Verenigingsblad 2020-4
32E JAARGANG NR. 4 DECEMBER 2020
Vereniging Oud Scherpenzeel
Van de bestuurstafel…………………………………………………………………………..4
Koninklijke onderscheiding Henk van Woudenberg………………………………..5
Hagepreken aan de Koepel in 1939………………………………………………………7
Nieuwe aanwinsten……………………………………………………………………………8
50 jaar Rema automaterialen…………………………………………………………….10
Chirurgijns in vroeger jden………………………………………………………………13
Oud en nieuw………………………………………………………………………………….18
1920 ‐ Scherpenzeel ‐ een eeuw geleden ……………………………………………19
Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners…………………………………….25
De kopij voor het maartnummer dient uiterlijk zaterdag
14 februari 2021 a.s. te zijn ingeleverd bij de redac e.
Omslag:
Boerderij De Haar met Chris en Huib de Leeuw, zie ar kel ‘Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners’, pag. 25 e.v.
3
VAN DE BESTUURSTAFEL
We hebben het afgelopen jaar slechts een paar ac viteiten kunnen organiseren. Na de open dag in februari begonnen we op 12 september hoopvol aan het nieuwe seizoen jdens Monumentendag met een open dag en een gezellige bijeenkomst voor vrijwilligers. Daarna moesten we noodgedwongen gas terugnemen. Gelukkig mocht de bijeenkomst op 3 november wel doorgaan, zij het met slechts der g personen. Dankzij Lansing Media kon u het ingekorte programma thuis volgen. Dat we beter zijn in terugblikken dan in vooruitkijken is maar weer eens bewezen: in het verenigingsblad van maart meldden we dat we op 17 maart afscheid hadden genomen van secretaresse Cobi Schuur en dat Jannie Hazeleger en José Reussink toen werden voorgesteld als nieuwe bestuursleden. Dat is feitelijk pas op 3 november gebeurd. Toen pas konden ook de boeken van het jaar 2019 worden gesloten. Op deze avond waarop Henk van Woudenberg een presenta e verzorgde over de restaura e van de Grote Kerk, ontving hij een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Cnossen uit Woudenberg. Wat een mooie en welverdiende verrassing!
Ons verenigingsblad is ook deze keer in kleur uitgevoerd, net als het fraaie themanummer over de restaura e van de Grote Kerk. Dat zal voortaan zo blijven. Daar zijn we (en u waarschijnlijk ook) blij mee. Om te verhalen over de geschiedenis van Scherpenzeel is het verenigingsblad één van de weinige mogelijkheden op dit moment. In de Scherpenzeelse Krant zijn we naast de maandelijkse pagina van Oud Scherpenzeel onlangs begonnen met een nieuwe rubriek genaamd VROGGER. Daarin staat telkens een kalenderjaar centraal. Met foto’s uit dat jaar vullen we elke maand twee pagina’s. Verder is er op onze website een schat aan historische informa e te vinden en plaatsen we veel a eeldingen op de facebookpagina ‘Je bent een Scherpenzeler als’. Kortom, we doen ons best om de geschiedenis ook zonder ac viteiten op verschillende manieren onder de aandacht te brengen.
We hebben dankzij u weer een mooi bedrag van Rabo ClubSupport mogen ontvangen. Samen met sponsorgelden van lokale ondernemers stelt ons dat in de gelegenheid de contribu e op hetzelfde (lage) peil te houden en kunnen we, zodra dat weer is toegestaan, ac viteiten organiseren.
We hopen dat 2021 een ‘normaal’ jaar wordt. Dat het niet hetzelfde zal zijn als voorheen, is zeker wat betre onze thuishaven Partycentrum Boschzicht het geval. In de loop van volgend jaar, het jaar waarin Boschzicht 100 jaar bestaat, sluit familie Klumpenaar de poorten. Als het kan en mag, organiseren we in het voorjaar daar voor de laatste keer onze bijeenkomst. Dan zullen we zeker aandacht besteden aan de historie van Boschzicht. Sinds de oprich ng van Oud Scherpenzeel zijn we vaste gast bij familie Klumpenaar. Ontze end jammer dat hier een eind aan komt.
U gaat andere feestdagen tegemoet dan u gewend bent met mogelijk meer jd om het verenigingsblad van a tot z te lezen. Veel plezier daarbij.
Wim van den Berg, voorzi er
KONINKLIJKE ONDERSCHEIDING HENK VAN WOUDENBERG
Tijdens de najaarsvergadering op 3 november ontving Henk van Woudenberg een Koninklijke onderscheiding uit handen van de burgemeester van Woudenberg Ti a Cnossen. Henk is door de Koning benoemd als Lid in de Orde van Oranje Nassau. Omdat Henk op de grens van Woudenberg en Scherpenzeel woont, was het de eerste burger van Woudenberg die de eer te beurt viel de onderscheiding uit te reiken. Het is voor zover bekend nog nooit eerder voorgekomen dat de Woudenbergse ambtsketen op Scherpenzeels grondgebied is gedragen. De ambtsketen mag door de burgemeester namelijk alleen gedragen worden bij officiële gelegenheden en handelingen binnen de eigen gemeente. Cnossen had vooraf toestemming nodig van Scherpenzeel om het lintje in Boschzicht te kunnen komen uitreiken.
Burgemeester Cnossen overhandigt de blauwe doos van de Kanselarij
Henk was sowieso hoofdrolspeler jdens deze avond vanwege zijn presenta e over de restaura e van de Grote Kerk. Hij was dan ook niet verrast dat veel familieleden en vrienden tot zijn gehoor behoorden. Ook door de aanwezigheid van burgemeester Cnossen ging er nog geen lampje bij hem branden. Dat gebeurde pas toen de burgemeester naar voren kwam om haar aanwezigheid te verklaren.
Henk is al drieënder g jaar ac ef voor Vereniging Oud Scherpenzeel en besteedt veel jd aan historisch onderzoek. Van 1987 tot 2007 is hij bestuurslid van Vereniging Oud Scherpenzeel geweest, waarvan der en jaar als voorzi er. Van hem zijn diverse boeken en talloze ar kelen voornamelijk over de geschiedenis van Scherpenzeel verschenen. Een greep hieruit:
Boeken:
De geschiedenis van de Grote Kerk in Scherpenzeel, in 1994
Renswoude‐Scherpenzeel‐Woudenberg in de Tweede Wereldoorlog, Scherpenzeel 1995 (coauteur)
Voskuilen, een buurtschap onder Woudenberg en Leusden, in 2006
Voskuilen, een buurtschap onder Woudenberg en Leusden, Genealogieën in 2006
Canon van Scherpenzeel, Scherpenzeel, in 2018 (coauteur)
5
Ar kelen:
De geschiedenis van de Scherpenzeelse boerderijen en hun bewoners. Inmiddels zijn sinds 2012 zes en afleveringen in deze serie verschenen.
Scherpenzeel Crimineel. Onderzoek in gerechtelijke archieven leverde interessante verhalen op over de handel en wandel van Scherpenzelers in vroeger jden.
De vloerrestaura e van de Grote Kerk. In 2020. Een themanummer over de vloerrestaura e van de Grote Kerk in Scherpenzeel
Overige bijdragen aan de geschiedschrijving van Scherpenzeel:
Een complete bewonerslijst van Scherpenzeel van 1923‐1960 (165 p). In de Tweede Wereldoorlog is de burgerlijke stand van Scherpenzeel verloren gegaan. Door navraag en archiefonderzoek is gereconstrueerd wie waar en wanneer hee gewoond.
Honderden genealogieën vormen de basis voor familieonderzoek van inwoners van Scherpenzeel en voor hen die hun wortels in Scherpenzeel hebben. De genealogieën zijn allemaal op www.oudscherpenzeel.nl gepubliceerd.
Het verzorgen van lezingen en presenta es over de plaatselijke geschiedenis.
Echtgenote Rosita speldt de onderscheiding op
En dan hebben we het alleen nog maar over de plaatselijke geschiedenis… Het behoe geen betoog dat Henk zijn onderscheiding dubbel en dwars hee verdiend. We zijn trots dat we Henk binnen onze gelederen hebben en we hopen dat dat nog lang zo mag blijven.
Henk, nogmaals van harte gefeliciteerd namens alle leden van onze vereniging!
Wim van den Berg
HAGEPREKEN AAN DE KOEPEL IN 1939
Naar aanleiding van het verhaal over de restaura e van de Grote Kerk moest ik even terugdenken
Bij Vereniging Oud Scherpenzeel is een foto bewaard gebleven van de restaura e van het middenschip van de Grote Kerk. Ik kan me nog goed herinneren dat je bij het Poorthuis of ‘de Tuinmanswoning’ dwars door de kerk kon zien en dan het verenigingsgebouw zag staan. Ook de voormalige pastorie zagen we dan, want de beide zijgevels waren gesloopt. Als we dan in de zomer van 1939 naar de Glashorstschool liepen, van de Holleweg, nu Hopeseweg. Soms door het dorp, soms ook binnendoor langs het Jagershuis waar jachtopziener Arpink woonde en dan over de Vlieterweg naar school.
‘s Zondags liepen we naar de Gereformeerde kerk aan de Holevoet. We liepen bijna al jd binnendoor langs zwembad ‘Het Schut’ en de ijsbaan. Bij het Jagershuis liepen we een smal paadje uit naar de Vlieterweg. Want dat was een stukje richter, zo noemden we dat.
In de verbouwings jd van de Grote Kerk werd er voor nood gekerkt in de Eierhal aan de Marktstraat. Toen de mobilisa e uitbrak werd de Eierhal gevorderd en werden er Nederlandse militairen ingekwar erd. Toen zat de kerk zonder gebouw en werd er gezocht naar een andere kerkruimte. Die werd niet gevonden en men besloot om een hagenpreek op de Koepel te houden. Daar, midden op de Koepellaan was toen een boogvormig pad. Daar stond de mulderswagen van Bakker van de molen als preekstoel. Een huishoudtrapje stond er naast en een harmonium op de wagen. Een tafel met een kistje als lessenaar.
Omdat de Ned. Herv. Kerk om 9.30 uur begon en onze kerk om 10.00 uur, was de kerk al begonnen toen wij bij Arpink over het bruggetje liepen. Toen we bijna op de Vlieterweg kwamen begon men op de
Koepel te zingen. Naar ik meen psalm 68 : 10: Geloofd zij God met diepst ontzag. Halverwege dat smalle paadje stonden we even s l en zongen we even mee. Toen liepen we door. Na onze dienst liepen we een klein stukje om, over de Koepel naar huis. Ik denk dat mijn ouders ook een beetje nieuwsgierig waren hoe dat er uit zag.
Wandelkaart 1929 (detail De Koepel)
Die beelden zijn me tot op de dag van vandaag bij gebleven. Als ik het goed heb zijn er maar twee keer diensten op de Koepel gehouden. Toen waren de militairen ingekwar erd in het dorp en op boerderijen en kon men weer kerken in de Eierhal.
Toen we vanwege de restaura e in 2019 in de Sionkerk en de Achthoek kerkten moest ik herhaaldelijk denken aan de diensten op de Koepel en dacht ik s ekem: “Als het maar niet gaat regenen.”[1]Tegelijk moest ik denken aan de Bergrede en de leringen van onze Here Jezus. Daar kwamen soms wel 2000 mensen samen bij het meer van Tiberias. En ze bleven ook nog eten. Ja, soms moet ik wel eens even terug denken.
De Koepel 2020 Johan Lagerweij.
50 JAAR REMA AUTOMATERIALEN
Het is dit jaar 50 jaar geleden dat Nico Wallet een zaak in automaterialen opende in
Scherpenzeel. Nico, voor de meeste Scherpenzelers bekend als Niek, is in 1931 op de Kaap in Woudenberg geboren. Hij gaat naar de Holevoetschool. De Kaap is een huizenblok dat inmiddels allang is verdwenen. De woningen stonden zo ongeveer op de plaats waar tegenwoordig Het Pella is, nu Scherpenzeels grondgebied. Zodra Niek van school a omt, vindt hij werk in de autobranche. Hij trouwt met Johanna van den Berg uit Zeist en gaat met haar aan de
Bruinhorsterlaan wonen. Al snel valt op dat hij veel technisch inzicht hee . Niek is vooral geïnteresseerd in dieselmotoren, waarin hij gaandeweg steeds meer gespecialiseerd raakt. In de omgeving staat hij bekend als één van de weinigen die daar echt verstand van hee . Steeds vaker roept men zijn hulp in. Ook de spoorwegen weten hem te vinden als er problemen zijn met dieseltreinen. Midden jaren zes g begint Niek Wallet voor zichzelf. Hij verhuurt zich onder de naam Vetuca. Dat staat voor Versnellingsbakken, Tussenbakken en Cardans. Niek Wallet gaat echter steeds meer de kant op van het uitdraaien van remtrommels voor vrachtwagenbedrijven en par culieren. Pand aan de Dorpsstraat
Rema
In 1970 koopt Wallet een winkelpand aan de Dorpsstraat 236. Daar hee eerder o.a. Golstein een kruidenierszaak gehad. Begin november 1970 opent Niek Wallet daar zijn zaak in automaterialen met de naam Rema (Remmaterialen). Burgemeester Heij verricht de opening
met een sleutel die toegang gee tot de zaak. Het assor ment in de winkel bestaat uit auto‐onderdelen, gereedschappen en allerlei metaalbewerkingsmachines. Er is ook een sleutelservice voor het bijmaken van sleutels. Aanvankelijk richt de Rema zich vooral op vrachtwagens en in mindere mate op landbouwwerktuigen en personenauto’s. Achter de winkel zijn bedrijfsruimtes waar remtrommels worden uitgedraaid en schoongemaakt. Het is zwaar werk. Het echtpaar Wallet krijgt vijf kinderen: Nina, Thea, Suzanne, Nico en Raymond. In de zaak wordt Niek vanaf midden jaren zeven g bijgestaan door Henk Donselaar die nog al jd in dienst is bij de Rema. Later komen
Bouke Roest en Arno Versteeg daarbij.
Opening met Nico Wallet en burgemeester Heij, 1970
Zoon Nico komt in het bedrijf van zijn vader als hij 18 jaar is. Hij in 1967 geboren. Na zijn school jd werkt Nico bij verschillende bedrijven, zoals bij Polynorm in Bunschoten, bij Waaijenberg in Veenendaal en als lasser in een metaalbewerkingsbedrijf. Het lassen gaat Nico goed af en hij hee er ook veel plezier in. Zijn vader wil echter graag dat Nico bij hem in de zaak komt werken. Het duurt een paar jaar voordat Nico hiermee instemt. Niek Wallet wil zijn bedrijf zodra hij 65 wordt, graag overdoen aan Nico en zijn zus Suzanne. Het loopt echter anders. Niek leidt al sinds zijn 49e aan de ziekte van Kahler en zijn gezondheid gaat sindsdien steeds verder achteruit. Het is één van de redenen waarom Nico uiteindelijk in 1985
besluit zijn vader bij te staan in het bedrijf. Zijn Nico Wallet
zus Nina doet van 1982 tot 1985 de
boekhouding van de Rema, terwijl Suzanne dat van 1986 tot 1996 doet. In 1983 wordt er brand ges cht in een opslagloods achter de winkel. De brandweer hee het vuur snel onder controle.
Verhuizing
De zaken gaan voorspoedig. In 1985 koopt Niek
Wallet een woonhuis met schuur aan de Sta onsweg 325‐327. Het woonhuis wordt omgebouwd tot winkel, terwijl daarachter een nieuwe bedrijfsruimte wordt gerealiseerd. Daar is het magazijn en kunnen remtrommels worden uitgedraaid. De bedrijfsoppervlakte is minstens twee keer zo groot als aan de Dorpsstraat. Boven de winkel is woonruimte. Eind november 1986 opent wethouder Douwe Kroodsma het nieuwe onderkomen van Technische
Handelsonderneming Rema. Het assor ment,
Sta onsweg 325‐327 dat zeer overzichtelijk is opgesteld, bevat o.a. alle benodigdheden op het gebied van auto’s, motoren, tractoren, pneuma ek, hydrauliek, lasapparatuur, hogedrukreinigers, rem‐ en fric ematerialen. Er wordt geleverd aan garages, transportbedrijven, fabrieken en niet te vergeten par culieren. Een paar jaar na de opening van de Rema aan de Sta onsweg overlijdt Niek Wallet in 1989 op 57‐jarige lee ijd. Hij is tot aan zijn dood toe in de zaak blijven werken. Nico en Suzanne gaan verder met de Rema, maar in 1996 kiest Suzanne ervoor om het bedrijf te verlaten. Inmiddels is Nico midden jaren negen g gestopt met het uitdraaien van remtrommels. Het is zwaar werk en er valt niet zoveel aan te verdienen. Nico specialiseert zich verder in automaterialen en gereedschappen. Remmaterialen blij de Rema natuurlijk ook verkopen. In 1993 leert Nico zijn latere echtgenote Antoine e Goedhart kennen. In 1998 gaan ze samen op Klein Moorst wonen. Ze zijn in 2007 getrouwd en krijgen samen Kevin als zoon.
Een nieuw pand
Midden jaren negen g wil Nico Wallet het bestaande pand slopen en er een grotere winkel, bedrijfsruimte en woonhuis voor terugbouwen. Het hee heel wat voeten in aarde voordat het zover is, maar na meer dan drie jaar soeba en met de gemeente wordt de benodigde vergunning afgegeven. Op 9 juni 2000 is de officiële opening van de nieuwe winkel en bedrijfsruimte. Niet door een burgemeester of wethouder, maar door Henk Donselaar zonder wie de Rema nooit zover zou zijn gekomen. ‘De nieuwe Rema is overzichtelijker, hee een uitgebreider assor ment en biedt klanten meer gelegenheid eens rond te kijken’, aldus Nico Wallet. Alle koopwaren zijn in één ruime winkel te vinden. Voorheen was dat niet het geval. Audioproducten, accessoires en onderhoudsproducten bevinden zich dan nog voorin de winkel, terwijl je voor gereedschappen achterom moet. Nico en Antoine e gaan in de woonruimte boven de winkel wonen. Dat doen ze tot 2006, dan kopen ze het huis naast de Rema. Broer Raymond Wallet woont nu in het woonhuis boven het winkelpand.
Nico Wallet
Wim van den Berg
CHIRURGIJNS IN VROEGER TIJDEN
Eén van onze voormalige bestuursleden, Ad Muller schreef in de jaren ’70 stukjes voor de Scherpenzeelse Krant. Hieronder één van die ar kelen, onverkort en niet‐geredigeerd overgenomen uit de krant van 5 februari 1975
Boerenbedrog
Tach g jaar geleden, dus nog niet eens zo heel ver terug, werd het doktersberoep voor een groot deel nog uitgeoefend door zogenaamde „chirurgijnen” of heelmeesters, zoals zij in de wandeling hee en. Dikwijls waren dit oude scheepsdokters, die hadden meegevaren met de zeilschepen van de Vereenigde Oos ndische Compagnie. Zij hadden daar moeten vechten tegen de aan boord veel voorkomende “scheurbuik” of beriberi, het gevolg van te eenzijdig voedsel jdens de maandenlange reizen. Aan deze
heelmeesters was men in de kleinere plaatsen aangewezen omdat ongeveer een eeuw geleden de jonge doktoren van een universiteit afgestudeerd, zich in de steden gingen ves gen. Op een klein plaatsje was een erns ge pa ënt die vermoedelijk een maagbloeding had gehad. De dorpsheelmeester wist geen raad met het geval en een pas afgestudeerde jongeling werd voor consult derwaarts geroepen. Zijn verhaal over de tocht naar dat dorp, gedeeltelijk per zeilschip over de rivier en verder met een rijtuigje hee hij ons vele malen verteld, want hij was bijna honderd jaar geworden en wist nooit, dat hij die avontuurlijke reis al meermalen had opgedist. Maar hij was er gekomen en stelde zijn diagnose. De chirurgijn noemde de kwaal ,,zwarte koorts”, maar de afgestudeerde dokter in de medicijnen wist wel anders. Hij adviseerde licht verteerbaar en grotendeels vloeibaar voedsel, waar de chirurgijn het niet geheel mee eens was, want de zieke maag moest (terecht) rust hebben. In plaats van de remedie die zijn jonge collega voorschreef stelde hij voor de polsen van de pa ënt met zwachtels te omwikkelen na deze eerst in bouillon te hebben gedrenkt. De voedzame bestanddelen van dat vleesnat zouden dan via de polsslagader in de bloemsomloop worden opgenomen en de pa ënt zou in leven blijven, zonder dat de zieke maag zou worden geïrriteerd …
Als men dit vandaag de dag leest, dan verwonderen wij ons over zoveel onbegrip in die jd, de jd van onze grootvaders. Daarom behoe men zich niet te verwonderen over de toen veel voorkomende wonderdokters. Zo’n begenadigde had een geraffineerde methode uitgedokterd om de goedgelovige boertjes hun goede geld uit de zak te kloppen. Het ging hier gelukkig niet om mensen, maar om paarden en koeien. Als iemand een ziek beest op stal had, dan moest hij alleen een pluk haar naar deze pseudo‐dokter brengen en die zou daaraan precies vertellen wat het dier scheelde. Maar als de boer naar zijn dorp ging dan was de dokter niet thuis, omdat die volgens zijn vrouw een boodschap was doen, maar ieder ogenblik terug kon komen.
De vrouw van de kruidenier, wat dat was zijn officiële beroep, was vriendelijk genoeg het boertje na zijn lange tocht in de woonkamer te doen uitrusten en zij zorgde zelfs voor een kop sterke koffie.
Het gesprek kwam dan als vanzelf op de reden van zijn komst en de gast vertelde het een en ander over de zieke koe of over zijn paard. De vrouw luisterde met belangstelling en vroeg hier en daar een nadere toelich ng. Zodoende duurde het wachten op de heer des huizes niet zo lang en deze kwam kort daarna uit het dorp terug via de winkeldeur.
In de kamer vindt hij de boer en zijn vrouw. De boer haalde een opgevouwen papiertje uit de jaszak en gaf dit aan zijn helper in nood. Merkwaardig hoe die dokter precies kon voelen aan dat plukje haar, wat voor verschijnselen het zieke beest vertoonde. Dat wekte vertrouwen en in plaats van zijn angst een dier van toen nog zowat driehonderd gulden te zullen verliezen groeide bij hem de hoop, dat deze alziende heelmeester stellig raad zou weten. Nou, dat was hem dan ook best ’n paar daalders waard! De kruidenier wist dat ook drommels goed! Hij stelde zijn diagnose, doorspekt met wat potje‐la jn, waar het boertje niks van begreep en er werd goede raad gegeven en een drank of smeersel klaargemaakt in een achterkamertje. in het zelfde kamertje van waaruit de kruidenmixer het hele verhaal had staan afluisteren om daarna langs een achterweggetje op de straatweg te komen en zijn winkel binnen te stappen met de gebruikelijke uitroep ,,Blijf maar!”…
Een echte drogist had ook een winstgevende uitvinding gedaan. In een grote Keulse pot met zout gooide hij een paar handen vol oude spijkers, die daar lekker lagen te roesten, terwijl het hygroscopische zout water werd, ja bruin van kleur natuurlijk vanwege de roest. Dit nimmer af te wassen spul verpakte hij in flesjes, die soms licht en soms donker uitvielen. Deze haarverf voor oudere paarden, te gebruiken boven de oogholten en onder de ponnie, werkte de grijs wordende plekken spoedig weg. Zodoende kon
Keulse po en de eigenaar van het dier er vaak twin g of der g gulden meer voor maken en dat was hem best vijf
guldens waard, zelfs anno 1910. Boerenbedrog noemden wij dit verhaaltje, zonder te weten of die drogist de boeren bedroog met dat roestwater ofwel dat de boer zijn koper bedroog met een oud paard weer jong te maken …
Op de markt stond in onze jonge jaren elke week als er veemarkt was een kwakzalver. Wij noemden hem Kokadorus, ook al was het mogelijk niet de grote, beroemde kwakzalver uit het begin van deze eeuw. Hij praa e de goegemeente, onder wie veel veehandelaren, een probaat middel tegen kiespijn aan. Om die ,,domme boertjes van buiten” te overtuigen van de onfeilbare werking van de inhoud van een heel klein flesje voor de prijs van slechts vijf dubbeltjes, waarbij cadeau … om zijn kopers te overtuigen riep hij enkele vrijwilligers op om hem daarbij te helpen. Onze Kokadorus keek met een deskundige blik in de opengesperde monden, waaruit eerst de tabakspruim verwijderd was. Hij trok een bedenkelijk gezicht en verklaarde, dat de verro ng aardig bezig was door te woekeren. Maar geen nood!
Een watje met het
wonderwater uit zo’n flesje werd in de slechte kies gestopt en moest dan even blijven zi en om in te werken. Dus bleven de boertjes rus g staan wachten, terwijl de ongelooflijk wel bespraakte Kokadorus de talrijke omstanders vertelde, wat zij bij dat flesje zoal cadeau kregen. Totdat de medicijn De veemarkt in Scherpenzeel, begin 20e eeuw zijn heilzame werking had gedaan en de boertje de inhoud van de mond moesten uitspuwen op hun zwart zijden petjes. Daarop waren met het blote oog enkele wi e wormpjes zichtbaar, maar de klap op de vuurpijl was dan, als Kokadorus met een vergrootglas heel duidelijk liet zien, hoe die beestjes zich kronkelden in het speeksel van het proe onijn!….. Tot op deze dag weten wij niet of die proe onijnen in het complot zaten dan wel echte veeboeren waren en evenmin weten we wat voor spul deze kwakzalver gebruikte om watjes na aanraking met speeksel tot kronkelen te krijgen. Maar dat was waarschijnlijk het grote geheim van de grote man.
Ad. G. Muller.
Kokadorus
In het ar kel van Ad G. Muller spreekt hij over Kokadorus, een “grote beroemde kwakzalver” uit het begin van de 20e eeuw. Maar wie was dit nu eigenlijk? Ook al blijkt dat Kokadorus helemaal niets met Scherpenzeel te maken hee , is het misschien wel aardig iets over hem te vertellen.
Kokadorus is de naam van een Joods‐Amsterdamse marktkoopman. Hij wordt geboren in 1867 in Leeuwarden onder de naam Meijer Linnewiel. Zijn vader Jacob was waarschijnlijk marktkoopman of venter. Op zoek naar een beter leven verhuist het gezin Linnewiel in 1879 naar Amsterdam. Meijer draagt op de jonge lee ijd van 12 jaar al bij aan het gezinsinkomen door na school jd in de Kalverstraat met lucifers te venten. Met zijn vindingrijke verkoopkreten had hij al snel de lachers op zijn hand. Maar als verderop in de straat een poli ehelm zichtbaar werd, maakte hij zich uit de voeten, want in die chique winkelstraat was straathandel streng verboden.
Meijer voelt zich al snel Amsterdammer in hart en nieren. Hij groeit op in de Jordaan en neemt het sappige Jiddisj‐Amsterdamse accent over. Net van school krijgt hij in 1881 een vaste standplaats op de maandagmarkt op het Amstelveld. Geleidelijk aan bouwt hij een stevige reputa e op als standwerker, waarbij zijn humor al snel in heel Amsterdam bekend staat. Op het Amstelveld verkoopt hij bretels (“Zó goed! Om je schoonmoeder aan op te hangen!”) en toiletar kelen. Zijn handelswaar is in de loopt der jaren zeer divers. Vaak lederen portefeuilles en allerhande messen, maar ook postpapier, zakboekjes, potloden, pannensponzen, sleutelringen, bretels en eetgerei.
Een fragment uit één van zijn marktpraatjes is in 1909 opgetekend door journalist Jan Feith. Een optreden van Kokadorus wordt steevast ingeleid door zijn maatje Cheffie met een slag op een gong: “Burgers van Amsterdam, Edam, Volendam, Monnikendam, Durgerdam, Veendam Appingedam en Naatjevandedam, burgers van Nederland, burgers van de Zuidpool en omringende ijsbanen, gedempte burgers van de Zuiderzee en aanverwante binnenwateren, burgers van de wereld en omliggende gemeenten! Dames en heren, ziehier een aantal ar kelen die wij u presenteren en aanrecommanderen en die wij u zonder mankeren zullen weten aan te smeren”.
Meijer wordt vooral bekend om zijn poli eke commentaren en zijn geva e conversa e. Zelfs Koning Willem III verneemt ervan en nodigt hem uit om in Apeldoorn op Het Loo te komen spreken, maar in het chique gezelschap valt de anders zo geva e standwerker s l.
In 1895 wordt op het Museumterrein (nu Museumplein) de Wereldtentoonstelling opgebouwd, compleet met een nagebouwd 17de‐eeuws Hollands stadje. In het centrum komt een marktplein met waag en daar hoort natuurlijk ook een welbespraakte marskramer bij in een 17e eeuws kostuum. Meijer wordt gekozen om die rol te vervullen.
Voor deze rol moet Meijer wel een opvallende naam hebben, zoals reizende praatjesmakers zich die in vroeger eeuwen al aanmaten. Eén van de organisatoren bedenkt de naam Kokadorus, ooit de naam van een bekende Antwerpse kwakzalver. Meijer zelf gee later steevast een andere verklaring: “Mijn grootvader hee e Ko, mijn grootmoeder hee e Ka en mijn vader heet Dorus.”
Zijn optreden op de wereldtentoonstelling brent Kokadorus na onale roem. Steeds vaker weten evenementorganisatoren hem te vinden, vooral in de liefdadigheidssector. Voor menig goed doel treedt hij op als verkoper van lekkernijen of prullaria afgestaan door vriendelijke winkeliers of fabrikanten, en kreeg dan zelf ook een zakcentje of een kistje sigaren. Zijn eigen waren verkoopt Kokadorus ondertussen op het Amstelveld, maar ook op andere markten, zoals de Nieuwmarkt en het Waterlooplein, maar ook weleens elders in het land. Is Kokadorus daarbij ook weleens in Scherpenzeel geweest?
Kokadorus wordt zo populair dat hij wegens 25 jaar standwerkerschap in 1906 groots gehuldigd wordt. Er is een podium opgezet en een grote menigte staat te wachten tot de twee rijtuigen met de familie Linnewiel en de feestcommissie arriveren. Kokadorus wordt uitvoerig toegesproken en krijgy een grote krans om zijn nek. Al snel grijpt de jubilaris zelf het woord en maakt trots gewag van gelukstelegrammen van de Duitse keizer, de koning van Engeland en de ‘Saar van Rupsland’ en o ja, ook van vriend Teddy Roosevelt, de baas van het verre Amerika…..
Bij de mobilisa e in 1914 wordt Kokadorus ingehuurd om her en der in het land de manschappen op te vrolijken. Dat leidt in 1915 tot een boek: “Kokadorus op het oorlogspad”. Rond zijn 60e verjaardag in 1927 blijkt Kokadorus niet of nauwelijks meer als marktkoopman op te treden. De Telegraaf: “De laatste jaren werkt hij bijna uitsluitend op Fancy Fairs en voor liefdadige doeleinden. Op zijn zes gste jaar hee hij nog niets van zijn levendigheid en humor ingeboet. En hoewel hij zich eigenlijk uit het publieke leven der markten terug getrokken had, bestaat er kans dat hij dezen zomer voor enkele maanden zijn oude beroemde standplaats op het Amstelveld weer zal gaan innemen.”
Na z’n 60ste gaat zijn gezondheid achteruit. Op 27 mei 1933 overlijdt de “Keizer der Nederlandse standwerkers”. Volgens joods gebruik wordt hij daags daarop begraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.
Kokadorus blij tot de verbeelding spreken. In 1977 wordt er een standbeeld, gemaakt door kunstenares Erica van Eeghen van hem onthuld op het Amsterdamse Amstelveld. Piet Valkenburg
Bronnen:
‐ Scherpenzeelse Krant
‐ Ar kel over Kokadorus (12‐03‐2014) door Peter‐Paul de Baar, Stadshistoricus van Amsterdam ‐ Wikipedia
‐ A eelding “een gegeven paard”: door Rien Poortvliet
‐ A eelding “Cocadorus”: Stadsarchief Amsterdam
OUD EN NIEUW
Hierbij weer een mooi contrast van oud en nieuw. Het Koetshuis voor en na de restaura e.
Henk van der Hoeff
1920 – SCHERPENZEEL – EEN EEUW GELEDEN
Bijzonder onderwijs gelijkgesteld met openbaar onderwijs
André Stuivenberg
1920
Woensdag de negenentwin gste september registreert het KNMI als een van de mooiste herfstdagen van 1920. Juist op deze dag houdt de ‘Vereeniging tot S ch ng en Instandhouding van eene school met den
Bijbel te Scherpenzeel’ haar jaarvergadering. Er is reden tot grote dankbaarheid, omdat de Tweede Kamer deze zomer ‘eene nieuwe we elijke regeling van het algemeen vormend lager onderwijs‘ hee aanvaard. In deze wet wordt onder
Nieuwe lokalen School m/d Bijbel 1920/‐21 meer de in de nieuwe
Grondwet van 1917 vastgestelde gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs geregeld: ‘Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs (…) wordt naar denzelfden maatstaf bekos gd’.
Voor 1920
Voorheen werd een groot deel van de kosten van bijzonder onderwijs (meestal christelijk) niet vergoed door overheden en betaalden ouders schoolgeld om de tekorten te dekken. De veelal ‘kleine luyden’ getroos en zich grote financiële offers voor hun overtuiging. Schoolgeld werd doorgaans naar draagkracht betaald. Minder draagkrach ge ouders verzochten om verlaging of kwijtschelding. Door middel van een Supple efonds werden extra financiën vergaard, waaruit o.m. ouders werden ondersteund ‘die niet zelve kunnen voorzien in het schoolgeld hunner kinderen’. Dit fonds werd gevoed uit gi en, dona es en collecten.
In Scherpenzeel werden de ouders in drie klassen ingedeeld:
per week : 1e klasse 2e klasse 3e klasse
voor één kind: 30 cent 20 cent 15 cent voor twee kinderen: 52 cent 35 cent 26 cent voor ieder kind meer: 20 cent 12 cent 9 cent
10 cent in 1904 is in waarde vergelijkbaar met ± € 2,80 in 2020.
Door gedrevenheid en opofferingszin kwam in Scherpenzeel uiteindelijk per 1 januari 1904 een School met den Bijbel tot stand, aan de Glashorst. In 1898 was reeds de daarvoor noodzakelijke bestuursvorm in het leven geroepen. Ini a efnemer daartoe was de nieuwe gereformeerde predikant, ds. Oene Los, die in 1870 in zijn toenmalige gemeente Nieuwer‐Amstel (Amstelveen) ook al aan de wieg had gestaan van de eerste gereformeerde school aldaar. Hij had zich verwonderd in Scherpenzeel geen christelijke school aan te treffen, ondanks het feit dat in 1878 maar liefst 321 van de 729 volwassen inwoners (44%) het zgn. Volkspe onnement ondertekenden.
1878
In dit jaar vond het landelijke Volkspe onnement plaats, georganiseerd door voorstanders van het bijzonder onderwijs, als mogelijk laatste redmiddel tegen de parlementaire aanvaarding die zomer van een nieuwe onderwijswet. Hiermee beoogde de overheid o.m. de groei van bijzondere scholen te stuiten, door hun slechts ± 30% te vergoeden voor het voldoen aan nieuwe (dure) kwaliteitseisen. Openbare scholen kregen 100% vergoed. In één week jd ondertekenden een half miljoen ‘kleine luyden’ een pe e aan koning Willem III, bijna een kwart van de meerderjarige bevolking. Op de vorst werd een klemmend beroep gedaan om de wet niet te ondertekenen. Dit gebeurde echter toch.
De handtekeningenlijsten van dit pe onnement zijn per plaats bewaard gebleven en onder Scherpenzeel zijn heel wat bekende namen te ontdekken:
(Van) Wolfswinkel is de meest voorkomende naam (12x). Verder komen veel voor: Renes (10x),
Van Ginkel (9x), Homoet (9x), Ten Broek (8x), Osnabrugge (7x), Bos (6x), Overeem (6x),
Bloemendal (5x), Berendse (5x), Van Leeuwen (5x), Lokhorst (5x), Pater (5x),Van Ravenhorst (5x), Van Se en (5x), Den Uyl (5x), Van Egdom (4x), Buddingh (4x), Kolfschoten (4x), Tins (4x)…..
Onder de lezers van dit verhaal zullen vast nakomelingen zijn van deze ondertekenaars uit 1878, en misschien veren zij even op bij het lezen van hun eigen familienaam. Wie geïnteresseerd is ‐ b.v. om zich door het handschri van haar/zijn voorouders te laten verrassen óf om te kijken of een niet genoemde familienaam toch voorkomt ‐ kan de website ‘Project Volkspe onnement 1878’ bezoeken: www.vp1878.nl.
Zo ontdekte ik de handtekening van mijn overgrootvader, kleermaker Hendrik Inkenhaag. Zijn vrouw, baker Antje Tins, tekende na hem met haar meisjesnaam.
Tot de ondertekenaars behoorden ook de ouders van de vierjarige Gerrit van Ginkel: Rijk van Ginkel en Maria Sofia ten Broek. Deze Gerrit zal een van de belangrijkste steunpilaren worden van het christelijk onderwijs in Scherpenzeel. Op de afgebeelde scan staan de vier handtekeningen direct onder elkaar. In die volgorde moeten de Inkenhagen en Van Ginkels dus in de rij hebben gestaan en met elkaar hebben gesproken, misschien wel over het feit dat zij als ‘kleine luyden’ ‐ veelal zonder kiesrecht ‐ voor het eerst de kans krijgen landelijk van zich te laten horen! Met geloofwaardige fantasie zie ik de jonge Gerrit die zomerdag in 1878 aan de hand van een van zijn ouders voor het pe onnement in de rij staan!
Tot de ondertekenaars behoorde ook, samen met zijn vader Hendrik, de 29‐jarige smid en koperslager Arie Berendse.
1898
In augustus 1898 roept ds. Oene Los jdens een preek (!) zijn gemeente op een school te s chten. Arie Berendse en Gerrit van Ginkel worden samen met de predikant de drijvende krachten achter de oprich ng van de ‘Vereeniging tot S ch ng en Instandhouding van eene school met den Bijbel te Scherpenzeel’, op 11 oktober 1898. Van Ginkel wordt dan secretaris, hij is pas 24 jaar oud.
Berendse gaat fungeren als
Arie Berendse (l) en Gerrit van Ginkel penningmeester. Ds. Los is de voorzi er.
1904/1905
Interessant is wat Van Ginkel vermeldt in het jaarverslag over 1904, het jaar van de ingebruikneming van de school, over de ontstaansgeschiedenis: “Doch niet van groten, de edelen, de mach gen der aarde, die zichzelf de denkers der na e noemen, maar van een geheel andere kant is de uitkomst gekomen. Wat genoemd wordt ‘de kleine Luijden’ hebben de hand aan de ploeg geslagen en zonder te le en op de uitkomst gehoor gegeven aan de eis van opvoeding in de ‘Vreeze des Heeren’. (…).”
Na het emeritaat van ds. Los in 1904 wordt Gerrit van Ginkel voorzi er en hij zal dit tot zijn dood in 1943 blijven. Ook Arie Berendse blij tot zijn overlijden (1929) bestuurslid. Interessant is dat hij als penningmeester rekeningen naar zichzelf stuurt, naar smederij Berendse (‘De Lindeboom’). Over heel 1904 brengt hij fl. 143,76 in rekening. Omgerekend naar nu is dit ± € 1.830,00. Hij zal vast een vriendenprijs berekend hebben, in de wetenschap dat alles betaald moest worden uit de eigen middelen van de vereniging. De grootste post is brandstof voor de kachels in de twee lokalen. Voor één mud (70 kg) antraciet rekent Berendse fl. 1,35. Een kleine post is ‐ in de openingsmaand januari al ‐ het beves gen van een ke nkje en hangslot aan de pomp à fl. 0,35. Kennelijk oefent een ‘losse’ pomp een te grote aantrekkingskracht uit op de schoolgaande jeugd.
De School met den Bijbel hee vanaf de oprich ng in 1904 onmiskenbaar een gereformeerde signatuur. Maar al in 1905 bezoekt een delega e mannenbroeders ds. Harthoorn (pred. 18971927) om samenwerking met hervormden te bepleiten. Veel hervormden hebben immers het Volkspe onnement van 1878 ondertekend!?
De broeders verlaten echter onverrichter zake de pastorie. De ontvangst is hartelijk, maar de predikant kan ‘door omstandigheden den zedelijken steun niet toezeggen’. Zijn houding is niet geheel onbegrijpelijk, daar hij herder en leraar is van het merendeel van de onderwijzers én leerlingen van de Openbare Lagere School aan de Dorpsstraat.
1920
Dankzij de gelijkstelling met het openbaar onderwijs zijn grote financiële zorgen voorbij. Het aantal leerlingen is gestegen tot 127. Daarom valt in juli al het besluit tot uitbreiding van de school met ’twee nieuwe lokalen, gang, privaten en verder bijkomende werken. Deze zullen aan den weg, tegen het thans bestaande gebouw verrijzen, terwijl een gedeelte der naastbijgelegen weide wordt aangekocht voor speelplaats’.
Met het personeelsbeleid gaat het ook naar wens; er is weinig verloop. De trouwste onderwijzers zijn: W.A. Weenink (H.d.S. 1904‐1934), mej. S.E. Hendriksen (1911‐1940) en Chr. Middeldorp (1914‐1954!).
Klassenfoto uit 1917 met de drie genoemde onderwijzers (Weenink rechts). De school groeide vooral ook door de grote gezinnen. Op de foto staan maar liefst drie van mijn ooms
Stuivenberg: Isaäc boven 1e li, Gradus boven 2e li, Knelis (Kees) voor, met lei
Niet alles echter is rozengeur en maneschijn. Er is animositeit tussen de voornaamste kerkgenootschappen in het dorp. Is de schoolstrijd landelijk ten einde, in Scherpenzeel ‘woedt’ zij ‐ op andere wijze ‐ nog een aantal jaren voort.
Op 7 maart 1919 staat nevenstaande adverten e in ‘De Holevoet’. Maar de week daarop meldt de krant dit verbazingwekkende nieuws: ‘De aangekondigde lezing van ds. J. de Bruin zal hedenavond gehouden worden in de Geref. Kerk. De Herv. Kerk, eerst voor dat doel afgestaan, meenden de H.H. Kerkvoogden niet beschikbaar te mogen stellen, daar enkele gemeenteleden zich ertegen verklaarden’.
Wellicht behoren tot de bezwaarden o.a. de heren Hendrik Barendregt en Melis Veldhuizen Mzn., resp. hoofd en oudste onderwijzer van de Openbare Lagere School en beiden vooraanstaand lid van de Ned. Hervormde Gemeente.
De O.L.S. in Scherpenzeel is dus zeker geen a‐religieuze instelling, ja draagt zelfs een hervormd karakter. In die lijn ook wordt op 1 april 1920 Huib Verkerk benoemd, als belijdend christen een voorstander van openbaar onderwijs. Menigeen zal zich hem nog herinneren als hoofd van de Holevoetschool (1936‐1960).
Klassenfoto Openbare Lagere School aan de Dorpsstraat, met links het hoofd, meester H. Barendregt en rechts meester M. Veldhuizen Mzn. Gedateerd 26 mei 1914.
Ds. Harthoorn bewaart afstand tot de School met den Bijbel, vanwege de talrijke gemeenteleden op de O.L.S. Daarentegen wil een ander deel van de hervormden ‐ juist nu de gelijkstelling na veel strijd is gerealiseerd en s ch ng van een school zoveel eenvoudiger is geworden – wel een christelijke school, maar dan een hervormde! Men moet hierbij bedenken dat de gereformeerden in de loop der jaren uit de hervormde kerk zijn getreden, hetgeen bij de achterblijvers ongetwijfeld tot teleurstelling, verdriet en soms verwijdering hee geleid. Zo hee Arie Berendse de hervormde kerk in 1892 verlaten, terwijl zijn vader Hendrik daar kerkvoogd blij en zijn broer Mar nus organist.
In dezelfde edi e met de aankondiging van de verplaatste lezing meldt ‘De Holevoet’: ‘Van de zijde der Ned. Hervormde inwoners onzer gemeente worden plannen beraamd tot de oprich ng eener Chr. School’. In 1920 staat deze krant vol met berichten en ingezonden stukken over ‘de schoolkwes e‘ en ‘den roerigen toestand waarin ons dorp verkeert‘. De rubriek ‘Men schrij ons’ wordt in dat najaar voornamelijk gevuld met afwijzende reac es. Naast felle a euringen treffen we ook een schrijven aan van verbaasde ‘Baas’ (24‐09‐1920), die in jdgebonden, ironische bewoordingen kenbaar maakt dat volgens hem dit plan overbodig is en niet levensvatbaar: ‘k Heb me niet kunnen weerhouden, ‘k moet me uitspreken, sta me daartoe een bescheiden plaatsje af. ‘k Heb me verwonderd. ‘k Heb mijn bril afgezet. ‘k Heb mijn ogen uitgewreven. ‘k Heb mijn vrouw geroepen. ‘k Heb mijn knecht geroepen. ‘k Heb mijn meid geroepen en we hebben ons allen verwonderd. Ja, zagen we allen wel goed? (…) Zeker, het stond er. Een Christelijke school! Maar die hadden we toch al? Wel zeker. Maar daarom waren wij verwonderd.
Er komt er nog een. Een, uitgaande van den Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk. (…) Dat ik dat nu nog beleven mag. Eindelijk, eindelijk, eindelijk, zijn dan de oogen geopend. (…) Maar vrouw! Maar meid! Maar knecht! Het ‘waar vaar ik het beste bij’ beginsel? Dat is geen beginsel. Dat is berekening!(…) Maar dan juich ik het niet toe. (…) Dan ben ik verwonderd of dit kindje niet voor de geboorte sterven zal.
In de loop der maanden wordt echter duidelijk dat een belangrijk deel van de hervormde ouders nog steeds vasthoudt aan de openbare school, met zijn hervormde onderwijzers en laten de ini a efnemers hun plannen varen. Enkele reformatorische hervormden kiezen voor de School met den Bijbel. De wervingsac e door middel van ‘loopjongens’ (zie adverten e) leidt niet tot het gewenste resultaat, de inspanningen van raadslid Albert Schimmel van de Christelijk‐Historische Unie ten spijt.
Maar nóg komt er geen rust, want in 1922 willen ‘kerkvoogdij en Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk proberen de Openbare School om te ze en in een Chr. School‘. Ook deze poging loopt spaak en hierna keert langzaam maar zeker de rust in de Scherpenzeelse onderwijswereld terug.
Naschri
Jarenlang nodigde het bestuur van de School met den Bijbel op bijeenkomsten bewust overwegend sprekers uit van Nederlands‐hervormde signatuur om ‘een rede in ’t belang van ’t Chr. Onderwijs‘ te houden. Men is verheugd als Jan Bakker Gzn (de mulder) in 1926 aantreedt als eerste hervormde bestuurslid. Overgelukkig is het schoolbestuur, als jdens de ouderavond van 15 februari 1935 de zojuist aangetreden hervormde predikant ds. A.J. Westra Hoekzema, vader van twee schoolgaande kinderen, het woord vraagt en o.a. het volgende zegt:
‘Gij, leden van de Gereformeerde Kerk, hebt alles over gehad voor de School met den Bijbel (…) en de anderen zagen spo end, schouderophalend, laksch toe. (…) Maar nu lee er in mijn ziel de bede, dat, vergetende wat achter ons ligt (…) wij elkaar mogen vinden in harmonische samenwerking ten opzichte van de groei der eene, ongedeelde Christelijke School te Scherpenzeel’.
Bij het schrijven o.a. geraadpleegd:
Website ‘Project Volkspe onement 1878’ – www.vp1878.nl
Edi es ‘De Holevoet’ – www.archieval.nl
Jubileumuitgave Vereniging tot S ch ng en Instandhouding van een School met de Bijbel ‘100 jaar Christelijk Onderwijs in Scherpenzeel 1898‐1998’, i.s.m. Vereniging Oud‐Scherpenzeel
SCHERPENZEELSE BOERDERIJEN EN HUN BEWONERS
De Haar
Boerderij De Haar ligt aan De Kleine Haar, een doodlopende weg van ongeveer achthonderd meter. Na 550 meter is er een pad dat leidt naar boerenhofstede De Haar. Via dat onverharde pad bereik je na plusminus honderd meter de boerderij. Het pad sluit naar het westen toe aan op de Dashorsterweg. Het is niet verwonderlijk dat velen de
Boerderij De Haar boerderij niet kennen. Je komt er niet vaak langs. De Haar ligt aan het Dashorsterpad, een van de klompenpaden hier in de omgeving. De boerderij hee als adres tegenwoordig De Kleine Haar 5, maar vroeger lag de boerenhoeve aan De Haar. Dat is veranderd toen er steeds meer woningen in het Haarscheveld werden gebouwd en men de weg langs die huizen met de naam De Haar is gaan aanduiden, tegen de zin van de bewoners van wat nu De Kleine Haar is.
Groot en Klein Kolfschoten en De Haar zijn oorspronkelijk één boerderij. Tussen 1378 en 1426 hee de splitsing tussen Groot en Klein Kolfschoten plaats1 . Het lijkt er op dat de gebroeders Jan en Gijsbert van Colveschoten het goed verdelen. Jan er Groot Kolfschoten en Gijsbert er Klein Kolfschoten, in die jd nog samen met De Haar.
De betekenis van De Haar is: hoge beboste zandgrond, vaak temidden van lagere gronden. En inderdaad, volgens de hoogtekaart van Scherpenzeel ligt de boerderij De Haar minstens een meter hoger dan het land er omheen.
Met Gijsbert is het waarschijnlijk slecht afgelopen. Mogelijk is hij geëxecuteerd. In Oud Scherpenzeel 2016 nr. 4 staat beschreven hoe dat zo gekomen is. Gijsberts dochter Catharina van Colveschoten blijkt later eigenaresse van Klein Kolfschoten en dus ook van De Haar2 . Jkvr. Catharina van Colveschoten trouwt eerst met jkhr. Jan van Lantscroon en daarna met jkhr.
Willem van Aller. Ja, ja, we zi en in de wereld van de adel. Om er zeker van te zijn dat haar zoon Gijsbert van Lantscroon de boerderij zal erven wordt hij er in 1474 alvast mee beleend. Hij is dan nog onmondig, dus nog geen 25 jaar oud. Als hij in 1488 mondig is geworden laat hij officieel vastleggen dat hij de nieuwe eigenaar is3 . Als dank krijgt zijn moeder voorlopig de opbrengst. Niet voor lang overigens. Als hij kort daarna trouwt met Petronella Johansdr van de Haer krijgt zij het derde deel van de opbrengst in plaats van zijn moeder4 . Met het overlijden van moeder Catharina in 1491 verdwijnt de naam Lantscroon voor zeven g jaar uit de Scherpenzeelse boeken. Maar omdat belangrijke familiepapieren bewaard zijn gebleven in het archief van Huis Ter Horst in het Gelderse Loenen kunnen we nagaan hoe de opeenvolging van eigenaren is geweest5 . De familie woont zelf in de stad Utrecht in een huis dat heel toepasselijk Huis Lantscroon heet6 .
Gijsbert van Lantscroon en Petronella Johansdr van de Haer krijgen in ieder geval drie kinderen. Zoon Jan van Lantscroon er de boerderij. Dat weten we door een akkefietje uit ca. 1545 waar een processtuk van bewaard is gebleven7 . Wat is er aan de hand? Jan hee 100 gulden geleend van Arent Jansz uit Barneveld. De rente is 6 gulden per jaar en het onderpand is de “Cleen Colmeschoter Haer”. Dus de Haar van Klein Kolfschoten. Omdat er een lening op een deel van de boerderij wordt afgesloten kan betekenen dat het hier al om twee aparte boerderijen gaat. Maar laten we verder gaan met het proces. Na het overlijden van Jan wordt zijn broer Adriaen van Lantscroon de eigenaar. Maar Adriaen weigert de rente van de lening van zijn broer aan Arent Jansz te betalen. Arent Jansz stapt naar het gerecht van Scherpenzeel en laat beslag leggen op het koren, de paarden, koeien en schapen op de boerderij. Let wel, de pachter draait er voor op, niet de eigenaar. Omdat Adriaen blij weigeren, komt het proces voor het Hof van Gelre. Adriaen beweert dat er geen beslag gelegd mag worden volgens het Gelders leenrecht als je een rente van een ander niet betaalt. Uit het langdurige proces blijkt dat Adriaen gelijk gaat krijgen. Adriaen is trouwens van goede wil. Hij betaalt ondertussen de achterstallige renten. Nu begint Arent Jansz ‘m te knijpen. Moet hij de moeizaam verkregen rente weer terug betalen? Maar het valt mee. Hij krijgt geen gelijk maar mag de centen houden.
Adriaen van Lantscroon trouwt in 1543 met Brechgen van Ju aes. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren. Als vader Adriaen in 1562 overlijdt er zoon Frans van Lantscroon “Cleijn Colverschoten mit die Haer mit alsulcken toebehoren, landt ende sandt, heijde ende weijde, bossche ende broeck”. Frans van Lantscroon, die zich voortaan de ig François noemt, trouwt in 1569 met Maria van Boschuysen. Weer zwijgen de Scherpenzeelse boeken voor zes g jaar. Maar dankzij die andere bron weten hoe het verder gaat. Frans, sorry François en Maria krijgen twee zoons: Adriaen en Jacob van Lantscroon. Adriaen er Klein Kolfschoten en De Haar. Hij trouwt met Vendelmoer van Brienen. In 1626 zijn zij allebei overleden en wordt oom Jacob van Lantscroon, heer van Kij oek er namens hun kinderen mee beleend8 . Adriaen en Vendelmoer krijgen één zoon: Frans van Lantscroon. Als hij in 1640 meerderjarig is geworden, is hij voortaan eigenaar. In 1657 vindt hij de jd gekomen om Klein Kolfschoten en De Haar te verkopen. Hij verkoopt Klein Kolfschoten aan de pachter Jan Rutgersz van Ginkel en De Haar aan Willem Gijsbertsz9 . Daarmee nemen we afscheid van de familie Lantscroon, ruim twee eeuwen lang eigenaar, en komen we nu bij de bewoners van De Haar.
We gaan terug naar 1566, de eerste vermelding van een bewoner en daarmee van het bestaan van een boerderij. Hij heet Willem Andriess en woon ‘op de Haer’. In die jd heerst er graanschaarste en elke boer in de provincie krijgt bezoek om het graan te tellen. Willem hee 30 vimmen rogge, 70 vimmen boekweit, 50 vimmen haver en drie mud boekweit in de zak. Er wonen zeven mensen op de boerderij10 . In de volgende zeven g jaar hebben we slecht enkele flarden van bewoners. In 1613 trouwt Meeuws Cornelisse, van de Haer met zijn buurmeisje Insgen Albertsen, van de Weerthof. In 1616 trouwt Peter Ariaensz, op de Haer met Petertje Cornelissen, van Overeem11 .
Vanaf 1635 komen er meer gegevens. Peter Rijcksen, op de Haer hoe dat jaar geen dorpsbelas ng te betalen omdat hij een lening hee gegeven aan het gemeentebestuur. Hij zal later verhuizen naar Breeschoten en de stamvader worden van een familie met die achternaam. Zijn zoon Rijck Petersz, getrouwd met Teuntje Jans, neemt de pacht over. Rijck hee dan al een boete wegens vechten met zijn buurman Willem Thonis van Kolfschoten. Willem, ook niet de minste, krijgt een boete omdat hij Rijck bedreigt met een mes12 .
De spanning tussen de buren loopt in 1645 weer op als Willems broer Hendrick Thonis van Kolfschoten een paard, dat hij voor 72 gulden van Rijck had gekocht, niet wil betalen. Het gerecht moet hem daartoe dwingen13 . In 1647 wordt de boerderij omschreven als 10 morgen groot (alleen bouwland telde). Er zijn vier paarden en zes koeien, wat het tot één van de grotere boerderijen van Scherpenzeel maakt14 .
In 1656 komt Rijck in de problemen als het gerecht hem dwingt om zijn schulden aan twee mensen te betalen15 . Zoals gezegd wordt de boerderij in 1657 verkocht. De pachters Rijck en Teuntje krijgen geen nieuw contract en vertrekken naar Renswoude.
De nieuwe eigenaar heet Willem Gijsbertsz. Willem gaat zelf niet op de boerderij wonen, nee, hij woont zelf op de Haar, onder aan de Amerongse berg. Het is wat verwarrend om de buurtschap De Haar en de boerderij De Haar uit elkaar te houden. De boerderij verhuurt hij aan zijn broer Brand Gijsbertsz. Die trouwt in 1659 met Maaijtje Arris, geboren op De Pol. Zij krijgen vijf kinderen waarvan er twee vroeg overlijden. Als ook Brand in 1677 is overleden, gaat zijn vrouw door op de boerderij. Zij gaat zelfs een halve morgen land ontginnen. Dat is een stukje land ter groo e van een voetbalveld. Maar er moet belas ng betaald worden over nieuw ontgonnen land, de novalie end. Daar hee ze weinig zin in. Na een jaar rechten komt men tot een akkoord16 . Als Maaijtje Arris op lee ijd is gekomen gaat zij met de drie overgebleven kinderen op Klein Donkelaar wonen.
In 1675 is Oth Gijsbertsz eigenaar geworden als erfgenaam van zijn broer Willem Gijsbertsz17 . De situa e wordt wat ingewikkeld als Oth besluit om de boerderij in 1684 voor de hel te verkopen aan zijn zuster Neeltje Gijsberts18 . De andere hel beloo hij in 1687 aan zijn enjarige zoontje Gijsbert O en. Tot 1734 zal de eigendom gesplitst blijven.
Als de boerderij in 1677 vrij komt, wordt er in de familie een opvolger gezocht. Dat wordt een dochter van de zojuist genoemde Neeltje Gijsberts, Marij en Aertsen van Donckelaer. Zij trouwt met Teunis Petersz van Wi enberg. Zoals de naam al doet vermoeden, komen zij vanaf Wi enberg met hun twee kinderen op De Haar wonen. Daar worden nog eens zes kinderen geboren. Slechts de hel blij in leven. Zij bezi en nog meer: ze erven de hel van de boerderij Klein Romselaar op Voskuilen en kopen land in de Lagewei en in Klein Lambalgen.
Na der g jaar, in 1707, verhuizen zij naar de boerderij ´t Plaatsje op Voskuilen onder Woudenberg. Niemand van de kinderen wil de boerderij De Haar overnemen. Dat is niet zo gek, want zij zijn ook nooit eigenaar geworden. Na overlijden van moeder Neeltje Gijsberts is een andere dochter, Maij en Aertsen van Donckelaar eigenareese van de hel van De Haar geworden. En na haar overlijden er haar zoon Aert Hendricksz Vermeulen, uit haar huwelijk met de Woudenbergse paardenkopen Hendrick Dircksz Vermeulen, deze hel 19 . Aert is dan nog maar een jaar of vij ien. Als hij volwassen is geworden verkoopt hij zijn hel van de boerderij voor 1151 gulden aan een ver familielid Hendrik Evertsz van Davelaar, die ook weer woont op dat andere De Haar onder Amerongen20 .
Maar wie gaat er in 1707 op de boerderij wonen? De opvolger komt uit de nakomelingen van de eigenaren van de andere hel van De Haar. Die andere hel was door vader Oth Gijsbertsz beloofd aan de kleine Gijsbert O en, toen 10 jaar oud. Maar kleintjes worden groot en als Gijsbert 30 jaar is wordt het jd om te trouwen. In 1707 trouwt hij Arisje Hendriks van Klein
Landaas. Het kersverse echtpaar komt op De Haar. Lang duurt hun geluk niet.
Zij schenkt hem één kind en overlijdt. In 1710 trouwt Gijsbert opnieuw. Zijn tweede vrouw heet Geurtje Willemsen van Langelaer en komt van ’t Vliet. Twee jaar later krijgen Gijsbert en Geurtje de kans om de andere hel van De Haar te kopen van Hendrik Evertsz van Davelaar21 . Die laat hen daarvoor flink bloeden. Zij moeten 2000 gulden betalen en daarmee krijgt Hendrik bijna het dubbele van wat hij er eer jds voor hee betaald. Maar De Haar is nu weer in één hand.
Uit het tweede huwelijk worden drie kinderen geboren. Dan overlijdt Gijsbert en zijn tweede vrouw trouwt met Geurt Brantsen, een boer uit Kallenbroek. Weer komen er vijf kinderen bij. Al deze kinderen noemen zich voortaan Van de Haar. O o Gijsbertsz van de Haar, de enige zoon uit het eerste huwelijk, mag De Haar overnemen. Dat gaat niet vanzelf. De hel krijgt hij ‘alvast’ in 1716 als zijn vader is overleden. Hij is dan nog maar acht jaar oud. De andere hel koopt hij in
1734 voor 2000 gulden van zijn moeder en s efvader op voorwaarde dat zij er tot 22 februari 1735 mogen blijven wonen22 . O o kan blijkbaar nauwelijks wachten tot ze weg zijn23 . Vijf dagen na hun vertrek trouwt hij met Maria Gerrits van Egdom. In datzelfde jaar moet O o op het matje komen bij de Vrouwe van Scherpenzeel. Zij is eigenaresse van Oud Willaar en O o hee het gewaagd om zijn schapen door het Oud Willaarse heiveld te drijven en die hebben natuurlijk hun buikjes rond gegeten. Hij beloo het nooit meer te doen24 . Maria schenkt hem twee dochters en overlijdt in 1740. O o koopt voor haar een graf in de Grote Kerk. En de steen ligt er nog steeds25 . Direct laat O o een testament maken waarin hij bepaalt dat zijn twee dochters De
Haar zullen erven26 .
Dat De Haar tot de grotere boerderijen van Scherpenzeel behoort blijkt uit de belas ng op de haardsteden in 1740. Daarin betaalt de boer voor maar liefst drie haardsteden. Alleen Huis Scherpenzeel hee er meer27 .
Wil O o weer snel hertrouwen? Nee hoor, hij hee geen haast. Het gemis aan een vrouw in huis wordt jdelijk opgevangen doordat er een jong echtpaar bij hem intrekt. Het zijn Hendrik Cornelissen van Huigenbosch en Geurtje Claassen. Ze komen van Schaik en blijven tot 1747. Na een korte stop op Emmikhuizen zullen zij gaan boeren op Klein Orel.
O o vindt de jd gekomen voor een tweede huwelijk, met Arisje Jans van Ginkel. Uit dit huwelijk worden twee jongens geboren: Gijsbert en Jan. Bij de volkstelling van 1749 staat: Oth Gijsbertse, boer, getrouwd, 1 kind tot 10 jaar, 1 kind van 10‐15 jaar, 5 volwassen, waarvan 2 knechts en 1 meid. De kleine Gijsbert is dus al overleden. Maar ook Arisje overlijdt op jonge lee ijd. Deze keer wacht O o niet zo lang met hertrouwen. In 1751 trouwt hij met de 16 jaar jongere Aaltje Hermans van Kolfschoten. Dit huwelijk blij kinderloos. O o overlee ook zijn derde vrouw. De oudste dochter Arisje neemt met haar man jdelijk de boerderij over maar vertrekt in 1772 naar Woudenberg. O o grijpt weer terug op een beproefde methode: een jong gezin bij hem in laten wonen. Deze keer zijn dat Aalbertus Lubbertsz Hoogweg en Gerritje Jansd van Voskuilen. Ze komen van Klein Donkelaar en zullen tot O o’s overlijden in 1782 blijven.
Als O o is overleden overleggen de drie overgebleven kinderen hoe zij de erfenis zullen verdelen. De boerderij is bij testament beloofd aan de oudste dochters. Maar die zijn inmiddels getrouwd en wonen ergens anders. De oudste dochter woont in Woudenberg. Gerritje, de tweede, trouwt de rijke Evert Cornelissen Floor uit Lunteren. Hij leent zijn schoonvader op een keer 500 gulden28 . De omgekeerde wereld. Meestal lenen de kinderen van de ouders.
Nu blij zoon Jan O en van de Haar over. Hij ziet het zi en om de boerderij voort te ze en. Hij is vier jaar geleden getrouwd met Arisje Corsen Pater, geboren op ’t Hooiboek.
De boerderij wordt getaxeerd op 6300 gulden met een schuld van 900 gulden. Er blij dus 5400 gulden over, voor elk kind 1800 gulden. Om de boerderij over te nemen moeten zij de anderen uitkopen. Zoveel geld hebben Jan en Arisje niet. Geen probleem, hij leent 1200 gulden van halfzus Arisje en 2900 gulden van halfzus Gerritje29 . Gelukkig gaat het Jan en Arisje voor de wind en in 1799 hebben ze al 2200 gulden afgelost. In hun testament zijn hun kinderen natuurlijk de erfgenamen. Wel regelen ze het zo dat opbrengst van de boerderij voor de langstlevende blij 30 .
Sinds 1781 loopt er op de boerderij een kostganger rond. Het is de 33‐jarige Hendrik Ouwens. Hij wordt door de diaconie van Scherpenzeel uitbesteed voor kost en inwoning en een broek en een kiel. Hendrik is arm en wordt zo goedkoop onderhouden. Tot 1792 blij hij, dan gaat hij naar Gooswilligen31 .
Het leven op De Haar gaat rus g door. Jan en Arisje krijgen acht kinderen. Twee zullen er jong overlijden. In 1795 wonen op De Haar 11 personen waarvan 3 meerderjarig manspersoon32 . Verder laten zij een testament op de langstlevende maken en lenen nog eens 600 gulden van Jan Homoet uit Scherpenzeel33 . In 1805 overlijdt Arrisje en in 1807 Jan. Hun kinderen blijven gezamenlijk door boeren. Gaandeweg zullen drie van hen ongehuwd overlijden. In 1858 zijn er nog drie kinderen van de acht over: O o, Arisje en Gijsbert van de Haar. O o trouwt als eerste met de Lunterse Hilletje Roskam. Arisje trouwt met Cornelis van Leersum, fabrikeur in wol, en gaat in Scherpenzeel wonen. Tenslo e is daar nog Gijsbert, de schaapherder van het gezin. Hij trouwt met Jannigje Broekhuizen uit Rijswijk en zij gaan daar wonen.
De Haar 1832
O o en Hilletje blijven alleen over op de boerderij. Hun enige dochtertje Arisje zal op 18‐jarige lee ijd overlijden. Ook zij maken een testament op de langstlevende34 . Als zij op lee ijd komen, O o is 78 en Arisje 62 jaar, wordt het jd om eens naar de toekomst te kijken. De boerderij is nog steeds van de drie kinderen samen. In 1858 vindt er een boedelscheiding plaats. We krijgen dan een beeld van de boerderij. De Haar bestaat uit een huismanswoning, bakhuis, twee schuren, twee korenbergen, twee schaapskooien, varkenshokken, erf, tuin en 69.73.94 ha land. Eén van de grootste boerderijen van Scherpenzeel. O o en Hilletje worden door zijn broer en zus uitgekocht voor 12.000 gulden35 . O o krijgt het veldgewas, wat hij prompt gaat verkopen36 . Waarschijnlijk voelt hij zijn einde naderen want hij verkoopt ook de hele inboedel voor 2200 gulden37 . Enkele maanden na de boedelscheiding overlijdt hij in 1859. Zijn vrouw Hilletje keert terug naar Lunteren.
Wat er de volgende vijf jaar gebeurt blij onduidelijk. De Haar wordt van 1865‐1875 verpacht aan Cornelis van Wolfswinkel en Jannigje van Ravenhorst. Cornelis is net getrouwd en komt van Groot Schaik. Op De Haar worden hun eerste vijf kinderen geboren. De situa e verandert als
Jannigje de boerderij Lammersdam in Maarsbergen er van haar ouders.
Cornelis en Jannigje besluiten om te verhuizen en de eigenaren van De Haar moeten op zoek naar een nieuwe pachter. Dat worden de net getrouwde Jan Meerveld en Hendrika Druijf. Jan kan met de kruiwagen verhuizen, want hij komt van Groot Donkelaar. Lang duurt hun geluk niet. Twee jaar later, in 1877 overlijdt Jan Meerveld. Uit zijn nalatenschap blijkt dat hij De Haar pacht voor 700 gulden per jaar38 . De inventaris is 7400 gulden waard, maar er is een schuld van 1000 gulden. Opmerkelijk is de 800 gulden die hij schuldig is aan Albertus ten Broek voor geleverd rijstmeel. Was Jan zo modern dat hij zijn koeien rijstmeel gaf als krachtvoer? Een jaar later hertrouwt Hendrika met Gerrit van Ekeris uit Maarn en zij blijven er wonen tot 1889.
Inmiddels is De Haar in één hand gekomen. Eigenaresse van de hel , Arisje van de Haar trouwde zoals gezegd met fabrikeur Cornelis van Leersum. Hun einige kind dat in leven blij , Gerrit van Leersum, er deze heflt. De andere hel was van zijn oom Gijsbert van de Haar, die naar Rijswijk was verhuisd en daar inmiddels was
Cvaonrn Realivse vnahno Wrstolfswinkel en Jannigje overleden. Nu weet Gerrit een mooie deal te maken met zijn tante. Hij ruilt de hel van een perceel uiterwaard
met hakhout dat hij in Rijswijk bezit met een vierde deel van De Haar39 . Hij moet 100 gulden bijleggen. Hij kan ook nog eens 6500 gulden lenen van zijn tante40 . Daarmee kan hij zijn wolhandel in Scherpenzeel een flinke impuls geven.
In 1903 maakt Edzard Willem Koning een fraaie crayontekening van De Haar. Die a eelding bevindt zich nu in het archief van Vereniging Oud Scherpenzeel en is a oms g van meester Schipper die de tekening in 1903 hee gewonnen. Achterop staat de tekst: Deze crayontekeening is naar de natuur getekend door den kunstschilder Edz. Koning die eenige jaren hier hee gewoond. De teekening stelt voor de boerenhoeve De Haar , bewoond door Wessel, eigenaar G. van Leersum. Als prijs bij
’t biljarten door mij gewonnen. 3
Crayontekening van De Haar door E.W. Koning, 1903 maart 1903. Scherpenzeel H.
Schipper.
Een vrijwel iden ek exemplaar is onderdeel van de Collec e en foto Rijksprentenkabinet Amsterdam (1977‐42).
Als de vorige pachters naar Doorn zijn vertrokken, wordt hun plaats ingenomen door Albert van Wessel en Maria Lokhorst. Zij komen vanaf Wi enberg met hun vier kinderen naar De Haar. De pacht bedraagt op een gegeven moment 500 gulden per jaar. De boerderij wordt geschat op 15.000 gulden41 . Albert van Wessel overlijdt in 1909. Zijn echtgenote Maria vertrekt later naar Klein Orel.
De Haar vanaf 1911
Op 18 oktober 1911 wordt De Haar openbaar verkocht in koffiehuis ‘De Prins’ in Scherpenzeel. De hofstede met bijbehorende grond hee een oppervlakte van bijna 70 ha en is eigendom van de echtgenote en de kinderen van Gerrit van Leersum (1827‐1908). Gerrit was getrouwd met Heintje van Dronkelaar. Ze krijgen samen zeven kinderen: Gerard, Gerritje, Arrisje, Wouterus, Willemijntje en Evert Jan. Twee kinderen zijn voor 1911 al overleden: Gerritje in 1893 op 32jarige lee ijd en Evert Jan is een half jaar na zijn geboorte in 1871 overleden.
Van de erfgenamen van Gerrit van Leersum is alleen de oudste zoon Gerard Cornelis landbouwer. Zijn broer Wouterus is bakker en zijn zusters Arrisje en Willemijntje zijn respec evelijk getrouwd met een koperslager en een predikant.
Veiling
De openbare verkoping van De Haar vindt plaats bij afslag en opbod, zoals in Scherpenzeel gebruikelijk is. Bij de afslag geniet de hoogste bieder trekgeld.
De biedprijs gaat eerst omhoog, als verschillende mensen een bod uitbrengen dat telkens hoger is dan het vorige. Wordt er niet meer geboden, dan is het maximum kennelijk bereikt. Daarmee is het opbod bepaald en kan het afslaan beginnen. De veilingmeester begint met een bedrag en noemt daarna telkens een lager bedrag, totdat iemand “mijn” roept. Wie dat roept, is de koper. De koopprijs is dan het bedrag dat bij opbod het hoogste was, plus de afmijnprijs. Dat is het bedrag dat genoemd werd toen de koper “mijn” riep. Daarmee is de koper er nog niet, want hij moet ook nog de veilingkosten betalen. Tot die veilingkosten hoort het plokgeld, ook wel strijkgeld of trekgeld genoemd. Het trekgeld is een beloning voor de man of vrouw die bij het opbieden het hoogste bedrag dur te bieden. Hij/zij legt daarmee de basis voor een zo hoog mogelijke verkoopprijs. Dat is wel een premie waard, te meer daar deze bieder het risico loopt dat hij/zij aan het laatste (op)bod blij hangen, als er bij het afslaan helemaal niemand “mijn” roept.
Amersfoortsch Dagblad, 7 oktober 1911
Nadat de kopers aan hun verplich ngen hebben voldaan kunnen zij het gekochte op 18 januari 1912 aanvaarden. De hofstede en een deel van de te verkopen grond is tot 22 februari 1913 verpacht aan Maria van Wessel. De jacht op de percelen is tot 1 januari 1914 verhuurd aan burgemeester Anton Royaards voor zes g gulden per jaar.
Wat wordt er geveild?
De kapitale boerenhofstede De Haar. Daartoe behoort het woonhuis met achterhuis, bakhuis, grote schuur, loodsen, twee vijfroeden hooibergen, varkenshokken, twee schapenhokken, tuin, boomgaard, wei‐ en hooilanden, dennenbossen, voor ontginning geschikte heidevelden en lanen en wegen met een totale oppervlakte van ruim 68 ha. Ongeveer 30 ha bestaat uit heidevelden en bos.
De Haar wordt aangeboden in zeven massa’s. Dat wil zeggen dat de mogelijkheid bestaat één of meerdere delen van het geheel te kopen. De grootste massa (het geheel) bestaat uit alle veer en percelen inclusief de hofstede.
Bomen op de percelen vallen buiten de veiling en worden kort na de openbare verkoping verkocht, waarbij de nieuwe eigenaren het eerste recht van koop hebben en zij de bomen tegen de prijs waarvoor ze worden aangeboden kunnen kopen.
Ten aanzien van erfdienstbaarheden geldt het volgende: de kopers moeten de uitweg naar de Goorsteeg en de Tabaksteeg (nu Dashorsterweg) toegankelijk houden voor derden.
Er zijn meerdere kopers. Het is landbouwer Johannes de Leeuw uit Lopikerkapel (gemeente Jaarsveld) aan wie de percelen één tot en met negen wordt gegund. Die percelen hebben een oppervlakte van ruim 37 ha, waarvan ruim 4 ha heideveld is. De Leeuw is hiervoor 22.160 gulden verschuldigd.
Veilingkaart 1911
Familie De Leeuw op De Haar
Johannes en Leonora de Leeuw
Johannes de Leeuw en zijn echtgenote Leonora de Vos komen in 1913 met acht kinderen naar Scherpenzeel om zich op boerderij De Haar te ves gen. In deze jd komen wel meer boeren uit het Utrechtse deze kant op. Een broer van Leonora, Hendrik de Vos, komt een jaar eerder, in 1912, op de Brinkkanterweg wonen, maar hij vertrekt alweer in 1921. Broer Anthonie ves gt zich in 1918 ook in Woudenberg. Ook hij houdt het niet lang vol: in 1926 is hij met zijn gezin naar
Johannes de Leeuw Leonora de Vos Loosdrecht verhuisd.
Familie De Leeuw. vlnr Johannes jr, Dirk zn van Johannes en Dirkje, Dirkje, Johannes zn van Johannes en Dirkje, Johannes sr, Henk, Leonora, Driek, Chris, Elbertus, Huib, Elizabeth, Riek, 1908
De reden van hun komst naar De Haar is niet zeker. Waarschijnlijk zien Johannes en Leonora op De Haar meer mogelijkheden om hun kinderen een betere toekomst te bezorgen. Twee zonen van Johannes en Leonora, Bart en Driek, gaan als ‘kwar ermakers’ voor de familie uit naar De Haar. De boerderij ligt afgelegen en er is nog maar nauwelijks bebouwing in de directe omgeving die voor een groot deel uit heidevelden bestaat. Als Driek in de eeuwenoude lindeboom klimt en de omgeving rich ng Kolfschoten af tuurt, roept hij naar zijn broer: ‘Bart, Bart, ik zie een mins…’ Van Evert Lokhorst leert Johannes het boeren op De Haar waar de bewerking van de grond anders is dan in Lopikerkapel. Johannes is 58 jaar en Leonora is een paar jaar jonger als ze zich in Scherpenzeel ves gen. Twee kinderen zijn kort na hun geboorte in Lopikerkapel overleden. De oudste zoon is Johannes, hij is in 1911 getrouwd met Dirkje de With en woont al voordat het gezin naar Scherpenzeel verhuist in Rhenen.
Hij overlijdt in 1915 als hij pas 29 jaar is. Zijn echtgenote Dirkje trouwt later met Driek de Leeuw, een jongere broer van Johannes. Twee andere broers, Henk en Toon, emigreren naar Amerika. Toon is in 1919 getrouwd met Albertha Sophia Heinen en woont voordat hij emigreert nog enkele jaren aan de Dorpsstraat. Johannes de Leeuw plant wilgentenen op De Haar voor het vlechten van manden en het binden van rieten daken. De wilgentenen brengt hij naar Langbroek. Dochter Elizabeth trouwt in 1924 met Hendrik van den Brandhof. Zij laten boerderij Veldzicht (iets voorbij De Haar) bouwen en gaan daar boeren op ongeveer 17 ha bouw‐ en weiland dat ze overnemen van de ouders van Elizabeth. De oppervlakte van De Haar krimpt tot plusminus 22 ha. In 1927 verlaat dochter Hendrieka hofstede De Haar als ze trouwt met Gerard Lagerweij en met hem in Renswoude op boerderij De Beek gaat wonen. Zoon Bart de Leeuw treedt in 1929 met Jaantje Veldhuizen in het huwelijk en vertrekt dan van De Haar. Dat is niet helemaal waar, want Bart en Jaantje bouwen aan de Tabaksteeg een woning op ruim 3 ha van De Haar. Ze geven de woning de naam ‘Boschzicht’. (De straatnaam duidt mogelijk op tabaksteelt die daar vroeger is geweest). Dan blij er ruwweg nog 19 ha van De Haar over. In de jaren zes g koopt familie Van der Gri (die dan op De Haar boeren) weer 2 ha terug.
Boven vlnr: Gerard Lagerweij en echtgenote Hendrieka (Riek) de Leeuw, Hendrik v.d. Brandhof met zoon Wulfert Jan v.d. Brandhof, Adriana de Leeuw‐van Veldhuizen (echtgenote van Bart), Elizabertus (Bart) de Leeuw, Huib en Chris de Leeuw.
Onder vlnr: Johannes de Leeuw sr, Elizabeth Hendrieka van den Brandhof
(echtgenote van Hendrik), Leonora (Noor) Johanna v.d. Brandhof, Driek de Leeuw, Dirkje de Leeuw‐de Wit, Leonora de Leeuw‐de Vos, 1927
Chris en Huib de Leeuw
Als de meeste kinderen zijn uitgevlogen blijven de twee ongetrouwde broers Chris (1899) en
Huib (1901) de Leeuw met hun ouders achter op De Haar. Ze krijgen hulp van Ali Hoogebeen uit Voorthuizen die als huishoudster op De Haar komt wonen en werken. In eerste instan e zorgt ze voor moeder Leonora die ziek is. Ali hee daarvoor op boerderij De Beek bij de familie Lagerweij gewerkt. Als Hendrieka in 1927 trouwt en niet meer de hele dag voor haar moeder kan zorgen, komt Ali naar De Haar en doet Hendrieka het werk op De Beek. Leonora overlijdt in 1930. Haar echtgenoot Johannes is vijf jaar later in 1935 gestorven.
Chris en Huib boeren samen verder op De Haar, geholpen door huishoudster Ali. ‘Aal’ is een beetje in zichzelf gekeerd en wordt bij jd en wijlen door het manvolk op de
vlnr Ali Hoogebeen, Geurt Bogers
(boerenknecht), Gerard Lagerweij, boerderij geplaagd. Haar werk wordt zeer gewaardeerd
1927 door Chris en Huib. Voor het verzorgen van hun ouders krijgt ze een bijbeltje met een gouden slui ng. In de oorlog worden Chris en Huib vrijgesteld van werkzaamheden voor de Duitsers. Als Gerard Lagerweij in december 1944 wordt afgevoerd door de vijand, komt zijn echtgenote Hendrieka in januari 1945 jdelijke terug bij haar broers op De Haar. Van Gerard is nooit meer enig levensteken ontvangen. Op De Haar is weinig oorlogsschade. Voor het dichten van granaatgaten in het land wordt een schadevergoeding van drieënvij ig gulden ontvangen.
Henk van Oostrum
Het is een vrolijke boel op de boerderij. Omdat ‘alles kan’ bij Chris en Huib komen verschillende opgroeiende jongens zoals Hans Klumpenaar, Henk van Oostrum en
Cees ter Burg er graag helpen. Henk van Oostrum is in 1943 in Scherpenzeel geboren. Midden jaren vij ig gaat hij op de fiets naar de middelbare school in Amersfoort. Het is de jd waarin Henk voor het eerst op boerderij De Haar komt bij Chris en Huib de Leeuw. Vaak is hij samen met Cees ter Burg, ook uit Scherpenzeel.
Het is er gezellig. Chris en Huib zijn gastvrij Henk van Oostrum
en maken graag een praatje. Steeds vaker helpen Henk en Cees mee op de boerderij. Het gebeurt nogal eens dat Henk spijbelt en op De Haar gaat helpen. Met een smoesje weet hij Chris en Huib te overtuigen dat hij die dag niet naar school hoe . Zijn vader is laaiend als het gespijbel aan het licht komt en de resultaten op school niet om over naar huis te schrijven zijn. Maar Henk gaat zoveel mogelijk z’n eigen gang… Ook in de weekenden en de schoolvakan es is Henk op De Haar te vinden. Hij eet en slaapt er dan zelfs, net als Cees. Henk leert er melken en allerlei andere werkzaamheden.
Chris en Huib zijn blij met de extra handen op de boerderij en ze vertrouwen Henk en Cees veel toe. De gebroeders De Leeuw kunnen het goed met elkaar vinden en de onderlinge samenwerking op de boerderij is goed. Na het werk is er jd voor een spelletje kaarten, dammen en worden er (sterke) verhalen verteld. Veel verhalen gaan over de jd waarin de heidevelden op De Haar zijn ontgonnen. Zwaar werk dat
Vlnr Chris en Huib de Leeuw en Cees ter Burg grotendeels met de hand is gedaan. De heidevelden worden met ossen geploegd en als landbouwgrond geschikt gemaakt. Voor die jd is De Haar een behoorlijk groot bedrijf. Er zijn ongeveer twin g melkkoeien, fokzeugen en mestvarkens. In twee kippenhokken wonen zo’n vij onderd legkippen. De eieren worden opgehaald door eierhandelaar Koster uit Barneveld. Melkrijder Bertus Werkman brengt de gevulde melkbussen naar De Vooruitgang in Woudenberg. In die jd is er nog één vijfroeden hooiberg over van de twee die er oorspronkelijk hebben gestaan. Ook is er een hooitas. Hooien is zwaar werk, het hooi wordt op de wagen gestoken. Er worden nog geen balen geperst, dat komt pas later. De hooggelegen gronden gebruiken Chris en Huib als bouwland. Als er geoogst wordt, helpen de buren. Voordat de tractor zijn intrede op De Haar doet, hebben Chris en Huib twee paarden in dienst die het zware werk doen. Chris zorgt vooral voor de varkens, terwijl Huib zich bezighoudt met de kippen. Hij raapt de eieren en put water uit de sloot voor de kippen. Samen melken Chris en Huib de koeien. ’s Winters als de koeien op stal staan gebeurt dat binnen. ’s Zomers worden ze in weer en wind buiten in het melkhok gemolken. Dat is eigenlijk geen hok is, want het is slechts een omheinde plek waar de dieren zonder te worden vastgezet één voor één worden gemolken. Zi end op een melkkrukje met een emmer onder de koe en de achterpoten met een touwtje bij elkaar gebonden worden de koeien gemolken. De melk in de emmer wordt in de teems gegoten, die is voorzien van een filter om de melk te zuiveren. Hond Bobby brengt de melkbussen met de hondenkar naar de boerderij. Eind april, als de koeien naar buiten gaan, verhuizen de gebroeders De Leeuw vanuit de heerd in de boerderij naar het bakhuis. Steevast wordt de koeienstal op Koninginnedag schoongespoten. Zodra de koeien in oktober op stal gaan, wordt het bakhuis verlaten en verblijven Chris en Huib tot het voorjaar in de boerderij.
Chris de Leeuw Eierkisten van Huib de Leeuw en Hendrik
van de Brandhof
Chris de Leeuw is een levensgenieter die elke zaterdagavond naar Scherpenzeel bromt op z’n bromfiets om daar een kaartje te leggen. Broer Huib is wat meer ingetogen en gaat ook op zaterdagavond naar Bart van Beek die in een noodwoning aan het eind van het pad naar de Dashorsterweg woont met zijn dochter Gijsje om een bakkie koffie te drinken. ‘s Woensdags gaat Huib naar de markt en brengt hij een bezoek aan mevrouw Van Oostrum, moeder van Henk. Chris lust graag een borreltje, maar drinkt nooit te veel. Een fles jenever staat in de kelder. Het ‘jeneverpeil’ wordt met een streepje aangegeven, zodat je kunt zien of er iemand aan de fles hee gezeten. Als Piet Osnabrugge jdens het waterdicht maken van de kelder samen met Henk van Oostrum de jeneverfles leeg drinkt, doet hij er water in tot het streepje. Even later komt knecht Evert van Dijk binnen die de jonge jongens aanspoort de fles leeg te drinken. ‘Je krijgt een gulden als je de fles helemaal leeg drinkt.’ Met stomme verbazing ziet hij hoe Piet Osnabrugge de fles aan zijn mond zet en de inhoud achterover giet. Hij weet niet dat Piet de fles even daarvoor met water hee gevuld… Gijp van Dijk, broer van Evert, is ook jarenlang boerenknecht op De Haar geweest. Chris de Leeuw overlijdt in 1960 ten gevolge van een brommerongeluk in november 1959. Dat gebeurt op het moment dat hij op weg is om kennis te maken met een nieuwe huishoudster, die Ali Hoogebeen moet vervangen. Zij is op lee ijd en hee na ongeveer der g jaar De Haar verlaten. Chris ligt weken in coma voordat hij overlijdt. Als hij is overleden, dan is het Henk van Oostrum die de varkens en de fokzeugen zelfstandig verzorgt. Henk is op dat moment 17 jaar. Jopie de Leeuw, dochter van broer Bart de Leeuw van Boschzicht, hee ook nog een jdje in de huishouding op De Haar geholpen. Sinds de dood van Chris blij knecht Evert van Dijk dag en nacht op De Haar. Na zijn militaire diens jd werkt Henk eind 1963 nog drie maanden full me op de boerderij. Dan vindt zijn vader het jd worden dat hij een vaste betrekking gaat zoeken en komt Henk van Oostrum als kantoormedewerker bij slachterij Van Staveren
De Nieuwe Holevoet, 5 januari 1960 in dienst. Daarna komt Henk niet zo vaak meer op
De Haar. In 1965 trouwt hij met Ineke Rebergen.
Jopie en Sies van der Gri
Jopie van den Brandhof, dochter van Elizabeth van den Brandhof‐de Leeuw en Hendrik van den Brandhof, is in 1930 geboren op Veldzicht. Als ze van de lagere school De Glashorst komt, wil ze graag ‘doorleren’. Ze gaat naar de HBS in Amersfoort. Ze maakt die opleiding helaas niet af. Hoewel haar ouders haar de ruimte geven om zich op school te ontwikkelen, zijn het anderen in de familie die dat niet nodig vinden en haar liever op de boerderij aan ’t werk zien. In 1954 trouwt haar broer Wuf van den Brandhof met Dina Adams. Zij gaan in de woning die in 1953 tussen De Haar en Veldzicht is gebouwd wonen. In 1958 ruilen Wuf en Dina van woonruimte met hun (schoon)ouders. Jopie en haar zus Nora verhuizen mee. Dochter Janny is dan al het huis uit en werkt bij een gegoede familie in Wassenaar.
Jopie komt begin jaren zes g naar De Haar om voor haar oom Huib te zorgen. Ze is er dagelijks van een uur of en tot een uur of drie.
Ontwikkeling van De Haar 1911‐1997.
Vier detailkaartjes. Het paars omlijnde gebied omvat de percelen die in 1911 openbaar zijn verkocht. Boerderij De Haar is hierin centraal gelegen. Een groot deel is dan nog heide (rose), het enige woonhuis is boerderij De Haar. In 1953 is er geen heide meer en zijn er al veel huizen gebouwd. Die ontwikkeling zet zich voort, zoals te zien is op de kaartjes van 1972 en 1997. Bron www.topo jdreis.nl
Voor die jd is ze al vaak op De Haar te vinden als ze Ali Hoogebeen helpt wanneer er bijvoorbeeld een verjaardag gevierd wordt. Ze zingt tot aan haar trouwen bij Soli Deo Gloria.
Johanna Hendrika (Jopie) van den Brandhof trouwt in 1964 met Mazinus Steven (Sies) van der Gri (1928) uit De Bilt. Hij is daar opgegroeid op boerderij Larenstein en volgt een opleiding op de frui eeltschool in Utrecht. Het is de bedoeling dat Sies de boerderij van zijn vader overneemt met wie hij het bedrijf runt. Zijn oudere broer Henk overlijdt net voordat hij zou gaan emigreren. Larenstein staat op de nomina e om gesloopt te worden en van een overname door Sies kan daarom helaas geen sprake zijn. Voordat Sies Jopie leert kennen, wil hij eigenlijk een agrarisch bedrijf in de polder beginnen, maar de plannen wijzigen. Jopie en Sies gaan op De Haar wonen. Ze trekken in bij oom Huib. Jopie en Sies zorgen voor Huib. Sies mengt zich pas later, begin jaren 80, in het maatschappelijk leven in Scherpenzeel. Hij is jarenlang bestuurslid van de christelijke school. Daarnaast is hij kerkenraadslid van de Grote Kerk en bestuurslid van de CBTB.
In 1965 wordt dochter Elly geboren. Het gezin wordt het jaar daarop uitgebreid met de geboorte van zus Adri. Jopies vader Hendrik van den Brandhof komt na het overlijden van moeder Elizabeth in 1966 ook op De Haar wonen. Hij is op zijn trouwdag in april 1967 overleden. In dat jaar overlijdt ook Huib de Leeuw die al enige jd erns g ziek is. Een jaar van vreugde en verdriet, want Jeanet, de derde dochter van Sies en Jopie, komt ter wereld. Als dank voor de zorg voor haar beide ooms wordt Jopie gelegateerd met De Haar en wordt zij de nieuwe eigenaar.
Een deel van de grond is al in 1964 aan dagloner Van Dijk verkocht. Een jaar eerder is een ander stuk overgedaan aan buurman Wassink van boerderij Siberië. Van De Haar is in 1964 dan nog 17 ha over. Eind jaren zes g komt kapper Anton van Se en één keer per maand naar De Haar. Op de
‘kappersavond’ worden de mannelijke familieleden die op
Familie Van der Gri . vlnr Jeanet, Sies, Adri, Jopie en Elly De Kleine Haar wonen vakkundig geknipt. Ook de dochters van Jopie en Sies worden netjes gekapt. Anton neemt al jd wat lekkers mee voor de kinderen, die al jd uitzien naar de komst van de kapper, want het is een erg gezellig gebeuren.
Elly, Adri en Jeanet gaan ook naar de christelijke lagere school De Glashorst. Daarvoor hee Elly op kleuterschool het Beukenootje gezeten. Jeanet hee ook nog op de Boskamp les gehad. Jopie van der Gri hee haar handen vol: ze is druk met het opvoeden van de kinderen en ze werkt mee op de boerderij. Op De Haar komen regelma g stagiaires die een pedagogische opleiding volgen. Ze trekken veel op met de drie dochters en zo hee Jopie haar handen vrij voor andere werkzaamheden. Jopie is kordaat en hakt knopen door als dat moet. Haar echtgenoot Sies is bedachtzaam en hee vaak een langere bedenk jd nodig om beslissingen te nemen. ’s Zomers zijn de drie zussen dagelijks op het zwembad in Scherpenzeel te vinden. Ze hoeven slechts mondjesmaat mee te helpen op de boerderij. Jeanet en Adri verlaten De Haar. Jeanet wordt leerkracht op een basisschool in Hulshorst en Adri verpleegkundige in Ede. Elly verhuist in 1983 naar Arnhem, waar ze als verpleegkundige in het Diaconessenhuis werkt (nu ziekenhuis
Rijnstate).
In 1995 wordt de maatschap Van der Gri / Van Egdom opgericht. Daarin par ciperen Sies en Jopie van der Gri en Ab van Egdom en zijn moeder Nora van
Egdom‐van den Brandhof van de
Oudenhorsterlaan. Sies en Jopie melken ongeveer 50 koeien. Als de maatschap een feit is, worden de melkkoeien bij Van Egdom gestald en het jongvee en de schapen zijn op De Haar. Sies van der Gri poot in het hazelnotenweitje ongeveer 0,8 ha hazelnotenbomen. De opbrengst is voor eigen gebruik. Ook plant hij langs
Jopie en Sies v.d. Gri verschillende percelen zo’n driehonderd knotwilgen en elzen. Vanaf 1995 komt Elly een paar keer per week naar De Haar om meer feeling te krijgen met het bedrijf van haar ouders. Een jaar later wordt vader Sies ziek, waarna hij in 1998 overlijdt.
Elly van der Gri en Albert de Boer
Elly leert Albert in 1989 kennen. Beiden zijn enthousiaste paardrijders en wandelaars. Voor de manege waar ze paardrijden laten ze zich sponsoren door de Nijmeegse Vierdaagse te wandelen. Albert komt uit Groningen en is psychiater. Eerst bij de GG en GD en het Riagg. Later begint hij zijn eigen prak jk. Vanaf het moment dat haar vader ziek wordt, komt Elly drie dagen per week naar De Haar om mee te helpen op de boerderij. Ze blij ook drie dagen per week in Rijnstate werken. In 2001 verhuizen Elly en Albert naar De Haar, moeder Jopie gaat in het bakhuis wonen. Elly en Albert nemen hun intrek in de boerderij. In 2007 beëindigt Albert vanwege gezondheidsredenen zijn prak jk. Naast haar werkzaamheden in het ziekenhuis en op de boerderij is Elly ac ef bij Pla eland Anders. Op De Haar lopen behalve der g stuks jongvee ook enkele zoogkoeien en ongeveer 35 schapen rond. Tijdens de Albert de Boer en Elly v.d. Gri drukke lammer jd in de lente neemt Elly vakan edagen op. Ondanks het drukke bestaan geniet Elly van het werk op de boerderij. Albert draagt zorg voor de administra e van het bedrijf. De boerderij met bijbehorende grond is nu zo’n 19 ha groot. Ook Adri komt terug naar De Haar. Zij gaat wonen in de noodwoning, trouwt met René Gerritsen en zij bouwen daar hun eigen huis.
De boerderij.
De boerderij dateert uit 1878. Sinds de komst van familie De Leeuw naar De Haar in 1913 is er tot 1964 niet zoveel veranderd. De hooibergen en de oude schapenhokken zijn verdwenen. Er is een hooitas gebouwd. In het voorhuis van de boerderij is het woongedeelte.
Boerderij De Haar met twee ramen op de eerste verdieping en een dakkapel
De ‘heerd’
De ‘heerd’ is de woonkamer die oorspronkelijk alleen ’s winters wordt gebruikt. Beeldbepalend in de woonkamer is de grote haardplaats (heerd). In de fraai betegelde schouw van de haard bevindt zich oorspronkelijk een rookgedeelte om spek en worst te roken. Boven is een luik waardoor je in de brede schoorsteen kunt komen. De haardplek, waar vermoedelijk vroeger een open brandplaats is geweest, is aanvankelijk met deuren dichtgemaakt. De kachel staat vóór de afgeschermde schouw. Naast de haard zijn twee met deuren afsluitbare bedsteden. Onder de bedsteden worden aardappels opgeslagen. Het plafond in de heerd is verlaagd waardoor de ruimte makkelijker is te verwarmen. Vanuit de heerd is de kelderzolder toegankelijk. Aan de andere kant grenst deze ruimte aan een voormalige slaapkamer, die nu in gebruik is als zitkamer. De vloer is lange jd bedekt met esterikken. Ze komen pas in 2007 weer tevoorschijn. Dat zit zo. De vloer laat vocht door. Daarom is er ooit koud asfalt overheen gegoten. Als er plannen zijn om een houten vloer te leggen in de heerd, dan blijkt het asfalt gemakkelijk te verwijderen van de esterikken. Ze verdwijnen uit de kamer die wordt uitgegraven, zodat er een betonnen vloer kan worden gestort. De vloertegels zijn wel bewaard gebleven. De boerderij hee geen spouwmuur. De binnenmuren trekken vocht op. Daarom brengen Sies en Jopie van der Gri er in 1964 tengelwerk op aan om de wanden vervolgens te behangen. Later gaat het tengelwerk eruit en brengt een aannemer loodslabben in de tussenmuren aan, zodat het vocht niet verder optrekt in de muur. Dat voldoet. De roedenverdeling in de ramen van de voorgevel bestaat niet meer. De roeden zijn in de jaren tach g uit de kozijnen verwijderd, maar de schuifraamconstruc e blij in tact.
De oorspronkelijke luiken voor de ramen zijn nog wel op De Haar aanwezig, maar worden niet meer als zodanig gebruikt en hebben een jdlang als zoldertje in de schuur dienst gedaan. Inmiddels zijn er nieuwe luiken aangebracht. De oude schouw is in de tach ger jaren weer zichtbaar gemaakt door de deuren ervoor weg te halen. De houtkachel is toen in de schouw gezet. De bedsteden zijn tegelijker jd
De Haar verdwenen.
De ‘geut’
De waterbak in de geut voorziet de koeien op de deel van water. ’s Zomers staan er vaak volle melkbussen in het koude water, zodat de melk niet beder . Het opgepompte water in de bak stroomt met een slang naar de deel waar de koeien staan. Ook de keukenvloer is voorzien van een laag asfalt. Als die wordt weggehaald komt een bakstenen vloer in het zicht. De oude bakstenen zijn in 2010 vervangen door nieuwe. Dan krijgt de geut ook weer zijn oorspronkelijke vorm terug. Vanuit de geut is de ruime kelder bereikbaar. De kelder is groot (ongeveer 5m x 4m) en niet heel diep, maar voldoet prima als bewaarplaats voor levensmiddelen.
De deel
Het bakhuis
Als Elly en Albert op De Haar komen wonen, wordt het bakhuis gerenoveerd en geschikt gemaakt voor permanente bewoning. Tegen de buitenmuur wordt aan de binnenkant een nieuwe muur gemetseld, zodat een spouwmuur ontstaat. De binnenmuren die het bakhuis in drie gedeeltes verdelen, worden weggebroken. In een van de drie vertrekken worden jarenlang (in de jd van Chris en Huib de Leeuw) de eieren bewaard, in het middelste gedeelte staat dan een olietank voor de oliekachel in het achterste deel
Slaapkamers en sanitair
De kelderzolder doet dienst als slaapkamer. Eerst voor Chris de Leeuw, later voor knecht Evert van Dijk. Tot 1964 zijn er boven geen slaapvertrekken. Boven is wel een bergruimte. In de jaren zes g maakt familie Van der Gri twee slaapkamers met een dakkapel op de bovenverdieping. In de voorgevel komen twee nieuwe vensters waar er voor die jd maar één was. Pas in 1964 realiseren Jopie en Sies een doucheruimte. Daarvoor is er zelfs geen douche. Een wc is op de deel. Een gedeelte van de deel wordt voor de badkamer opgeofferd. De ruimte is via de slaapkamer (zitkamer sinds 2001) te bereiken. Op de plaats van de badkamer hee vermoedelijk een ronde karnton gestaan. De steentjes onder de badkamervloer liggen in een cirkel. Het zou kunnen dat daar een paard aan de rosmolen hee gelopen om de melk te karnen. Een oude karnton uit vervlogen jden is nog op De Haar. In 2010 is de doucheruimte uit 1964 afgebroken en is de vrijgekomen ruimte weer bij de huidige keuken getrokken. De dakkapel is nog niet zolang geleden verwijderd. Een sporenkap met een spreidlaag van riet vormt de ondergrond van de dakpannen.
Overige opstallen
Voor de boerderij hee ooit een
schaapskooi gestaan die nog is te zien op de crayontekening van Edzard Willem Koning. De twee vijfroeden hooibergen zijn zoals eerder vermeld ook verdwenen. De ligboxstal achter de boerderij wordt van 1974 tot 1995 gebruikt om koeien te stallen. De stal is tegen de naastgelegen zomerstal uit 1962 aangebouwd, die in 1974 is omgebouwd tot tanklokaal en voorzien is van een melkput. Aan de andere kant is een stal met ruimte voor ongeveer
Oude wagenloods en koeien gebouwd. Van de drie stallen is alleen de ligboxstal nog over. Deze stal is sinds 2010 in gebruik als schapenhok, terwijl de twee andere ruimtes in 2010 plaats hebben gemaakt voor een nieuwe ligboxstal. De oude hooitas en wagenloods zijn in 2003 gesloopt en vervangen door een nieuwe opslagruimte. Een oud schuurtje is spontaan in elkaar gevallen. Daarvoor in de plaats is een houten kippenhok gekomen bedekt met de dakpannen van het ingestorte hok. De grote, houten schuur met een afme ng van 11 x 16m naast de boerderij, gebouwd op een bakstenen muur, is gesloopt en
De ligboxstal met tanklokaal uit 1974. Voor de stal is een
begin gemaakt met de bouw van de nieuwe opslagruimte herbouwd. De bakstenen en dakpannen zijn bij de bouw van de nieuwe schuur hergebruikt. De betonnen vloer is wat hoger komen te liggen, zodat water buiten de deur wordt gehouden. Zowel aan de voor‐ als achterzijde is de opslagruimte voor machines voorzien van grote openslaande dubbele deuren. Toegang tot de schuur is er ook door 3 staldeuren. De schuur hee in de jaren zes g dienst gedaan als varkenshok en mogelijk ook nog als verblijf voor jongvee. Het kippenhok midden in de wei voor de boerderij is
Schuur voor de restaura e. weggehaald, omdat dat het bewerken
van het weiland bemoeilijkte.
Veldnamen
Op de veldnamenkaart van Scherpenzeel staan ook de verschillende percelen op De Haar vermeld met de naam die de boer gebruikt om delen van zijn land aan te duiden. Zo is voor ingewijden duidelijk over welk perceel het gaat als hij zegt: ‘Ik ga ‘de kleine koewei’ maaien’, dan hoe hij verder geen uitleg te geven waar dat is. Veldnamen raken door een andere indeling of gebruik van percelen soms in onbruik en er worden nieuwe namen gebezigd. Op De Haar zijn veldnamen als ‘achter de boomgaard’, ‘de hazelnotenwei’, ‘het kippenland’ en de ‘hoge hoek’ tegenwoordig in zwang. Maar over bijvoorbeeld ‘de Scherpenzeler Eng’ hoor je nu bijna niemand meer.
Veldnamen De Haar
De oude lindeboom
Voor de boerderij staat al ongeveer 250 jaar een Hollandse linde die daar tussen 1750 en 1800 is geplant. Daarmee is het de oudste linde van Scherpenzeel. De hoogte is 20 meter en de omtrek bedraagt in 1991 bijna vier meter. De boom hee zeker driekeer een blikseminslag overleefd. In de holle stam van de boom broeden in ieder geval sinds 1911 regelma g bosuilen.42
Lindeboom, 2020 De Haar 2020
Henk van Woudenberg
Wim van den Berg
Rekeningen van het Bisdom Utrecht, 1378‐1573. Deel 1. Blz. 17: in 1378 moet Colveschoten jaarlijks twee mud rogge aan de bisschop betalen. De koster van Leusden moest deze ophalen en naar Utrecht brengen. Blz. 247, 291: in 1426 is sprake van ‘tween goeden tot Colvenscoten’.
Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 1; 01‐10‐1474.
Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 27; 20‐07‐1448, 04‐12‐1488.
Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 26; 09‐05‐1490.
HGA; Inventaris 0405 Huis Ter Horst, 1.3.1 Van Lantscroon, nr. 199‐216.
Het lag aan de westzijde van de Oude Gracht in Utrecht.
HGA; Huis Hackfort 292; z.j. ca. 1545.
Volmacht voor notaris Van Zijp te Leiden d.d. 08‐02‐1626. Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 159; 18‐051626.
Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 13; 01‐07‐1657.
HGA, Hof van Gelderland 2563, fol. 4; 1566
In 1625 staat Peter Adriaensz borg, maar er staat niet bij og hij nog op De Haar woont. Recht. Arch. Scherpenzeel 1, fol. 16vo; 02‐08‐1625).
Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 69‐73vo; 11‐12‐1637 tot 12‐03‐1638. En fol. 97vo; 09‐12‐1639.
Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 206, 206vo; 09‐06‐1645).
Westerholt 252‐2 nr. 1; Landcedulle 1647.
Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 04‐02‐1656.
Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 07‐08‐1676 tot 20‐08‐1677.
Leenboek Huis Scherpenzeel 142 fol. 63vo; 22‐01‐1675.
Leenboek Huis Scherpenzeel 148 fol. 134; 12‐04‐1684.
Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 8; 13‐08‐1689.
Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 22; 12‐05‐1697.
Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 93vo; 15‐12‐1712.
Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 35; 13‐08‐1734.
Zij gaan in Scherpenzeel wonen. Er is nog een grafsteen bewaard waarop staat: Geurt Brantsen op de Haar Anno 1732. Dat is niet zijn overlijdensjaar. Zij leven allebei nog in 1756.
Westerholt 268‐1, nr. 4b; 20‐12‐1735.
Daarop staat: O o Gijsbertsen van de Haar, 1740 26 Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 65vo; 31‐03‐1740 27 Westerholt 013‐34; cedulle haardstedegeld 1740/41.
Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 54; 24‐02‐1764.
Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 152‐156; 30‐12‐1783.
Recht. Arch. Scherpenzeel 14, nr. 15; 1789. Geregistreerd in Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 75vo; 15‐101789.
HGS 156, fol. 128.
HGA, Bataafs Frans Archief nr. 235; 27‐10‐1795.
Testament: Recht. Arch. Scherpenzeel 14, nr. 15; 1789. Lening: Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 158vo,160; 12‐06‐1793.
AE, Notarieel Amersfoort AT055f043, nr. 4198 en 4199; 26‐04‐1839.
Notarieel Scherpenzeel 4134, nr. 27; 04‐08‐1858.
Veldnamen: de eng, de groote eng, het O enkampje, de vale driest, het nieuwe land, het polletje, bij het hoekje, de paardenwei, het dri je, de biezenkamp. 37 Notarieel Scherpenzeel 4134, nr. 7; 10‐02‐1859 38 Notarieel Scherpenzeel 4145, nr. 22; 30‐05‐1877. 39 Notarieel Scherpenzeel 4145, nr. 32; 12‐07‐1878.
Familiearchief Van Leersum (in bezMonumentale bomen in Nederland, Gerrit de Graaff, Amsterdam 1991it van Oud Scherpenzeel) nr. 33; 12‐07‐1878. In 1887 is alles afgelost.
Familiearchief Van Leersum (in bezit van Oud Scherpenzeel) nr. 70, zonder jaar.
Monumentale bomen in Nederland, Gerrit de Graaff, Amsterdam 1991
SPONSOREN
We zijn blij dat we in 2021 door onderstaande sponsoren worden ondersteund. Dank daarvoor!
[1] Dat is inderdaad gebeurd: de avonddienst van de eerste zondag ging niet door vanwege het onweer.
NIEUWE AANWINSTEN
We ontvangen regelma g goederen voor ons archief, hieronder een lijst van onze nieuwe aanwinsten. Ontvangen van:

