Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2020-3



32E JAARGANG NR. 3 OKTOBER 2020






Vereniging  Oud  Scherpenzeel

Voorwoord…………………………………………………………………………………..4

De restaura es van de Grote Kerk……………………………………………………5

De restaura e van 1994‐1996………………………………………………………….7

De restaura e van 2019………………………………………………………………..10

De graven……………………………………………………………………………………26

De muren, funderingen, steen en hout…………………………………………….28

De vondsten………………………………………………………………………………..30

Geen tunnel, of toch wel?……………………………………………………………..45

De kopij voor het decembernummer dient uiterlijk zaterdag 21 november 2020 a.s. te zijn ingeleverd bij de redac e.

Omslag:

De grote kerk voor de restaura e van 2019, zie ar kel ‘De restaura es van de Grote Kerk’, pag. 5 e.v.

VOORWOORD

Het is u niet ontgaan dat de Grote Kerk in 2019 grondig is gerestaureerd. Hoe die vloerrestaura e is verlopen en wat deze aan archeologische vondsten hee opgeleverd, willen we u graag in dit themanummer vertellen. Door de restaura e is een belangrijk hoofdstuk toegevoegd aan de historie van de Grote Kerk. Over de geschiedenis van dit rijksmonument hee Henk van Woudenberg al in 1994 een boek uitgebracht. Hij is dan ook bij uitstek degene die de nieuwe feiten het beste kan verwoorden en dat is, zoals we dat van hem gewend zijn, zorgvuldig en waarheidsgetrouw gebeurd. Daarvoor hee hij gebruik gemaakt van de aantekeningen en bevindingen van Johan Lagerweij. Hoewel de kerk van maart tot half december gesloten was, is Johan er jdens de werkzaamheden maar liefst 74 keer binnen geweest. Tijdens elk bezoek noteerde hij bijzonderheden. Die aantekeningen vormden de basis voor deze publica e. Samen met informa e uit archeologische rapporten en bouwkundige no    es van Wout van de Kleut (voorzi er van het college van kerkrentmeesters) zijn ze verwerkt in deze uitgave. De tekst is ter verduidelijking rijkelijk geïllustreerd met a          eeldingen en door Truus Floor‐Kuijk gecorrigeerd en geredigeerd. Foto’s geven een impressie van de werkzaamheden. Ze zijn gemaakt door Henk van der Hoeff en Wout van de Kleut. Dit themanummer bevat ook informa e over restaura es uit vorige eeuwen en een interessant verhaal over het onderzoek naar twee helmen die in het koor hangen.

Voorafgaand aan de vloerrestaura e hee Henk van Woudenberg jdens een informa eavond in februari 2019 een viertal vragen gesteld. Zijn de antwoorden op die vragen jdens de restaura ewerkzaamheden aan het licht gekomen? U leest het in dit speciale verenigingsblad!

Bijzonder aan dit themanummer is verder dat het een gezamenlijke uitgave is van Vereniging Oud‐Scherpenzeel en de Hervormde Gemeente, die allebei een deel van de kosten voor hun rekening hebben genomen. De uitgave is daarom voor de leden van beide organisa es verkrijgbaar.

Graag wil ik allen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van dit verenigingsblad hartelijk bedanken voor hun bijdrage in welke vorm dan ook.

Het is een waardevolle toevoeging aan de Scherpenzeelse geschiedschrijving waarmee we onze historische kennis over de Grote Kerk van Scherpenzeel kunnen verrijken. Dat geldt niet alleen voor ons, maar ook voor de genera es die na ons komen.

Wim van den Berg, voorzi er

DE RESTAURATIES VAN DE GROTE KERK           

De kerk staat ten opzichte van haar omgeving op een soort terp. De dorpel van de toegangsdeur van de toren ligt namelijk ruim een meter hoger dan de dorpel van de winkel van Geerts op de hoek van de Lindenlaan en de Dorpsstraat. Johan Lagerweij vermoedt dat de grond voor deze terp uit de gracht van Huis Scherpenzeel komt. Deze grond is echter niet geschikt om op te funderen. De fundering van de buitenmuren en de kolommen van de kerk liggen dan ook ca. 2 meter onder de vloer.

In de loop der eeuwen is de Grote Kerk al diverse keren onder handen genomen. De kerk hee een pla egrond in de vorm van Uitsnede van: Gezicht op           een kruis. Dat is niet al jd zo geweest. Deze vorm is ontstaan door

Scherpenzeel, 1768‐1815,        uitbreidingen van een oorspronkelijk rechthoekige kerk. Voor 1600 vWeircvaarat.r dHiegtd G deolodre rNsi cAorlcahaies f              bereikte de kerk haar huidige vorm.

1551‐1528.

Pla egrond van de kerk voor de restaura e van 1939. Tekening van André Lie ing, 1994.

Daarna was het zaak om het gebouw zo goed mogelijk in stand te houden. Dat er veel aan verbouwd is, blijkt wel uit de sporen die bij de laatste restaura e zijn ontdekt. Maar daarover later. Nu eerst een overzicht van de restaura es voor zover bekend.

1602             De toren wordt door de bliksem getroffen. Misschien is hij wel afgebrand, in ieder geval beschadigd.

1609             De toren wordt weer door de bliksem getroffen en brandt af.

1665             Nieuw leidak.

1758             De kerk is bouwvallig. Repara es aan pilaren, gewelf, dak en buitenmuren. De bovenste twee meter van de toren wordt afgebroken en opnieuw opgemetseld.

1776             Gewelf boven het koor gerestaureerd. Leidak gerepareerd.

1793             Repara es aan de kerk en de kerk wordt gewit. Toren wordt verstevigd met twee balken.

1810             Angelustorentje afgebroken. Dit torentje staat inmiddels weer op het koordak van de kerk.

1846             Het orgel uit 1822 uit elkaar gehaald en schoongemaakt.

1863             De buitenmuren opnieuw gevoegd.

1913             Gaslampen en gasverwarming in de kerk.

Interieur van de kerk in 1915. Op de voorgrond het praalgraf met de leeuwtjes. Links naast de preekstoel de loge van de heer van Scherpenzeel. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist.

1916 Het koor opnieuw gepleisterd. Muurschilderingen uit de katholieke jd worden ( jdelijk) zichtbaar.

Consecra ekruis

(wijdingskruis).

Tekening van André Lie ing, 1994.

1939             Ingrijpende restaura e. De zijmuren en het dak van het schip worden opnieuw opgebouwd. De galerijen aan de zijkanten verdwijnen. Er komen banken in plaats van stoelen en 120 zitplaatsen op de galerij bij het orgel. De hoofdingang in het koor verdwijnt en er komt een nieuwe hoofdingang aan de andere kant van de kerk onder de toren. Er komt een ‘doventelefoon’ en de kerk wordt centraal verwarmd.

De opgeblazen toren, 1945.

1947             Wederopbouw nadat de toren op 22 april 1945 is opgeblazen door de Duitsers. De toren valt daarbij op de kerk. Toren en schip moeten herbouwd worden. Men besluit om de nieuwe toren vijf meter naar het westen te verplaatsen om zo de kerk te vergroten. Er komen nieuwe klokken.

1949             Er komt een nieuw orgel.

1975             Het orgel wordt gereviseerd.

1985             Muurlood en steunbeerafdekking hersteld. Leidak gerepareerd.

1988             De buitenmuren opnieuw gevoegd.

De restaura e van 1994‐1996

Deze restaura e verdient extra aandacht omdat daar nog niets over gepubliceerd is. Zij is ingrijpend en heel zichtbaar. Alles onder begeleiding van architect

P.D. van Vliet uit Loosdrecht. Aannemersbedrijf Woudenberg uit Ameide, gespecialiseerd in restaura es, voert de werkzaamheden uit. Wekenlang staat de kerk in de steigers. De buitenmuren worden opnieuw gevoegd, het stucwerk van de binnenmuren wordt vervangen en gesausd. De hele kerk wordt in een andere, lichtere kleurstelling geverfd. Tijdens het werk blijken de stenen opstaanders in de koorramen (montans) en de horizontale ijzeren staven (brugstaven) in een slechte toestand te verkeren. Men besluit om de ramen eens grondig aan te pakken. Aanvankelijk is men van plan om er gekleurd glas in te ze en. Vanaf

de oostzijde hebben de kerkgangers veel last van het

Raam vijf ‘De nieuwe aarde’.   zonlicht en gekleurd glas zal dit kunnen dempen.

Raam drie ‘Het Heilig Avondmaal’         Raam drie ‘Het Heilig Avondmaal’ en raam vier ‘Pinksteren’. op ware groo e uitgewerkt in de werkplaats van Hagemeier in Tilburg, 1996.

De gordijnen die er hangen kunnen dan weg. Glasatelier Hagemeier uit Tilburg zal de werkzaamheden voor 10.000 gulden per raam uitvoeren. Maar dat loopt anders. Mario Vermazeren, die voor Hagemeier werkt, komt met een voorstel om gebrandschilderde ramen te maken. Een revolu onair idee voor een Hervormde Bondskerk. Met de kerkrentmeesters worden vijf Bijbelse voorstellingen ontwikkeld.

Elk raam bestaat uit vier delen: de voorstelling, de gordijnen met de Scherpenzeelse lelie, de vensterbank met doorlopende tekst en een tekstbord op ieder raam. Voor het tekstbord dient het engebodenbord uit 1714 dat in de kerk hangt als voorbeeld. Elk ontwerp wordt op ware groo e getekend en dan wordt het glas gebrand.

Dit procedé is al sinds 1700 niet meer gebruikt en moet opnieuw ontwikkeld worden door Mario. Soms zijn er voor bepaalde kleuren zes brandgangen nodig. Het gebeurt nog vaak dat er een kleurafwijking is en dan moet alles opnieuw. Daardoor lopen de kosten op naar 45.000 gulden per raam. Gelukkig zijn er gemeenteleden die een raam sponsoren. Mario Vermazeren ontwerpt, brandt en plaatst de ramen zelf. Het wordt voor hem een levenswerk1 . Het is daarom wrang dat hij bij het plaatsten van het laatste raam zijn ontslagbrief al in zijn binnenzak hee zi en. De totale restaura e hee iets meer dan een miljoen gulden gekost.

Los van de laatste restaura e is er onderzoek gedaan naar de twee helmen die in het koor hangen. Eind 2019 hee Jeroen Punt er eens goed naar gekeken en een rapport geschreven2 . Jeroen

De helmen links en rechts van de ingemetselde grafsteen van Johan van Scherpenzeel. Uit:        is conservator bij het Na onaal Militair Museum

Studieverslag Jeroen Punt, 2019.           in Soesterberg.

Het gaat hier om twee zogenaamde gesloten Bourgondische stormhoeden, gedateerd tussen 1600 en 1650. Mogelijk hoorden de helmen bij de gra ombe van Johan van Scherpenzeel (ca. 1552‐1619). Deze gra ombe stond oorspronkelijk in het koor met op de hoeken vier gebeeldhouwde leeuwen met wapenschilden.

Stormhoed 1. De helm bestaat uit een tweedelig vizier: een kinvizier en een helmklep. Aan de helmklep zit een gezichtsbeschermer van drie stangen. Op deze kuns g gesmede stangen zijn nog restanten van verguldsel te zien. Waarschijnlijk zijn de gezichtsbeschermer en de klinknagels ooit verguld geweest. De binnenzijde van de helm is oorspronkelijk gevoerd met tex el waardoor hij beter draagbaar wordt. Meestal is zo’n helm ook gevoerd met paardenhaar waardoor een zachte beschermende laag ontstaat. Op de achterkant hoort een pluimhouder, maar die is helaas verwijderd. De originele beves gingsgaten kun je nog zien. In het Metropolitan Museum in New York is een vergelijkbare helm aanwezig.

Stormhoed 2. Aan de helmklep zit een gezichtsbeschermer met vijf tralies. De tralies en sommige klinknagels zijn verguld. De originele sluithaak tussen de helmbol en kinvizier zit er nog aan. Deze helm is minder gedetailleerd dan de andere helm.

Er missen meer onderdelen: veel klinknagels en het achterste deel van de zogeheten ‘mantel’. Daarmee rust de helm op de schouders van het harnas.

Conclusie: Deze originele helmen werden voornamelijk gedragen door de ruiterij (kurassiers) of de hoge officieren uit het Staatse leger. Vanwege diverse s jlkenmerken kunnen we zeggen dat het om

Nederlandse helmen gaat.

Gesloten Bourgondische          Gesloten Bourgondische

stormhoed 1.              stormhoed 2.

Uit: Studieverslag Jeroen         Uit: Studieverslag Jeroen

Punt, 2019.  Punt, 2019.

Jeroen Punt en Jan Osnabrugge onderzoeken de helmen, december 2019.

Dan nu de restaura e van 2019.

De aanleiding voor de restaura e is het verzakken van de vloer. Bij de entree en in de buurt van de preekstoel zakt de vloer cen meter na cen meter.

Ook de oude grafzerken zakken scheef. En zoals dat gaat, komt van het één het ander. Als de boel dan toch op de schop moet, dan gelijk maar een nieuwe betonvloer met vloerverwarming.

In 1987 werd er een beroep uitgebracht op ds. Van Sliedregt. Voorafgaande aan het moment van beslissen is het de gewoonte dat de predikant kennis maakt met de

kerkenraad en de gemeente en dat hij in een zondagse eredienst voorgaat. Alzo

geschiedde. Na de bewuste dienst werd er, zoals te doen gebruikelijk, even nagesproken.

‘En dominee, hee u nog een vraag?’, luidde op zeker moment de vraag van toenmalig president‐kerkvoogd (zo hee e dat toen) Jan Osnabrugge. ‘Nou’, antwoordde de dominee,

‘Dat heb ik zeker. Ik stond, zoals u hee kunnen zien, net op de preekstoel, maar hij wiebelt zo, gaat dat wel goed?’ Waarop de kerkvoogd antwoordde: ‘Dominee, voor zover mij bekend, wiebelt hij al 300 jaar, dus ik verwacht niet dat hij nu zal omvallen’.

Het gangpad is te smal bij bruilo en. Het bruidspaar kan nauwelijks naast elkaar de kerk doorlopen. Bij begrafenissen is het gangpad te smal om de kist gemakkelijk in en uit te dragen. Regelma g botst de kist tegen de kerkbanken. Nu is de kans om het pad te verbreden. De dooptuin, de ruimte rondom de kansel, is te klein. Het idee is om een aantal banken rondom de kansel te laten vervallen en om een verrijdbare kansel te maken.

Bij een optreden van een koor gaat de

Het priestergraf bij de ingang van de dooptuin, voor de preekstoel naar achter, waardoor er restaura e. ruimte gemaakt kan worden.

Om het geluid beter tot zijn recht te laten komen, zal de akoes ek worden verbeterd. En zo volgt er nog een hele lijst van werkzaamheden die men op het oog hee :

Vervangen van het stucwerk in het koor.

Elektrische lierconstruc e t.b.v. kroonluchter in het koor.

Uitvoering van het sauswerk van de wanden en plafonds.

Vervangen van de kussens.

Vervangen van de geluidsboxen.

Aanbrengen bekleding om de radiatoren in het koor.

Extra armaturen met lampen.

Een extra hardstenen band als overgang tussen de plavuizen en de zerken.

Extra bedieningspaneel voor geluid in de kostersbank.

Vernieuwen van de meterkast.

Om de nieuwe plannen goed te kunnen overzien wordt er aan Bureau Delfgou uit Scherpenzeel gevraagd om een bouwhistorische verkenning uit te voeren3 . In het rapport wordt eerst globaal de bouwgeschiedenis beschreven.Aan de hand daarvan wordt bepaald wat historisch belangrijk is en wat minder belangrijk is.

De conclusie is dat de buitenkant van de kerk weliswaar niet meer oorspronkelijk is, maar deze laat wel een historisch beeld zien van een laatgo sche kerk. Het interieur is nauwelijks historisch meer te noemen. Wel zijn de preekstoel, de ‘Royaardsbank’, de engebodenborden, de helmen, de leeuwtjes en vooral de grafzerken van grote kunsthistorische waarde.

Op 21 februari 2019 wordt er een informa eavond in de Grote Kerk gehouden. Veel gemeenteleden en andere belangstellenden worden op de hoogte gebracht van de plannen en de kosten.

Op die avond worden vier belangrijke vragen gesteld:

Zijn er oude funderingen van een oudere kerk?

Is er iets waar van het verhaal van de ondergrondse tunnel naar Huis Scherpenzeel?

Liggen de beelden uit de katholieke jd nog ergens?

Én vooral: hoe is de staat van de gra  elder?

Op 4 februari 2019 dient Bureau Delfgou een subsidieaanvraag in bij de provincie in het kader van cultureel erfgoed. Midden februari komt het bericht dat de stukken in goede orde zijn ontvangen en compleet zijn. De provincie gebruikt een lo ngsysteem. Eind februari komt het bericht van de provincie dat Scherpenzeel is uitgeloot en daarom niet in aanmerking komt voor een subsidie. Om die reden doet het college een beroep op de gemeenteleden om een bijdrage te leveren in de kosten. Ook zet het college legaten, die in het verleden zijn ontvangen, en recente gi en in om de restaura e te financieren.

Alleen als andere subsidieaanvragers hun aanvraag niet correct indienen, zal de subsidieaanvraag voor de Grote Kerk weer in beeld komen. In het voorjaar van 2019 treedt er een nieuw college van Gedeputeerden aan die extra subsidiegelden beschikbaar stelt. Zou er nu wel geld zijn?

Interieur voor de restaura e rich ng koor.

Op 16 mei 2019 komt er een mail van de provincie waarin zij meldt, dat een aantal zaken niet of alleen gedeeltelijk gesubsidieerd kan worden. Verder moet een aantal posten uit de begro ng nader toegelicht worden. De grootste hobbel is de voorwaarde dat de aannemer ERMgecer ficeerd moet zijn. ERM betekent Erkende Restaura ekwaliteit Monumentenzorg. En aannemer Bouwbedrijf Osnabrugge is niet gecer ficeerd. Omdat de restaura e zes weken eerder al is gestart, kan er ook niet meer van aannemer geswitcht worden

De provincie wordt gewezen op de rijke ervaring van bouwbedrijf Osnabrugge in het restaureren van monumentale gebouwen. In een brief van 19 juni staat dat een ERM‐gecer ficeerde aannemer absoluut nodig is om subsidie te krijgen.

Er zijn nog zes dagen om een crea eve oplossing te bedenken, want op 24 juni is er een overleg gepland op het Provinciehuis met de ambtenaren. Dan moet het college van kerkrentmeesters met een voorstel komen. Er wordt koortsach g overlegd tussen architect, de aannemer en het college. Al snel komt men tot de conclusie dat er een ERM‐gecer ficeerde aannemer gevonden moet worden. Eén die als hoofdaannemer kan optreden én bereid is om samen te werken met Osnabrugge.

Interieur voor de restaura e rich ng orgel.

Dezelfde morgen wordt die aannemer gevonden: Aannemersbedrijf Legemaat & Van Elst uit Woudenberg. Dit kan en wil aan beide voorwaarden voldoen. Er zit wel een addertje onder het gras. Legemaat & Van Elst hee de ERM‐cer ficering op papier al in orde, maar moet nog prak sch geaudit worden. Formeel is het bedrijf dus nog niet gecer ficeerd. Enig lobbywerk is die middag nodig.

Noordelijke zijbeuk voor de restaura e.

Diezelfde middag wordt de oplossing op het Provinciehuis toegelicht. De dag erna moeten er aanvullende papieren worden ingeleverd van de ophanden zijnde cer ficering van Legemaat & Van Elst. En dan is het afwachten.

Dinsdag 9 juli komt het verlossende woord. De provinciale commissie is akkoord! Zij stuurt een posi ef advies naar het college van Gedeputeerde Staten om een subsidie van maximaal €384.466,‐‐ toe te kennen. Dat is een extra meevaller. Op zo’n groot bedrag hee het college van kerkrentmeesters niet gerekend.

Omdat men jdens de restaura e niet in het eigen kerkgebouw kan blijven, moet er gezocht worden naar een andere plaats om de erediensten te houden. Verschillende mogelijkheden worden bekeken. Dan wordt contact opgenomen met de kerkenraden van de Sionkerk en de Achthoek. Beide stellen zich buitengewoon posi ef op. De Sionkerk is zelfs bereid om haar aanvangs jd aan te passen. Dit betekent dat haar diensten niet om 10.00 uur maar om 10.30 uur zullen beginnen. De diensten van de Hervormde Gemeente beginnen twee uur eerder, om 8.30 uur. Wel is het zaak om de kerk na de zegen zo snel mogelijk te verlaten vanwege de verkeersdrukte. Ook de Achthoek verleent haar medewerking. De avonddienst wordt verplaatst naar 16.30 uur in de middag. Opmerkelijk is dat het verplaatsen van de avonddienst

Interieur van de kerk in 1915 vanaf de loge         naar een middagdienst een half jaar eerder onderwerp van de heer van Scherpenzeel. Met het           van gesprek is geweest in de kerkenraad van de grafmonument, half dichtgemetselde ramen en de uitgang onder het engebodenbord. Hervormde kerk. Nadat alle voors en tegens tegen elkaar Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist.      waren afgewogen, is inder jd uiteindelijk besloten om het te laten zoals het was.

Vooraanzicht van de toren, 2017. Bron: Bureau Delfgou

Als in mei blijkt, dat vanwege de archeologische vondsten de restaura e langer gaat duren, komt er een verzoek om langer gebruik te mogen maken van beide kerkgebouwen. Ook nu is er van beide kerkgenootschappen weer alle medewerking.

De restaura e

Ondertussen is het onderzoek gepleegd. Voordat er iets gebeurt, wil men eerst weten wat men kan verwachten op archeologisch terrein. Dit onderzoek wordt verricht door RAAP, een onderzoeks‐ en adviesbureau voor o.a. archeologie4 . Men begint buiten de kerk. Daar ligt een molensteen waar vijf kruizen in zijn gekerfd. Men denkt dat dit een voormalig altaar is geweest. Er ligt in het koor van de kerk een combustus of verbrandingssteen met daarin een uitgehakte kom, ook uit de katholieke jd. In de kerk is verder nooit archeologisch onderzoek gedaan. De bodemkundige situa e in Scherpenzeel, de bestaande monumenten, oude kaarten en a eeldingen en de historie van de kerk, alles wordt uit de kast gehaald om in te scha en of er archeologisch onderzoek nodig is in de kerk. Men komt tot de conclusie dat er hoge verwach ngen zijn om archeologische resten te vinden. Men denkt aan ‘funderingen, vloeren of uitbraaksleuven van houten of (natuur) stenen voorgangers van de kerk, grafzerken, stenen en houten gra             isten en gra        elders’. Men hoopt zelfs sporen aan te treffen van de oudste nederze            ng Scherpenzeel. Er wordt afgesproken dat er heel zorgvuldig moet worden gewerkt. Alles wordt gefotografeerd en gedocumenteerd. Misschien wordt er iets bijzonders gevonden of moet er aanvullend onderzoek worden gedaan. Dit is een eenmalige kans om het oudste stukje Scherpenzeel te onderzoeken. Er moet uiteindelijk een mooi rapport komen met de resultaten.

Op 25 maart 2019 begint men met de voorbereidingen. De lambrisering en de pilaren worden met stucpapier afgeschermd. Vijf dagen later worden de banken er door gemeenteleden uit gehaald en bij Methorst Verhuizers in depot opgeslagen. De zondag daarna kerkt men voor het eerst ’s morgens in de Sionkerk en ’s middags in de Achthoek.

De preekstoel wordt uit elkaar gehaald. Maar het klankbord is zo groot dat het de kerk niet uit kan. Het wordt in het koor op een paar balken gelegd. De rest van de preekstoel, ook wel ‘de houten broek’ genoemd, wordt onder de toren door naar buiten gebracht en opgeslagen, samen met de kroonluchters. Op de galerij wordt een steiger gebouwd, waarna het orgel stof‐ en vochtvrij wordt ingepakt. De ruimte achter de steiger wordt op onderdruk gebracht, zodat voorkomen wordt dat er alsnog stof van de renova e in het orgel komt.

De kansel wordt door een kraan weggehaald.

Het orgel wordt stofvrij ingepakt.

Voortvarend begint men met het verwijderen van de vloer. Het koor wordt nog even met rust gelaten. Op sommige plekken in de kerk is er sprake van een zogenaamde ‘del’ in de vloer. Op diverse plekken ligt de vloer wel 5 tot 8 cm lager. Daardoor zijn sommige zijbanken los komen te staan van de lambrisering.  De dorpel onder de toreningang ligt 7 cm hoger dan de dorpel van de consistorie. De vloer van het koor ligt 5 cm uit het waterpas waardoor de kansel iets voorover helt.

Als de vloer eruit is, komen de betonnen poeren, die de balklaag onder de houten vloer dragen, tevoorschijn. Het blijkt dat deze veel te kort te zijn. De poeren zouden, net als de buitenmuren en de kolommen, minimaal 2 meter diep moeten zi en. Ze zijn echter niet langer dan 80 cm en 25 cm in doorsnede. Ze liggen maar ca. 40 cm diep. Dit is de oorzaak van de verzakkingen.

De ruimte onder de vloer is 60 cm diep. Er komt kurkdroog zand tevoorschijn, vermengd met bo en en schedels. De kerk is eeuwenlang begraafplaats geweest, dat blijkt nu wel. De menselijke resten worden verzameld en zullen later netjes worden begraven. Dat bo en in de loop der

jd uit zichzelf naar boven zouden s jgen, is een fabeltje.

Ook komen de verwarmingsbuizen tevoorschijn. Men dacht dat deze geïsoleerd waren met asbest. De buizen

De botresten worden jdelijk in een        zijn weliswaar geïsoleerd, maar met ander materiaal en dit houten kist verzameld.             is met witkalk bestreken.

De vloer is grotendeels verwijderd. De vloerbalken liggen er nog.

Geen asbest dus. Daardoor hoe er geen asbest te worden verwijderd en geen beschermende tent over de vloer te worden gebouwd. Een enorme meevaller.

In het zand liggen behalve beenderen ook allerlei muntjes. Collectegeld dat uit de handen is geglipt. De munten wordt opgeraapt en verzameld. Ook wordt er een zilveren armband en een gouden dasspeld gevonden. Daarna gaat Henko van de Weerd, geassisteerd door zijn zus Alieke van de Weerd en Daniël Versteeg, met zijn metaaldetector alles nog eens zorgvuldig na. Later gaan Henko en zijn broer Gerrit Jan weer zoeken. Op de foto staat wat zij allemaal hebben gevonden. Waaronder een duit uit 1776.

Vondsten met de detector.

Half april begint men met het uithalen van de zerken in het koor. Vooraf is er een nauwkeurige pla egrond gemaakt. Met een kleine kraan en een vacuümpomp worden de ca. 60 kg zware halve natuurstenen zerken eruit gehaald. Het is een uiterst secuur werk. Sommige zerken hebben een opschri . Elke steen wordt apart in een speciale bak gelegd en genummerd, zodat hij later weer terug gelegd kan worden.

Na enkele dagen zijn alle ca. 170 stuks zerken eruit gehaald en opgeslagen. Bij het verwijderen van de zerken ligt er onder de rode priesterzerk nog een andere zerk. Het is de steen van het graf van Marten Jansz van Wolfswinckel, schout van Scherpenzeel, overleden in 1626. Op de onderste hel staat de naam van Hendrik Jan Bulsing en het jaartal 1757. Toen is niet hij, maar zijn eerste vrouw overleden. Dus zo’n steen werd rus g hergebruikt. De zerk krijgt een aparte plaats in de kerk.

De ontdekte grafsteen met als opschri : [‘…TEN… / VAN WOLLEFS / WINCKEL SCHOUT / SCHERPENSEEL / [….AVEN DEN / [. .]VGVSTY 1626’ Op de keerzijde staat: [..ENDRIK IAN / ..ULSING / ..NNO / ..757].Bij een vorige restaura e is de grafsteen van een andere schout gevonden. Het is onbekend waar de steen is gebleven. Maar gelukkig we hebben we de foto nog: [ 1661 / MELCHIOR VAN WOLFS / WINCKEL / SCHOUT TOT SCHERPENZEEL]. Melchior Jans van Wolfswinckel was schout van 1626‐1661. Foto Willem van Maren.

Bij het demonteren van de zerken blijken deze verschillende dikten te hebben. De dikste zerk is ca. 15 cm dik en de dunste 5 cm. Bij het terugplaatsen van de zerken moet men hier rekening mee houden. Vanwege de onderliggende construc eve vloer moeten dezelfde diktes zoveel mogelijk bij elkaar worden gelegd en moet er een nieuw legplan worden gemaakt. Tussen de zerken en de plavuizen komt een hardstenen passtrook. Deze hee een andere kleur en structuur om de overgang goed te laten zien.

En dan komt het grote bericht: de gra              elder wordt gevonden! Men wist van het bestaan af, maar volgens overlevering was hij volgestort met puin. Dat blijkt niet zo te zijn. Per ongeluk stoot men een gat in het plafond van de gra  elder waardoor men naar binnen kan kijken. De gra            elder ligt halverwege het koor en het schip, onderaan het trapje van de preekstoel.

Bureau Delfgou uit Scherpenzeel schakelt het

Bureau voor Bouwhistorie en

Architectuurgeschiedenis uit Utrecht in en drs. B. Olde Meierink schrij een bouwhistorisch rapport5 . In dit rapport staat o.a.:

De gra          elder hee buitenwerks een afme ng van 3,19 m (noord‐zuid) x 3,48 m. Inwendig is de gra    elder 2,77 m breed en 3,07 m lang. Het gewelf begint 0,65 m boven de vloer en de afstand tussen kruin van het gewelf en de vloer is 1,51 m. De kelder hee een tongewelf.

In de gra      elder is een eenvoudige vloer van grauwrode baksteen.

Tegen het midden van de eindmuren staan bakstenen poeren. Ze ondersteunen een houten ligger. Tussen de poeren staat een muurtje van vijf lagen baksteen. Het dient als midden ondersteuning van drie vierkante smeedijzeren staven, die op ongeveer 60 cm van elkaar liggen.

De Holevoet 13 oktober 1939, blz. 2.    Op de ijzeren staven werden de lijkkisten

geplaatst. De kisten zijn in de loop van de jd vergaan, waarbij de resten van minstens twee skele en op de vloer zijn gevallen. Ook enkele delen van het beslag liggen op de vloer.

Het gewelf moet gemetseld zijn met een eenvoudige ondersteuning, waarvan onder de kruin de balk nog aanwezig is, maar de rest na de voltooiing is verwijderd. Het noordelijke deel van de westmuur is zeer slordig uitgevoerd. Dit deel is van de buitenzijde gemetseld en kon niet worden afgestreken. We mogen aannemen dat, nadat de lijkkisten werden geplaatst, de muur op die plaats werd gedicht en niet meer is geopend.

Gezien de baksteen zou men het onderste deel van de gra       elder in de zeven ende eeuw kunnen dateren. Het gewelf en de bovenste van de beide eindmuren zouden nog uit de ach    ende eeuw kunnen dateren. Aangezien het na 1828 verboden was nog langer in kerken te begraven,

is de kelder daarna in ieder geval niet meer

Het gat in het dak van de gra  elder.     gebruikt.

De bodem van de gra elder. Op de staven stonden de      De bodem aan de andere zijde van het tussenmuurtje. kisten. Op de grond de bo en en de hengsels van de kisten.

De bouw van de gra elder kunnen we waarschijnlijk relateren aan de Reforma e, toen de oorspronkelijke func e van het koor van de kerk verviel en de ruimte vrijkwam voor hergebruik. Veel koren van kerken werden vanaf die jd gebruikt voor het opstellen van grafmonumenten en het ophangen van rouwborden. De Reforma e vond in Scherpenzeel pas vrij laat, rond 1595, plaats. De rol van de heer van Scherpenzeel, Johan van Scherpenzeel (1552‐1619), zal hierbij waarschijnlijk belangrijk zijn geweest. Voor hem ‐ als laatste mannelijke lid van dit geslacht ‐ zal het begraven in het koor een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld. Ook het randschri op de nog aanwezige grafzerk wijst daarop.

Conclusie:

Veel gra       elders in kerken zijn in de loop van de jd verdwenen. Het is verstandig de gra elder in de kerk van Scherpenzeel te handhaven. Zeker omdat deze waarschijnlijk bedoeld was voor de bewoners van het kasteel Huis Scherpenzeel.

De vraag ‘hoe oud en van wie het aanwezige skeletmateriaal is’, kan weliswaar tegenwoordig beantwoord worden door DNA‐onderzoek, maar laat dit aan latere genera es over en het botmateriaal laat men op de huidige plaats liggen.

De eikenhouten ligger in de gra          elder hee geen construc eve waarde en kan blijven zi en. Ter plaatse zou men de dikte van de nieuwe vloer van de kerk kunnen aanpassen. Het recent ontstane gat in het gewelf moet worden hersteld.

Tot zover delen uit het rapport.

Het ligt voor de hand dat Johan van Scherpenzeel kort na de Reforma e in 1595 zijn kans grijpt om zijn tweede vrouw in de kerk te begraven. Margaretha van Essen overlijdt in 1597. Er mag nu begraven worden in het koor en daarom kunnen we de gra       elder waarschijnlijk dateren uit 1597.

De resten van minstens twee skele en kunnen zijn van de twee personen waarvan we zeker weten dat zij in de gra elder begraven liggen:

Sophia Charlo a rijksgravin von Wartensleben, de ex‐vrouw van Johan Frederik van Westerholt, heer van Scherpenzeel. Na hun scheiding gaat zij op Huis Scherpenzeel wonen waarna zij met ijzeren hand het dorp regeert. Zij overlijdt in 1771.

Portret van Sophia Charlo e gravin von Wartensleben (17021771), vrouwe van Scherpenzeel, wed. Johan Frederik van

Westerholt. Olieverf op doek door Theodorus Onkruid, par culiere collec e, foto Peter Pracher,

Würzburg.6

Later wordt haar zoon Carel Willem Alexander van Westerholt bijgezet. Hij had een bewogen leven achter de rug dat eindigde in een ‘verbeterhuis’ in Utrecht7 . Vanuit Utrecht wordt hij op 11 september 1783 als laatste in de gra   elder begraven. Op de bodem van de gra    elder liggen nog hun beenderen, samen met de handgrepen van hun kisten. De gra    elder wordt door metselaar Hendrik Druif weer dicht gemaakt zoals blijkt uit de rekening van de begrafenis8 .

Terug naar de kerk. De bodem is nu helemaal vrij. Op meerdere plaatsen liggen de funderingen van de pilaren van de voormalige galerijen nog in het zand. Omdat er ook nog andere oude bouwsporen tevoorschijn komen, wordt de provinciaal archeoloog ingeschakeld. De bouw wordt in afwach ng van de resultaten s lgelegd. Ander werk kan wel door gaan. Boven het koorgewelf wordt een lierconstruc e gemaakt voor het omhoog hijsen van de kroonluchter in het koor.

Dit is nodig in verband met de hoogte van het klankbord van de kansel. Allerlei me ngen voor toekoms ge installa es worden alvast verricht. Speciaal voor Johan Lagerweij wordt een trapje gemaakt om jdens de restaura e beter vanuit de toren in de kerk te kunnen komen.

Om de archeologische resten in het koor goed te kunnen onderzoeken worden er twee proefsleuven van 1 bij 3 meter gegraven. Dit werk wordt ook uitgevoerd door RAAP9 .

Sporenkaart van de archeologische vondsten in het koor. Raap‐Rapport 1019, blz. 3.

Werkput 2 (WP2) ten westen van de gra         elder levert puin, kalkmortel en skeletmateriaal op. Men vindt een scherf van een Siegburg‐kan, die gedateerd wordt tussen 1325 en 1425. Mogelijk is de scherf jdens het restaureren in vorige eeuwen in de kuil terecht gekomen.

Werkput 3 (WP3) ten oosten van de gra          elder levert oude funderingen van rode baksteen op. Hoorden deze bij een uitbouw van de gra             elder of was het een losstaande muur, bijvoorbeeld de resten van het altaar? Het blij gissen. Ook worden twee mogelijke graven gedeeltelijk blootgelegd. Moet er nog meer onderzocht worden? Dat zou de bouw verder vertragen. Het advies van RAAP luidt: “Op basis van het bovenstaande adviseren wij om de plannen dusdanig aan te passen, dat er geen verdere graafwerkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden. Op die manier zullen jd en kosten bespaard worden en blijven de archeologische en bouwkundige resten bewaard voor volgende genera es.”

Werkput 2 (WP2). Raap‐Rapport 1019, blz. 4.    Werkput 3 (WP3). Raap‐Rapport 1019, blz. 4.

Op 18 mei 2019 is er een open dag. Door alle aandacht via de krant, website en het kerkblad komen zo’n 700 mensen een kijkje nemen. In de gra elder is een bouwlamp geplaatst en velen liggen op hun knieën voor het gat om de kelder te bekijken. De munten worden tentoongesteld en er is een kist met bo en, knekels en schedels. Koster Henk Lie ing staat achterin de kerk met koffie en fris voor de bezoekers.

Op de knieën voor het gat om in de gra elder te kijken.

Veel belangstelling op de open dag op 18 mei 2019.

Kerkrentmeester Wout van de Kleut gee uitleg.

Eind mei is het archeologisch onderzoek zo ongeveer klaar. Een dame van RAAP zet de archeologische vondsten op papier en zal dit verwerken in een rapport. Ondertussen wordt het zand waar nodig geëgaliseerd. Het werk moet door.

In oktober komt het rapport uit en worden de bevindingen uitgebreid beoordeeld10 . In een aantal hoofdstukken worden de resultaten toegelicht.

Verspreiding van de kuilen. Raap‐Rapport 4160, blz. 18.

De graven.

Buiten de kerk liggen de grafzerken te wachten onder zwart plas c, totdat zij weer teruggelegd kunnen worden. Het grootste deel van de graven in de kerk is oost‐west georiënteerd, gelijk met de oriënta e van de kerk. De gra          uilen variëren in lengte van 90 cm tot ruim 200 cm. De breedte ligt tussen 45 en 83 cm. De vulling van de graven hee over het algemeen een donkergrijze tot donkerbruine kleur en zijn veelal sterk gevlekt. In negen graven zijn botresten aangetroffen, maar in geen enkel graf is een compleet skelet gevonden.

Skele ormulier waarop de bo ragmenten zijn ingetekend. Raap‐Rapport 4160.

Archeologische vondsten worden gelabeld.        Sporen van een graf

Het is heel moeilijk om conclusies te trekken. Daarvoor is de grond te veel verstoord. Er ligt vaak fijn en middelgroot puin in. Het lijkt er ook op, dat er graven verdwenen zijn onder de fundering van de muur van de zijbeuk.

Het volgende valt buiten het rapport, maar is wel interessant:

Johan Lagerweij hoort van de werklieden, die later de stalen buispalen plaatsen, dat een paar pijpen in het midden van de kerk opeens heel gemakkelijk in de grond zakken. Zij

moeten extra verlengd worden om vaste bodem te krijgen. Is er nog een gra      elder?

De muren, funderingen, steen en hout.

De meeste gevonden funderingen zijn niet zo oud. Zij zijn gemaakt bij de restaura es van 1939 en 1946 om de vloer te dragen. De oudste funderingen (S 66 en 68) zijn van brokken moerasijzer (limoniet of ijzersteen). De brokken erts zijn bewerkt. De grootste is 120 x 208 cm en droeg waarschijnlijk de eerste zuidmuur van de kerk, voordat de zuidbeuk eraan werd gebouwd. De kleinste is 37 x 100 cm en droeg mogelijk een steunbeer. Jammer dat het niet te dateren valt, anders hadden we een nauwkeurige s ch ngs jd kunnen vaststellen.

Verspreiding van de funderingen, muren, houten en stenen sporen. Raap‐Rapport 4160, blz. 21.

Even tussendoor: oerbonken en oerbanken.

De toren en misschien ook wel de kerkmuren werden eer jds gebouwd op een fundering van oerbonken11 . Omdat de toren in 1947 vijf à zes meter naar het westen is verplaatst,

ligt deze oude fundering nu in de kerk onder het orgel. Deze ‘oer’ of ‘ijzersteen’ werd in het zandbed gelegd en daar bovenop werd de toren gebouwd met kloostermoppen. Volgens

streekarcheoloog Peter van Schut wordt er al sinds het jaar 1000 op deze wijze gebouwd. Nu de vloer eruit is, komen deze oerbonken verspreid liggend tevoorschijn.

Oerbanken zijn gevormd door gewoon zand met ijzerhoudend materiaal. Onder grote druk zijn ze verdicht. Ze zijn 20 tot 40 cm dik en laten geen water door. Doorgaans lagen ze onder lage weilanden dichtbij een beek. Daardoor was er een ondoordringbare laag in de grond en stond het land langdurig onder water.

Een boer liet daarom een loonwerker komen om met een zware trekker een ‘ondergronder’ door het land te trekken. Berkhof had zo’n ding; een staand scherp mes met onderaan een

voetje dat de oerbank moet breken. Dat gaat met grote kracht. Zo groot, dat de brokken soms boven de grond werden getrokken. En deze werden dan weer gebruikt voor een fundering. Maar dat even terzijde.

Oerbonk, gevonden in de Grote Kerk.

Bij de restaura e van 1939 ontdekt men dat de oorspronkelijke kerk niet groter was dan het huidige koor. Het schip en de toren zijn er waarschijnlijk in de 14e eeuw aangebouwd.

Andere funderingen in het schip zijn van de pilaren waar de balkons en het orgel op steunden (S 2, 3 en 4). Zij werden in 1939 verwijderd. Als we naar de steensoort kijken, moeten de pilaren in het begin van de 16e eeuw zijn gebouwd. Tenslo e zijn er nog funderingen in de zuidelijke zijbeuk, mogelijk ondersteunden die de speciale herenbank voor de bewoners van Huis Scherpenzeel. Zij zaten in een soort loge, boven de dominee en het gewone volk.

De vondsten.

De scherven van gebruiksaardewerk lagen in de graven en in kuilen met losse bo en. Sommigen zijn opvallend oud. Drs. M. Schabbink dateert het oudste rand‐ en wandfragment van een blauwgrijze kogelpot uit de 12e of vroeg 13e eeuw. Een wandfragment van een steengoed‐kan uit Siegburg dateert uit de 14e eeuw. Een min of meer vergelijkbare datering geldt voor een scherf met glazuur uit Langerwehe (1350‐1450). Ook een randfragment van een roodbakkende vorm, mogelijk een kom met een dun aangebrachte loodglazuur, kan tussen de 14e en de eerste hel van de 16e eeuw gemaakt zijn. Een tweede stenen scherf is a       oms g uit Raeren en hee een datering in de 16e eeuw.

Alle sporenkaart. Raap‐Rapport 4160, blz. 22.

Wandfragment van een steengoed‐kan uit         Pijpenkoppen. Raap‐Rapport 1019.

Siegburg. Raap‐Rapport 1019.

Drs. I. Hesseling onderzoekt de vier stukken pijp en stukken van de steel. Twee pijpen zijn in Gouda gemaakt. De eerste hee een hielmerk PIB te lezen en draagt het wapen van Gouda met ernaast als makersmerk een s p. Hij is tussen 1739 en 1857 gemaakt. Zowel Paulus Jansz. Bos als de familie Belonje kunnen de makers zijn.

De tweede toont een gekroonde 65 en het wapen van Gouda met daarboven de le er “S”, van “slegte” o ewel mindere kwaliteit. De datering ligt tussen 1740 en 1860. De stelen dateren van na 1650.

En dan zijn er nog de bakstenen. Ze zijn wit/geel of rood en van verschillende formaten. De gebruikte kalkmortel met schelpresten wordt al vanaf 1400 gebruikt. Al met al is hier weinig concreets over te zeggen.

Twee vragen blijven tot nu toe onbeantwoord:

Is er iets waar van het verhaal van de ondergrondse tunnel naar Huis Scherpenzeel?

Liggen de beelden uit de katholieke jd nog ergens?

Vraag 1 komt in een ar kel hierna uitvoerig aan de orde.

Vraag 2 blij onbeantwoord. Volgens overlevering moeten de beelden uit de katholieke jd ergens begraven zijn. Aanvankelijk buiten de kerk ten zuiden van de toren. Maar omdat de toren in 1947 verplaatst is, zouden de beelden nu in de uiterste zuidwesthoek van de kerk liggen. Om ze te vinden is extra archeologisch onderzoek nodig. Helaas ontbreekt de jd daarvoor.

Nu het archeologisch onderzoek is afgerond gaat men op 1 juli weer verder met de restaura e.

Er mag in de kerk niet dieper gegraven worden dan 50 cm. Archeologische restanten zouden verloren kunnen gaan. In overleg met de constructeur wordt besloten om stalen buispalen te gebruiken. Hiermee wordt de grond het minste ‘geroerd’.

Door de vondst van de gra    elder is er een probleem ontstaan. Hoe kan men de vloer over de gra elder leggen zonder die te beschadigen? In overleg met de constructeur en de architect wordt er een plan bedacht. Na goedkeuring door de regio‐archeoloog kan men beginnen. Allereerst worden er 156 piketpaaltjes uitgezet op de plaats waar een stalen buis moet komen. De buizen, die nodig zijn om de vloer te dragen, worden

‘trillingarm’ aangebracht. De buizen zijn ca. 2,2 meter lang, met een dichtgelaste bodem.

Voordat de palen de grond in gaan wordt er eerst            Een buis hee een doorsnede van 13,8 cm. voorgeboord.

De palen liggen buiten opgeslagen.

De 156 palen staan in de grond. orgel.

De buizen van de vloerverwarming.

De hardstenen plavuizen zijn gelegd en moeten nog gevoegd worden.

De zerken in het tochtportaal zijn opnieuw gelegd.

Over de vloerverwarmingsbuizen komt een laagje droge specie. Daarop worden de grote plavuizen van Belgisch hardsteen gelegd.Ze zijn 60 x 60 cm. Een precies werkje met zwaar materiaal. Drie mannen zijn er twee weken mee bezig. Als de tegels liggen, worden ze met een donkere kleur gevoegd. Na het middenschip en de twee zijbeuken is het koor aan de beurt.

Het is inmiddels half oktober. Zorgvuldig worden de ca. 170 zerken in elkaar gepast. Ze zijn verschillend van groo e en dikte. Een hele puzzel om alles een juiste plek te geven.

Het breder maken van het middelste gangpad in de kerk is een lang gekoesterde wens. Bij een trouwdienst is het niet mogelijk dat er twee personen naast elkaar naar voren kunnen lopen. De prak jk was dat de vader half achter de bruid naar voren loopt. En bij een rouwdienst gebeurt het regelma g dat de kist tegen de banken aan stoot. Om het pad te kunnen verbreden worden de zijbanken tegen de buitengevels ca. 20 cm ingekort. De middenbanken schuiven op en het middenpad wordt 40 cm breder. Eind oktober worden de kleine banken uit het depot gehaald om ingekort te worden. Onder deze banken komen geen plavuizen, maar men hergebruikt de oude planken. De achterste banken komen op een verhoging om goed zicht te houden op de dominee.

Half november gaan de schilders aan het werk. Alles wordt eerst schoongemaakt. Eén man op een hoogwerker wit het koor. Drie anderen op ladders De zijbanken aan de kant van de Dorpsstraat    verven met blokkwasten de zijwanden. Ondertussen zijn ingekort en geplaatst.              is bekend gemaakt dat het 15 december klaar moet zijn. Nog twin g werkdagen om de banken, het koorhek en de preekstoel te plaatsen. Orgel ‘uitpakken’. Lampen ophangen. Alles schoonmaken en inrichten. Johan Lagerweij zegt: “Als het een boerderij was zouden we zeggen: er zit nog een pens vol werk voordat het klaar is.” En dan zit het ook nog iets tegen. Aan de oostzijde van het koor bladdert de verf af. Er moet een stofwand worden geplaatst, de muur moet worden afgebikt en gestukadoord en opnieuw worden geverfd.

De vloer van Belgisch hardsteen is gelegd, gevoegd en gezoet. Het lichte vlak op de achtergrond zijn de oude zerken.

Ook bij de verlich ng wordt bespaard op de energie. De bestaande lampen worden vervangen en nieuwe lampen toegevoegd. De kroonluchters krijgen ledverlich ng. Ook de geluidsinstalla e moet worden opgehangen en ingesteld.

De kussens op de banken zijn versleten en worden vervangen. Daarbij wordt er een akoes sche schuimvulling toegepast. Maar welke kleur moeten de kussens krijgen? De architect kijkt naar de kleuren in de kerk. Vooral de blauwe gordijnen in de gebrandschilderde ramen in het koor van de kerk zijn een inspira e. Opvallend is dat het ge mmerde plafond van het middenschip een aardekleur hee en dat de kussens een mooie hemelsblauwe kleur hebben. Het is dus net het omgekeerde van de werkelijkheid.

De kansel wordt weer teruggeplaatst op een vlonder met rollers.

Om de ruimte rond de preekstoel te vergroten is er één rij banken naast en voor de kansel weggehaald. Nu de kansel verplaatst kan worden, ontstaat er meer ruimte voor een koor of muziekgroep. Om de kansel te kunnen verplaatsen is er onder de vlonder, waar de kansel op staat, een stalen frame gemaakt. Op dit frame zijn drie speciale rollers gelast waarvan er één draaibaar is. Deze rollers hebben een speciaal rubber dat geen sporen achterlaat op de zerken. Om de kansel vast te ze en zijn er vier kleine schaartafels op het stalen frame gelast. Door deze naar beneden te draaien, komen de rollers los van de grond en staat de kansel op de schaartafels.

Om de kansel naar het koor te kunnen rijden, kunnen de koorhekken los gemaakt worden. De kansel is met twee personen te verplaatsen. Eerst moet de kroonluchter omhoog gehesen worden. Dit gebeurt door een elektrische lier boven het plafond in het koor.

Het wordt december. Op de vierde worden de laatste banken geplaatst. Nu nog het koorhek, de ‘Royaardsbank’ en de preekstoel.

38

De banken aan de noordkant staan weer op hun plaats. De stucloper moet nog worden weggehaald.

De bewoners van Huis Scherpenzeel hebben in het verleden al jd een eigen loge gehad in de kerk. Later toen de loge was verdwenen, kregen zij een ‘eigen’ bank, de ‘Royaardsbank’.

Herkenbaar omdat deze bank in vormgeving en detaillering sterk afwijkt van de overige kerkbanken. De ‘Royaardsbank’, die zich bevindt in het zuidelijk transept van de kerk, hee een eigen toegang, die uitkomt op de Dorpsstraat. De deur werd jdens de dienst op slot gedraaid en net voordat de kerk uitging weer van het slot gehaald.

Het was namelijk de gewoonte dat de bewoners van Huize Scherpenzeel de kerk verlieten, voordat de predikant de zegen uitsprak.  De reden hiervoor was dat zij dan niet met het

‘gewone’ volk mee hoefden te lopen. Het bewuste voorval speelde zich in 1958 af. Koster

Gerrit van Essen was net aangesteld en de vaste rituelen zaten nog niet goed in zijn hoofd.

Die morgen was hij vergeten om de genoemde deur van het slot te halen. De consequen e was, dat de beide dochters van de heer Royaards die ochtend noodgedwongen tussen het ‘gewone’ volk de kerk dienden te verlaten. Na deze zondag werden beide dames nauwelijks meer gesignaleerd in de kerk.

Vervolgens wordt het orgel uitgepakt. Later zal het gestemd worden. Op de ende beginnen 10 tot 14 dames aan de schoonmaak. Drie dagen wordt er opgeruimd, gesto , geboend en geschrobd. Ondertussen werkt men door aan de inrich ng, elektra en geluid.

En dan is het zondag 15 december. Voor het eerst zal er in de gerestaureerde kerk gekerkt worden. Het is de derde Adventszondag en ds. Van Goch preekt uit Johannes 3. ’s Middags gaat ds. Bergshoeff voor en preekt uit Nehemia 1 en 2.

Op 15 februari 2020 is de officiële ingebruikneming van de Grote Kerk. Ds. G. van Goch wijst op de échte func e van de kerk. Het is weliswaar een monument, maar vooral het Huis van God waar mensen elkaar en God ontmoeten. Voorzi er van de kerkrentmeesters, Wout van de Kleut, blikt terug op de restaura e. Burgemeester Harry de Vries is blij dat het ‘hart van het dorp’ weer in volle glorie is hersteld. Gelders gedeputeerde Peter Drenth laat in zijn toespraak blijken dat de subsidie goed is besteed. De sprekers worden afgewisseld door muziek van muziekvereniging Caecilia. Voor de preekstoel hebben zij nu ruimte genoeg en spelen enkele prach ge stukken. Ook de organisten Arjan Veen en Wilfred Folmer laten horen, dat het orgel prima klinkt dankzij de afgestemde akoes ek. Onder het spelen wordt het koor door de ledverlich ng in diverse kleuren verlicht. Een mooie afslui ng van een

Het frame waarop de Royaardsbank wordt        intensieve restaura e jd. geplaatst.

Het college van kerkrentmeesters wil zoveel mogelijk samenwerken met lokale of regionale par jen. Daarnaast is het geen must maar een pré, als deze lid zijn van de kerkelijke gemeente of op de hoogte zijn hoe de (technische) installa es in het verleden zijn uitgevoerd. Dat scheelt veel uitzoekwerk, omdat de nieuwe installa es aangesloten moeten worden op de bestaande installa es.

De technische uitwerking van de plannen, het (laten) uitvoeren van de bouwhistorische onderzoeken en de direc evoering is uitgevoerd door Bureau Delfgou architectuur en monumentenadvies te Scherpenzeel.

De construc eve uitwerking is opgesteld door ingenieursbureau Alferink Van Schieveen te Zwolle.

Het Geotechnisch onderzoek (sonderingen) is uitgevoerd door Hoogveld te Almelo.

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd door Raap te Zutphen.

Het bouwhistorisch onderzoek van de gra      elder is uitgevoerd door BBA te Utrecht.

Het akoes sch rapport is opgesteld door Het Geluidburo te Arnhem.

Het advies voor de klimaatbeheersing is opgesteld door Physitec te Ro erdam.

Het opstellen van de bouwhistorische no        e en het onderzoek naar de vloerdelen is uitgevoerd Hylkema Erfgoed te Utrecht.

Het opstellen van het verlich ngsplan is opgesteld door Vermeulen lichtarchitectuur te Gendringen.

De bouwkundige werkzaamheden zijn uitgevoerd door bouwbedrijf Osnabrugge te Scherpenzeel.

Het renova e mmerwerk aan de banken, koorhekken en de kansel is uitgevoerd door Aannemersbedrijf Legemaat & Van Elst te Woudenberg.

Het aanbrengen van de stalen buispalen is uitgevoerd door Funderingstechniek Noord te Marum.

Het grondwerk is uitgevoerd door Schimmel Overberg te Overberg.

Het inkorten van de zijbanken is uitgevoerd door Lie ing meubel & interieur te Woudenberg.

Het verrijdbaar maken van de kansel en de lierconstruc e voor de kroonluchter in het koor is uitgevoerd door Lasbedrijf Den Hartog te Scherpenzeel.

Het leveren en aanbrengen van de plavuizen en het opnieuw aanbrengen van de zerken is uitgevoerd door Stam & De Lange Tegelwerken te Scherpenzeel.

Het stucwerk in het koor is uitgevoerd door Gernissen te Werkhoven.

De werkzaamheden die betrekking hadden op de vloerverwarming zijn uitgevoerd door Dikkenberg Installa etechniek te Scherpenzeel.

De elektrotechnische en datawerkzaamheden en het leveren en aanbrengen van de armaturen zijn uitgevoerd door Den Boer Elektrotechniek te Scherpenzeel.

Het schilder‐ en sauswerk is uitgevoerd door R&E schilderwerken uit Renswoude.

Het schoonmaken van de wanden en de ramen is uitgevoerd door Werkman Schoonmaakbedrijf te Scherpenzeel.

Het leveren en aanbrengen van de kussens is uitgevoerd door Van Ekeren stoffering te Zeist.

Het leveren, aanbrengen en aanpassen van de geluidsinstalla e is uitgevoerd door Schaapsound te Ridderkerk.

De direc evoering werd uitgevoerd door Bureau Delfgou architectuur en monumentenadvies te Scherpenzeel.

De procesbewaking en verslaglegging werd uitgevoerd door Aannemersbedrijf Legemaat & Van Elst te Woudenberg.

De dagelijkse leiding en de bewaking van de planning lag in handen van Bouwbedrijf Osnabrugge te Scherpenzeel.

De bouwkosten zijn bij de start van de restaura e geraamd op € 685.000,‐‐. Het geld is er en er is in de begro ng geen rekening gehouden met een eventuele subsidie van de provincie.

Ongeveer € 100.000,‐‐ (= 60%) van de BRIM subsidie, die door het Restaura efonds is toegezegd, is bestemd voor de restaura e van de vloer. De rest van subsidie is bestemd voor het regulier onderhoud van de kerk.

Dat er aanvankelijk geen provinciale subsidie kwam, was dus teleurstellend maar niet onoverkomelijk. Dat deze subsidie uiteindelijk wel gekomen is, gee extra ruimte om een aantal gewenste werkzaamheden alsnog uit te laten voeren:

Extra kosten in verband met wijziging vloerconstruc e in het koor.

Extra kosten archeologie i.v.m. vondst gra      elder.

Extra grondwerk i.v.m. aanpassing vloerconstruc e.

Extra kosten paalfundering i.v.m. aanpassing funderingsconstruc e vanwege gra       elder.

Aanpassen natuursteenvloeren in zijportalen.

Extra begeleidings‐ en verslagleggingsuren omdat een ERM‐gecer ficeerde aannemer als hoofdaannemer moet optreden.

Werkzaamheden aan monumentale onderdelen die moeten worden uitgevoerd door restaura e‐ mmerlieden.

Uiteindelijk hee de vloerrestaura e € 840.000,‐‐ gekost.

Is de restaura e gelukt? Laten we eens om ons heen kijken.

De kerk voor 1939.

De kerk na de restaura e van 2019

De vloer hee de uitstraling van een rijk verleden. Het wekt de indruk alsof deze er al heel lang ligt.

De aanpassingen aan de banken zijn niet zichtbaar.

De aanslui ng van de koorhekken op de bestaande banken hee een natuurlijke uitstraling.

De om mmering van de verdeelkasten van de vloerverwarming sluit aan bij de s jl en de kleur van de banken.

Diverse verwarmingsleidingen in beide tochtportalen zijn weggewerkt.

De monumentale, circa 300 jaar oude houten vloerdelen zijn hergebruikt onder de zijbanken. De maatregelen om de kansel verrijdbaar te maken zijn onzichtbaar.

Al met al vertoont de vloerrestaura e nauwelijks sporen van de recente restaura e.

Het college van rentmeesters is met recht trots op het resultaat van de restaura e.

Wout van de Kleut

Johan Lagerweij

Henk van Woudenberg

Zie ook: h ps://hervormdscherpenzeel.nl/ramen.php.

Conservator drs. Jeroen Punt, Na onaal Militair Museum, Soesterberg; 28‐12‐2019.

Bouwhistorische verkenning en waardestelling van de Hervormde kerk te Scherpenzeel, door Delfgou architectuur en monumenten; Scherpenzeel, 07‐03‐2018.

Bureauonderzoek en Programma van Eisen proefsleuvenonderzoek. Variant archeologische begeleiding. RAAP‐

PVE 2123; 08‐03‐2019

No    e Hervormde kerk Scherpenzeel, gra      elder, bouwhistorische waarneming. Door BBA, Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis V.O.F. Auteur: drs. B. Olde Meierink, Utrecht, mei 2019.

Een volledige beschrijving van dit portret staat in: Van Scarpenzele tot Scherpenzeel; Onkruid vergaat niet, het portret van Sophia Charlo e von Wartensleben, vrouwe van Scherpenzeel 1721‐1772, door Egbert Wolleswinkel.

Comité voor Scherpenzeelse cahiers, 1996

Adel in opspraak; De Westerholts van Hackfort in de ach              ende eeuw, door Bert Koene. Hilversum 2014, Oud Scherpenzeel jaargang 23 nr. 4 (2011), blz. 25‐27: “De heer van Scherpenzeel is gek geworden!” 8 HGA; Huis Enkhuizen, Archief Westerholt 254, 2e pak.

RAAP Adviesdocument 1019. Proefsleuvenonderzoek Ned. Herv. Kerk Scherpenzeel, 14‐05‐2019. Rapport door M.T.C. Hendriksen.

RAAP, Begravingen, funderingen en een gra                   elder in de Nederlands Hervormde Kerk te Scherpenzeel. Gemeente Scherpenzeel. Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek (variant archeologische begeleiding), door M.T.C. Hendriksen; 18‐10‐2029.

Burgemeester Hoytema van Konijnenburg hee hier eer jds over geschreven in het kerkblad van de Ned. Herv. Kerk.

GEEN TUNNEL, OF TOCH WEL?

Veel vragen zijn jdens de restaura e beantwoord, maar één vraag blij open: is er nu wel of geen tunnel van Huis Scherpenzeel naar de kerk? Een belangrijke vraag die al eeuwenlang tot de verbeelding spreekt. Er zijn in de kerk geen sporen aangetroffen die op een tunnel wijzen.

Waarom zou er eigenlijk een tunnel moeten zijn? Het ligt voor de hand om te denken aan een vluchtroute als Huis Scherpenzeel wordt belegerd. Een andere reden kan zijn dat men bij slecht weer droog in de kerk wilde komen. Maar om daar nu een tunnel voor te maken van 107 meter lang? Dus geen tunnel, of……?

Tot onze verbazing meldden zich mensen die er meer van afwisten. Niet vanuit overlevering, maar echte ooggetuigen! Wat hebben ze ons te vertellen?

De eerste die aan het woord komt, is Aart Moesbergen. Hij vertelt: “Ik was vriend met Arie van der Kli . Zijn vader, Elbert van der Kli , werkte op Huis Scherpenzeel als een soort huismeester. Hij had een sleutel van een bijzondere deur van Huis Scherpenzeel. Daar mochten wij natuurlijk niet aankomen, maar we wisten wel waar hij lag. Op een dag, we waren een jaar of 10 (ca. 1963), gingen mijn vrienden Arie van der Kli , Henk van de Vliert en ik met die sleutel naar het kasteel. Bij de hoofdingang gingen we onder de brug. Daar liepen we linksom over een soort vlonder om het kasteel. Rechtsaf langs de kant van de kerk, weer rechtsaf aan de kant van het bos en daar zat een deur. Ongeveer een meter uit de hoek. Met de sleutel openden we de deur en daar was een trapje naar beneden. Een trede of 6 à 7. Onderaan was rechts weer een deurtje met een toog. Als je dat deurtje opendeed, kwam je in een tunneltje. Wit geschilderd, althans ooit wit geweest. Helemaal vol met spinnenwebben en kurkdroog. Bijzonder want hij zat onder de gracht. De tunnel was ca. 1.40‐1.50 m hoog en 1.00 m breed. Met een gewelfde bovenkant. We zijn er zo’n 10 à 20 meter in geweest. Het was er aardedonker, want het enige licht moest van buiten komen. Zover we konden zien was de tunnel intact. Toen zijn we weer teruggegaan. Vader van der Kli kwam erachter en hee de sleutel op een andere plaats bewaard. Daarom zijn we er maar één keer geweest.”

Geen speld tussen te krijgen. Maar als je naar Huis Scherpenzeel gaat, zie je op de bewuste plaats géén deurtje. Kijk maar bij de pijl.

Huis Scherpenzeel 2020. Bij de pijl is niets bijzonders te zien.

En toch, en toch… Kijk eens naar de a eelding van Huis Scherpenzeel uit 1749.

En ja hoor, daar zit een deurtje! Vreemd genoeg aan de buitenkant. Wel een onlogische plaats als het om een vluch unnel zou gaan. Buitenom wegvluchten bij een belegering zou zelfmoord zijn.

Maar wacht eens. Van 1980 tot 1982 is Huis Scherpenzeel gerestaureerd. Is er toen iets gevonden? De man die er in die jd met zijn neus bovenop stond, is Chris Sangers. Als ik hem het bovenstaande verhaal voorleg, is hij heel verbaasd. Samen kijken we naar de tekening, die hij van de vondsten in de kelder hee gemaakt, en die in het boek van Meta

Prins‐Schimmel staat1 .

Huis Scherpenzeel 1749. Bij de pijl is duidelijk een deurtje te zien.

Pla egrond van het onderhuis met daarin de oudheidkundige bodemvondsten, die zijn aangetroffen jdens de restaura e, door Chris Sangers. Boek Huis Scherpenzeel blz. 19.

In de linkerbovenhoek is een halve cirkel zichtbaar. Toen dacht men dat het een deel van een put was, die er lag voordat deze vleugel aan Huis Scherpenzeel werd gebouwd. De muur is over de put gebouwd. Dat betekent dat er buiten nog een deel van de put in de grond moet zi en. Laten we eens beter kijken.

Verbaasd kijken we elkaar aan. Is het wel een put? Op dit detail staat rechtsonder een echte put (le er I). De cirkel bij le er H is veel groter, eigenlijk heel erg groot voor een put. Zou het iets anders kunnen zijn? Misschien de fundamenten van een portaal waar het bewuste deurtje in uitkwam? En waarin de jongens het trapje af moesten naar de tunnel? En mogelijk zat er ook een deurtje in vanuit de kelder, zodat men niet

Detail van de noordoosthoek. Duidelijk is bij le er H de ronding te zien, waarvan men dacht dat het een put was.  persé buitenom hoefde.

Volgens Chris moeten er foto’s gemaakt zijn. Maar waar zijn die? Donald Penthum, archivaris van de gemeente Scherpenzeel, stuurt direct een zoekopdracht naar Archief Ede, waar het gemeentearchief van Scherpenzeel ligt opgeslagen. Helaas zonder resultaat. Donald gee nog een aantal sugges es, o.a. of Oud Scherpenzeel misschien iets hee . Dat ligt erg voor de hand, maar het kost Piet Valkenburg toch nog heel wat jd om de bewuste foto te vinden. Maar hij vindt hem! De ringvorm is redelijk zichtbaar. Helaas is de muur gestuct, zodat er geen spoor van een eventuele deur te zien is.

Foto van de noordoosthoek met aan de onderkant de ringvorm van de ‘put’.

En er is meer. Lees het verhaal van Anton (Tonnie) van den Essenburg2 .

“Ik was metselaar voor Van Lunteren in Woudenberg en we moesten de koppen op de rioleringsbuizen in de Dorpsstraat metselen. Daar werden dan de pu en op gemaakt. De buizen liepen midden door de straat. Het was zo’n 35 jaar geleden en de riolering werd vervangen. Aan de kant van het Poorthuis kon je de tunnel zien. Hij was behoorlijk ingevallen, zo’n 80 cm breed en 1.00 m hoog. Eigenlijk was het niet meer dan een zwart gat. Aan de kerkkant was niets te zien. Kort daarna werd de straat weer opgevuld. Maar er stonden al jd mensen te kijken. Die zullen de tunnel misschien ook hebben gezien”.

Aart Moesbergen vervolgt:

“Elbert van der Kli woonde in de tuinmanswoning aan de Dorpsstraat. Hij beweerde al jd dat de tunnel bij de kerk bij het toegangsdeurtje uitkwam, dat speciaal voor de heren van Scherpenzeel was gemaakt. Voor dat deurtje was aan de buitenkant een soort hokje gebouwd en daar moet de tunnel omhoog gekomen zijn. In de katholieke jd moeten er nog nonnen vanuit het kasteel door de tunnel naar de kerk zijn gegaan.”

We zijn in dit verhaal bij de kerkzijde van de tunnel aangekomen. In de kerk zijn geen sporen van een tunnel gevonden. Dat klopt met het verhaal van Elbert van der Kli dat de tunnel buiten de

kerk stopte. Op een oude a   eelding zien we dat toegangsdeurtje voor de heren van Scherpenzeel.

Het dorp Scherpenzeel in 1749. Bij de pijl het speciale deurtje dat toegang gaf tot de loge van heren van Scherpenzeel.

De Grote Kerk voor 1939.

Dat deurtje zit sinds de restaura e van 1939 meer naar het westen. Dat komt omdat in de kerk de loge voor de heren van Scherpenzeel is afgebroken en vervangen door de ‘Royaardsbank’, die gewoon op de grond staat. Met het huidige deurtje kom je direct in de bank uit. Dus om te zien hoe de tunnel hee gelopen, moeten we de oorspronkelijke plaats van het deurtje aanhouden. Dat levert een tunnel op van 107 meter. Volgen we de aanwijzing van Tonnie van den Essenburg dan wordt de tunnel nog langer, omdat er een knik in zit.

Situa eschets van de vermoedelijke loop van de tunnel. Rechtstreeks of via het Tuinmanshuis of Poorthuis.

Tot zover alles wat bekend is vanuit overlevering en eigen ervaring van mensen. Alles wijst erop, dat er een tunnel moet zijn. Maar er is ook een kri sch geluid. Dat komt van Johan Lagerweij. Hij zegt: “Een tunnel of ondergrondse gang vanuit Huis Scherpenzeel naar de kerk? Kan men dat in die jd wel maken? En waar dient hij voor? Is hij van kloostermoppen gemetseld? Beton en cement bestaan nog niet. Een kloostermop is 30 x 15 x 8 cm groot.

Voor een dergelijke tunnel zijn er 55.000 kloostermoppen nodig. Hoe komen die stenen, mogelijk vanuit Rhenen of Elst, hier? Wat zouden die stenen en dat transport gekost hebben? Van het aantal stenen dat nodig is. kun je in die jd wel drie huizen bouwen.

Zou men met tras‐stenen en tras‐specie waterdicht hebben kunnen metselen? Je moet toch wel twee steens dik, + 60 cm dikke muren metselen om de waterdruk te kunnen weerstaan. De grondwaterstand is in die jd hoger dan nu. Om op circa 3 meter diepte een waterdichte onderaardse gang te metselen heb je wel een beste bronbemaling nodig. Maar die is nog niet uitgevonden.

Een waterdichte tunnel, op die diepte aangelegd, zal door verzakking vanwege de verschillende grondlagen, zand, veen, grind, klei, leem, snel en zeker scheuren en water doorlaten. En goede aannemer/ metselaar weet dit van te voren en begint er niet aan.”

Dat liegt er niet om. Is er nu geen tunnel, of toch wel? De enige oplossing is: nader onderzoek doen. Daarom wil ik de Vereniging Oud Scherpenzeel oproepen om hierin het voortouw te nemen. Met geluidsgolven kan tegenwoordig een 3Dbeeld van de bodem worden gemaakt. Een

Tekening van de doorsnede van de tunnel volgens           proe      oring kan de aanwezigheid van de

Johan Lagerweij.        tunnel beves gen.

Of laten we het zo en zullen we het er nog heel lang over hebben of er wel of geen tunnel is? Gewoon omdat het leuk is om een mooie overlevering te hebben.

Henk van Woudenberg

Huize Scherpenzeel. De geschiedenis van versterkt huis tot gemeentehuis, door drs. M.A. Prins‐Schimmel. Scherpenzeel 1983. Blz. 19.

Anton van den Essenburg is de vader van Marco van den Essenburg, directeur van aannemersbedrijf Osnabrugge

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven