in onze omgeving voor, maar niet in combinatie met de naam Van Kwieringe of iets wat daar op lijkt. Is het mogelijk dat de achternaam Van Kwieringe zodanig is verbasterd dat we deze niet meer kunnen vinden? Ook is het mogelijk dat hier gesproken wordt over Scherpenzeel in Friesland.

Van Hannes van Kwieringe is in ieder geval niets meer gehoord. We kunnen er vanuit gaan dat hij de veldtocht naar Rusland niet overleefd hee .

Het einde van de Franse Tijd

In 1813 komt er een einde aan de Franse Tijd in Noord‐Nederland als Napoleon bij Leipzig verslagen wordt. De Slag bij Leipzig, ook wel de Volkerenslag genoemd, vindt plaats van 16 tot 19 oktober 1813 en wordt uitgevochten door de coalitielegers van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden tegen het Franse leger van Napoleon. Napoleons leger bevat naast de dienstplichtigen uit Nederland ook Poolse en Italiaanse troepen, maar ook Duitsers van de Rijnbond. Bij de strijd zijn meer dan 500.000 soldaten betrokken en de slag staat dan ook bekend als de grootste veldslag in Europa vóór de Eerste Wereldoorlog.

Napoleon wordt door de nederlaag bij Leipzig gedwongen terug te keren naar Frankrijk. Nog in hetzelfde jaar verjagen geallieerde troepen, waaronder Kozakken en Basjkieren de Fransen definitief uit Nederland. De oudste zoon van de vroegere stadhouder Willem V keert op 30 november 1813 vanuit Engeland terug naar Nederland.

In 1815 wordt hij door het Congres van Wenen met de naam Willem I uitgeroepen tot koning der Nederlanden.

De geallieerden vallen in 1814 Frankrijk binnen en Napoleon Bonaparte wordt verbannen naar het eiland Elba. In februari 1815 ontsnapt hij echter en keert terug naar Frankrijk. De zelfverkozen keizer weet nog exact 100 dagen de macht te houden, maar wordt op 18 juni 1815 tijdens de Slag om Waterloo definitief verslagen door een coalitie van Britse, Pruisische, Hannoverse en ook Nederlandse legereenheden onder opperbevel van de hertog van Wellington. In de Nederlandse legereenheden vechten dit keer ook Scherpenzelers mee tegen het

Bij Leipzig is een kolossaal oorlogsmonument te vinden, het Völkerschlachtdenkmal. Het wordt 100 jaar leger van Napoleon. De bekendste is Jan van ná de slag, in 1913, door keizer Wilhelm II ingewijd en Raaij. Hij is gedoopt in de Jacobskerk te s1t8a1a3t  opjd dene sp dlaea gtse vweachatre Nna bpeovloenodn. z Bicijhz oonpd 1e8r  aoaktno hbeetr  Utrecht op 13 Maart 1791 als zoon van monument is dat alle slachtoffers gelijkelijk worden Gijsbert  van  Raaij, een schoenmaker uit herdacht, onafhankelijk van de rol die ze gedurende de Ede en Geertrui Renes uit Scherpenzeel. Jan veldslag hebben gespeeld.

van Raaij trouwt op 26 maart 1811 in Scherpenzeel met de 18‐jarige Catharina (Kaatje) Valkenburg. Jan van Raaij neemt als kanonnier bij de Rijdende Artillerie deel aan de Slag van Waterloo. De Nederlandse rijdende artillerie, de zgn Gele Rijders, is tijdens de slag bij Waterloo verdeeld over drie divisies. De rijders schoten onder meer met kartetsen, metalen bussen gevuld met kleine kogels, en weten daarmee veel Franse troepen uit te schakelen. Ze spelen vooral een rol bij het terugslaan van aanvallen van de Franse Keizerlijke Garde.

Jan van Raaij maakt het einde van de slag niet mee. Hij sneuvelt daar op die 18e juni 1815. Zijn overlijden wordt op 27 oktober 1815 ”met missive” aan de burgemeester           van          Scherpenzeel medegedeeld          met        de          volgende inhoud: “dat hij bij den batalje van Waterloo door trouw en dapperheid hee uitgemunt en op het slagveld den dood hee gevonden aan den daar bekomen wonden”.

Napoleon wordt na zijn nederlaag verbannen naar Sint Helena en ster daar op 5 mei 1821 op 51‐jarige lee ijd.

impressie van de Slag bij Waterloo

De gevolgen

Ondanks        dat         de          Franse   archieven

grotendeels gedigitaliseerd zijn is niet te achterhalen   hoeveel               Nederlanders tussen 1810 en 1813 hebben gediend in het leger van Napoleon. De cijfers die

Kanonnier van de Gele Rijders. genoemd worden lopen van 28.000 tot

50.000. Nog moeilijker is het om te achterhalen hoeveel Nederlandse doden er zijn gevallen. Dat komt vooral door de administratie. Als er een officier of onderofficier omkomt wordt dit vermeld op de dienststaat, maar bij de lagere rangen niet. De verliezen bij de Grande Armée zijn echter enorm, vooral tijdens de veldtocht naar Rusland. De schatting is dat meer dan de hel van het leger van ruim 200.000 man tijdens deze de restanten van de kasteelboerderij Hougoumont in de huidige veldtocht is omgekomen. Belgische gemeente Eigenbrakel. Het kasteeltje speelde een belangrijke rol tijdens de slag bij Waterloo, maar werd hierdoor

wel nagenoeg volledig Er zijn minstens 15.000 Nederlanders in verwoest. het Franse leger omgekomen door

oorlogsgeweld, ziekte of uitputting. Ter vergelijking: Nederland telt in 1810 zo’n twee miljoen inwoners. Van de 14 in dit artikel omschreven Scherpenzelers zijn er 8 waarvan na 1813 geen enkel spoor meer is terug te vinden.  De ouders van deze jonge mannen moeten lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd. Nadat het leger van Napoleon in 1813 bij Leipzig is verslagen moeten de overlevenden zelf maar zien hoe ze weer thuis komen. Dat betekent een lange wandeltocht vanuit Oost Duitsland. In alle Nederlandse gemeenten is des tijds een lijst van vermisten opgesteld, maar voor zover ik weet is in het archief van de gemeente Scherpenzeel (in beheer bij het archief van Ede) geen vermistenlijst bewaard gebleven.

Piet Valkenburg.

Met dank aan Henk van Woudenberg voor het achterhalen van sommige namen, Erik van Bruinessen voor het vertalen van enkele onbegrijpelijke Franse tekstdelen en gebruikers van stamboomforum.nl en geneanet.org voor het beantwoorden van vragen over afstamming en Franstalige documenten.

Bronnen:

‐ Algemene informatie: Wikipedia.nl en Historiek.net

‐ “Geschiedenis van het dorp Scherpenzeel” door meester H. Schipper

‐ www.berghapedia.nl

‐ Nederlands Ins tuut voor Militaire Historie (NIMH) (www.defensie.nl/nimh)

‐ www.memoiredeshommes.sga.defense.gouv.fr

‐ www.militairespectator.nl

‐ “De veldtocht naar Rusland in 1812 onder keizer Napoleon l” door G.A. Geerts ‐ Geheugen.Delpher.nl

‐ Taco Tichelaar: wordpress/nl/napoleon‐in‐holland

SCHERPENZEELSE BOERDERIJEN EN HUN BEWONERS

Klein Gooswilligen

Klein Gooswilligenweg 2

De 17e eeuwse boerderij Klein Gooswilligen in onbewoonde staat.

Klein Gooswilligen is een deel van het oorspronkelijke gebied Gooswilligen. De naam Gooswilligen is niet duidelijk. De oudste schrijfwijze is Goidswillighen. Dit kan ‘goede wilgen’ betekenen. Gooswilligen is inderdaad een laag gebied, waar wilgen goed gedijen. In latere eeuwen wordt de naam soms geroman seerd naar ‘Gods wil’. Deze uitleg is onwaarschijnlijk, want ‘wil’ staat in het enkelvoud.

Klein Gooswilligen grenst ten westen en noorden aan Groot Gooswilligen, ten oosten aan Groot Wagensveld onder Renswoude en ten zuiden aan Breeschoten. Onverdeeld is Gooswilligen een gebied van 124.79.00 ha. Daarvan hoort bijna 19 ha. bij Klein Gooswilligen. Er is dus een groot verschil in oppervlakte tussen Groot en Klein Gooswlligen. Klein Gooswilligen wordt daarom in het begin, als het nog geen naam hee , de keuterplaats van Gooswilligen genoemd. 

De eigenaren hebben vanouds Groot en Klein Gooswlligen allebei in eigendom gehad. Deze eigenaren worden besproken als de boerderij Groot Gooswilligen wordt beschreven. Zij wonen niet zelf op één van deze boerderijen maar verpachten ze. We gaan het in dit verhaal hebben over de echte bewoners van Klein Gooswilligen.

Klein Gooswilligen is voor 1650 gebouwd. In een belastingregister uit 1652 staat: Aert Janses Vijercants weduwe betaalt 3 gl. en 10 st1 . Hoewel Klein Gooswlligen niet met name wordt genoemd is het waarschijnlijk wel deze boerderij, gezien de plaats op de lijst. En de bewoner, de weduwe van Aert Jansz Vierkant, zou best de moeder kunnen zijn van de volgende bekende bewoner: Arien Aertsz. Hij trouwt in 1674 met Jantje Goossens, weduwe van Herman Besselsz.

Hun enige kind Aeltje Ariens wordt ook de nieuwe opvolger als pachter.

Aeltje Ariens trouwt in november 1699, op de valreep van de nieuwe eeuw, met Jacob Aertsz Knaep, geboren in de Knaepstraat bij Scherpenzeel. Van hun negen kinderen wordt nummer vijf, Peter Jacobsz Knaap, opvolger. Hij trouwt op 35‐jarige leeftijd in 1744 met Anna Cornelissen, van Klein Zwetselaar onder Lunteren. Het beroep van Peter staat afwisselend omschreven als keuter, daghuurder en jachtopziener2 . Hij betaalt 48 gl. per jaar aan pacht. Dat duidt inderdaad op een kleine boerderij. Als Peter kort voor 1769 overlijdt laat hij vrouw en twee ongehuwde dochters na. Zij zien het niet zitten om de boerderij voort te zetten en gaan in Scherpenzeel wonen.

Het nieuwe echtpaar heet Jan Cornelisz de Zwart uit Kallenbroek en Willempje Dirks Wilbrink uit Garderbroek. Zij zijn al twaalf jaar getrouwd als zij naar Scherpenzeel komen, maar ze hebben geen kinderen. Zo boeren zij daar, eenzaam in het Gooswilliger veld. Het moet een hard bestaan zijn geweest. Een kleine bijverdienste krijgen ze door een besteekind. Dat is de 10‐jarige Jantje Gerrits van Hensbergen. Haar ouders Gerrit Arissen van Hensbergen en Reijertje Everts van Brummen, kortweg Gerrit Rem en Reijertje Moeck, zijn overleden. Voor 30 gl. per jaar willen Jan en Willempje voor haar zorgen3 . Zij blij twee jaar.

In 1786 komen we voor het eerst iets te weten over de boerderij zelf. In dat jaar laat één van de twee eigenaren van Groot en Klein Gooswilligen de erven taxeren. De turfgronden blijven buiten de taxa e. Klein Gooswilligen bestaat uit een huis, berg, schuur, bakhuis ‘alles zo goed als nieuw’ en is 600 gl. waard. Vier morgen bouwland is f 932 gl. Vijf morgen nieuw ontgonnen land komt op 150 gl. En twee nieuwe huizen in ’t veld op 600 gl. (zie kader)4 .

Twee daggelderswoningen op Gooswilligen.

Kort voor 1786 zijn zij gebouwd. De twee ‘daggeldersplaatsjes’ hebben ook namen. Vlakbij

Klein Gooswilligen staat ’t Gooswilliger Veldhuisje of ook wel Nieuw Gooswilligen, nu Klein Gooswilligenweg 5. Het wordt bewoond door Wouter Jansz van Otterloo en Hanna Gerrits van Ginkel met hun zes kinderen. Naast het huis staat een korenberg en er hoort 5.15.60 ha land bij. Met gebruik van een deel van het Gooswilliger Veld.

Het andere ‘daggeldersplaatsjes’ heet Veer in ’t Veld, nu Gooswilligen 23. Veer is geen verwijzing naar dertienduizenden kippen die er nu wonen. Nee, het is gewoon Scherpenzeels dialect voor Ver in het Veld. Het huis staat inderdaad helemaal in de noordoosthoek. Er staat een schuurberg bij en er hoort 6.51.40 ha land bij. Het wordt bewoond door Evert Jacobsen van de Meent en Willemijntje Jordens Nijborg met hun zeven kinderen.

Samen met Groot en Klein Gooswilligen zijn dit tot 1938 de enige huizen op Gooswilligen.

Na twin g jaar ploeteren overlijdt Jan. Willempje kan de boerderij natuurlijk niet alleen voortze en en zoekt een nieuwe man. Dat wordt de 59‐jarige Hendrik Wijnen van Ravenhorst, weduwnaar van Jacomijntje Aartsen van de Glint uit Renswoude. Hij trekt bij Willempje in5 . Omdat het echtpaar al op leeftijd is, krijgen zij vanaf 1798 hulp van Hendriks neef Evert

Aalbertsen van Ravenhorst uit Amerongen, net getrouwd met de Scherpenzeelse Janna Heimeriks Peelen. Hun zeven kinderen worden op Klein Gooswilligen geboren. Maar zij zijn niet de enige bewoners. Er is ook nog een onbekend gezin dat in 1808 een tragedie meemaakt. Op 4 maart worden zowel de oude Hendrikje Aarts als haar dochter Aartje Jans in Scherpenzeel begraven. En op 20 maart volgt er een (klein)zoon.

Na het overlijden van oom Hendrik Wijnen van Ravenhorst eind 1811 vertrekken Evert Aalbertsen van Ravenhorst en Janna Heimeriks Peelen met hun kinderen naar Woudenberg en later naar Renswoude.

De nieuwe bewoners zijn Frans Jansen van Davelaar uit Ederveen, zijn vrouw Cornelia van Maarn uit Woudenberg en hun eerste twee kinderen. Er zullen er nog negen bij komen. Als de jongste vijf jaar is overlijdt moeder Cornelia in 1834. Gelukkig kunnen de oudste drie dochters haar taak over nemen.

Even een uistapje. Vlakbij de boerderij ligt het Gooswilliger Veld. Een stuk woeste grond dat Frans ook mocht gebruiken. Een deel van dit veld bestaat uit turf. Het lijkt de eigenaren een goed idee om deze turf per opbod te verkopen. De zonen van Frans baggeren de turf en ze en de turf op stapels. Er zijn drie verkopingen bekend, in 1836, 1837 en 18616 . De verkopingen vinden ter plekke plaats. De opbrengst is 750 gl., 850 gl. en 200 gl. Veel geld als je bedenkt dat Frans 100 gl. per jaar aan pacht betaalt7 .

In 1837 willen de oudste dochters alle drie trouwen. Gelukkig blij Petertje met haar man Gijsbert Hendriksen van de Stroet op de boerderij. Hun drie eerste kinderen worden op Klein Gooswilligen geboren. In 1843 verhuizen Petertje en Gijsbert naar een boerderij in De Glind. Vader Frans is al in de zes g en zijn andere kinderen blijven werken op Klein Gooswilligen tot hun trouwen. In zijn testament bepaalt hij dat zijn kinderen Luutje, Lubbert en Gerrit van Davelaar, ieder 200 gl. krijgen. De eerste voor het waarnemen van het huishouden, de anderen voor het waarnemen van de bouwerij en het tur aggeren8 . De boerderij floreert goed en de eigenaren gaan de pacht stapsgewijs verhogen tot 450 gl. per jaar9 .

In 1860 neemt zoon Lubbert van Davelaar het bedrijf over. Als hij in 1859 trouwt met Teunisje van Bennekom van Ebbenhorst is alleen zijn broer Gerrit nog op de boerderij. En vader Frans ook nog natuurlijk. Die verkoopt zijn spulletjes voor 1175 gl. en verhuist10 . Hij overlijdt in 1862 op de hoge leeftijd (voor die tijd) van 85 jaar. Hij woont dan in Woudenberg, mogelijk bij zijn dochter Maria.

Als Lubbert en Teunisje trouwen hebben zij al een bijna 3‐jarig zoontje Teunis. Dat wordt erkend bij huwelijk. Er worden nog twee meisjes geboren binnen het huwelijk en helaas ook een doodgeboren meisje en jongetje. Over dit echtpaar en over de omstandigheden op de boerderij is verder weinig bekend. De oudste, Teun blij ongehuwd en komt in Woudenberg terecht. Dochter Dirkje trouwt met Karel van Dijk en gaat op Voskuilen wonen. De jongste, Cornelia van Davelaar, trouwt met de Veenendaalse Marinus Veldhuizen. Zij zullen Lubbert opvolgen in 1891. Moeder Teunisje is drie jaar eerder overleden. Lubbert verkoopt zijn paard voor 117 gl.; vier koeien voor 135, 64, 117 en 121 gl.; drie pinken voor 53, 60, en 47 gl.; 12 schrammen (gecastreerde jonge varkens); rogge, boekweit, haver en hooi. Totaal 1815 gl.11 . Lubbert gaat in Woudenberg wonen waar hij op

86‐jarige leeftijd overlijdt.

De Holevoet, 06‐06‐1919

Marinus en Cornelia blijven niet zo heel lang op Klein Gooswilligen. Hun zes kinderen, waaronder een tweeling, worden er geboren. Na zeven jaar boeren vertrekt het gezin in 1898 naar Ot erlo.

Jacob Schimmel en Geertruida Veldhuizen

Hun opvolgers zijn Jacob Schimmel, geboren op Groot Kolfschoten en Geertruida Veldhuizen uit Doorn. Zij wonen eerst 16 jaar in Elst bij Nijmegen en komen in 1898 met hun acht kinderen naar Klein Gooswilligen. Daar worden er nog drie geboren waarvan er twee heel jong sterven.

Een mooi  overzicht van de boerderij komt uit een woningonderzoek in 1908. Elke woning wordt bezocht, opgemeten en beoordeeld. Zo ook Klein Gooswilligen. Naast Jacob en Geertruida wonen er nog zeven kinderen thuis. Er zijn geen knechten of meiden. Het huis ligt 25 meter van de weg en er zijn twee toegangen. Het is een stenen huis met stenen op de vloer. Er zijn drie vertrekken met een achterhuis. Er is één woon‐ slaapvertrek e terug naar het gemeentehuis  twee slaapkamers. Twee jongens slapen op de hilt boven de koeien. Er is een pomp en de wc is in het Jacob en Geertruida Schimmel  achterhuis op een ton. Op de deel staan een paard en negen koeien. Verder zijn er twee schuren met varkenshokken. Jacob betaalt 275 gl. huur per jaar. De conclusies van het onderzoek zijn: er zijn geen dakgoten, de pannen zijn slecht en het dak lekt, de muren en de vloeren zijn vochtig.

Uit 1919 dateert een vermelding van “de Hofstede Klein Gooswilligen” in een notariële akte12 . De akte betreft de verkoop van diverse landerijen en boerderijen, waaronder Groot Gooswilligen en Klein Gooswilligen aan Eduard Adolph Lehman uit Amsterdam. Hierbij wordt Klein Gooswilligen als volgt beschreven:

“. . Het terrein omvangende de Hofstede “Klein Gooswilligen” bestaande uit woonhuis, groo e nieuwe schuur met woonvertrek en modern ingerichte veestalling en ruime varkenshokken, twee (vierroedige) hooibergen en “….”loods, erf tuin, bouwland, weiland, hakhout, opgaande boomen, heide en wegen, alles gelegen in de gemeente scherpenzeel . . .”. Uit een kadastrale hulpkaart blijkt de schuur in 1916 te zijn ingemeten.

Jacob en Geertruida blijven tot 1926 op de boerderij. Ze zijn allebei 68 jaar en gaan in het dorp wonen. Alle spullen die achterblijven worden op een boelhuis verkocht. 

Jan Hendrik Teunissen en Rijntje van den Berg

Na familie Schimmel komt het kersverse echtpaar Jan Hendrik Teunissen en Rijntje van den Berg naar de boerderij. Ze zijn op 17 februari 1926 getrouwd in  Lunteren. Jan Hendrik is in 1901 geboren in Kallenbroek (Barneveld). Rijntje is bijna een jaar eerder geboren als boerendochter in Lunteren. De ouders van Jan Hendrik wonen inmiddels op de Schalm in Renswoude. Vader Melis

Teunissen is jachtopziener in Barneveld, Renswoude en Scherpenzeel en is in dienst bij Eduard Adolph Lehman die eigenaar is van Gooswilligen. Het ligt voor de hand dat Melis een goed woordje voor Jan Hendrik en Rijntje hee gedaan, zodat zij hun intrek op Klein Gooswilligen kunnen nemen. Hij huurt de boerderij met wat grond daarbij voor 550 gulden per jaar.

In 1927 wordt zoon Melis geboren, gevolgd door dochter Harmina in 1928. Ook Jan Teunissen komt in 1933 op Klein Gooswilligen ter wereld. De oudste twee kinderen van Jan Hendrik en Rijntje gaan naar de

Beatrixschool op De Glind. Daar lopen ze dagelijks naartoe, een uur heen en een uur terug. Melis zit in de klas bij Ee e van de Glind die later op Klein Gooswilligen gaat wonen. Het verhaal gaat dat de hond van Jan Hendrik een ree hee doodgebeten en dat hijzelf ook nog weleens op stroperspad gaat.

Jan Hendrik en Rijntje Teunissen, 1926

Het zou de reden zijn dat Jan Hendrik en Rijntje Klein Gooswilligen moeten verlaten in 1938. Maar misschien hee het ook te maken met de wisseling van eigenaar. In ieder geval vertrekt familie Teunissen in 1938 naar Lunteren waar ze verder boeren aan de Hazendonkseweg in buurtschap de Krommehoek (Nederwoud). Daar wordt hun vierde kind Wout in 1941 geboren. Jan Hendrik hee daar een pluimveebedrijf met ongeveer 600 kippen en daarnaast nog een stuk of zeven koeien en veer g varkens. Samen met Rijntje blij hij tot 1960 op de boerderij. Rijntje is in 1972 overleden en Jan Hendrik in 1981.

De Holevoet, 22‐01‐1926

Gooswilligen verkocht

Willem Gijsbert van de Fliert (Janszoon) is pluimveehouder op boerderij Jagersveld in Ede. Samen met drie anderen koopt hij in 1937 ‘landgoed Gooswilligen’ voor fl. 80.500,‐ van Clara Be y von Hutein uit Amsterdam. Zij is de weduwe van Eduard Adolph Lehman uit Amsterdam die Gooswilligen sinds 1919 in bezit hee . Gooswilligen bestaat in 1937 uit vier landbouwerswoningen met verdere ge mmerte, erven en tuinen, gras‐ en bouwland, heidegronden, houtgewassen en weg, groot 124.04.70 ha. Groot en Klein Gooswilligen horen hier ook bij.

De drie andere kopers zijn:

Willem Gijsbert van de Fliert (Franszoon), pluimveehouder op Zeldenrust in Renswoude; Hendrik Brons (Heimenszoon), landbouwer in Scherpenzeel en Wijnand Veldhuizen (Wijnandszoon) landbouwer op Veenschoten in Scherpenzeel.

De nieuwe eigenaren verdelen Gooswilligen. Boerderij Klein Gooswilligen wordt eigendom van Willem Gijsbert van de Fliert uit Ede. Gooswilligen bestaat dan nog grotendeels uit heidevelden en een klein deel cultuurgrond dat bij Klein en Groot Gooswilligen hoort.

Verder staan er geen boerderijen. Er worden   op          Gooswilligen      nieuwe boerderijen gebouwd en de heidegrond wordt ontgonnen. De infrastructuur op Gooswilligen wordt verbeterd met de aanleg van de zandweg ‘Gooswilligen’ waarlangs perenbomen worden gepoot. De weg is in de oorlog verhard met puin van de verwoeste huizen in Scherpenzeel in de meidagen van 1940. Daarvoor is er een pad dat vanaf de Barneveldsestraat naar Klein Gooswilligen loopt. Toen

Situa e 1936, het oude pad is rood gemarkeerd   Gooswilligen      is            ontgonnen          is          dit onverharde pad verdwenen13 .

Jacob Rauw en Reina v.d. Dikkenberg

Jacob Rauw komt uit Achterberg waar hij in 1898 is geboren. Hij is getrouwd met Reina v.d. Dikkenberg uit Veenendaal. Reina is zes jaar ouder. Ze komen in 1938 met vier kinderen vanuit Renswoude waar ze op boerderij De Schalm woonden naar Klein Gooswilligen. Ze verlaten De Schalm, omdat de zoon van de eigenaar daar een boerenbedrijf wil beginnen. In Scherpenzeel pachten ze Klein Gooswilligen van Willem Gijsbert van de Fliert. Een pachtcontract uit 1952 vermeldt een huurprijs van 1100 gulden per jaar. De oppervlakte van Klein Gooswilligen is dan 11,9 ha.

Jacob Rauw en zijn echtgenote krijgen vijf kinderen: Gert, Dit, Willy, Corrie en Jaap. Gert is de oudste, hij wordt later boer op Klein Gooswilligen. Zoon Jaap is de jongste. Van het gezin is hij de enige die op Klein Gooswilligen is Jacob en Reina Rauw geboren, in 1942.

Jacob Rauw hee melkkoeien en daarnaast wat kippen en varkens. Bij boerderij Klein Gooswilligen staat een schuur die in 1914 is gebouwd. Daar staan de varkens en het jongvee. De deel in de oude boerderij biedt plaats aan ongeveer 20 stuks vee. Aan de ene kant staan de melkkoeien en aan de andere kant het jongvee en een paard. Er zijn in die tijd twee hooibergen.

Gert Rauw en Eef v.d. Glind

Gert Rauw is in 1927 geboren, hij helpt zijn vader op de boerderij. Na de lagere school in Renswoude gaat Gert naar de landbouwschool in Scherpenzeel. Gert hee na zijn schooltijd altijd thuis gewerkt, nooit bij een andere baas.

Achter Gert; voor vlnr: Willy, Jaap Dit en Corrie Rauw

Eef van de Glind is een dochter van Wim van de Glind en Evertje van Ginkel. Ze is in 1926 geboren op Nieuw Breeschoten, vlakbij Klein Gooswilligen, waar haar ouders een agrarisch bedrijf hebben.

Het gezin verhuist in 1934 naar boerderij Langelaar waar boer Fikse uit pure frustratie, omdat zijn pachtovereenkomst niet werd verlengd, de boel in de fik stak. Het verhaal gaat dat je op Nieuw Breeschoten de koeien tijdens de brand op Langelaar kon horen loeien. Met Fikse is het slecht afgelopen: kort voordat hij voor de rechter moet verschijnen, slaat hij de hand aan zichzelf. Van de Glind krijgt toestemming van eigenaar Royaards om met zijn gezin van zes kinderen te verhuizen naar de nieuwgebouwde boerderij op Langelaar. Daar hee hij meer grond. Langelaar is gemeente Gert Rauw Barneveld, net over de grens met Scherpenzeel.

Eef brengt de rest van haar jeugd door op Langelaar. Ze gaat naar de Beatrixschool op De Glind. Gert Rauw en Eef van de Glind hebben sinds 1946 verkering. Ze willen in mei 1955 gaan trouwen en net achter Langelaar op de Ringlaan gaan wonen. Als Eef in februari 1955 op familiebezoek naar Renkum moet, gaat ze eerst nog even bij haar verloofde Gert langs. Terwijl ze op Klein Gooswilligen is, overlijdt Jacob Rauw op 56‐jarige leeftijd. Gert wil zijn moeder niet met vier kinderen achterlaten en besluit Klein Gooswilligen niet te verlaten om haar te blijven helpen op de boerderij. Van zijn moeder krijgt Gert 50 gulden in de week voor zijn werk op de boerderij. Gert en Eef vragen toestemming aan burgemeester Hoytema van Konijnenburg voor het bouwen van een noodwoning. Hij adviseert vergunning aan te vragen voor de bouw van een kippenhok en belooft dat het dan voor elkaar komt.

Eef van de Glind, 1946 En dat is ook zo. Gert en Eef trouwen op 7 september 1955

en gaan in de noodwoning wonen die ze vlakbij de boerderij bouwen. Zodra moeder Reina in 1960 met vier kinderen naar de Beukenlaan in Scherpenzeel verhuist, verlaten Gert en Eef de noodwoning en gaan ze in de oude boerderij wonen. Aannemer Rein van Elst verwijdert dan twee ramen in de voorgevel. Daarvoor in de plaats komt een groot raamkozijn met één raam in het midden, twee zijramen en drie bovenramen. Hierdoor valt er veel meer licht in de woonkamer. Bijzonder aan boerderij Klein Gooswilligen is dat de achtergevel van hout is. De noodwoning wordt afgebroken en herbouwd op de Steeg waar hij tot op de dag van vandaag wordt bewoond. De koeien staan ’s winters op de deel, totdat er in 1965 een nieuwe veeschuur wordt gebouwd. De melk gaat naar de Vooruitgang in Woudenberg. Rond 1960 koopt Gert Rauw een tractor van het merk Hatz en dan verdwijnt het werkpaard van Klein Gooswilligen.

Gert en Eef Rauw, 1955

Willy Rauw voor Klein Gooswilligen        Achtergevel boerderij

Boerderij met op de achtergrond het nieuwe woonhuis     De oude boerderij wordt gesloopt Gert Rauw kijkt toe bij de sloopwerkzaamheden

Klein Gooswilligen is vanaf 1962 eigendom van twee zoons van Willem Gijsbert van de Fliert die in dat jaar is overleden. Jan en Kees van de Fliert zijn de nieuwe eigenaren. Ze erven de opstallen met ongeveer 12 ha grond. De broers wonen in het westen van het land. Ze komen op Klein Gooswilligen kijken wat hun vader hen hee nagelaten. Ze schrikken van de staat van de boerderij, met name van de sanitaire voorzieningen. Willem Gijsbert van de Fliert hee al in 1961 een bouwtekening voor de bouw van een nieuwe woning laten maken. In 1964 vragen zijn zoons een vergunning aan die in maart 1965 wordt verleend waarna in dat jaar de nieuwe woning wordt gebouwd. Het type woning staat in de volksmond bekend als een ‘zilverpapierhuisje’ vanwege het zilverkleurige isolatiemateriaal dat gebruikt wordt en tijdens de bouw goed zichtbaar is. In die nieuwe systeemwoning gaan Gert en Eef wonen. Ongeveer tegelijker tijd wordt een nieuwe veeschuur gebouwd tussen de nieuwe woning en de oude veestal. De drie opstallen worden met elkaar verbonden door verbindingsruimtes, zodat je overdekt van de systeemwoning naar beide stallen kunt lopen. In de nieuwe veeschuur komen de koeien te staan. De oude boerderij is sindsdien nooit meer bewoond geweest en doet dienst als opslagruimte voor met Schets getekend door Kees van de Fliert, 1964 name hooi.

In 1976 vragen Jan en Kees van de Fliert advies aan de gemeente over de toekomst van de 17e

‐eeuwse boerderij die dan nog het adres Klein Gooswilligen 1 hee . Daarvoor is het adres Gooswilligen 20 geweest. De Rijkslandbouwvoorlich ngsdienst hee laten weten dat renovatie van de boerderij met behoud van de hoofdstructuur niet leidt tot een modern woon‐ en bedrijfspand. Omdat instorting gevaar de veiligheid in het geding brengt, adviseert gemeente Scherpenzeel de boerderij te slopen en eventueel te vervangen door nieuwbouw. Waarom het vervolgens nog en jaar duurt voordat tot sloop wordt overgegaan is niet duidelijk.

De oude boerderij wordt uiteindelijk in 1986 gesloopt. Oude, bijzondere metselstenen en estriken zijn naar het Depot van de Monumentenwacht in Arnhem gegaan. Dat geldt ook voor een deel van het houtwerk uit de boerderij. De oude kastanjeboom voor het huis blij staan en is nog al jd aanwezig. Ook de fundering van de boerderij is nog aanwezig. 

De gebroeders Van de Fliert gebruiken een stukje grond van Klein Gooswilligen voor de bouw van een vakantiehuisje. Ook zij vragen vergunning voor het plaatsen van een kippenhok…De broers maken zelf weinig gebruik van de zomerwoning. Wel wordt het huisje regelmatig verhuurd. Later komen Eliza en Mitchel Gorter daar permanent wonen. Het huis ligt verscholen tussen de bomen. Nu behoort het niet meer bij Klein Gooswilligen. In 1991 kopen Gert en Eef Klein Gooswilligen van de gebroeders Van de Fliert.

Klein Gooswilligen, het rood gemarkeerde vlak gee aan Al in 1980 hee Gert Rauw zijn koeien verkocht. waar de oude boerderij hee gestaan

De grond wordt daarna gebruikt voor de

verbouw van mais en kuilgras. Op Klein Gooswilligen zijn dan nog ongeveer 700 varkens, ondergebracht in twee schuren. Gert Rauw koopt de varkens bij Klaas Diepeveen en het voer komt bij Gert Bos vandaan. Begin jaren negen g verhuurt Rauw de varkensschuren aan Van de Broek uit Lunteren die er ook varkens in houdt.

Eef en Gert hebben geen kinderen. Gert overlijdt plotseling in 1995 als hij 68 jaar is. Eef gaat nog twee jaar zelfstandig door op Klein Gooswilligen, maar verhuist in 1998 naar een woning aan de Prinses Marijkelaan in Scherpenzeel waar ze nu nog woont.

Evert van de Glind en Gerda de Lange

Evert van de Glind komt samen met Gerda de Lange in 1998 naar Klein

Gooswilligen dat ze van tante Eef Rauw kopen. Evert is in 1967 op boerderij

Langelaar geboren. Zijn ouders zijn Wim van de Glind en Dit van Brummelen. Wim is een broer van Eef. Evert logeert in de jaren zeventig regelmatig op Klein Gooswilligen. Hij gaat net als zoveel andere kinderen uit het buitengebied aan de noordkant van Scherpenzeel naar De Beatrixschool op De Glind. Van jongs af aan is Henk Brons, die op boerderij Groot Gooswilligen opgroeit, zijn grote vriend met wie hij veel samen optrekt. Ze kennen Gooswilligen als hun broekzak, want vaak trekken ze er in hun jeugd

op uit door de weilanden en de bossen in de omgeving.             Evert van de Glind

Hoewel Evert wordt geadviseerd een havo‐opleiding te gaan doen na de lagere school, volgt hij zijn hart en kiest hij ervoor naar het Chris aan Huygens in Barneveld te gaan om een technische opleiding te volgen. Op jonge leeftijd is hij thuis op de boerderij altijd al met techniek bezig. Hij knutselt aan tractoren en elektronica. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Evert later naar een technische vervolgopleiding in Ede gaat. Daar ontwikkelt hij zich in de Informatie en Communicatie Technologie (ICT). Dat wordt later als hij van school af is ook zijn werkterrein en dat is het nog steeds.

In 1992 trouwt Evert met Gerda de Lange uit Leusden. Ze gaan in het buitengebied van Voorthuizen wonen. Vijf jaar later kopen ze Klein Gooswilligen dat ze eerst nog verhuren aan tante Eef Rauw, totdat zij naar de Marijkelaan verhuist. Eerst gaan Evert en Gerda in 1998 in de systeemwoning die in 1965 is gebouwd wonen. Dat huis is echter slecht gebouwd. Door ‘verbranding’ (te snelle droging van de cement) hecht de cement niet aan de stenen. Bij stormachtig weer slapen Eef en Gert Rauw altijd beneden, omdat het huis zo instabiel is dat het dan heen en weer schommelt. In dat huis wordt in 1999 dochter Anne geboren.

Renovatie van de veeschuur

De veeschuur uit 1914 Rijntje Teunissen en dochter Harmina naast de

schuur uit 1914 (± 1933)

Het oudste gebouw op Klein Gooswilligen is nu de schuur uit 1914 met een afmeting van ongeveer 11 x 16 meter. Op het dak hee lange tijd een windvaan met dat jaartal gestaan, maar tijdens een storm is deze daarvan afgewaaid. De schuur is tussen 1999 en 2001 gerenoveerd. Daar zijn geen tekeningen van, maar aan de hand van foto’s is goed te zien wat er is gedaan. De veestal die in 1965 is gebouwd en tussen de schuur uit 1914 en de systeemwoning uit 1965 staat, wordt gesloopt. Deze veestal was aan de ene kant met een portaal aan het woonhuis verbonden en aan de andere kant was  de stal verbonden met de schuur uit 1914. Met de sloop van de stal verdwijnen ook de verbindingsportalen en is de noordgevel van de oude schuur uit 1914 weer goed zichtbaar. Dan kan de deeldeur aan die kant van de schuur weer worden gebruikt. De zijgevels van de oude schuur zijn bouwvallig en worden vervangen. De beide kopgevels met deeldeuren zijn behouden gebleven en gerestaureerd. In de beide kopgevels zijn de fraaie gevelankers, die allemaal verschillend zijn, bewaard gebleven. Dat geldt ook voor de gebinten en de rest van de houten dakconstructie. Bij de constructie is gebruik gemaakt van oude houtverbindingen. Op de houten delen zijn de telmerken nog goed zichtbaar. Het zou kunnen dat de gebinten ouder zijn dan de schuur waarin ze zijn verwerkt. Op de nieuwe, geïsoleerde dakplaten komen rode Oudhollandse dakpannen te liggen, terwijl een deel wordt bedekt met riet. Er is een brede dakkapel aan de oostkant gemaakt t.b.v. de nieuwe slaapkamers op de verdieping.

Binnen wordt de oude broodoven met rookafvoer gerestaureerd en wordt een moderne woonruimte gecreëerd. De oude oven maakt nu deel uit van de keuken. Boven deze oven is nog een rookkast aanwezig. De dakconstructie blij grotendeels in het zicht. De oorspronkelijk indeling van de schuur, die voor een deel voor bewoning was bestemd (voor de knecht) en waarin daarnaast hokken voor het vee waren, wordt tijdens de renovatie helemaal als woonruimte geschikt gemaakt. Ondanks de renovatie hee de schuur uit 1914 nog al tijd het karakter van een op het oog eenvoudige veeschuur14 . Gerenoveerde schuur, nu woonhuis van          Woonhuis van Evert van de Glind

Gerda de Lange In deze oude veeschuur gaat familie Van de Glind in 2000 wonen zodra ze het woongedeelte weer voor bewoning geschikt hebben gemaakt. Vervolgens wordt de systeemwoning gesloopt net als de voormalige koeienstal tussen de bewoonde schuur en de voormalige woning. Zowel het woonhuis als de koeienstal hebben maar vijfendertig jaar op Klein Gooswilligen gestaan. Op de plek van de gesloopte woning komt een nieuw woonhuis te staan. Een moderne boerderijwoning waarin veel oude materialen worden verwerkt, zoals oude ramen uit een boerderij op Oudenhorst; gietijzeren ramen van een boerderij op Ekris; estriken uit de hervormde kerk in Voorthuizen; gebinten uit een Oldambtster boerderij in Groningen; oude tegeltableaus en houtwerk in de schouw en nog veel meer. Evert doet als techneut veel werkzaamheden zelf en huurt twee neven in voor het specialistische werk. Na ongeveer vijf jaar is de nieuwe woning in 2005 klaar. Intussen is dochter Dike in 2001 geboren in de tijdelijke woonruimte op Klein Gooswilligen. Julia is de derde dochter van Evert en Gerda. Ze wordt in

2006 in de nieuwe woning geboren. Inmiddels is Evert sinds ongeveer

2000 ac ef in de lokale poli ek waar hij eerst voor het CDA in de

Vlnr: Anne, Julia en Dike van de               gemeenteraad zit van 2006 tot 2010. Later richt hij samen met Henk

Glind

Brons en Piet Ritmeester de politieke par j Gemeentebelangen Scherpenzeel (GBS) op. Namens deze par j maakt Evert van 2011‐2014 als wethouder deel uit van het college van B&W. In 2012 besluiten Gerda en Evert dat hun wegen scheiden. Beiden blijven op Klein Gooswilligen wonen, Gerda in de oude schuur uit 1914 die ze in z’n geheel tot woonruimte verbouwt en Evert blij in het woonhuis wonen. De totale oppervlakte van Klein Gooswilligen is nu ongeveer 5900 m2. In 2016 worden de loods uit 1949 en een aantal oude schuren die rond 1965 zijn gebouwd gesloopt.

Henk van Woudenberg Wim van den Berg

1 Het Gelders Archief (HGA), Archief Westerholt 013‐45; “Cedulle              8 HGA; Notarieel Scherpenzeel 4132 nr. 2; 12‐01‐1853.

nopende de generaelle verpach nge van anno 1652 vuert landt”.              9 HGA; Notarieel Scherpenzeel 4133 nr. 35; 26‐10‐1854. 1652 vuert landt”.

HGA; Notarieel Scherpenzeel 4135 nr. 50; 28‐12‐1860. 2 HGA, Archief Westerholt 274, nr. 3b en 3d; 08‐11‐1754.

Archief Eemland, Notarieel Amersfoort AT058a008, nr. 8, 06‐013 Gem. Archief Ede; Herv. Gem. Scherpenzeel 156, fol. 76. Kasboek 1892.

diaconie.

Kadastraal historisch onderzoek i.o.v. dhr. V.d Glind, stuknr.

HGA, Archief Westerholt 277, 3e omslag; 29‐06‐1786.             1512‐171

Inwoners Scherpenzeel 1795: Hk. Wijnen, 3 personen waarvan 1               13 Verenigingsblad Oud Scherpenzeel, 1998‐2, J. v.d. Hoef meerderjarig manspersoon. HGA; Bataafs Frans  Archief nr. 235;

27‐10‐1795.         14 Kadastraal historisch onderzoek i.o.v. dhr. V.d Glind, stuknr.

HGA; Notarieel Scherpenzeel 1211 nr. 43; 29‐10‐1835 en 1212,                 1512‐171 nr. 56; 27‐10‐1836 en 4135 nr. 34; 30‐10‐1861. * De foto’s in dit artikel zijn a       oms g uit de privécollecties van W.

HGA; Notarieel Scherpenzeel 1212 nr. 49; 04‐09‐1839.             Tdeeu Gnliisnsde ne,n T .h Secth aimrcmhieefl,  vJa. nLa Oguedrw Secihj,e Erp. evannze deel. Glind, E. Rauw‐van

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven