Doorgaan naar inhoud
Lid worden?
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact
YouTube
Facebook
Lid worden?
YouTube
Facebook
  • Vereniging
    • Bestuur
    • Lid worden
    • Gegevens wijzigen
    • Documentatiecentrum
    • Nieuwsberichten
    • Onze agenda
    • Verenigingsbladen
    • Foto’s activiteiten
  • Genealogieën
    • Uitgewerkte genealogieën
    • Geboorten
    • Huwelijken 1812 – 1935
    • Overlijdens
    • Genealogische links
  • Thema’s
    • Huis Scherpenzeel
    • Scherpenzeels Dialect
    • Scarpenzele
    • Historische kaarten
    • Terugblik op …
    • Kerken in Scherpenzeel
    • Winkels
    • Landgoed Scherpenzeel
  • Op de foto
    • Schoolfoto’s
    • Korte verhalen
  • Wandelingen
    • Door het dorp
    • Rondom het dorp
    • Mediatour
  • Oorlogsjaren
    • De laatste getuigen (film)
    • Mobilisatie
    • Scherpenzeel onder vuur
    • Evacuatie
    • Wederopbouw
    • Evacuees
    • Evacuee in Scherpenzeel
    • Bevrijdingsdag
    • Links 2e wereldoorlog
    • Grebbelinie artikelen
    • Links Grebbelinie
  • Contact

Verenigingsblad 2020-1



32E JAARGANG NR. 1 MAART 2020






Vereniging  Oud ‐ Scherpenzeel

Van de bestuurstafel  4

Excursie 9 mei naar zilverstad Schoonhoven     5

Gevallen voor de vrijheid         6

Verraden, vastgezet en vrijgesproken  8

Fietsen voor de vrijheid            11

Brieven uit het kamp  12

Het verraad van juffrouw X      17

Hoe ook de jeugd de Duitsers in de wielen zit   21

In de Glashorstschool 22

Getrouw tot in de dood            23

De SD slaat toe            27

Sabotage       32

De zoektocht naar James         37

Met gevaar voor eigen leven  42

De kopij voor het juninummer dient uiterlijk zaterdag

16 mei 2020 a.s. te zijn ingeleverd bij de redactie.

VAN DE BESTUURSTAFEL

Dit verenigingsblad staat in het teken van het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Binnenkort vieren we 75 jaar Bevrijding. Dat feest kunnen we vieren, omdat velen zich hebben ingezet om onder het juk van de bezetter uit te komen. Ze zagen niet lijdzaam toe, maar kwamen in ac e. In dit nummer beschrijven we activiteiten en gebeurtenissen die soms goed, maar even zo vaak tragisch afliepen. Er zijn veel Scherpenzelers geweest die zich op allerlei manieren sterk hebben gemaakt om de vijand tegen te werken en te verjagen. Daarmee liepen ze het risico te worden gearresteerd en zelfs te worden geliquideerd. Dat is zoals u weet meerdere malen gebeurd. Wat er in dit verenigingsblad wordt beschreven is slechts een fractie van wat er hee plaatsgevonden. Sommige gebeurtenissen zijn uitvoerig beschreven, andere worden slechts kort benoemd en de meeste komen helemaal niet aan de orde, maar zijn daardoor niet minder belangrijk geweest. Veel verzetsactiviteiten en daarbij betrokken Scherpenzelers hebben het nieuws nooit gehaald, maar hebben wel degelijk bijgedragen aan onze vrijheid nu.

De bijeenkomst op 17 maart stond ook voor een groot deel in het teken van het verzet. Mevrouw José Huurdeman presenteerde aan de hand van haar boek ‘Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog’ verhalen van verzetsstrijders.

Op deze avond namen we afscheid van ons bestuurslid Cobi Schuur die twaalf jaar verantwoordelijk is geweest voor het secretariaat van Oud‐Scherpenzeel. Daarnaast hee ze ons o.a. als mede‐organisatrice van de jaarlijkse excursie op tal van mooie plekjes in de omgeving gebracht. Dat zal ze gelukkig blijven doen! Cobi, nogmaals heel veel dank voor je inzet voor de vereniging.

Jannie Hazeleger‐van Ginkel zal de taak van Cobi overnemen en is 17 maart aan de leden voorgesteld. Als 2e penningmeester is José Reussink‐Engel tot het bestuur toegetreden. José en penningmeester Henk Beulenkamp zorgen ervoor dat we een financieel gezonde vereniging zijn en blijven. Het ligt in de bedoeling dat Henk Beulenkamp in 2021 afscheid neemt als bestuurslid.

We wensen Jannie en José een fijne jd toe in het bestuur. In het volgende nummer van het verenigingsblad stellen Jannie en José zich nader aan u voor.

Op www.oudscherpenzeel.nl vindt u in het kader van de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de privacyverklaring van onze vereniging.

Wim van den Berg, voorzi er

EXCURSIE 9 MEI NAAR ZILVERSTAD SCHOONHOVEN

Zoals u van ons gewend bent organiseren we elk jaar een dagexcursie. Traditiegetrouw bieden wij u enkele interessante geschiedkundige onderwerpen aan in combinatie met cultuur, gezelligheid en lekker eten.

Evenals vorige jaren hebben we gekozen voor een bestemming die we met eigen auto gemakkelijk kunnen bereiken.

We gaan deze keer op zaterdag 9 mei naar de Zilverstad Schoonhoven voor een bezoek aan het Nederlands Zilvermuseum en een rondleiding door de mooie stad Schoonhoven.

We vertrekken vanaf de Breehoek met eigen vervoer naar Schoonhoven.. Na de koffie in het restaurant “Belvedère” aan de Lek, gaan we naar het Zilvermuseum, waar we een rondleiding krijgen.  Daar zullen gidsen ons alles vertellen over de pronkstukken van het museum.  U hoort de bijzondere verhalen achter en over zilver en ontmoet de makers.

Hierna zullen we een heerlijke lunch geserveerd krijgen in de Zilverlounge.

Na de lunch worden we opgehaald door stadsgidsen die met ons de stadswandeling zullen gaan maken.

We eindigen dan bij restaurant “Rivero” waar we afsluiten met een drankje. Om  9.30 uur vertrekken we vanaf  De Breehoek en ons programma zal duren tot ca. 16.00 uur. 

Na het programma kan iedereen de rest van de dag natuurlijk naar wens invullen.

De kosten bedragen €. 28,50 per persoon, dit is

inclusief :Koffie met gebak. Rondleidingen in het Museum. Uitgebreide lunch Zilverlounge. Stadswandeling met gidsen. Drankje aan het einde van de excursie.
Exclusief :Entreekosten Zilvermuseum maar voor Museumkaarthouders en Leden Vereniging Rembrandt is de toegang gra s.

Er kunnen maximaal 40 deelnemers mee. U kunt inschrijven met een introducé, maar leden van Oud Scherpenzeel gaan voor.

GEVALLEN VOOR DE VRIJHEID

Bij gezondheidscentrum Het Foort op de hoek van de Molenweg en de Vijverlaan staat het verzetsmonument met daarop elf namen van verzetsstrijders die in de Tweede Wereldoorlog hun strijd met de dood hebben moeten bekopen. Het monument is op 1 oktober 1949 onthuld bij de Grote Kerk waar het toen is geplaatst. Het is vervaardigd door Jacques M. Germans. Hij is pas 29 jaar als hij het monument in de tuin voor zijn atelier maakt. Germans heeft er anderhalf jaar aan gewerkt. Hij is een leerling van Gijs Jacobs van den Hof. De knielende fakkeldrager is uit een bijzondere Franse kalksteen, Euville,  gehouwen. De fakkel staat symbool voor het verzetsvuur. In het voetstuk staan de jaartallen 1940 en 1945 gebeiteld. Zonder voetstuk weegt het monument drieënhalve ton. Het beeld rust op een massief vierkant gemetseld blok. Hierin is een natuurstenen plaque e gemetseld van 63×45 cm met de namen van omgekomen verzetsstrijders. Het verzetsmonument is in opdracht van een commissie uit de Scherpenzeelse burgerij, een particulier initiatief, gemaakt. Het zijn vooral voormalig verzetsstrijders als Rijk van Ginkel, Rein van de Pol en Teunis Helms die het initiatief nemen en een geldinzamelingsactie op touw ze en. Het hekwerk bij het monument is gemaakt door Cees Wesselink die ook de lezers van de tekst ‘Slechts wie de vrijheid missen moest, weet hoeveel waard zij is’ hee gesmeed en in het hekwerk hee aangebracht. In 1968, kort na de opening van het Huis in de Wei, wordt het monument van zijn oorspronkelijke plaats met een dieplader overgebracht naar de huidige locatie. Zodra het verzetsmonument op zijn nieuwe plaats staat, wordt het grondig gereinigd. In 1991 is het monument toe aan een opknapbeurt. De inscriptieplaat wordt dan vervangen. Beeldhouwer Jacques M. Germans is in 2006 overleden.

Maar waar het natuurlijk om gaat zijn de verzetsstrijders die in de oorlog zijn omgekomen. Een aantal van hen komt in verhalen in dit verenigingsblad voor het voetlicht. Dat zijn de gebroeders Steenbergen, Hans Blankenberg en Gijs van de Burgt. De andere verzetsstrijders die op het monument staan vermeld noemen we hier kort.

Wim van Beek, 29 jaar

Wim van Beek is ervan overtuigd dat hij in het verzet moet gaan om te helpen een einde te maken aan de onderdrukking. Wim, in het verzet bekend met de schuilnaam Nol, moet zijn heldhaftigheid met de dood bekopen. De vijand wil de graanoogst van 1944 in beslag nemen. Vanuit Engeland komt het bericht dat Wim daarom de dorsmachines onklaar moet maken. In de nacht van 24 op 25 augustus 1944 fietst hij samen met zijn vriend en medeverzetsstrijder Karel van Ginkel met dorsriemen door het donker naar huis. Op de hoek van Kolfschoten en de Kolfschoterdijk wachten twee landverraders hen op. Voordat Wim en Karel in de gelegenheid zijn hun wapen te trekken, schieten de landverraders Wim van Beek dood. De gewond geraakte Karel van Ginkel weet te ontkomen.

Jan van Ginkel, 63 jaar

Jan van Ginkel van hofstede Klein Sniddelaar wordt op 29 december 1944 thuis opgepakt vanwege zijn activiteiten in het verzet. De boerderij biedt onderdak aan onderduikers en evacués. Berichten over troepenverplaatsing worden hier doorgegeven door Herman Leus. Als Leus wordt gearresteerd en gemarteld noemt hij de naam van Jan van Ginkel. Jan wordt in Neuengamme om het leven gebracht. Zijn vrouw blij achter met en kinderen.

Jacob Kraay, 34 jaar

Post 3 RVV (Raad Van Verzet) is een periode op boerderij Nieuw Schaik van de ongehuwde Jacob Kraay en zijn zuster aan de Veenschoterweg gevestigd. Er worden berichten gebracht en weer opgehaald door koeriers uit het verzet. Hun boerderijtje staat open voor allen die een schuilplaats zoeken. Als marconist Leus gedwongen wordt om zijn naam te noemen, wordt Jacob Kraay ook op 29 december 1944 gearresteerd en naar Duitsland getransporteerd waar hij in februari 1945 om het leven komt.

Gerard Lagerweij, 45 jaar?

Op 13 december 1944 graven verzetsstrijders op boerderij De Beek een put open waarin munitie ligt verstopt. Terwijl ze daarmee bezig zijn, komen de Duitsers. De jongens gaan er vandoor. Op 16 december 1944 is er een inval van 30 militairen op de boerderij. Er wordt belastend materiaal gevonden. Johan Lagerweij, zijn vader Gerard, oom Sander, broer Kees, twee evacués en iemand die toevallig op de boerderij was worden met paard en wagen naar Huize Scherpenzeel afgevoerd. Later komt broer Lammert daar ook nog bij. Gerard en Sander Lagerweij worden samen met zeven en anderen in een vrachtauto afgevoerd. Lammert weet te ontsnappen. Pas na de bevrijding in 1945 wordt bekend dat Sander Lagerweij is omgekomen in kamp Neuengamme. Sinds 16 december 1944 is er nooit meer iets van Gerard Lagerweij vernomen.

Cornelis ter Maaten, 45 jaar

Kees ter Maaten wordt eveneens op 29 december 1944 door de Duitsers meegenomen. Ze hebben ontdekt dat hij op zijn boerderij op de Voskuilerweg berichten verzendt. Zijn vrouw wordt op 8 januari 1945 gevangengenomen en in de gevangenis in Apeldoorn vastgezet. Ze wordt verhoord en onder druk gezet, maar ze houdt haar mond. Zij wordt uiteindelijk vrijgelaten, maar haar echtgenoot Kees ster door ontbering en uitputting in concentratiekamp Neuengamme.

Piet Veenendaal, 36 jaar

Boer Piet Veenendaal is contactman tussen de landelijke organisatie en de lokale verzetsgroep van de RVV. Op 15 december 1944 wordt zijn boerderij overvallen. Bij de huiszoeking worden wapens en een walkietalkie gevonden. Hij wordt in december 1944 verraden en na arrestatie belandt Piet in Neuengamme waar hij is gestorven.

Ook Rijk van Ginkel (alias Peter van Scherpenzeel), Teunis Helms, Dirk Homoet, Co Konijn, dokter

Jan Renken, Theo en Dick Roest, Brand Valkenburg, Rein van de Pol en Jan Weenink zijn bekende Scherpenzeelse namen in het verzet. Zij hebben de oorlog overleefd.

Wim van den Berg

VERRADEN, VASTGEZET EN VRIJGESPROKEN

Cees Wesselink en zijn zoon Geert hebben aan den lijve ondervonden wat het betekent als je van je vrijheid wordt beroofd. Beiden worden in 1943 door de Duitsers opgepakt en gevangen gezet in Utrecht. Weken later volgt in Den Haag de rechtszitting.

In april/mei 1943 wordt er in heel Nederland massaal gestaakt als reactie op aangekondigde maatregelen van  de Duitsers. Duitsland hee in februari 1943 zware verliezen geleden in Rusland en hee daarna veel arbeiders uit de fabrieken gerekruteerd om aan het Oost front de Russische opmars  te stuiten. Dat betekent een gebrek aan arbeidskrachten in de Duitse fabrieken. Nederlandse soldaten die in 1940 zijn vrijgelaten moeten zich melden om als krijgsgevangene

2e van Links Cees Wesselink bij smederij Berendse, 1930   tewerkgesteld te worden in Duitse fabrieken. Het betreft ongeveer

300.000 ex‐soldaten! Deze proclamatie wordt op 29 april 1943 totaal onverwachts in de kranten gepubliceerd. Spontaan breken er stakingen uit die zich razendsnel over Nederland verspreiden. Boeren weigeren melk te leveren aan de  zuivelfabrieken, daarom wordt de staking ook wel de melkstaking genoemd. In Scherpenzeel bespreken de melkboeren in de oprit bij melkboer Marinus Blanken aan de Dorpsstraat de situatie. Het is duidelijk dat ze met geen mogelijkheid naar Roomboterfabriek ‘De Vooruitgang’ in Woudenberg kunnen, ze zouden door het verzet bij de Pothbrug worden tegengehouden en de melk zou in het Valleikanaal worden gegooid. De 40jarige  Cees Wesselink, buurman van Marinus Blanken, en  zijn 18‐jarige zoon Geert zijn ook bij het overleg aanwezig. Cees Wesselink is kort voor de oorlog begonnen met een smederij en een winkel in huishoudelijke ar kelen die door zijn vrouw Jannetje Meerveld wordt gerund. Geert werkt in de smederij bij zijn vader. Naast de normale werkzaamheden maken Cees en Geert in het geheim ook onderdelen voor munitie die het verzet gebruikt. Eind april wordt zoals gebruikelijk bij veel klanten de kachel schoongemaakt en weer gebruiksklaar gemaakt voor de volgende winter. Van een mevrouw uit Renswoude hee Cees ook opdracht gekregen de kachel schoon te maken, zij sympathiseert met de vijand. Cees staat echter niet gelijk voor haar klaar en dat hee grote gevolgen, na later blijkt. Als Cees en Geert eind april 1943 met de Scherpenzeelse melkboeren staat te praten komt de eerder genoemde ‘dame’ langs fietsen.           Rechts woning van Wesselink (waar nu de

Vijverlaan aansluit op de Dorpsstraat)

Zij ziet Cees Wesselink in gesprek met de melkboeren en is boos, omdat hij nog steeds niet bij haar is geweest  om de kachel in orde te maken. Kennelijk uit wrok tegen Cees besluit ze de Duitsers op de hoogte te stellen van wat ze hee gezien tussen de woningen van Wesselink en Blanken. Ze vertelt dat er bij het huis van

Cees Wesselink opruiende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ongeveer een week later ontvangt Cees een oproep om samen met zijn

zoon in Utrecht op het politiebureau te             Cees Wesselink

verschijnen. Cees veronderstelt dat het gaat om het verzoek dat hij hee ingediend om

Geert vrij te stellen van de Arbeidsdienst

Cees en Jannetje Wesselink,       waarvoor hij is opgeroepen, omdat hij jaren vijftig onmisbaar was in het bedrijf van zijn vader.

Maar daarin vergist hij zich schromelijk: zowel Cees als Geert worden bij aankomst op het bureau onmiddellijk overgebracht naar de gevangenis aan het Wolvenplein waar ze gescheiden van elkaar, zonder dat ze op de hoogte worden gesteld van de  aanklacht, gevangen worden gezet. Nadat Geert is kaalgeschoren, wordt hij in een cel met nog ruim en andere gevangen opgesloten. De dagen hierna volgt een uitvoerig verhoor, telkens wordt hem gevraagd wat hij en zijn vader voor voorwerpen in de smederij maken. Na vijf dagen wordt Geert tegen zijn verwachting in vrijgelaten. Thuis hebben de

Duitsers inmiddels de smederij doorzocht en gelukkig geen belastend

Geert en Ria Wesselink, materiaal gevonden. Na een bezoek bij familie in De Bilt is Geert Wesselink      1955 met de bus naar Scherpenzeel gereisd. Bij thuiskomst krijgt hij van overbuurman kapper Kluwen een hoed cadeau om zijn kaalgeschoren hoofd te bedekken, hij hee de hoed nooit gedragen.

Geert krijgt geen vrijstelling van de Arbeidsdienst, zodat hij met de trein naar Gasselte in Drenthe afreist om daar zoals zoveel anderen in opdracht van de vijand heidevelden te ontginnen.

Om Cees te intimideren wordt hij tijdens verhoren voortdurend onder schot gehouden. Hij is ervan overtuigd dat welk antwoord hij ook geeft zijn schuld al bij voorbaat vaststaat, zodat hij

besluit geen informatie te verstrekken. Enkele weken later staat de rechtsziting tegen Cees Wesselink op de rol van de rechtbank in Den Haag. Uiteraard wil Geert graag bij die zitting aanwezig zijn. Een in het Duitse leger geïnfiltreerde verzetsman die de leiding hee over de Arbeidsdienst in Gasselte hee allang in de gaten dat Geert in aanraking is geweest met de Duitsers. Geert is terneergeslagen en de officier informeert wat er aan de hand is.

De winkel van Blanken, daarnaast het pand van Wesselink

Hij zorgt ervoor dat Geert een dag verlof krijgt om de rechtszitting bij te wonen, maar Geert moet wel plechtig beloven dat hij terugkomt, anders hee de officier een probleem. Intussen zijn de echtgenote van Cees en dochter Henny ook naar Den Haag gegaan waar ze bij de moeder van Cees logeren. Cees’ vader is al op jonge leeftijd verongelukt. Ze staan perplex als Geert diezelfde avond voor de deur staat bij het huis van zijn oma, ze denken dat Geert uit Gasselte is weggelopen. Samen gaan ze de volgende dag naar de rechtbank, waar Geert door zijn vader wordt opgemerkt als hij op de publieke tribune zit. Dat betekent een hele opluchting voor Cees, omdat hij geen idee hee wat er met zijn gearresteerde zoon is gebeurd. Zes weken is hij verstoken van contact met zijn familie, zodat hij niet kan weten dat Geert is vrijgelaten. Omdat vooral Cees’ echtgenote de spanning nauwelijks aankan, besluit zij in een andere ruimte de ontwikkelingen af te wachten. Een medewerker van de rechtbank vraagt wat ze denkt dat de uitspraak wordt, waarop Jannetje Wesselink antwoordt: “Vrijspraak natuurlijk, want Cees hee niets misdaan”. “Nou, dan zal hij de eerste worden sinds een paar jaar die wordt vrijgesproken”, is de reactie van de medewerker. Als getuigen zijn verschillende Scherpenzeelse melkboeren opgeroepen, onder wie Gijs Hoefakker,Tinus, Bart en Marinus Blanken. Zij allen verklaren dat Cees hen zeker niet hee aangezet  tot verzet tegen de Duitsers, zoals in de aanklacht staat. Ook burgemeester Hoytema van Konijnenburg is getuige, en ook hij doet zijn best Cees vrij te pleiten. Als tijdens de rechtszaak plotseling een plaatsgenoot die met de Duitsers sympathiseert de rechtszaal binnenkomt om als getuige te worden gehoord, slaat Cees de schrik om het hart en vreest hij voor zijn leven. Maar tot zijn grote verbazing en opluchting legt ook deze man geen belastende verklaring af. Integendeel, hij roemt Cees Wesselink als vader van een voorbeeldig gezin. Dankzij deze getuigenissen en het pleidooi van de advocaat besluit de rechtbank Cees vrij te spreken. Burgemeester Hoytema komt vervolgens als eerste de rechtszaal uit, terwijl hij met

opgeheven armen luidkeels roept: “Hij is vrij, hij is vrij, hij is vrij!” Onder begeleiding van Duitse bewakers wordt Cees naar de Maliebaan in Den Haag overgebracht waar hij wordt vrijgelaten. Geert redt het niet om zich dezelfde dag weer in Gasselte te melden, zodat hij tot opluchting van de officier dat de volgende dag doet. Hij hee daarna nog een half jaar in Gasselte moeten werken. Cees is na zijn vrijlating nooit meer de oude geworden, hij is mishandeld en pas veel later blijkt dat zijn schouderblad tijdens zijn gevangenschap

is gebroken. De rest van zijn leven hee Cees geleden

Verzetsmonument       onder helse pijnen ten gevolge van zijn detentie. De

werkzaamheden in de smederij moet hij mede daardoor enkele jaren na de oorlog beëindigen. Lunteren wordt enkele weken eerder bevrijd dan Scherpenzeel. De verraadster uit Renswoude wordt opgepakt en daar vastgehouden in een kelder. Als Geert Wesselink daarvan in kennis wordt gesteld door zijn vriend Wout Veldhuizen uit Renswoude die bij de Binnenlandse Strijdkrachten zit, hee hij zich van haar arrestatie overtuigd. Haar echtgenoot, die ook met de Duitsers heult, is in dienst van de vijand in 1944 aan het Oostfront gesneuveld.

De april‐mei stakingen worden op 3 mei 1943 op de meeste plaatsen beëindigd vanwege meedogenloos optreden van de Duitsers. Cees Wesselink is in 1965 overleden, zijn zoon Geert is in 2016 verleden

Wim van den Berg

FIETSEN VOOR DE VRIJHEID

Gerrie Welbedacht (geboren in Ede op 7 maart 1924) is in de 2e Wereldoorlog verzetsstrijder. Zij werk als koerierster voor het Edese verzet.

Gerrie wordt geboren in een gezin van zeven kinderen. Haar vader was als militair gelegerd in Ede. In de Tweede Wereldoorlog wordt zij door een collega van haar vader, Derk Wildeboer, gevraagd om voor het verzet als koerierster te werken. Derk Wildeboer was adjudant bij de Artillerie,

gelegerd in Ede en wordt in de loop van de oorlog plaatselijk     Gerrie Welbedacht in de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten.         oorlogsjaren

Gerrie fietst vervolgens drie keer per week door weer en wind van Ede naar Woudenberg. Zij brengt op die manier de post rond voor het verzet en doet hierbij post 3 van het RvV (Raad van Verzet) aan de Vlieterweg (toen Woudenberg) aan. De post is verstopt in haar fiets, onder andere in de kettingkast of onder de jasbeschermers. Gerrie weet zelf niet waar de post is verstopt. Als ze aankomt op de Vlieterweg wordt haar fiets mee het huis in genomen en even later krijgt ze de fiets weer terug. Op de Vlieterweg moet Gerrie onder andere contact hebben gehad met Hans Blankenberg, maar Gerrie weet zich na al die tijd geen namen meer te herinneren. Later, eind 1944 en begin 1945, maakt ze ook dit soort fietstochten naar Lunteren, wat dan dicht in de buurt ligt van het bevrijde gebied. Als dekmantel neemt Gerrie een melkkan mee. Ze vertelt het verhaal dat ze langs de boeren gaat om melk te halen. Ze haalt ook daadwerkelijk soms melk en eenmaal hee ze bij een controle dit verhaal op moeten dissen aan de Duitsers.

Gerrie zegt later eigenlijk nooit bang geweest te zijn, maar ze is wel heel voorzichtig. Ze wil niet eens weten hoe de andere verzetsstrijders heten en ze wil ook niet weten wat er in de post zit of waar die post in haar fiets verstopt zit. Sonja Gruppelaar komt wekelijks de post ophalen bij de woning van het gezin Welbedacht in Ede, maar ze doet dat in een nogal opvallende auto, wat de aandacht trekt van de buren. Op verzoek van Gerrie wordt die werkwijze dan ook snel aangepast. Dat is niet voor niets: een vriendin van Gerrie; Jannie Laubman, wordt opgepakt en zodanig gemarteld dat zij er nooit overheen gekomen is.

Behalve als fietskoerierster is Gerrie ook op andere fronten actief. Vanuit de ouderlijke woning aan de Rijksweg (de Otterloseweg) met veel wegverkeer tussen Utrecht en Arnhem houdt Gerrie het Duitse militaire verkeer in de gaten. Via een geheime zender wordt deze informatie doorgegeven aan de geallieerden. Na de verloren Slag om Arnhem blijven waren er veel Britse parachutisten achter in de regio en een aantal worden door het verzet in een schaapskooi aan de Zecksteeg tussen Lunteren en Ede tot er veiliger tijden aanbreken.

Na de oorlog werkt Gerrie in een militair tehuis waar zij haar man Ligtelijn leerde kennen.

In januari 2019 ontvangt de dan 94‐jarige Gerrie Gerrie met burgemeester Verhulst         Welbedacht uit handen van de Edese burgemeester (foto met dank aan de gemeente Ede)  René Verhulst de gemeentelijke erepenning.

De Hans Blankenberg Memorial Tour

In aanloop naar de Hans Blankenberg Memorial Tour werden wij via de mail benaderd door Jeff Allen en Marja Allen –

Ligtelijn. Zij zijn woonachtig in de plaats Edmonton in Canada. Marja blijkt de dochter van Gerrie te zijn en is zeer geïnteresseerd in het verleden van haar moeder. Via vrienden in Scherpenzeel komt Marja met vragen over haar moeder over de lijn.

Jeff + Marja Allen met  burgemeester De Vries van             Omdat er een heel duidelijke link is naar Scherpenzeel en burgemeester De Weerd van Elspeet in het Park te Scherpenzeel, dd zaterdag 14 september              Hans Blankenberg wordt het echtpaar

2019.              Allen‐Ligtelijn uitgenodigd om als gasten

van vereniging Oud Scherpenzeel deel te nemen aan de Hans Blankenberg Memorial Tour. Deze uitnodiging wordt in dank aanvaard en zo rijdt de dochter van Gerrie 75 jaar na dato ook langs Post 3 van het RvV aan de Vlieterweg.

Piet Valkenburg

Bronnen:

‐ Jeff Allen en Marja Allen – Ligtelijn    

‐ Interview Gerrie Ligtelijn‐Welbedacht op de Facebooksite van de gemeente Ede

‐ Barneveldse Krant ‐ Wikipedia

BRIEVEN UIT HET KAMP

22 jaar na de oorlog verschijnen er in dagblad De Vallei en de Barneveldse Krant ar kelen over Gijsbert van de Burgt. De bron van deze ar kelen is Willem van de Burgt. Willem woont in 1967 aan de Oudenhorsterlaan in Woudenberg en hee enorm veel informatie verzameld over de 2e Wereldoorlog. Wim is in die jd met name geïnteresseerd in zijn oom, Gijsbert van de Burgt, een bekende verzetsman uit de oorlog, door Wim nog steeds “ome Gijs” genoemd.

Dit artikel is bijna een getrouwe weergave van het artikel in De Vallei en vertelt het verhaal van “ome Gijs”, als toendertijd verteld door Wim van de Burgt.

Gijsbert van de Burgt wordt geboren op 20 februari 1898 in

Woudenberg als zoon van Jan Willem van de Burgt en Adriana

Gerarda Bouwman. Gijsbert trouwt op 17 februari 1920 in Renswoude met Jannetje Geertruida Lagerweij en ze krijgen in totaal 8 kinderen.

Gijsbert van de Burgt

De oudste is zoon Jan Willem, geboren in 1928 en de jongste is Jannetje Geertruida. Zij is geboren in 1943. Het gezin woont in de oorlog in boerderij “De Overweg” aan de Holleweg 51 (nu Hopeseweg 3) te Renswoude. Schuin aan de overkant woont Gerard Lagerweij, een broer van Jannetje Geertruida, in boerderij “De Beek” met zijn gezin.

Gijsbert van de Burgt staat zowel in Renswoude als in Scherpenzeel in hoog aanzien. In Scherpenzeel is Gijsbert o.a. vice‐

Het gezin van Gijs van de Burgt. De foto is genomen voorzi er van de School met den Bijbel en ter gelegenheid van het 12 ½ jarig huwelijksjubileum ouderling van de Gereformeerde kerk. van Gijs en Jannetje.

Huiszoeking

Het is najaar 1943. De jd waarin de lucht bezwangerd is met verraad aan de beze er. Het is de jd dat er voldoende mensen zijn die er om de een of andere duistere reden geen been in zien

landgenoten aan de SD of andere soortgelijke instanties over te leveren. Evenwel ook de jd waarin vaderlanders hun leven op het spel ze en om landgenoten, ook van niet‐Arisch ras (joden) uit handen, juist van dergelijke instanties te houden.

Tot deze laatste groep behoort ook Gijsbert van de Burgt. Hij hee in die herfst twee onderduikers, Geert Jaspers uit IJmuiden en een jodin, Mimi Kopuit uit Amsterdam. Voor Gijs zou dit voldoende zijn om er de doodstraf voor te krijgen. Uit verveling doet Gijs dit niet, hij hee een boerenbedrijf te runnen en bezit ook nog eens acht kinderen.

Op een keer, als Gijs van de Burgt er op uit is, wordt er plotseling huiszoeking gedaan op de boerderij naar onderduikers, die in zijn huis zouden moeten zijn. Verraad dus! Het wordt begrijpelijk een angstige morgen. De kinderen zijn allemaal thuis en achter in de koestal, verborgen onder de planken die over de schone mestgroep liggen, (de koeien staan nog niet op stal) ligt Mimi Kopuit weggekropen. Haar hart bonst in d’r keel. Steeds hoort ze de dreunende laars van de bezetter. Onophoudelijk treft haar oor de snerpende schreeuwklanken van de belagers. De spanning is bijna ondraaglijk. Maar ze wordt nog niet gevonden. Ook Geert Jaspers, de andere onderduiker wordt niet ontdekt. Hij hee zich verstopt in een soort hol in het hooi op de hooizolder. Toch blijven de Duitsers rondhangen. De commandant, waarschijnlijk een Feldwebel, hoopt nog op een of ander gelukje, waardoor hij de buit te pakken zal krijgen. En zie, daar komt iemand het erf oprijden. Het is Gijs van de Burgt zelf, die van een karweitje thuiskomt. Hij wordt gelijk aan een verhoor onderworpen. Eén van de vragen die hem gesteld worden, uiteraard vóór dat hij contact kan opnemen met zijn vrouw, is hoeveel kinderen hij hee .

Even aarzelt Ome Gijs. Als de twee onderduikers gevonden zijn, zal zijn vrouw natuurlijk gezegd hebben, dat ze kinderen van hen zijn. Zijn ze niet gevonden, dan zal de Duitser vragen waar deze twee kinderen dan wel zijn. Gijs hee niet lang jd om na te denken, dat wekt immers argwaan. Hij moet dus snel een keus maken. Hij antwoordt dat hij 10 kinderen hee . Prompt probeert de Feldwebel hem te overdonderen met de vraag waar dan wel die twee kinderen zijn die hij hier niet hee aangetroffen.

Van de Burgt snapt onmiddellijk, dat de twee onderduikers dus nog niet ontdekt zijn en hun schuilplaats bereikt hebben vóór de huiszoeking plaats vond. Toch staat hij nu met een mondvol tanden. Wat moet hij zeggen? Hij moet snel antwoorden, anders zal de Feldwebel de situatie overzien. Maar dan gebeurt er iets …

Knipoog

Niet alle Duitsers zijn in die tijd gecharmeerd van verraad door Nederlanders. Evenmin dat sommigen gecharmeerd zijn van hun Führer

de boerderij “Overweg” in 2020 (nu: Hopeseweg 13 te Scherpenzeel)

en zijn leer. Een enkele maal laten sommigen van hen dat blijken. Zo ook hier. Terwijl Van de Burgt een fractie met een mond vol tanden staat, merkt hij plotseling dat een oudere Duitser tegen hem knipoogt. De man zegt zo langs zijn neus weg: ,,Zijn die soms met vakantie..?”

Ome Gijs haakt er onmiddellijk op in. Hoewel hij een zeer serieuze en gelovige man is, begrijpt hij, dat een leugen in deze situatie de waarheid dient, waarna hij de anderen op een dwaalspoor brengt door te zeggen dat deze twee kinderen vrij van school hebben en bij familieleden logeren.

De Feldwebel neemt er genoegen mee maar…… begint van voor‐af‐aan het huis weer te doorzoeken. De spanning stijgt ten top, als de Duitsers nu ook de koestal binnengaan. Menig gebed rijst omhoog. Met hun zware laarzen lopen de SD‐ers precies over de planken waar Mimi ligt. Eén kuchje, één niesbui of één opgepropte hoestprikkel, en de zaak is bekeken…

Gelukkig gebeurt er niets en ook dit tweede onderzoek is tevergeefs. Met een zucht van verlichting zien de Renswoudenaren de Duitsers even later vertrekken. Die ene Duitser draalt nog even. Kennelijk wil hij nog wat zeggen. In het voorbijgaan kijkt hij Gijsbert even diep in de ogen en waarschuwt hem dan om toch vooral voorzichtig te zijn. Het blijkt dus duidelijk dat deze man meer weet, maar de Hollander, om de een of andere reden, gunstig gezind is.

Arrestatie

Toen dus de onderduikers maar de deur uit doen? En vooral het jonge meisje Mimi haar  onderdak opzeggen? Niets daarvan, Immers waar zouden ze heen moeten? Het gevaar loert overal. Ome Gijs houdt daarom de verdrevenen bij zich, ondanks de zware risico’s. Maanden gaan voorbij. De maanden rijgen zich aaneen tot een jaar. Dan gebeurt er weer iets. Op zaterdag 16 december 1944 wordt een razzia gehouden op boerderij “De Beek” van Gerard Lagerweij. Er worden wapens aangetroffen en Gerard Lagerweij en 6 anderen worden door de Duitsers afgevoerd. Ome Gijs snapt onmiddellijk dat hier meer op volgen zou. Hij waarschuwt zijn onderduikers, die onverwijld de vlucht nemen.

Ook stuurt Gijs zijn kinderen naar familieleden. Hij voelt dus terdege aan dat er wat zou gaan gebeuren. Ome Gijs zag het goed, want de volgende morgen, juist na het melken, op zondag 17 december, komt waarschijnlijk dezelfde groep als de vorige dag bij de Lagerweij’s, naar de boerderij om Gijs te arresteren.

Ome Gijs wilt gewoon in zijn zondagse pak meegaan, maar tante Jannigje geeft hem een duffelse jas mee, omdat het vrij koud is. Ome Gijs vindt dat eigenlijk niet nodig, want hij komt toch over een uurtje weer terug, zegt hij steeds.

Maar Ome Gijs komt niet terug en zal ook nooit meer terugkeren naar zijn eigen huis. Hij wordt die bewuste zondag in Scherpenzeel gevangen gezet om de volgende morgen naar Apeldoorn

getransporteerd te worden, waar hij terecht komt in de Willem III Kazerne. Op 19 december komt Gijsbert van de Burgt bij de Sicherheitspolizei Apeldoorn” vandaan en in het „Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort” binnen, als „poli sch Hä ling Nr. 9622″.

Brieven

Vanuit Amersfoort (Laan 1914‐1918) schrijft Ome Gijs drie brieven. Twee clandestiene en één legale. Neef Wim van de Burgt hee deze brieven in zijn bezit en laat de verslaggever er in lezen. Enkele citaten zijn geschikt voor publicatie en geven een beeld uit het leven van toen…… Ome Gijs schrijft naar zijn familie: “Het eten is te weinig. Kunnen jullie niet een klein, half roggebrood sturen, al zit er geen boter op, dat hindert niet, ik lust het hier zo ook wel. Het mag niet, maar misschien kun je de zusters Van Swieten inschakelen, die weten de weg wel. Ook heb ik niets te roken, een onsje tabak is zeer welkom. Fré Nieuwenhuizen ligt ook nog bij mij. We zijn twee dagen in Apeldoorn geweest, ieder in een afzonderlijke cel. In mijn cel waren ook Sander en Lammert Lagerweij. Gerard was in een andere cel. In de cel van Fré was P. Veenendaal, uit Scherpenzeel. Hoe maken jullie het, ik hoop van goed. Ik verlang weer zo naar je terug. We zijn hier van alles afgesloten. Toch hee de Heere mij tot hier toe ondersteund en Hij zal het ook verder goed met mij maken. Dit is mij tot troost en sterkte. Hij zal op Zijn jd ons weer tot elkander brengen. In dit kamp zijn ook Steven Boonzaayer en Ab van ’t Riet uit Veenendaal. Bidt maar veel voor mij, ik doe het ook voor jullie”.

Uit een andere brief jdens ziekte van zijn vrouw: ”Lieve kinderen, hier een clandes en brie e van je vader. Uit jullie brief heb ik met groot leedwezen vernomen, dat het met moeder geheel mis is. Je kunt begrijpen hoe zeer mij dit smart en wij willen hopen en God bidden, dat het Hem behage moge, dat moeder weer spoedig beter wordt”. (……) ”Als je er kans voor ziet stuur dan eens een stukje brood. Al zit er niets op, dat hindert niet”. (……..) ”Kinderen, ik hoop dat dit brie e je bereiken zal en dat jullie gauw terug schrijven zullen. Je kunt weer gewoon een brief sturen, net als de vorige keer, maar denk erom, laat dan niet merken dat je dit brie e van mij ontvangen hebt. Dat zou kwaad kunnen, want het is hier streng.. (Aan het slot van de lange brief): Ontvang de hartelijke groeten van je lie         ebbende vader, G. v.d Burgt”…

Het is de twee zusjes Van Swieten gelukt om Ome Gijs in het kamp Amersfoort een levensmiddelenpakket via een bewaker, clandes en te bezorgen. Deze zusters Van Swieten waren nichten van Gijs. Als zij later weer wat levensmiddelen willen regelen wordt Ome Gijs juist naar Duitsland getransporteerd, helaas.” Vanuit Duitsland is er nooit meer een brief van Gijs gekomen”, aldus Wim van de Burgt.

Dysenterie

Vanuit het informa ebureau van het Nederlandsche Rode Kruis, bij monde van de directeur de heer C. Dermoût, worden in 1967 de volgende inlich ngen verscha :

Op 2 februari 1945 wordt Gijsbert van de Burgt van Amersfoort naar het concentra ekamp Neuengamme bij Hamburg (gevangene no. 70788) gedeporteerd en vandaar wordt hij op 12 februari 1945 overgebracht naar Wöbbelin, een buitencommando van Neuengamme, op een afstand van 10 km van de stad Ludwigslust in Mecklenburg. Samen met enkele honderden lotgenoten, arriveert Gijs op 14 februari 1945 in Wöbbelin. Met zijn lotgenoten wordt hij

ondergebracht in een ontruimd krijgsgevangenkamp. Dat kamp bestaat slechts uit 4 lege houten barakken, zonder bedden en zonder planken op de vloer, zonder vensterruiten en zonder verwarming. De gevangenen slapen op het zand. De eerste doden worden reeds op 17 februari 1945 geregistreerd. Kort daarna breekt onder de gevangenen een tyfus‐ en dysenterie‐epidemie uit, zodat op 23 april 1945 enkele honderden gevangenen

daaraan overlijd, waaronder 96

kamp Wöbbelin            Nederlanders.

Pas op 9 juni 1945 bereikt Jannetje Geertruida Lagerweij het bericht dat haar echtgenoot is overleden. Het wordt haar medegedeeld door enkele nog levende medegevangenen van kamp Wöbbelin. De

naam van Gijsbert van de Burgt staat vermeld op het Verzetsmonument te Scherpenzeel.

Noot schrijver:

Zowel Mimi Kopuit als Geert Jaspers overleven de oorlog. Mimi leefde enkele jaren geleden nog, maar wat er verder van haar geworden is, is mij onbekend. De ondergedoken Geert Jaspers, geboren in IJmuiden op 20 januari 1935, kreeg jdens zijn onderduikperiode op boerderij ‘De Overweg’ een rela e met één van de dochters van Gijsbert van de Burgt, met Adriana Gerarda

deel van een monument bij        (geboren te Renswoude op 1 juni 1930). Zij trouwden na de oorlog kamp Wöbbelin. Dit

monument is in 2005  onthuld   en kregen 4 kinderen. Geert Jaspers overleed nog maar kort en bestaat uit stenen waarop    geleden: op 14 januari 2017, net geen 92 jaar oud.

de namen van alle slachtoffers van het kamp zijn

aangebracht. Ook Gijsbert van Piet Valkenburg de Burgt staat hier vermeld.

Bronnen:

‐ Dagblad De Vallei. Vrijdag 17 maart 1967

‐ Wim van de Burgt

‐ “In de Tweede Wereldoorlog” (Het leven in ’t Hart van de Gelderse Vallei 1939‐1945) ‐ Kastelen in Utrecht.eu/gen/burgt.htm

HET VERRAAD VAN JUFFROUW X

Bij het grasduinen in leesvoer over de 2e wereldoorlog kwam ik deze winter terecht in de geschri en van Boeree.

Boeree, Theodoor Alexander was beroepsofficier en krijgsgeschiedkundige en leefde van 1879 ‐1968. Hij was betrokken bij de ondergrondse en aan het eind van de oorlog plaatselijk commandant van de Binnenlandsche Strijdkrachten. Na de oorlog  is Boeree bekend geworden door zijn uiterst minu eus onderzoek inzake de Britse nederlaag bij Arnhem in september 1944.

Misschien minder bekend, maar zeker van zo groot belang is de omvangrijke documenta e die hij hee bijeengebracht over het verzet, in het bijzonder op de Veluwe, en over de wijze waarop de Duitsers op dit verzet hebben gereageerd. Het bronnenmateriaal is uiterst gevarieerd en van zeer uiteenlopende herkomst. Boeree kon profiteren van de uitstekende rela es die hij had met degenen die na de bevrijding waren belast met het opsporen van oorlogsmisdadigers en poli eke delinquenten; via hen ontving hij veel kopieën van getuigenverklaringen en processenverbaal.

Een (beperkt) deel van het verzamelde documenta emateriaal verwerkte Boeree in het boek de

‘Kroniek van Ede gedurende de beze   ngs jd’ dat al in 1949 in de openbaarheid verscheen.

De overige resultaten van al zijn speurwerk legde hij vast in meer dan tweeduizend (!) getypte

–vertrouwelijke‐ pagina’s. Deze informa e droeg hij over aan het Rijksins tuut voor oorlogsdocumenta e. Inmiddels is alles openbaar.

Zijn pennenvruchten zijn van kort na de oorlog toen alle emo es en woede nog dicht aan de oppervlakte zaten. De kool en de geit worden bepaald niet gespaard. Alles en iedereen wordt met naam en toenaam genoemd.

Eén van zijn manuscripten gaat over het verraad van een juffrouw, die ik in verband met de privacy maar met juffrouw X  zal aanduiden. In het manuscript wordt juffrouw X overigens gewoon met de volledige naam, geboortedatum en woonplaats genoemd!!

Ik lees:

Het verraad van Juffrouw X

“De krolsche kat vraagt niet naar de herkomst van de kater, die zij in het nachtelijk uur tegenkomt. Veel krolsche vrouwen vroegen in de jaren die achter ons liggen (de oorlogsjaren red) evenmin naar de landaard van de man die haar pad kruiste. Het was haar om het even of hij Hollander, Duitscher, Canadees of statenloos was, mits hij maar aan haar sexuele verlangens voldeed!”

“Het is zoo heel veel voorgekomen dat we er tenslo e de schouders maar bij ophalen, maar oneindig misdadiger is het als een vrouw spionne wordt, enkel en alleen om een mof te behagen tot wie zij zich lichamelijk aangetrokken gevoelt. Zoo zie ik het geval van juffrouw x, die hoewel ze met een Hollandsche jongen was verloofd, het lie e werd van een Duitscher aan wie ze alles verried wat ze wist van de illegaliteit. Soms schrok zij even van het leed dat ze had aangericht maar daarna ging zij bewust met haar verraad verder.”

Zó toe maar, daar wil ik meer van weten dacht ik toen ik dit las. Het verhaal blijkt zich bovendien af te spelen in Scherpenzeel en directe omgeving. Ik wil u het daarom niet onthouden. Hier en daar heb ik het overigens in verband met de leesbaarheid wel wat ingekort. Het gaat verder als volgt:

“Bij Bart van Ginkel aan de Kolfschoterdijk te Scherpenzeel werd na de evacua e van Wageningen (na de mislukte luchtlanding bij Arnhem in sept. 1944) een familie X  uit

Wageningen ondergebracht. Zij brachten hun zoon en diens verloofde juffrouw X mee. Juffouw X die zich voordeed als an ‐Duits, papte direct aan met de dochters van Van Ginkel en ving al gauw van alles op over dingen die in de buurt gebeurden. Bij Van Ginkels overbuurman Piet Veenendaal (schuilnaam Bart) gebeurden inderdaad veel illegale dingen die zeker niet bestemd waren voor de speurzin van juffrouw X.  Bart behoorde tot de verzetsgroep van Rijk van Ginkel (schuilnaam Peter van Scherpenzeel). Op de boerderij werd veel vergaderd door de illegaliteit over wapendroppings, er zaten onderduikers en na de mislukking bij Arnhem liepen de geallieerde piloten en parachu sten zijn huis in en uit, op weg naar het bevrijde zuiden. Ook was er een ondergrondse schuilplaats met wapens en een radio.

Al gauw kreeg juffrouw X ruzie met haar aanstaande schoonmoeder en Van Ginkel, die een hekel had aan gekrakeel in zijn huis, wilde haar graag kwijt. Hij zag zijn kans toen bij Gerrit van Ekris van hotel de Prins eind september 5 kamers werden gevorderd om 14

Duitsers in te kwar eren. De evacué’s  die er al zaten moesten maar zien waar ze heen gingen. Van Ekris had het dus erg druk met de nieuwe, zoo onwelkome gasten en dankbaar zou hij dus elke vrouwelijke hulp aanvaarden. Van Ginkels’s  aanbod van een dienstmeisje viel in

D(neu b: Kooerlfdsecrhioj vteann  3P5ie)t Veenendaal anno 2020   goede aarde bij van Ekris en reeds de volgende dag kwam juffrouw X zich melden, begeleid

door haar verloofde. Daar deze wel wist welk vleesch hij in de kuip had, stelde hij de eisch dat zij niet in de zaal mocht bedienen!!. Dit was akkoord en nog dezelfde dag kwam juffrouw X in dienst. In het begin kregen de inwonende Duitsers het eten uit Veenendaal bezorgd maar na een jdje kookten zij zelf hun potje in de keuken van Ekris, Eén hunner –Heinz Wiesener‐ trad op als

kok.

En ja hoor:

Juffrouw X en Wiesener ‘ontdekten’ elkaar direct in de keuken en werden onmiddellijk dikke vrinden. Zij vond Wiesener toch zoo’n leuke vent die erg op haar gesteld was en met zoo’n grote belangstelling luisterde naar alles wat zij vertelde. Hij vond het bar belangrijk en wilde al jd meer horen. Wiesener hoorde haar grondig uit en als hij meer wilde weten dan stuurde hij haar op onderzoek uit. Dit deed ze grif voor hem en zo kwam Wiesener veel te weten over  illegale zaken. Ook vertelde ze dat ze een verloofde had die de Duitschers haa e en niet wilde

dat zij met hen sprak. Zij stelde voor om hem (haar        Hotel De Prins in de oorlogsjaren, nieuw

opgebouwd na de verwoes ngen van 1940.

toekoms ge echtgenoot dus) maar bij de O.T. te laten werken, dan was ze hem mooi kwijt. Wiesener zegde toe daarvoor te zorgen als hij verder nog praatjes mocht maken.

De snel toenemende in miteit tussen juffrouw X en Wiesener werd met lede ogen gezien door Müller, een ‘vriend’ van Wiesener. Niet dat hij er moreel door geschokt was, maar hij was jaloersch!. Hij gunde zijn vriend dit lekkere hapje niet en na drie weken fluisterde hij de vrouw van Ekris in, dat Wiesener en het krolsche ding samen naar bed gingen. De vrouw van Ekris hield controle en diezelfde dag stond juffrouw X op straat.

Mooi opgelost zou je denken maar het leed was echter al geschied.

Wiesener bracht volledig verslag uit aan de Ortscommandant te Scherpenzeel, die deze belangrijke informa e dadelijk doorgaf aan de Sicherheitsdienst in Apeldoorn. En zo kwamen op

15 december 1944 zes mannen van de SD uit Apeldoorn  naar Scherpenzeel.

Zij werden bij het binnenrijden ’s morgens in Scherpenzeel opgewacht door Wiesener en een aantal wehrmachtsoldaten. Hij vertelde dat hij al zijn kennis wist  vanwege zijn ‘Verhältnis’ met een Hollandsch meisje. Er moest o.a. worden gezocht naar wapens, muni e, springstoffen en zenders bij de boerderij van Piet Veenendaal die een eindje buiten het dorp stond. (is nu Kolfschoten 15,Scherpenzeel)

Het huis werd omsingeld door de SD‐ers bijgestaan door de Wehrmacht. Veenendaal en zijn vrouw zagen hen aankomen. Zij dachten dat het een razzia voor onderduikers zou zijn. Boot (een aanwezige verzetsman/onderduiker) en twee onderduikers (de neven Lammers) zochten snel hun schuilplaats op. Piet Veenendaal werd gegrepen en mee naar buiten genomen. Zij sleepten hem naar een paal en bonden hem met een stuk koperdraad met zijn handen boven het hoofd aan de paal. Daar werd hij mishandeld en geslagen. Alle andere huisgenoten werden door de weermacht in de kamer bijeengedreven. Vervolgens gaven de Duitsers  opdracht om de hooiberg uit te halen. Door juffrouw X wisten de Duitsers  van een schuilplaats onder de hooiberg en zo kwam Boot voor de dag, die gearresteerd werd. De Duitsers gingen naar het huis terug en gelas en de vrouw koffie te ze en. Te midden van al hun handelingen is dit een van de dingen die mij voor mij het meest weerzinwekkend is. Zij mishandelden de mannen, de vrouwen hoorden het gegil aan, waren er soms getuige van, en dan gaven ze, alsof ze vriendschappelijk op bezoek waren aan de vrouwen order om koffie te ze en, om spiegeleieren te bakken of spekpannekoeken. Onderwijl werd dan het dienstmeisje ondervraagd.

De Duitschers gingen dan weer verder met hun huiszoeking, niet alleen om naar verboden dingen te speuren maar ook als doodgewone rovers. Alles werd uit het huis gesleept en op hun wagen geladen: spek, vleesch, boter, kaas, appelen, een par j kleren, tabak, linnengoed en zelfs de luiers van de baby die op het gras lagen te drogen. Ze stalen verder f 3000,‐‐, haalden het paard van stal en spanden het voor de wagen, namen ook de twee andere paarden mee en legden met behulp van de weermacht beslag op 13 koeien, 2 pinken, 3 varkens en 15 kippen. Piet Veenendaal werd meegenomen met de auto. Tegen zijn vrouw werd gezegd dat het huis zou worden opgeblazen en afgebrand. Zij dacht met schrik aan de 2 neven Lammers die nog op de deel verstopt zaten en toen niemand op haar le e, waarschuwde zij hen om zo snel mogelijk te vluchten. Kort daarop hoorde zij schieten. Zij zag de beide jongens hard over het land loopen. Eén hunner viel neer en bleef liggen, de andere probeerde vergeefs over het gaas te klimmen, waarin hij verward raakte. Hij werd gearresteerd en afgeranseld. Toen holden de moffen naar de andere jongen die zwaargewond op de grond lag. Zij sloegen hem met hun geweerkolven. Onder hun mishandeling s erf hij. Zij namen het lijk mee in de wagen tezamen met de gearresteerde Lammers.

Fokke Jacob Dijkstra die bij dezelfde verzetsgroep hoorde als Piet Veenendaal was diezelfde morgen nog om 08.00uur op de boerderij geweest en daarna weggereden. Vlak bij de boerderij was hij echter gestuit op de aanrukkende Duitschers en gevangen genomen. Hij was in het bezit van geheime poststukken en werd meegenomen naar Apeldoorn.

De SD en Wiesener konden tevreden zijn. Zijn dankbare superieuren gaven hem 10 dagen extra verlof en zijn ‘Verhältnis’ was hem meer toegedaan dan ooit.

Op 20 december kwamen de Duitschers terug. Zij brachten in huis de nodige brandbare stoffen bijeen, staken die aan en gooiden er nog een par j handgranaten in waardoor alles in de lucht vloog.

Het resultaat van de ac e op 15 december 1944 was:

‐ Pieter Veenendaal, 36 jaar, omgekomen op 25 febr. 1945 in Neuengamme

‐ Hermanus Lammers, 22 jaar, doodgeschoten 15 december 1944

‐ Hermanus Lammers 24 jaar, in Duitschland omgekomen

‐ Jacob Boot uit Zierikzee, 56 jaar, omgekomen op 29 februari 1945

‐ Fokke Jacob Dijkstra, 18 jaar, omgekomen op 20 maart 1945 in Wöblin

Hans van den Ham

Bronnen:

‐ “Geschiedenis van het Verzet op de Veluwe” door T.A. Boeree              Pieter Veenendaal

‐ Dhr. G. van Ginkel

HOE OOK DE JEUGD DE DUITSERS IN DE WIELEN ZIT

Het is in de laatste dagen van november 1943 als er een voor die jd omvangrijk konvooi Duitse voertuigen met zware kanonnen vanuit de rich ng Woudenberg bij de Holevoet in zicht komt.

Er dwaalt een zware dikke mist over de landerijen en het zicht op de weg is maar 10 tot 15 meter. Het konvooi dat duidelijk naar het strijdfront in opmars is, wordt begeleid door een motorrijder, die bij Hotel De Holevoet aangekomen, niet goed weet welke weg hij moet nemen rich ng Arnhem. Hoewel onder aan de wegwijzer een groot bord met ARNHEM 33 KM is beves gd, is het zicht voor de motorrijder waarschijnlijk zo beperkt, dat hij dit bord niet opmerkt en aldaar aangekomen aan een jongeman van 13 jaar ‐ die woonach g is aan de Holevoet ‐ de weg vraagt naar Arnhem.

Deze jongeman ziet zijn kans schoon en hoewel hij heel goed de situa e kent en zeker ook de weg naar Arnhem weet, verwijst hij de motorrijder met het konvooi zware kanonnen de Achterstraat in (nu de Molenweg). “Immer gerade aus” zegt de jongeman tegen de motorrijder en zo gaat het zware konvooi de Achterstraat verder in en vervolgens de Vlieterweg op. De weg wordt slechter en slechter, want van bestra ng op het

laatste deel van de Vlieterweg is in de oorlogsjaren Holevoetplein met wegwijzer Arnhem in het geheel nog geen sprake en straatverlich ng is er niet. De straatverlich ng die er wel is mag trouwens in die oorlogs jd ook niet branden. In de dichte mist blij het konvooi uiteindelijk in de modder steken nabij de Koepel, waar dan boswachter Arpink woont. Rechtsomkeert maken is onmogelijk en daarom moeten alle voertuigen worden losgekoppeld en is men nagenoeg de gehele nacht in touw om de zaak weer in omgekeerde rich ng te krijgen. Nog nooit is er op de Vlieterweg zoveel afgevloekt.

De betreffende jongeman hee zich na zijn aanwijzing ijlings uit de voeten gemaakt en hee zich dagenlang niet aan de Holevoet durven te laten zien.

Bronnen:

‐ Archief vereniging Oud Scherpenzeel (schrijver onbekend)

IN DE GLASHORSTSCHOOL

Aan het einde van de oorlog is de

Glashorstschool bezet met Duitse troepen. In de woning ernaast, toebehorend aan het hoofd van de Glashorstschool, is een kantoor geves gd van officieren van een onderdeel van het Duitse leger genaamd Organisa e TODT.  De Organisa on Todt

(O.T.) is een Duitse bouwmaatschappij jdens het bestaan van nazi‐Duitsland, genoemd naar de oprichter Fritz Todt. Het

Glashorstschool anno 2020 is een overheidsorganisa e en aanvankelijk onderdeel van het Duitse Ministerie voor Bewapening en Muni e. Na het uitbreken van de oorlog krijgt de organisa e steeds meer bevoegdheden. In het kader van “Bouwen aan een nieuw Duitsland” gee ze ondermeer leiding aan de bouw van de Atlan kwall. Op vrijwillige basis, maar zeker ook in het kader van de Arbeitseinsatz worden arbeiders geronseld en voor de Duitsers aan het werk gezet. Ze bouwen onder andere bunkers, kustversterkingen en wegen. In 1944 beginnen de Duitsers met het opnieuw versterken van de Grebbelinie en de aansturing hiervan geschiedt vanuit de Glashorstschool.

David Bakker hee het meegemaakt en hij vertelt hierover: “In de Glashorstschool en de meesterswoning zijn het allemaal ingenieurs, vooral van oudere lee ijd, die de verdedigingswerken ontwerpen. De mannen lopen in kaki‐kleurige uniformen. Maar plotseling gaan alle Duitsers opeens weg!” (noot redac e: had dit soms te maken met de luchtlandingen in en bij Arnhem op 14 september 1944?).

David Bakker vervolgt: “Mijn broer Arie (11 jaar) en ik als oudere broer (13 jaar) besluiten om de school en de meesterswoning ernaast eens te bezoeken. We klimmen via de fietsenstalling door de goot naar de voorzijde en vervolgens door een bovenraam naar binnen. Via een andere verbinding kunnen we  bovenlangs ook via een raam de meesterswoning inklimmen. Eenmaal in de school zijn we op de zolder op speurtocht gegaan. Denk maar dat het spannend is om daar rond te lopen! Op de zolder komen we allemaal

oude schoolbenodigdheden tegen, die voor die jd al oud zijn: stapels met Leien en leesplankjes “Aap‐Noot‐Mies” en meer van die fraaie oude leermiddelen. Er is daar een zolderluik en als we geluid horen en door een spleet naar beneden kijken zien we plotseling dat er enkele Duitsers terug zijn gekomen! We kruipen weg en wachten doods l en bibberend af wat er gaat gebeuren. Maar ja hoor, na enige jd gaan ze weer weg. We krijgen onze bravoure weer terug en met onze buit gaan we via ramen, door de goten en via het dak van de fietsenstalling weer weg en terug naar huis.

Onze buit is een binding van oude jdschri en in het Frans over automobielen uit 1920. Arie en ik zijn erg geïnteresseerd in deze automobieltechniek, vooral omdat de Fransen in die jd technisch ver vóór de Amerikanen uit waren. De beste trofee is echter dat we verscheidene bundels met namenlijsten hebben meegenomen. Allemaal van mensen van omliggende

gemeenten die opgepakt zijn om aan de verdedigingswerken te werken.

Glashorstschool, School met den Bijbel

Onze spannende verkenningstocht wordt al snel ontdekt en mijn vader is woedend over onze onderneming! De namenlijsten gaan dan ook direct in het vuur van het fornuis en we worden heel duidelijk gemaakt om er niet over te vertellen. Onder onze vriendenkring, onder de dorpsjongens, zijn op dat moment namelijk enkele zoons van NSB‐ers. Dat is de reden dat ik dit verhaal pas veel later heb kunnen vertellen”.

Bronnen:

‐ David Bakker ‐ Wikipedia

GETROUW TOT IN DE DOOD

Hans Blankenberg la ar g vermoord

In zijn boek ‘Getrouw tot in de dood’ beschrij auteur Gerard Mulder het leven van verzetsstrijder Hans Blankenberg, die in 1944 in Scherpenzeel wordt gearresteerd en gemarteld in een kamer in het gemeentehuis in Scherpenzeel.  Nog dezelfde avond wordt de pas 23‐jarige Blankenberg door de Duitsers meegenomen en bij Ederveen doodgeschoten en respectloos achtergelaten in de berm van de weg.

Hans Blankenberg is in 1920 in Nederlands‐Indië geboren. Daar brengt hij zijn jeugd door. In 1936 komt hij naar Nederland om te studeren. Na de HBS volgt Hans in 1938, kort voor de mobilisa e, een militaire opleiding in

Hans Blankenberg       Ede. Tijdens de eerste oorlogsdagen neemt hij deel aan de militaire strijd

tegen de vijand hier in de regio tot de capitula e op 14 mei 1940. Hierna

gaat Hans tot eind december 1942 in Del studeren. Het wordt door de dreigende opstelling van de Duitsers jegens studenten te riskant om je nog op de universiteit te vertonen. Studenten moeten tekenen dat zij zich niet verze en tegen de beze er. Weigeraars worden naar Duitsland overgebracht. Het is voor Hans Blankenberg de reden om onder te duiken bij een oudtante in Elspeet. Als het daar te gevaarlijk wordt, verblij hij vervolgens lange jd in een tent in het Elspeetsche Bosch. In  de winter van 1943, vindt hij een nieuw onderduikadres in Staverden.

Koerier voor de RVV

Om meerdere redenen neemt in 1943 het verzet tegen de Duitsers toe. Op de Veluwe wordt de Raad van Verzet steeds ac ever. De RVV hee een Radiodienst die wordt ondersteund door een

koeriersdienst. Deze dienst brengt allerlei gegevens naar centrale punten, waarna ze, omgewerkt tot verkenningsrapporten kunnen worden verstuurd en naar de Nederlandse regering in Engeland worden doorgeseind.

De koeriers zorgen ook voor zendinstalla es op steeds wisselende plaatsen. Hans Blankenberg is een van de eerste koeriers. Hans doet veel koerierswerk op de vaste route Garderen‐Maarn waaraan vier RVV‐posten liggen: Garderen, Terschuur, Post 3 in Scherpenzeel en Maarn. Naast het overbrengen van berichten, worden ook personen naar hun volgende bestemming begeleid.

Post 3  RVV

Over Post 3 bestaat enige onduidelijkheid. Scherpenzeler Teunis Helms vertelt in 1947: ’Aan mijn woning was Post 3 geves gd. Ikzelf was commandant van die post. Hannes was koerier en kwam ongeveer drie keer per week bij mij aan.’  Helms woont aan de Molenweg. Andere bronnen stellen dat Post 3 is geves gd bij bloemist Jan Weenink aan de Vlieterweg 100. Mogelijk wordt er gebruik gemaakt van twee adressen. Rijk van Ginkel, alias Peter van Scherpenzeel, vraagt Weenink en zijn echtgenote of zij brieven van het verzet willen ontvangen. Het echtpaar

Teunis Helms stemt daarin toe, zonder de consequen es te kunnen overzien. Kort

hierna komt er een jongeman gekleed in een overall op de fiets die vraagt: ‘Moet ik hier een kwartje brengen?’ De Weeninks weten van niets, totdat ze van Van Ginkel horen dat dit de code is. Hij vertelt ook dat de jongen Hannes heet. Zijn echte naam horen ze pas na de oorlog. Hannes verschijnt meestal tussen 10 en 11 uur, drinkt koffie en vertelt de laatste nieuwtjes.

Hoewel hij als boer is gekleed, blijkt aan alles dat hij dat in werkelijkheid niet is. De brieven van

Hannes worden door andere verzetsmensen weer opgehaald. Ook overnachten er regelma g mensen uit het verzet bij Post 3 RVV. Op de zolder van het huis van Weenink worden wapens en muni e opgeslagen om later weer verder verspreid te worden. Als door Scherpenzeelse verzetsmensen de Bruinenburgerbrug wordt opgeblazen, besluiten de Duitsers represaillemaatregelen te nemen en drie huizen af te branden. De woningen van Homoet aan de Sta onsweg en van Weenink gaan in het najaar van 1944 in

vlammen op. Beide Scherpenzelers staan als     Wederopbouwpand Weenink met gedenksteen Post 3 an ‐Duits bekend. Ook het huis van familie    RVV

Bakker staat op de nomina e, maar hiervan wordt op aandringen van mevrouw Bakker afgezien, omdat haar man ziek op bed ligt. Weenink huurt een huis aan de Lindenlaan en Post 3 wordt verplaatst naar boerderij Nieuw Schaik van familie Kraay aan de Veenschoterweg. Familie Kraay wordt op 29 december 1944 gearresteerd, waarop Weenink besluit onder te duiken. Ook Hans Blankenberg verblij later op een ander onderduikadres, deze keer in Ermelo.

10 september 1944

Hannes doet zelden of nooit koerierswerk op zondag, maar op 10 september1944 moet hij invallen voor een collega. In plaats van in een overall is Hans gekleed in een pak. Vanuit

Garderen (Post 1) fietst Hans via Terschuur naar Post 3 in Scherpenzeel. Vervolgens rijdt hij door naar Maarsbergen om zijn opdracht uit te voeren. Met nieuw materiaal gaat Hans daarna weer naar Scherpenzeel. De patrouilles van de Duitsers zijn in de roerige dagen na Dolle Dinsdag (5‐91944) toegenomen.

In Scherpenzeel worden daarom ach   en Landstormers gesta oneerd in De Hertog van Gelre, waar een commandopost wordt ingericht. De groep staat o.l.v. Oberscharführer Wimmer en de Nederlandse Unterscharführer Severijnse. Op zondagmiddag 10 september brengen twee SS’ers een arrestant binnen die zij op de Brinkkanterweg hebben gearresteerd. Het is Hans

Blankenberg. Hij wordt door Severijnse en de SS’ers  tussen 3 en 4 uur ’s middags afgevoerd naar het gemeentehuis. Daar woont poli eman Clemen nes Wijnberger in de dienstwoning, die ziet dat een arrestant via de achteringang het gemeentehuis wordt binnengebracht. Kort daarna wordt Hans in de cel opgesloten. Severijnse neemt contact op met zijn meerdere Schulz in Veenendaal en gee aan dat kan worden aangenomen dat de arrestant gezien het bij hem gevonden belastend materiaal bij een ondergrondse organisa e behoort. Schulz komt naar Scherpenzeel en bekijkt het gevonden materiaal dat verschillende instruc es met betrekking tot illegale prak jken blijkt te beva en. Codeschri en kunnen echter niet worden ontcijferd. Al snel ontdekken de Duitsers dat Hans’ persoonsbewijs vals is. Om informa e te verkrijgen op vragen waarop Hans geen antwoord wil geven, wordt hij in het gezicht geslagen. Hans laat zich echter niet in mideren, ondanks bedreigingen dat hij wordt opgehangen of doodgeschoten. De poging Hans daadwerkelijk in het gemeentehuis op te hangen mislukt, waarop Hans opnieuw in de cel wordt opgesloten. De SD uit Arnhem wordt erbij gehaald. Twee SD’ers verhoren Hans en slaan hem op zijn achterhoofd waardoor een wond die eerder die dag is ontstaan weer bloedt. Hierna nemen de SD’ers hem rond 9 uur ’s avonds mee in de auto. Ondanks zijn mishandelingen kan hij volgens Wijnberger zelfstandig lopen. Familie Wijnberger hee vanuit de keuken kunnen horen dat Hans wordt mishandeld, maar Severijnse komt vertellen dat Hans een neusbloeding hee gekregen. Wijnberger moet de boel schoonmaken. Alles zit onder het bloed: het plafond, de muren, het bureau en de stoelen. Net als de dekens in de cel. Het is te erg om aan te zien. Wat er daarna precies is gebeurd, is niet meer na te gaan. Mogelijk zijn de Duitsers bang in deze roerige dagen met een arrestant rond te rijden. Op 10 september om 22.45 uur komt bij de poli e van Ede een handgeschreven brie e van de SD Arnhem binnen met daarop de mededeling dat door hen een persoon is doodgeschoten op de Klompersteeg bij Ederveen. Een dag later is in Scherpenzeel al bekend dat dode man Hans Blankenberg is. Op 14 september wordt hij in Ederveen begraven en kort na de bevrijding is Hans in Elspeet herbegraven. Wie

Hans Blankenberg daadwerkelijk hee doodgeschoten is nooit opgehelderd. Severijnse wordt

voor zijn rol in de moord op Hans Blankenberg en andere misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar, terwijl hem ook de Nederlandse na onaliteit wordt ontnomen. Schulz ontkent aan de mishandelingen te hebben deelgenomen en gee Wimmer, die voortvluch g is. De schuld. Hans

Blankenberg wordt jaarlijks in Elspeet en in Scherpenzeel herdacht, waar zijn naam op het oorlogsmonument staat. Met zijn

Herbegrafenis van verzetsstrijder Hans Blankenberg          zwijgen redde hij entallen levens.

Memorial Tour

Ter nagedachtenis aan Hans Blankenberg is door de Commissie Herdenken WO ll uit Elspeet zaterdag 14 september 2019 een Memorial Tour georganiseerd, 75 jaar nadat hij op brute wijze is vermoord.  De Memorial Tour ging met ongeveer twin g legervoertuigen langs de plaatsen waar Hans Blankenberg in de oorlog regelma g kwam of waar hij korte of langere jd verbleef en deed ook Scherpenzeel aan. Deelnemers aan de tour waren o.a. familieleden van de verzetsstrijder uit Amerika, Schotland en Nederland. Bij ’t Koetshuis werd aan de tach g deelnemers een lunch aangeboden door de gemeente Scherpenzeel. Hierna volgde een s lle tocht naar het monument bij ’t Foort. Oud‐mariniers gingen voorop, gevolgd door deelnemers aan de Memorial Tour en andere belangstellenden.

Burgemeester De Vries en zijn echtgenote leggen               S lle tocht een krans

Bij het verzetsmonument hee e Dick Baas namens de Commissie Herdenken WO ll iedereen van harte welkom. Hij bedankte de gemeente Scherpenzeel en Vereniging Oud‐Scherpenzeel voor de organisa e hier ter plaatse. De oud‐mariniers vormden een erewacht bij het monument. Gerard Mulder memoreerde het levensverhaal van de vermoorde koerier. Daarna volgde een toespraak van burgemeester Harry de Vries. Oud‐marinier Kees van Tiggelen speelde het signaal Taptoe waarna kransen en een bloemstuk werden gelegd door gemeente Scherpenzeel, familieleden en Commissie Herdenken WO 2. Hierna zongen de aanwezigen het 1e en het 6e couplet van ons Volkslied. Vervolgens keerden de deelnemers terug naar hun voertuigen. Rond kwart over twee verliet de Memorial Tour Scherpenzeel om terug te reizen naar Elspeet waar bij het graf van Hans Blankenberg de slotceremonie werd gehouden.

Wim van den Berg

Bron:

‐ Mulder, Gerard, Getrouw tot in de dood (Elspeet 2012)

DE SD SLAAT TOE

Dit verhaal begint bij Herman Leus. Herman wordt geboren op 18 december 1917 in Hengelo, als jongste in een diep gelovig roomskatholiek gezin van zes jongens. Direct na het uitbreken van de 2e Wereldoorlog weet Herman via allerlei omwegen naar Engeland te vluchten en daar komt hij te werken bij het Bureau Inlich ngen (BI), Detachement Londen. Het BI werkt nauw samen met de Engelse Secret Intelligence Service (SIS). Nadat Herman is opgeleid tot radiotelegrafist is hij gereed om boven bezet Nederland te worden geparachuteerd.

In de nacht van 10 op 11 april 1944 is het zover. Herman springt samen met Jan Faber ergens in de omgeving van Tiel uit een Brits vliegtuig. Direct na hun landing zoeken ze contact met een verzetsgroep in Brabant, genaamd de “Spartanen”. Het contactadres is de rijwiel‐ en motorfietsenhandel van de Gebroeders van Nunen. Hier ontvangt Herman een eigen radioset en de benodigde zendkristallen. Herman richt in Bergen op Zoom zijn eerste seinpost in. Tijdens zijn contacten in “het veld” gebruikt hij de schuilnaam Jan Willem Wiemers.

Na de bevrijding van Noord‐Brabant verplaatst Leus zijn seinpost naar boven de grote rivieren. Hij kreeg vanuit Londen de opdracht om als radiotelegrafist het radiocontact te verzorgen tussen de Raad van Verzet (RVV) en het Bureau Inlich ngen, danwel de Nederlandse regering in Londen. Na eerst zijn werkterrein in Langbroek te hebben, verplaatst hij daarna zijn werkterrein naar Ermelo. Daar richt Herman met de hulp van een boswachter een seinpost in. De seinpost is gelegen in de omgeving van het buurtschap Drie in een bunker in de omgeving van een brandtoren die ook voor hen prima als uitkijktoren gebruikt kan worden. Herman fungeert als marconist voor Jan Faber en gebruikt hierbij de schuilnaam “Sjaak”. Zo af en toe werd de seinpost verplaatst. In oktober 1944 is de zendgroep ac ef vanuit de garage van Dirk van Ekris aan de Marktstraat, maar ook op boerderij Davelaar bij het gezin Steenbergen. Daar wordt de seinpost ingericht in de pompbak. Vanuit Scherpenzeel schrij Herman Leus op 29 oktober 1944 nog een brief aan zijn ouders en broers + zusters in Bergen op Zoom, een stad die op dat

boerderij Davelaar in de oorlogsjaren     moment al in bevrijd gebied ligt.

De eerste slag van de SD

De commandant van het verzet op de Veluwe (in Ermelo) is een voormalig Rijksveldwachter, Berend Dijkman. Hij treedt op onder de schuilnaam Piet van de Veluwe. Deze man beheert ook het archief van de verzetsgroep, wat normaliter is weggestopt bij het bosbad van Ermelo. Op 14 november 1944 is er een grote vergadering met de top van de verzetsgroep in een bakkerij in Ermelo. Ook Peter van Scherpenzeel (schuilnaam van Rijk van Ginkel) is hierbij aanwezig. Omdat een eerder gearresteerde onderduiker namen en adressen had genoemd, is de Sicherheits Dienst (SD) op de hoogte van deze vergaderplek. Ná de vergadering blijven veel mensen slapen, vanwege het slechte weer, maar Rijk van Ginkel gaat naar huis. In de vroege ochtend van de volgende dag omsingelt de SD de bakkerij en doet een overval.

Voor de SD wordt het een succes: ze hebben niet alleen de top van het verzet op de Veluwe te pakken, maar ook nog eens een groot archief vol met ac es, koerierslijnen, namen en adressen.

De gevolgen zijn catastrofaal. Tientallen verzetsmensen met daarbij ook andere burgers zoals onderduikers worden in de nasleep van de overval gearresteerd en veel van hen zijn ook omgekomen, vooral in Duitse concentra ekampen.

Op 17 december 1944 loopt de zendgroep waar Herman Leus toebehoort bij hun zendinstalla e in het bos bij Drie in een hinderlaag van de SD. Door de eerdere overval is de SD ook achter de loca e in het bos bij Drie gekomen. Bij de overval door de SD worden een verzetsstrijder gedood en één gewond. Herman Leus schijnt nog een vluchtpoging te hebben ondernomen, maar werd in het been geraakt en alsnog gearresteerd. Herman wordt door de SD gearresteerd en verhoord. Hij wordt verschrikkelijk gemarteld en waarschijnlijk is de SD hierdoor achter nog meer namen en adressen gekomen, in ieder geval achter de adressen waar Herman met zijn zendinstalla e ac ef is geweest. Op 8 maart 1945 wordt Herman Leus samen met 116 andere verzetsstrijders bij de herberg Woeste Hoeve aan de Arnhemseweg bij Beekbergen (gemeente Apeldoorn) gefusilleerd in de represaillegolf na de aanslag op Hanns Rauter die daar had plaatsgevonden. De Höhere SS‐ und Polizeiführer Hanns Albin Rauter was bij deze aanslag zwaargewond geraakt.

Op 29 december 1944 vindt er een serie overvallen plaats door de SD. Achtereenvolgens wordt boerderij Klein Sniddelaar van Jan van Ginkel, de Lusthoeve van Cornelis Ter Maaten, boerderij Nieuw Schaik van Jacob Dirk Kraaij en boerderij ’t Kwade Gat van Cees van Burgsteden (in

Stoutenburg) overvallen. Velen worden gearresteerd en velen zullen nooit meer terugkomen. 

De familie Steenbergen op boerderij Davelaar                 

Op boerderij Davelaar woont in die jd het gezin Steenbergen. Vader Jan van Steenbergen is geboren in Bennekom op 24 juni 1888. Hij trouwt op 19 oktober 1916 met Gijsbertha (Gijsje) Lokhorst. Zij is geboren in Stoutenburg op 27 augustus 1885. Jan en Gijsje worden verblijd met 6 kinderen: vier zoons Cornelis, Aart, Gerrit en Joachem en twee dochters Gerritje (Ger) en Gerda. Ook opa Lokhorst woont dan nog in op de boerderij, maar Gerritje is al oudste kind al getrouwd.

Zij trouwde op 1 mei 1941 met Florus Jansen Oskam en hebben in 1944 al twee kinderen: Aartje

Jansen Oskam en Gijsje Jansen Oskam.

Het gezin van Steenbergen is in de omgeving Scherpenzeel/ Woudenberg bekend vanwege de maatschappelijke en kerkelijke func es die vader Jan van Steenbergen bekleedt.Ook de zoons zijn ac ef, o.a. als bestuursleden van jeugdverenigingen.

Het gezin Van Steenbergen vóór de

2e Wereldoorlog. Staand v.l.n.r.: Gert, Aart, Cornelis en Joachem, Zi end v.l.n.r.: Gerda, moeder Gijsje, Opa Lokhorst, vader Jan en Gerritje

Arresta e            

Na al die overvallen zijn de broers Van Steenbergen op advies van het verzet snel ondergedoken. Men weet niet zeker of Herman Leus ook hun adres hee genoemd. Moeder en zusje Gerda zijn echter op de boerderij achtergebleven. De angst dat hun moeder en zusje iets zal overkomen knaagt zodanig aan de broers dat ze al snel besluiten om weer terug te gaan naar de boerderij. De overvallen zijn immers alweer een paar dagen geleden en het blij s l rond de boerderij. Op 3 januari 1945 volgt er echter toch een overval door de SD op de boerderij Davelaar. Vader Jan en Gerrit zijn niet thuis, maar Cornelis, Aart en Joachem wel. Ook is zwager Floor Oskam net op bezoek. Dat deze op zijn eigen boerderij in Kamerik nog een stengun en een parachutekoord van een wapendropping in het hooi hee zi en, weten de overvallers niet, maar ze nemen Floor wel mee. Zeg maar als “invaller” voor zijn schoonvader.

Florus Jansen Oskam en Gerritje van       Alle vier de gevangenen worden afgevoerd naar de Koning

Steenbergen met dochters Aartje en       Willem 3‐kazerne in Apeldoorn en krijgen het e ket: Gijsje. De foto is kort vóór de arresta e

gemaakt: in oktober 1944.         poli eke gevangene.

Joachem, Aart en Florus worden op 24 januari 1945 verplaatst naar kamp Amersfoort. Cornelis wordt als “hoofdverdachte” gezien en hij komt op 1 februari terecht in Amersfoort. Op 2 februari 1945 worden ze op de trein gezet naar Neuengamme. Bij hun vertrek vanuit kamp Amersfoort moeten ze elk persoonlijk bezit afgeven: ring, horloge, portemonnee. Met een paar sneetjes brood en zonder water gaan ze in een veewagon op transport naar Neuengamme in een reis van vier dagen en vier nachten. Niet langer behandeld als persoon maar als de kampnummers 10355, 10359, 10360 en 10594. Vanaf dan is in mida e en geweld met honger en dorst hun deel. In Neuengamme worden ze omgenummerd en wordt Kees als hoofdverdachte apart gehouden. Hij ster daar als eerste……  op 12 maart 1944, 26 jaar oud. Floor, Aart en Joachem worden doorgestuurd naar een klein vernie gingskamp in Wöbbelin, in de buurt van Ludwigslust.

Cornelis is geboren op 23 oktober 1918 en overlijdt op 12 maart 1945, 26 jaar oud.                

Aart is geboren op 22 november 1919 en overlijdt op 8 maart 1945, 25 jaar oud.              Joachem is geboren op 28 december 1923 en overlijdt op 19 maart 1945, 21 jaar oud.  Florus Oskam is geboren op 1 september 1916 en overlijdt op 27 maart 1945, 28 jaar oud.

Begin februari 1945 luisteren vader Jan en zijn dochter Ger s ekem naar Radio Oranje en horen voor het eerst vertellen over het bestaan van concentra ekampen. Onthutst kijken ze elkaar aan en zeggen: “Als dat waar zou zijn, komt geen een van onze jongens terug. Maar dat kan natuurlijk niet”

Pas eind oktober 1945 krijgt de familie de melding, dat ook de laatste zoon omgekomen is. De ouders dragen het verdriet lang met zich mee. Vader Jan van Steenbergen is overleden op 19 oktober 1976 in Scherpenzeel, hij was toen 88 jaar oud. Moeder Gijsje is is overleden op 20 maart 1976 in Woudenberg, zij was toen 90 jaar oud.

Familie van Steenbergen in Ede

Bijzonder in dit verhaal is dat vader Jan nogmaals binnen de familie zal meemaken dat de Duitsers wreed kunnen optreden. Een oudere broer van vader Jan is Teunis Jan van Steenbergen. Teunis Jan is getrouwd met Jantje van Steenbergen en zij krijgen 6 kinderen, waarvan er eentje al vroeg overlijdt. Zoals gebruikelijk in die jd worden de kinderen vernoemd naar de opa’s en oma’s en dus hebben de zoons bekend klinkende namen: Aart, Jan, Gerrit, Elbertus en Mar jn. Dit gezin van

Steenbergen woont ten jde van de oorlog

in Ede op de boerderij aan de

Maanderbuurtweg 44.

Al enige jd zit Adrianus Plaisier ondergedoken op de boerderij in Ede. De oudste zoon Aart raakt door deze onderwijzer betrokken bij het Verzet. Eerst bij de Ordedienst, maar in september 1944 treedt Aart samen met Plaisier toe tot de staf van de nieuw gevormde Binnenlandse Strijdkrachten.

Op zondag 1 oktober 1944, in de nasleep van de Slag om Arnhem, nemen

Aart van Steenbergen en Plaisier twee Nederlandse SS‐ers gevangen. Als Aart hierover de Edese verzetsleider Derk Wildeboer telefonisch informeert krijgt hij de opdracht de SS‐ers te executeren. Eerst wilt Aart daar niets van weten, maar toch besluit hij de SS‐ers te executeren. Op het moment dat Aart wilt schieten weigert zijn pistool. Eén van de SS‐ers blijkt echter zelf ook nog nog de beschikking te hebben over een vuurwapen en schiet Aart dood.

Het blij vrij lang s l, maar op 8 april 1945 arresteert de SD opeens de jongere broers van Aart van Steenbergen: Jan, Elbertus en Mar jn. Ook

Adrianus Plaisier wordt gearresteerd. Het viertal wordt na de arresta e Aart van Steenbergen bewaakt door een tweetal landwachters. In hun gezelschap is dan ook de     uit Ede Wageningse verzetsman Frans van der Have. Hij was al eerder door de SD gearresteerd en vastgezet. Het vij al slaagt er op een gegeven moment in de twee landwachters te overmeesteren en dood te schieten.

Van der Have, Plaisier en Jan van Steenbergen ontkomen, maar Elbertus en Mar jn worden bij de vluchtpoging gegrepen. Op 13 april 1945 worden de twee broers door de SD‐er Ries Jansen doodgeschoten in het bos op de Keijenberg nabij Bennekom.

Het lichaam van Aart van Steenbergen wordt na de oorlog bijgezet in Het Mausoleum. Op de plek waar zijn broers werden doodgeschoten is een monument opgericht bestaande uit drie stenen, voor elke broer één.

Herdenking              

Het mag niet verwonderlijk zijn dat de familie Van Steenbergen en Oskam tot op de dag van vandaag nog doordrongen is van deze gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Als het op 3 januari 2020 precies 75 jaar geleden is dat de broers Van Steenbergen samen met zwager Florus Oskam zijn gearresteerd en afgevoerd, komen vanuit alle windstreken van Nederland de nazaten naar Scherpenzeel om hen te herdenken. In de stromende regen worden, in het bijzijn van burgemeester de Vries en afgevaardigden van het 5 Mei‐comité en vereniging Oud

Scherpenzeel, mooie woorden gesproken en een minuut s lte gehouden ter herdenking aan zij die het leven gaven voor onze vrijheid.

Piet Valkenburg

Dochter Aartje Bos‐Oskam jdens de herdenking bij het verzetsmonument

Bronnen:

‐ Mevr. A. Bos‐Oskam (dochter van Florus Jansen Oskam)          

‐ “Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog” door José Huurdeman                  

‐ Archief ver. Oud Scherpenzeel                            

‐ Traces of War (tracesofwar.nl)                                   

‐ h ps://monument.vriendenkringneuengamme.nl                

‐ Wikipedia

SABOTAGE

Henk van Bentum typte na de Tweede Wereldoorlog de verhalen uit over zijn belevenissen in de oorlog. Hieronder zijn verhaal, geredigeerd en enigszins ingekort:

”Na de luchtlanding bij Arnhem in september 1944 wordt er vanuit Londen opdracht gegeven om zoveel mogelijk rails, treinen, bruggen, schepen en wegen te saboteren. In die jd zijn er al voldoende wapens en springstoffen gedropt en in

ontvangst genomen door de ondergrondse.

De eerste spoorwegsabotage met springstof die we uitvoeren is eigenlijk niet zo geslaagd. We gaan naar de spoorlijn in de buurt van Terschuur. De

HWeenrke lvdaono rBloegntum bij zijn eerste vrachtauto, kort ná de 2e       spoorwegstaking is begonnen (red.:

september 1944) en er rijden alleen nog

maar treinen met Duits personeel erop. Ze vervoeren van alles, zowel materiaal als troepen. Overdag wordt er niet gereden, maar in de nacht zoveel te meer. Onze taak is het om het treinverkeer zoveel mogelijk s l te leggen. De spoorlijn van Amersfoort naar Apeldoorn is een belangrijke schakel in het vervoer. Er is maar één klein probleem: we hebben nooit eerder met springstof gewerkt…..

Met ongeveer 4 kg Nobel kneedspringstof, klaargemaakt in de schuur van Van ‘t Foort aan de Barneveldscheweg stappen Reinderd (Huib

v.d. Vange uit Vij         uizen), Wim en ik om een uur of 10 ’s avonds op de fiets. We zijn met z’n drieën en komen langs de Rudolfs ch ng waar veel Duitsers op de weg zijn. Maar in de duisternis gee dat over het algemeen niet zoveel problemen. We gaan verder over Achterveld langs de molen, in totaal een afstand van ongeveer 10 km tot aan de

spoorlijn Amersfoort‐Apeldoorn. We beves gen ergens de           Nobel kneedspringstof springstofladingen aan de rails en verbinden de draden aan een

jdpotlood, die is afgesteld op 15 minuten vóór ‘0’. Na alles nog eens nagelopen te hebben,

drukken we het zuurglas plat, zodat het zijn werking kan beginnen. We verlaten snel de spoorbaan, om vanuit een s l weggetje 500 meter er vandaan te gaan zien wat er zal gebeuren. De knal komt precies op de ingestelde jd en we gaan voldaan ieder naar zijn eigen onderduik adres terug. Op dat moment weten we nog niet wat  het resultaat is, maar dat horen we de volgende dag. Reinderd is op onderzoek uit geweest en bericht ons dat het resultaat niet veel voorstelt. Eén rails is er over zo’n 15 meter uitgeslagen en de andere maar zo’n 2 meter. Met een halve dag kan dat weer verholpen worden door het Duitse spoorwegpersoneel.

Reinderd en ik bespreken hoe we dit beter kunnen doen. We menen het te moeten proberen als er een trein passeert en in ieder geval met een veel zwaardere lading. Wat we op dat moment nog niet weten is dat de Duitsers intussen wel een lijnwacht ingesteld hebben om de spoorlijn te bewaken.

We besluiten om meer in de rich ng van Amersfoort te gaan, daar zijn nogal wat struiken in de omgeving van de spoorlijn. Rein en ik gaan samen, Wim hee wat anders te doen. Op een goede plek aangekomen stelt ieder van ons een lijn op scherp, want we weten nog niet van welke kant er het eerst een trein aan zal komen. We zijn net de draden en de jdpotloden aan het controleren als er vanuit de rich ng van Amersfoort een paar gedaanten aan komen lopen. Ik trek direct mijn machinepistool en duw de veiligheidspal weg. Dat gee een stevige klik in de donkere nacht. Ik hoor gelijk ook een stem die zegt: “nicht schiessen!”. Ik zeg meteen “wen du nicht schiest, schiessen wir nicht”. De stem zegt:  “wir schiessen nicht”. De mannen komen dichterbij en het blijken een paar oudere Wehrmachtsoldaten te zijn, bewapend met een mausergeweer, dat ze nog aan de schouder hebben hangen. De mannen zijn angs g en ik stel ze met wat praten gerust. Ze vragen aan ons om de spoorlijn niet te saboteren, want dat zal hen in grote moeilijkheden brengen. Maar ja, we zijn natuurlijk niet voor niks gekomen en met verheffing van mijn stem zeg ik dat ze maar weg moesten wezen, want de klap kan nu elk moment komen. De soldaten verdwijnen weer in de rich ng van Amersfoort en Reinderd en ik bespreken wat we nu moeten doen. Het lijkt ons het beste om maar gelijk weg te wezen…..”

Het pistool

“Er wordt een pistool vermist. In de hooiberg bij Sander Lagerweij in Renswoude is een hol, waarin de wapens van de “Veensche K.P.” zijn opgeslagen, totdat ze gebruikt moeten worden. Eén van die wapens is nu verdwenen. Sander wordt gevraagd of hij soms iets weet, maar hij weet van niets. Sander vraagt het vervolgens aan zijn jongens en dan komt de aap uit de mouw. Zoon Kees vertelt hem dat hij de revolver uit de hooiberg hee gehaald. Hij is samen met nog een andere jongen bij een boer onder Woudenberg de riemen van een dorskast af gaan halen. Het pistool hee Kees meegenomen. Die boer is een foute boer, N.S.B.’er en leider van de boerenbeweging en de landstand. Terwijl ze bezig zijn met de dorskast komt die boer er opeens aan en schreeuwt “handen omhoog”, wat ze prompt doen. De knecht van de boer moet hun zakken nazien, terwijl de boer Kees en zijn vriend onder schot houdt met een dubbelloops jachtgeweer. Als N.S.B.‐er mag hij dat in huis hebben. Natuurlijk komt de revolver voor de dag en de boer steekt dat bij zich en sluit de jongens op in de paardenstal. De boer stuurt zijn knecht naar Woudenberg naar de burgemeester (een N.S.B.’er) om melding te doen. Maar de vrouw van de boer stuurt één van haar dochters naar een boswachter, om daar ook melding te doen. De boswachter kwam ijlings naar de boerderij en gaat in gesprek met de N.S.B.‐boer en praat op zijn gemoed in. “Wat denk je wat er met die jongen gaat gebeuren? Denk je eens in dat het jouw jongens zouden zijn?”. Ook de boerin hee medelijden met de jongens en zo komt het dat Kees en zijn vriend uit de paardenstal worden gehaald. Nadat ze beloven er met niemand over te praten kunnen ze gaan. Maar de boer houdt wel die revolver.

Kees Lagerweij had er natuurlijk nooit meer over willen praten, maar die revolver moet natuurlijk wel terug! Reinderd, Wim en ik zijn op een avond dan ook naar die boerderij gefietst. Als we daar om een uur of negen aankomen is alles herme sch afgesloten. Een uurtje later komt er licht op de deel, gaat achterdeur open en komt er iemand naar buiten, die gaat staan pissen. Meteen nemen Reinderd en ik onze kans waar en stormen de lange deel over om bij de keukendeur te komen. Maar die vent schreeuwt “doe de deur dicht” en is vervolgens zelf in de kortste keren verdwenen.

Hoe we het ook proberen de deur naar de keuken open te krijgen, het lukt ons niet. Na een paar geweldige sprongen tegen de deur springt deze echter opeens open en staan we in de keuken, waar paniek uitbreekt. De boerenleider is dan al verdwenen. Ik zeg tegen de oudste zoon: “Dan ga jij mee, als je vader er niet is.” Wat ik eigenlijk helemaal niet van plan was, maar ik moet toch wat zeggen om indruk te maken? Het hele gezin begint gelijk erbarmelijk te schreeuwen. Ik zeg dus maar snel dat de zoon thuis kan blijven, maar dan moet de boer de volgende morgen wel om negen uur op de hoek Moorsterweg‐Kolfschoterdijk zijn met dat pistool dat hij van die jongens afgenomen hee . Dan zal hen niets overkomen.

De volgende morgen ben ik om kwart voor negen al bij “Bart” (Piet Veenendaal). Met mijn verrekijker zie ik dat er in de verte twee mannen aan komen lopen. Het is de oudste zoon en nog iemand. Als ze bij de driesprong zijn fiets ik er heen. De zoon vertelt me dat zijn vader ziek is en gee me een brief van de vader . In de brief vraagt de N.S.B.‐boer of ik zijn zoon in vrede wil laten gaan. Dan zal hij direct bedanken voor de beweging en de landstand. Ik zeg tegen die zoon: “Jong, zeg maar tegen je vader dat dat in orde is. Het gaat niet om jou of je vader, maar om dat pistool”. Ik zag dat het die jongen direct opluch e en laat ze gaan.

De Bruinerburgerbrug

Het is een koude decemberdag in 1944. Ik zit in een kippenhok bij Boersma, waar zich een compleet wapenarsenaal bevindt. Het plan is om de twee bruggen bij Bruinenburg in de lucht te laten vliegen en ik ben hiervoor de springstofladingen aan het klaarmaken. Dat moet vannacht gaan gebeuren en dat zal een heel karwei zijn. Het is een ijzeren brug met dwarsspanten en op iedere spant moet een lading aangebracht worden. Het idee is om alles met één draad te laten springen. In iedere lading moet dan een voorontsteking en een detonator aangebracht worden. Ik zal er zeker vijf uur mee bezig zijn om dat in orde te brengen. De Bruinerburgerbrug zit in de lijn Amersfoort‐Kesteren. Als ik alles voorbereid heb zet ik het materiaal klaar in de fietstassen. Ik ga eerst nog even naar Gooswilligen om te eten en te horen of er nog nieuws over de radio is geweest van de BBC Londen. Er zijn voor ons geen bijzonderheden, dus wij kunnen ‘s avonds naar de spoorlijn.

We hebben afgesproken dat Wim, Reinderd, blauwe Henk en Jan Barends en Huib van der Vangen op mij zullen wachten aan het einde van de Kolfschoterdijk. Acht uur begint de sper jd en mag er niemand meer op de weg komen tot ’s morgens zes uur, maar we hebben afgesproken om daar om 9 uur met volle bewapening te zijn. Ik haal de springstof op en doe de fietstassen weer achterop per fiets. Dat is een hele vracht, ongeveer zes g pond, der g pond voor iedere brug. We fietsen over binnenwegen in de rich ng van de spoorlijn, zo’n 8 á 10 km. Na een paar kilometers springt echter de achterband van mijn fiets kapot. Ik ben dan in de buurt van Rumelaar en ik ga naar Huib van Woudenberg en vraag hem een fiets te leen. Ik zeg dat ik hem de volgende dag wel weer kom ruilen. De jongens kennen mij (ik heb daar in mijn onderduik jd weleens geslapen) en geven de beste fiets die ze hebben. Ik pak de fietstassen over en we fietsen verder. Bij de Voskuilerweg, waar het dijkje naar het schapenbruggetje loopt, ze en wij onze fietsen in een diepe sloot. Via het schapenbruggetje  en de liniedijk lopen we in de rich ng van de dubbele brug. Als we daar aankomen is het precies 10 uur in de avond. Blauwe Henk stelt zich aan de ene kant en Gerard aan de andere kant van de brug op als wachten. Het wordt nog een heel karwei om alle ladingen aan te brengen. Voor de zekerheid beves gen we ook nog een lading aan alle dwarsbalken.

Als we al enige jd bezig zijn komen er vanuit de rich ng van Ekris een man en een vrouw aanlopen die druk aan het praten zijn. De man is kennelijk een Mof, want hij spreekt Duits.

We houden ons s l en het koppel steekt een meter of zes van de bruggen de spoorlijn over. Ze hebben ons niet gezien of gehoord, denken we. Het koppel loopt door naar de

Kaart van de omgeving van Bruinenburg met de spoorlijn liniedijk en na enkele minuten komt de vrouw alleen terug. Die Duitser zal wel in de stelling achtergebleven zijn, denken we. Als we daarna weer bezig zijn de ladingen aan te brengen waarschuwt één van de wachten dat hij iemand zag, die vanaf de dijk in de rich ng van Landgoed De Boom liep. We weten dat De Boom op dat moment vol met

Duitsers ligt, maar als we nog eens kijken zien we niemand meer. Ik neem aan dat het een jong paard was, wat nog buiten loopt.

Om twaalf uur zijn we zover dat de bruggen tot explosie gebracht kunnen worden. Met een vuurkoord van 30 cm, beves gt aan een slagkoord zal ik de springstof aansteken. Elke cen meter vuurkoord is een tel en 30 tellen later vliegt dan de boel de lucht in. Na alles nog eens geïnspecteerd te hebben zeg ik tegen de anderen: “Gaan jullie maar vast naar de fietsen, ik kom straks wel”. Ik wil na de

explosies controleren hoe groot de schade is. Landgoed De Boom               De andere jongens lopen dus weg, maar zijn          (foto: M. van Heek)

amper en of vij ien meter bij mij vandaan en het is meteen volop schieten in de nacht. Ik dacht “Wat er gebeurt, gebeurt, maar de brug moet eruit”. Ik steek dus de lont aan en ik ren in de rich ng waar ik denk dat de andere jongens zijn. Opeens hoor ik: “Neem mij mee, ik ben gewond”. Maar eerst gooi ik me plat, want met een donderend geraas en een pracht van een vuurwerk vliegt de hele boel de lucht in. In het licht van de explosies zie ik allerlei gedaantes gebukt vluchten. De gewonde bleek blauwe Henk te zijn, hij blijkt in zijn knie te zijn geschoten. Samen met één van de andere jongens neem ik blauwe Henk mee in de rich ng van de dijk. Twee jongen worden vooruit gestuurd in de rich ng van de Schapenbrug om te kijken of het veilig is. Aan de andere kant van de Schapenbrug leggen we eerst een noodverband aan om het been van Henk, want hij verliest veel bloed. Met de Moffen hebben we op dat moment geen vuurcontact meer gehad en we komen veilig bij onze fietsen in de sloot aan. We denken net weg te kunnen als we opeens geruis horen en er een hele groep, de helmen diep over hun oren getrokken en de wapens in de aanslag als schimmen tegen de lucht (omdat wij in een diepe sloot zi en) voorbij zien komen. Wij houden ons s l en laten de Moffen verder gaan.

Met twee man voorop met de stengun in de aanslag, een man tussen ons in met de blauwe achterop de fiets en twee man achter voor dekking, gaan we rich ng Achterveld. We komen veilig aan bij Boersma, een boer op een boerderij van de Rudolfs ch ng. Zo vlug als ik kan fiets ik vervolgens naar Scherpenzeel om dokter Renken te halen. Als ik bij dokter Renken op de stoep sta is het ongeveer twee uur in de nacht. Renken woont

tegenover de Holevoet en die nacht is er veel

Dr. Renken     Duits verkeer langs de weg, met allerlei

soorten materiaal, kanonnen, auto’s, fietsen, paarden en wagens. Ik probeer de dokter uit bed te krijgen maar hoe ik ook bel en klop, er werd niet open gedaan. Drie meter van de deur waar ik sta, staat een rich ngaanwijzer. Er komen enkele Moffen op fietsen aan en die blijven staan. Eén van hen richt met een knijpkat op het rich ngbord en ze praten wat. Ik voel me niet helemaal lekker met al die Moffen om me heen, maar bel nog maar eens aan bij de dokter. Een FeIdwebel keert zich om, kijkt aandach g naar mij, in mijn lange leren jas en beenlaarzen, en zegt: “Wass machen Sie da?”. Ik zeg: “Ach, ich muss die dokter haben, mein vrouw ist krank”. Die Feldwebel bekijkt mijn fiets eens en zegt “das Fahrrat ist besser dan die meine” en begint zijn fiets leeg te pakken op mijn fiets, ik bedoel op de fiets van de jongen van Huib van Woudenberg. Maar beter een fiets dan andere problemen op dat moment en ik ga door met bellen en wachten.

Na een poosje verdwijnen de Moffen en ik ga ook maar verder, want ik kan de dokter niet uit zijn bed krijgen. De fiets van die Mof is een transpor iets, maar alle onderdelen lijken er wel los op te zi en. Van ellende ga ik naar het huis van Jan Weenink, die in de nieuwe buurt in

Scherpenzeel woont (zijn eerdere huis is in de oorlog al eens verbrand). Ik bel aan en de vrouw van Weenink kijkt boven uit het raam en zegt zachtjes: “Ik kom”. Eenmaal binnen vertel ik dat

Blauwe Henk een schot in zijn been hee en dat ik dokter Renken niet uit zijn bed kan krijgen. Vrouw Weenink zegt: “Ga maar zolang naar bed, dan zal ik het eens proberen”.

Ik viel gelijk als een blok in slaap. Na enige jd komt vrouw Weenink met dokter Renken terug. Ik leen een fiets van Jan Weenink en met de dokter gaan we naar de boerderij van Boersma, waar Henk eindelijk eerste hulp krijg.

Het verhaal is nog niet afgelopen, want de Moffen nemen korte jd later represaille. Ze verbranden de boerderij van de Kruijf en de schuur van Wi enberg op Ekris, die staan vlak bij de plaats waar de explosie was.

De Bruinerburgerbrug anno 2020

Ná de 2e Wereldoorlog is de Bruinerburgerbrug herbouwd in een betonnen uitvoering. De spoorlijn KesterenAmersfoort is echter nooit volledig meer als spoorlijn in gebruik gekomen. Het spoortracé is nu een geliefd wandelpad geworden. 

Foto’s: De Bruinenburgerbrug anno 2020. Langs het wandelpad zijn nog restanten terug te vinden van de oorspronkelijke geklonken ijzeren brug.

Piet Valkenburg

Bronnen:

‐ Het originele verhaal van Henk van Bentum ‐ Archief ver. Oud Scherpenzeel

DE ZOEKTOCHT NAAR JAMES

Eind november / begin december 1944 wordt een Engelse militair met de naam James ondergebracht op de boerderij van Gerard Lagerweij aan de Holleweg C52 te Renswoude (nu: Hopeseweg 14, Scherpenzeel). James verblij daar enkele weken en wordt dan door het verzet naar de Rijn gebracht om daar over te kunnen steken naar bevrijd gebied.

Een vraag die Johan Lagerweij al jaren bezighoudt is: wie was deze James en wat is er van hem geworden?

Wat Johan na al die jaren nog over James wist te vertellen: James z’n achternaam is onbekend.

Hij zal zo rond 1923 geboren zijn in een kustplaats in Midden‐Engeland met de naam Southport. James had een normaal postuur, had rood haar en kon soms opvliegend, zelfs agressief reageren. Hij is als vrijwilliger in 1939 of 1940 in dienst gegaan. James vertelde over een indrukwekkende staat van dienst: hij had in Noord Afrika gevochten tegen Generaal Rommel, was in Normandië jdens de landing daar en als parachu st in september 1944 geland bij Oosterbeek (bij de Ginkel?) en daar de slag om Arnhem meegemaakt. James is echter jdens deze slag door de Duitsers gevangen genomen. Tijdens een transport is hij in de omgeving van Apeldoorn uit een trein gesprongen en gevlucht, waarna hij in handen kwam van het Nederlands Verzet.

Omstreeks November 1944 wordt James door een verzetsgroep ondergebracht in ‘’De Put’’ op Engelaar, tegenover restaurant De Dennen in Renswoude. Daar wordt hij ziek en wordt bezocht door huisarts J.H. Renken uit Scherpenzeel. Nadat de situa e in De Put te gevaarlijk wordt, wordt James in december 1944 ondergebracht op de boerderij van de fam. Lagerweij aan de Hopeseweg (toen: Holleweg) te Renswoude.

James slaapt daar op de hooizolder met een revolver onder zijn kussen. Johan Lagerweij weet zich nog te herinneren dat James erg goed met zijn dolk om weet te gaan: als de 14‐jarige Johan met de hand met gespreide vingers tegen de koestaldeur gaat staan weet James de dolk met precisie tussen de vingers te gooien!

Omstreeks 10 december 1944 wordt

James door de Ondergrondse naar

Gerard Lagerweij met echtgenote + kind bij boerderij “De Wageningen gebracht. Daar zou hij de Rijn

Beek”              oversteken naar bevrijd gebied. Hierover was via een zendinstalla e met de Geallieerden contact geweest en deze zouden hem ophalen met een bootje. Dit is echter tot tweemaal toe mislukt. James wilt zo graag naar bevrijd gebied, dat hij zich ontkleedt om de Rijn over te zwemmen.  Daarna is er aan Nederlandse zijde niets meer van hem vernomen. Het is dus onduidelijk of James is aangekomen in bevrijd gebied of dat hij verdronken is?

Het verslag van Dr. Renken

James blijkt voor te komen in een verslag over de laatste oorlogsdagen wat is geschreven door de huisarts Renken. Op de datum van zondag 10 december 1944 beschrij Dr, Renken eerst de

moeilijkheden waarmee ze dan te maken hebben: “De prak jk is 2 maal zo druk. Bovendien is het water nog gestegen. Maar ik heb nu een paar lieslaarzen, daar het water boven m’n knie komt. De fiets laat ik dan maar staan en loop verder. En het voedsel wordt hoe langer hoe schaarser. Er gaat nu al een auto naar het Noorden, om aardappelen voor hier te halen. De prak jk is dan ook wel vermoeiend. Ik moet alles op de fiets doen, soms voor een bagatel is avonds nog even een 8 of 10 km rijden. En dat met een fiets, waarvan maar één trapper goed is, op de andere heb ik m’n voet op de as… En dan nogal eens een lekke band, daar de banden slechter worden. Gelukkig Dr. Renken   helpt van der Horst in Renswoude me steeds, die weet alles zelf te maken”.

Op een gegeven moment vertelt Dr. Renken over de “Put” tegenover restaurant De Dennen: “Verder is hier de laatste weken veel gebeurd en alles even tragisch. Sinds begin November kwam ik geregeld in een hol, dat was gemaakt door allerlei illegaal werkende jongens, o.a. twee van Sander Lagerweij. De eerste maal moest ik een zekere James behandelen, een militair die bij Oosterbeek had gevochten. Hij had erge keelpijn. Ik gaf hem een gorgeldrank, veiligheidshalve zonder e ket. En dat was maar goed ook, daar het hol later is ontdekt door de Duitsers en James toen is ondergedoken bij Gerard Lagerweij aan de Holleweg in Scherpenzeel. Het was geen pre      ge vent, erg agressief. Toen hij bij Lagerweij was, zag hij eens een paar Duitse soldaten het erf opkomen, en ging toen met z’n revolver om de hoek van het huis staan, om ze dood te schieten. Gelukkig zag Gerard het en hee hem er van weerhouden. Anders was het een ramp geworden… De eerste keer dat ik bij het hol kwam, stond er een jongen op wacht en rich e een groot geweer op mij. Ik kende het wachtwoord en ben niet doodgeschoten. In het hol, dat tegen de beek lag in de bosjes, zaten een 10‐tal jongens. Ik heb verbaasd gestaan, wat ze niet allemaal hadden: motorfietsen, radio‐  toestellen en zelfs een zender.

De bodem van de loopgraaf was met takken bedekt en het dak bestond ook uit takken. Later is het hol ontdekt door een Duitse soldaat. Uit angst is toen een van de jongens naast hem gaan fietsen en hee op hem geschoten. De dokter uit Renswoude, die geëvacueerd was in restaurant De Dennen, hee hem behandeld. Het hol is later wel ontruimd. Het bleek dat meubelmaker A.C. V(xxx) de zaak verraden had uit wraak op z’n zwager van Ginkel, daar deze hem geen aardappelen wilde geven, (Hij hee mij toen gewaarschuwd, niet meer daar te komen, daar zgn de Duitsers op jacht het hol hadden ontdekt. Hij hee daarvoor na de oorlog 1 of 2 jaar gevangenisstraf gekregen. Ik heb nog moeten getuigen in zijn proces,). Na de aanslag hebben de

Duitsers 5 mannen uit het kamp in Amersfoort

Het “dijkje” tegenover restaurant De Dennen, gehaald en op het dijkje in Renswoude gefusilleerd. met links het kruis ter herdenking aan de 4   De jongste ‐ een student ‐ was nog maar 18 jaar”. mannen die hier gefusilleerd werden.

Onderzoek

Besloten wordt om eens te onderzoeken of we kunnen achterhalen wat er verder van James is geworden. Hiervoor wordt in 2009 contact opgenomen met de gemeente Southport. Helaas beschikt Southport niet over een historische vereniging. Wel staat er een gigan sch monument, een War Memorial met daarop maar liefst 1723 namen van gesneuvelde inwoners van

Southport in de 1e en 2e Wereldoorlog (549 namen uit de 2e W.O.). Deze lijst met namen wordt doorgenomen, maar er staan geen voornamen bij, slechts voorle ers. Met de weinige gegevens die we van James hadden, komen we hier niet verder mee. De gemeente Southport verwees ons vervolgens naar “Old age and poverty”, een soort vereniging die zowel een blaadje uitgee als een website beheert waarop ook wel oude foto’s worden geplaatst. Een oproep in het verenigingsblaadje gee echter geen enkele reac e. Het onderzoekspoor loopt in 2009 dus al heel snel dood.

Naar aanleiding van het voornemen om in 2020 een themanummer over het verzet in/ rond Scherpenzeel uit te geven wordt het onderzoek naar James 10 jaar later, in 2019 opnieuw opgepakt. Al snel blijkt dat er nu een website bestaat, specifiek gericht op de jdens de slag om Arnhem vermist geraakt Engelse soldaten, de zgn “Missing Ones”.

De slag om Arnhem heet officieel Opera e Market Garden. Deze begint op 17 september 1944 en eindigt op 26 september

1944. Er doen ruim 35.000 Britse en Poolse

War Memorial in South Port militairen aan mee. Bij Arnhem landen meer

dan 10.000 luchtlandingstroepen, waaronder leden van het 10e Bataljon, een parachute regiment. Er sneuvelen 1800 Britse en Poolse militairen, maar ook ongeveer 1800 Duitse militairen. Van de 10.000 luchtlandingstroepen hebben na de slag maar 2300 militairen veilig gebied bereikt, de rest wordt gevangen genomen of raakt gewond. Veel van de gevangen genomen militairen zouden op transport gezet worden naar kampen in Duitsland en Polen. Na de oorlog bleken er 137 militairen nog als vermist geboekt te staan. Elk jaar wordt er wel een vermissing opgehelderd, zodat de teller nu nog op 108 staat.

Nadat er contact gezocht werd met de website van de “missing ones” krijgen we spontaan de enthousiaste medewerking van websitebeheerder Philip Reinders, iemand die het opsporen van de vermiste Britse militairen tot zijn levenswerk hee gemaakt.

In de lijst vermisten blijken er maar liefst 20 te zijn met de voornaam James. “Onze” James kon echter, zoals hij –‐misschien met wat veel bravoure— verteld had, niet in Normandië

Opera on Market Garden           gevochten hebben, simpelweg omdat dat

andere eenheden waren, als de eenheden die bij de Slag om Arnhem waren ingezet. Er vanuit gaande dat James wel een parachu st was, blijkt de rest van zijn verhaal wel te kloppen. Eén van de regimenten van de Slag om Arnhem was het 10e Parachute Regiment, opgericht uit

vrijwilligers die ook hadden gevochten in Noord‐Afrika tegen het Duitse Afrikakorps van generaal Erwin Rommel (juli 1942).

Eigenlijk blijven hierdoor van die 20 vermisten met de voornaam James er nog maar 2 vermisten over met de naam James. De eerste is James Higgins. Hij is vermist sinds 19 september 1944, zou door de Duitsers gevangen genomen zijn op 21 of 22 september en door gevechtshandelingen gewond zijn geraakt aan zijn voet. James Higgins was toen 23 jaar oud, dus qua lee ijd zou dit kunnen kloppen. Uit onze gegevens blijkt echter uit niets dat “onze” James gewond zou zijn (geweest) aan zijn voet. Uit nader onderzoek blijkt vervolgens ook nog eens dat James Higgins uit Stoke‐on‐Trent kwam, ergens in het midden van Engeland en dat is zeker geen kustplaats.

De andere mogelijke James, blijkt uit Liverpool te komen en dit is niet ver van Southport! Deze James: voluit James Edward Binks, is jdens zijn vermissing 24 jaar. Maar wat blijkt: op diverse sites gaat men er vanuit dat Binks is overleden als krijgsgevangene. Ná de oorlog is namelijk onderzoek verricht door overlevende Britse militairen zoveel mogelijk gegevens over de vermisten te laten opschrijven. Bij Private J.E. Binks wordt vermeld dat men dacht hem gezien te hebben in een gevangenenkamp, Stalag 11‐B. Stalag 11‐B was een werkkamp voor krijgsgevangen, oostelijk van de plaats Fallingbostel. Dit ligt tussen Bremen en Hannover en dit zou qua loca e kloppen met de rijrich ng van de trein waaruit “onze” James is gevlucht.

De aantekeningen over James Edward Binks

De familienaam Binks blijkt voor te komen in zowel Liverpool als Southport. Het toeval wil zelfs dat er nog een James Edward Binks voorkomt, a   oms g uit Southport, die als vliegenier gediend hee in de “Great War”: de eerste Wereldoorlog. Is dit familie van “onze” James?

James Edward Binks, rang: Private, lee ijd 24, maakte onderdeel uit van de D‐Company van het 10e Parachute Bataljon. Hij is vermist sinds 22 september 1994. Op de oorlogsbegraafplaats in Groesbeek staat een naamloze steen waarmee hij herinnerd wordt. Naar aanleiding van ons onderzoek gaat Philip Reinders er momenteel echter van uit dat “onze” James dus toch James Edward Binks is. We zullen waarschijnlijk nooit honderd procent zekerheid hebben dat James Edward Binks inderdaad “onze” James is, maar alles wijst momenteel wel in die rich ng. De zoektocht leidde ook tot contacten met de beheerders van de website “Friends of the 10th” (Batallion). Graham Warner, als historicus verbonden aan

deze vereniging, is juist van mening dat James Edward Binks niet één en dezelfde is als “onze” James, omdat Warner er vanuit gaat dat Binks in Oosterbeek om het leven is gekomen. Het blij dus onduidelijk of “onze” James om het leven is gekomen. Is hij verdronken bij zijn poging de Rijn over te zwemmen? Is hij uiteindelijk alsnog krijgsgevangen gemaakt? Hee hij de oorlog overleefd?

Bataljonsfoto van het 10e Bataljon Parachute Regiment. Het is niet duidelijk of James Edward Binks hier op staat, maar gezien de datum (juni 1944) is dit wel mogelijk.

Het 10e Parachute Bataljon is eigenlijk compleet vernie gd na 2 dagen vechten in en rond Arnhem en Oosterbeek. Het grootste deel sneuvelt of wordt als krijgsgevangene afgevoerd. Er blijven zelfs zo weinig leden over dat het Bataljon wordt opgeheven. Pas ná de 2e Wereldoorlog, toen het Engelse leger opnieuw werd samengesteld, ontstaat er ook weer een nieuw 10e Bataljon, min of meer uit de resten van de 44e Parachute Brigade.

Piet Valkenburg

Bronnen:

‐ Verslag Johan Lagerweij

‐ Archief ver. Oud Scherpenzeel

‐ Old age and poverty, Southport

‐ www.iwm.org.uk/memorials/item/memorial/1228

‐ Philip Reinders (www.arnhem1944themissingones.com)

‐ Graham Warner (h ps://friendso hetenth.co.uk)

‐ Airborne Museum, Arnhem

MET GEVAAR VOOR EIGEN LEVEN

Willem Aldert Westra Hoekzema (alias Rooie Wim; alias Gerard van den Berg)

Wim Westra Hoekzema is op 8 februari 1926 als zoon van dominee A.J. Westra Hoekzema en zijn echtgenote in Willige‐ Langerak geboren. Als zijn vader in 1935 predikant van de Nederlands Hervormde kerk in Scherpenzeel wordt, verhuist het gezin hier naartoe. Wim is de oudste van de vijf kinderen. Na hem volgen nog twee broers en twee zussen. De jongste in het gezin wordt in 1936 geboren.  Wim gaat naar de Glashorstschool en is lid van de padvinderij. Hier maakt hij deel uit van de ‘Kraaien patrouille’. Het voortgezet onderwijs volgt Wim op het Christelijk Lyceum in Zeist. Een van zijn beste Scherpenzeelse vrienden is Jan Valkenburg, de latere directeur van C&S Valkenburg.

Gezin Westra Hoekzema 1939, midden Wim         Wim 2e van rechts. De kraaien patrouille

De knokploeg Veenendaal en Dick Valkenburg

Wim Westra Hoekzema is 14 jaar wanneer de oorlog uitbreekt. Vanaf 1943 wordt Wim ac ef in het verzet. Hij sluit zich aan bij de knokploeg (KP) in Veenendaal waar hij veel samen optrekt met Dick Valkenburg, die in 1922 is geboren en dus een paar jaar ouder is. Wim Westra Hoekzema krijgt al snel de schuilnaam Rooie Wim. Maar ook Gerard van den Berg is een schuilnaam waaronder Wim Westra Hoekezema opereert in het verzet. Wim en Dick behoren tot de jongste leden van de KP in de provincie Utrecht. Valkenburg hee al van zich doen spreken jdens de eerste oorlogsjaren. Hij wil niet lijdzaam toekijken, maar ac e ondernemen. In augustus 1942 schildert zijn vriend Jaap Budding in le ers van anderhalve meter hoog op een centraal punt in Veenendaal op de muur van de fabriek van D. S. van Schuppen: „Leve Irene, Leve de Koningin!” Dick Valkenburg staat op de uitkijk. De menie waarmee de le ers op de muur worden geschilderd is bij drogist Jansen, een echte Oranjeklant, gekocht en vermengd met suiker, waardoor uitwissen vrijwel onmogelijk is. Bij het aanbrengen van de laatste le er worden ze ‘gesnapt’. Twee poli emannen  achtervolgen de jongemannen, waarbij een van hen een hele patroonhouder leegschiet. De beide jongens ontkomen1 .

Sabotage aan het spoor

In de zomer van 1944 probeert Dick met andere KP ’ers tot driemaal toe de spoorrails op verschillende trajecten in de omgeving onklaar te maken, zodat de trein ontspoort. Bij de tweede poging is ook Rooie Wim betrokken. Doelwit is deze keer de spoorlijn RhenenAmersfoort. Over een lengte van ongeveer twaalf meter worden de rails losgeschroefd. De KP weet dat Duitse troepen naar Amersfoort worden vervoerd over het gesaboteerde traject.

De rails worden zo behandeld, dat de trein zal ontsporen. Het is de bedoeling dat de trein vervolgens van de spoordijk valt. De uitvoering is ten dele geslaagd: de locomo ef en één wagon ontsporen. Naast een enorme ravage zijn er een aantal gewonden. Om het gevaar voor oppakken zo klein mogelijk te maken, steekt Dick Valkenburg de revolvers van zijn kameraden bij zich. Hij blij op afstand toekijken wat de gevolgen van de sabotage zijn. Het dreigt na de ac e helemaal mis te gaan. Valkenburg draagt acht pistolen van medeknokploegleden bij zich als hij op weg naar huis bijna tegen een controle op de Kerkewijk bij de Vaartbrug in Veenendaal aanloopt. Dick kan geen kant op, maar wonder boven wonder wordt de controle net voordat Dick aan de beurt is om gecontroleerd te worden opgeheven. Links Dick Valkenburg, rechts

Overval op de Schoonhovense Courant             Wim Westra Hoekzema

Eén van de meest spectaculaire ac es waaraan Wim Westra Hoekzema deelneemt, is de overval op de Schoonhovensche Courant. Later doet KP‐leider Dirk van der Voort (schuilnamen Daan en Ome Jan) verslag van de ac e. Hieronder een korte samenva          ng van de gebeurtenissen.

Op 14 april 1944 wordt het personeel van de Schoonhovensche Courant gedwongen illegale teksten van het verzet in de krant op te nemen. Wim Westra Hoekzema en vijf andere verzetsstrijders bereiden de ac e voor en voeren hem uit. Een van de leden van de groep is bekend met de situa e in Schoonhoven en gaat voor de ac e poolshoogte nemen in Schoonhoven. Als hij terugkomt in Veenendaal meldt hij dat het bij de Schoonhovensche Courant moet lukken. De krant hee een oplage van 12.000 exemplaren. De datum van de ac e moet voor 10 mei plaatsvinden, want dan kan er een ar kel worden gepubliceerd met de tel ’10 mei’ waarin de lezers worden herinnerd aan wat er op 10 mei 1940 is gebeurd. Dirk van de Voort (Daan) is de auteur en hee het handgeschreven verhaal klaarliggen. Op 12 april 1944 vertrekken de zes mannen op de fiets naar Schoonhoven. Van Culemborg naar Krimpen aan de Lek wordt per boot afgelegd. Daar

overnachten ze bij kennissen. De verhalen en gedichten voor de krant worden daar getypt.

Naast ’10 mei’ zijn er ook teksten met de tels ‘Landwacht’ en ‘Waar blij de invasie?’ Daarnaast besluit men nog een ar kel uit ‘De Waarheid’ en enkele gedichten uit de Geuzenbundel te plaatsen. Op de ochtend van 14 april melden twee KP’ers zich bij de redacteur van de krant. De directeur is op reis. De redacteur wordt geïnformeerd over het plan. Hoewel hij zich hiertegen verzet, kan hij niet anders dan meewerken om het plan ten uitvoer te brengen. De drukkerij en het kantoor van de redac e bevinden zich op twee loca es. Met zes man moeten er twee gebouwen bezet en bewaakt worden. In de drukkerij werken ongeveer veer en personen. Wim Westra Hoekzema bewaakt met een tweede persoon het redac ekantoor. De medewerkers wordt verteld dat er een perscontrole is. In de drukkerij

worden de ze ers op de hoogte gesteld van het plan.      Wim Westra Hoekzema

Schoonhovensche Courant, 14 april 1944

Ze voelen er aanvankelijk niets voor om mee te doen. Ze vertrouwen het niet, ze zijn bang dat de mannen geen verzetsstrijders zijn maar leden van de Gestapo die hen erin willen laten lopen. Eén van de verzetsstrijders hee een brief op zak die aantoont dat ze niet tot de Gestapo behoren.  De ze ers zijn enigszins gerustgesteld. Tussen de middag gaan de meeste medewerkers van de krant gewoonlijk thuis eten, maar dat is nu natuurlijk veel te riskant. Degenen die naar huis kunnen bellen doen dat en vertellen hun echtgenote dat ze vanwege perscontrole niet thuis kunnen komen eten. Bij de anderen gaat Rooie Wim samen met één van de ze ers langs met dezelfde smoes. Niet ongevaarlijk, want is het wel een geloofwaardig verhaal of wordt juist het wantrouwen gewekt? Wim en de ze er nemen brood mee naar het kantoor en de drukkerij en verdelen dat onder het personeel. De werknemers in de drukkerij willen op zeker moment niet verder meewerken. Ze vrezen voor de gevolgen van de ac e. Dan maar onder druk. Met een pistool wordt hun medewerking afgedwongen. Nood breekt wet. De proefdruk van de Schoonhovensche Courant van 14 april 1944 ziet er goed uit en korte jd later draait de drukpers op volle toeren. De voorpagina is ‘normaal’ nieuws, maar de andere pagina’s beva en de teksten uit het verzet. De krantenbezorgers die de krant in Schoonhoven rondbrengen komen al vroeg in de middag de krant ophalen. Te vroeg deze keer, want als ze op

jd in Schoonhoven de krant rondbrengen, krijgen de KP’ ers niet de gelegenheid om ongezien

weg te komen. Ze worden daarom enige jd aan de praat gehouden. De kranten voor de omliggende dorpen worden door de expedi e ingepakt. Gewoonlijk worden ze door de ze ers per fiets weggebracht, maar nu zullen de beze ers dat doen. Een deel wordt per auto weggebracht en een deel gaat voor verzending naar het postkantoor. De bezorging bij de abonnees kan beginnen. Het is de hoogste jd voor de zes mannen om zich uit de voeten te maken. Inmiddels zijn ze al zes uur op de redac e en in de drukkerij. Voordat ze vertrekken, sluiten ze alle medewerkers op en wordt de telefoon afgesneden. Met duizend extra kranten op de fiets gaan Rooie Wim en zijn maten er vandoor. Van vermoeidheid gaan ze bij Vreeswijk langs de kant van de weg liggen en lezen ze de krant. Even later ze en ze de reis voort naar

Veenendaal. Het nieuws over de verzetskrant gaat als een lopend vuurtje door Schoonhoven. Zo snel, dat één van de mannen nog maar ternauwernood kan weg komen. Hij kan zich pas de volgende dag in Veenendaal melden tot grote opluch ng van de anderen. De Schoonhovensche Courant van 14 april 1944 wordt voor een gulden doorverkocht aan niet‐abonnees. Op de zwarte markt brengt de edi e veel geld op. De kranten die de verzetsgroep zelf hee meegenomen, worden per post over het hele land verspreid. Het verhaal ’10 mei’ wordt later zelfs nog op de Engelse radio voorgelezen (2  en 3 ).

Overval distribu eploeg in Amerongen

Toen de poort dicht ging

Eind augustus 1944 komen ongeveer zes mannen van de KP bij elkaar om een overval op een distribu eploeg in Amerongen te beramen. Onder hen ook weer Rooie Wim. Dagelijks reizen enkele vrouwelijke en mannelijke distribu e¬ambtenaren uit Doorn met trommels distribu ebonnen met de tram naar Amerongen. Laat in de middag vertrekken ze weer naar Doorn. Als ze ’s morgens om 9 uur uit de tram stappen, lopen ze als ganzen achter elkaar over een smal weggetje naar het dichtbij gelegen distribu ekantoor. De stoet wordt al jd voorafgegaan door een agent en ook de laatste persoon is een agent.

Het aantal overvallen op distribu ekantoren groeit naarmate de oorlog langer duurt. Dat is de reden dat de distribu eambtenaren een ‘veiliger route’ kiezen door de ommuurde tuin van de

Ortskommandant in Amerongen. Zijn huis staat vlakbij het distribu ekantoor.

Via een poortje in de achtermuur komt de distribu eploeg in de tuin. Aan de voorzijde van de woning verlaten de ambtenaren en agenten dan de tuin weer.

De KP’ers weten dat er bij een bepaald transport behalve levensmiddelenbonnen ook benzinebonnen worden meegebracht. De behoe e aan benzinebonnen is erg groot. Daarom kiezen de mannen ervoor om juist dat transport te overvallen. In een Studebaker, overgespoten in de Wehrmachtskleuren, arriveer¬t de zeskoppige ploeg ’s morgens net na acht uur in Amerongen. Twee mannen gaan even voor negen uur de tuin van de Ortskommandant in. Het is de bedoeling dat ze de distribu eploeg midden in de tuin tegenkomen en de hel van de ambtenaren uitschakelen. De rest van de ploeg is voor rekening van twee anderen die via het poortje aan de achterkant de tuin in gaan. De Studebaker met chauffeur staat kort voor de ac e rijklaar. De zesde man staat op de uitkijk. Zodra de distribu eambtenaren via de achteringang de tuin zijn binnengegaan, doet de agent die achteraan loopt het poortje dicht. Daar hebben de verzetsstrijders niet op gerekend. Nu kunnen ze niet aansluiten en de tuin ingaan. Ze hebben er ook niet op gerekend dat de chauffeur van de Studebaker uitvoerig op papieren wordt gecontroleerd door een aantal ambtenaren. De twee mannen die via de voorkant de tuin zijn ingegaan bevinden zich in een hachelijke situa e: achter hen is de woning van de

Ortskommandant en daar is onverwachts ook nog eens een Duitser die achter een garage een auto staat te wassen. Voor hen nadert de distribu eploeg zonder de twee KP’ers voor de aanval in de rug. Stoppen of teruggaan is beide niet mogelijk. De ac e moet worden uitgevoerd. Er is geen keus. De twee overgebleven mannen in de tuin grijpen de agenten. Met een pistool worden ze onder schot gehouden. Ze begrijpen al gauw waar het de mannen om te doen is. De revolvers van de agenten worden in beslag genomen. Een vrouwelijke ambtenaar wordt de ac e te mach g, ze valt flauw. In de consterna e die hierdoor ontstaat, komt de trommel met distribu ebonnen in handen van de twee verzetsstrijders. Ze maken zich spoorslags uit de voeten en vertrekken met de andere vier met de Studebaker rich ng Veenendaal. De buit bedraagt een hoeveelheid benzinebonnen waarmee wel  2000 liter kan worden getankt en ook nog een paar honderd levensmiddelenbonnen4 .

Fietsbanden in Overberg

Als het bericht komt dat er in het kamp van de Arbeidsdienst in Overberg fietsbanden zijn afgeleverd door de Duitsers, komt de KP op 8 september 1944 in ac e. Er is dringend behoe e aan fietsbanden voor de rijwielen van koeriersters. Er liggen meer dan 6000 banden klaar voor verder transport door de Wehrmacht. Voordat de banden weer weg zijn uit Overberg moet er snel ac e worden ondernomen. Ongeveer 24 leden van de knokploeg krijgen het voor elkaar de fietsbanden te bemach gen. Om ze bruikbaar te maken voor de koeriers moeten de woorden Arbeidsdienst Nederland er worden afgeslepen.

Droppings en distribu ekantoren

In september 1944 zorgt Rooie Wim voor het vervoer van goederen die door de geallieerden zijn gedropt, zoals kleding, wapens en sabotagemateriaal van Apeldoorn naar Veenendaal en Utrecht. Hij is daarbij gekleed in een Duits uniform. Samen met andere KP’ers hee Rooie Wim verschillende distribu ekantoren overvallen o.a. in Terschuur, Jutphaas en Wijk bij Duurstede.

De verzetsgroep ALBRECHT

De Groep Albrecht, in maart 1943 opgericht door de geheim agent H.G. de Jonge (schuilnaam

Albrecht), houdt zich tot aan het einde van de oorlog hoofdzakelijk bezig met militaire spionage. Ze verzamelt inlich ngen over Duitse troepen, vliegvelden en wapenopslagplaatsen. De spionagerapporten worden via een zender naar het hoofdkwar er in Londen verzonden. Om al deze rapporten bij elkaar te krijgen wordt gewerkt met koeriersters, die per trein en fiets vanuit het hele land de informa e naar het centrale verzendpunt in de Biesbosch brengen. Vanaf dit punt wordt de informa e verder gedistribueerd. Daartoe trekt de groep in geheel Nederland talrijke medewerkers aan. Georganiseerd in meerdere sectoren, verzamelen ze gegevens die op een centraal punt worden verwerkt.

In een roeibootje de Rijn over naar de geallieerden.

Wim Westra Hoekzema en Dick Valkenburg horen op 22e september 1944 van Daan (Dirk v.d. Voort), de commandant van de KP in Veenendaal, dat de groep Albrecht twee KP’ers zoekt die zich beschikbaar stellen voor een geheime opdracht. Daan laat weten dat Rooie Wim en Dick er klaar voor zijn.

Rooie Wim en Dick moeten zich melden bij Max en Klaas, dat zijn de heren Keuning en Van Houten, leden van de groep Albrecht en buiten oorlogsverband directeuren van Drukkerij ‘Vada’ te Wageningen. Van hen krijgen ze de volgende opdracht: met spionagegegevens en tekeningen van het spoorwegviaduct bij de Heuvelse Steeg, waar de lijnen Arnhem‐Utrecht en Rhenen‐Amersfoort elkaar kruisen, moet contact gemaakt worden met de Engelsen. Daarvoor moeten ze doordringen tot het hoofdkwar er in Nijmegen en toestemming vragen om het spoorviaduct te mogen opblazen. Klaas brengt Wim en Dick naar de Rijn. Hij hee voor een roeiboot en een roeier gezorgd. Aan de

Wim Westra Hoekzema             overkant van de Rijn ze en Dick en Rooie Wim de tocht per fiets voort.

Als ze jdens hun fietstocht Duitsers in het vizier krijgen, schuilen ze bij

een huis langs de dijk. Zodra het gevaar is geweken fietsen ze verder, tot ze een Engelse tank tegenkomen. Rooie Wim wordt met die tank verder naar Nijmegen gereden, terwijl Dick in het Engelse kamp overnacht. De volgende dag komt Rooie Wim terug met de boodschap dat het viaduct niet mag worden opgeblazen. Zondag 24 september steken Rooie Wim en Dick Valkenburg de Rijn weer over om het nega eve nieuws in Wageningen aan Max en Klaas mee te delen.

De volgende dag, maandag 25 september, wagen ze voor de volgende ac e de oversteek over de Rijn naar de geallieerden. Rooie Wim en Dick moeten ervoor zorgen dat de telefonische verbinding tussen Nijmegen en Wageningen weer tot stand wordt gebracht. De telefoonlijn is een belangrijke schakel tussen de groep Albrecht en het geallieerde hoofdkwar er. Ze worden

jdens de overtocht door de Duitsers opgemerkt en beschoten, maar gelukkig niet geraakt. De

ac e verloopt niet op rolletjes. Het wachtwoord dat Rooie Wim en Dick meekrijgen is

‘telephone’, maar daarvan zijn de geallieerden aan de andere kant van de Rijn kennelijk niet op de hoogte. Ze worden door baron Van Boetzelaar naar Nijmegen gereden. Daar melden Wim en Dick zich bij de geallieerden. Omdat Rooie Wim beter Engels spreekt dan Dick, doet hij het woord. Ze worden ingedeeld bij de contraspionagedienst. Na het uitvoeren van de opdracht krijgen Wim en Dick de mededeling, dat ze niet meer naar bezet gebied terug mogen gaan, omdat ze teveel kennis hebben over de telefoonlijn en ze daardoor een gevaar vormen als ze worden opgepakt. Als ze na een arresta e zouden doorslaan, kan de belangrijke verbinding verloren gaan. Wim en Dick worden vastgehouden.

Ze komen weer vrij als Van Houten (Klaas) een posi ef rapport uitbrengt over beide KP’ers. Rooie Wim en Dick willen weer aan het werk in het verzet. Ze worden ingedeeld bij de nachtbewakingsdienst van de telefooncentrale. Later worden ze ook ingeschakeld bij het regelen van het telefoonverkeer. Ook bewaken ze het personeel dat de telefoonlijn moet doormeten of repara es moet verrichten. Dick doet ook werk voor het Inlich ngenbureau van de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) in Nijmegen. Wim en Dick sporen onbetrouwbare personen op.

Als Wim en Dick zich aanmelden bij de Stoo roepen worden ze bij de CID (Centrale Inlich ngen

Dienst) ingedeeld. Door de CID worden ze uitgeleend aan verschillende geallieerde onderdelen. Dick Valkenburg is naar Duitsland gegaan en Wim Westra Hoekzema is bij het Bureau Inlich ngen in Eindhoven terecht gekomen5 .

Alide Storm van Leeuwen en Gerard van den Berg

Liet Storm van Leeuwen is in 1922 in de Verenigde Staten geboren. Ze doet in de eerste oorlogsjaren de verpleegstersopleiding in Arnhem en deelt de kamer met Helen. Helens zusje zit in het verzet, en als het in 1944 zo ver komt dat er Duitsers verpleegd moeten worden –op straffe van verbanning naar het Oos ront‐ krijgt Liet van dit zusje hulp om onder te duiken, want dát kan ze niet opbrengen, dat gaat net een stap te ver. Ze weet in Nijmegen te komen waar ze zich aanmeldt bij het verzet en opdrachten krijgt voor koeriersdiensten. In een mandje hee ze een dubbele voering gemaakt. Daarin worden wapens en berichten verstopt, afgedekt met groenten en andere spulletjes. Zo fietst ze rond, vol vertrouwen in een goede afloop, maar vaak ook met bonkend hart, als er onverwachte dingen gebeuren.

Ze is ingedeeld in de Van Burke‐groep, dat zijn van die stoere jongens, KP’ers van die types die ze wel ziet zi en. Tot één zo’n stoere knul voelt ze zich wel heel erg aangetrokken. Deze Gerard van den Berg krijgt een kamer in het hetzelfde huis. Ze zijn vaak samen. “Want het was zo koud en ik had een elektrisch kacheltje. Als je dat plat legt kan je daar heel goed de blikken voedsel van de geallieerden op warm maken”.  Bij de herinnering aan de blikken corned beef loopt het water haar nog in de mond. Dankzij hun contacten met geallieerden werden ze nogal eens bevoordeeld met eten, chocolade of sigare en. Ze is steeds vaker samen met haar vriend Gerard van den Berg, die later Wim Westra Hoekzema blijkt te heten.

Tijdens de gevechten in september 1944 brengt ze

Liet en Wim    berichten over vanuit het beze e gedeelte van Nijmegen

naar het deel van de stad dat in handen is van de

geallieerden. In de strijd achtergelaten muni e haalt ze op en bezorgt die bij het verzet. Als Nijmegen helemaal is bevrijd, stelt ze zich beschikbaar voor een opleiding in het bedienen van de S‐phone. Dat is een telefoontoestel dat voor de Special Opera ons Execu ve (SOE) is ontworpen om te kunnen communiceren tussen het verzet en de agenten van de SOE en later ook met de commando‐eenheden aan de Franse kust. Ook kan ermee gecommuniceerd worden met onderzeeboten. Ze maakt de crossing in de Biesbosch om van bevrijd naar bezet gebied naar Doe nchem te gaan om daar o.a. de S‐phone te bedienen.

Crossing in de Biesbosch

In de winter van 1944‐1945 loopt het front door het zuiden van Nederland. Na 5 november 1944 ligt De Biesbosch in de frontlinie. Noordwestelijk Brabant, Limburg en Zeeland zijn dan al bevrijd. Maar ten noorden van de grote rivieren is ons land nog bezet. Het doolhof van de Biesbosch ligt daartussen. Onbegaanbaar voor iedereen die het gebied niet kent. Er komt dwars door het doolhof van vaargeulen en kreken een verbinding tot stand. Het begin van de crossings in de Biesbosch. Dat is het oversteken, het overvaren door de vijandelijke linies. De crossers roeien hun passagiers naar de overkant. Een riskant en gevaarlijk werk dat door 21 crossers wordt gedaan. Ze lopen voortdurend gevaar. Ze moeten de Duitse patrouilleboten zien te ontlopen. Zodra de Biesbosch tot de frontlinie behoort, komt er al snel een regelma ge verbinding tot stand: de Militaire Koeriersweg. Deze geheime route hee een lengte van ongeveer 18 km. De crossers maken met elkaar ongeveer 370 crossings: de Biesbosch‐crossings. De ‘crosslines’ worden gebruikt voor het overbrengen van militaire berichten en het vervoer van instrumenten naar bezet gebied. Maar ook geallieerde piloten, personen met belangrijke regeringsopdrachten en agenten met geheime zenders worden door de crossers naar hun bestemming gebracht. Mensen die in het beze e gebied in levensgevaar verkeren worden naar veiliger oorden vervoerd. Ten slo e doet de crosslinie dienst voor het vervoer van schaarse medicijnen. In februari 1945 worden Wim en Liet geselecteerd om samen een ac e te ondernemen, een crossing door de Biesbosch van bevrijd naar bezet gebied om inlich ngen over te brengen. Wim hee dat al vaker gedaan, maar voor Liet is het de eerste keer. Aaike van Driel is één van de crossers. Hij is een crosser van het eerste uur. Op 18 maart 1945 zijn Wim Westra Hoekzema, zijn latere echtgenote Alide (Liet) Storm van Leeuwen en Lex Lindo bij hem aan boord om met een opdracht naar bezet gebied te worden gebracht. De 54e crossing van Aaike van Driel is zijn laatste verzetsdaad.

In het boek ‘Biesbosch‐crossings 1944‐1945’ dat in 1993 is uitgebracht, staat een bijdrage van Wim Westra Hoekzema over deze bizarre crossing6 .

De laatste crossing van Aaike van Driel

“Liet en Wim Westra Hoekzema en Lex Lindo werden als agenten van het Bureau Inlich ngen uitgezonden naar het toen nog beze e gebied van Nederland met verschillende opdrachten. Vermeld zij dat een poging één avond daarvoor mislukte. Op 18 maart 1945  zouden wij met Aaike als schipper een nieuwe poging wagen Sliedrecht te bereiken. De crossing had aanvankelijk een normaal verloop, zij het dat de weersomstandigheden (de stand van de maan en het j) niet guns g waren en dat al spoedig bleek dat de boot lek was, zodat regelma g gehoosd moest worden. Toen we ter hoogte van de Kop van het Land waren, omstreeks het punt waar zich aan weerskanten van de rivier Duitse wachtposten bevonden, kwam een aantal boten ons tegemoet. Dit bleken zogenaamde ‘wilde crossers’ te zijn. Als ik me goed herinner, waren het vier boten met ongeveer 20 personen. Deze werden opgemerkt door de Duitsers. Er volgde een beschie ng en we hoorden direct een of meer stormboten. Aaike liet zich onmiddellijk terugdrijven en dook de kant in. Wij kwamen terecht bij het punt waar we de vorige avond ook gelegen hadden. Het schieten werd steeds heviger en op een afstand van naar scha              ng 30 a 40 meter zagen we een boot met wilde crossers eveneens beschu          ng zoeken. In deze boot zaten mensen die gilden: ‘Help, help, moeder’, ‘niet schieten’ enzovoorts. Deze boot werd door de Duitsers geënterd, de inzi enden werden gevangen genomen en weggevoerd. Even later kwam de stormboot weer terug en bleef zoeken. Ook de andere boten werden ontdekt en afgevoerd. Men bleef daar nog enige jd rondvaren en wij dachten dat we ook ieder moment ontdekt zouden worden.

Na verloop van jd werd het rus g op het water en op een gegeven moment besloot Aaike te trachten Lage Zwaluwe weer te bereiken en ging terug. Dit ging goed tot we ter hoogte van de samenstroming van de Nieuwe Merwede en de Amer kwamen. Aaike zei ‘nu hebben we het gehad, we zijn er door’ en op dat moment hoorden we de motor van een boot en keken vrijwel onmiddellijk in de lopen van een aantal op ons gerichte wapens van de bemanning van een stormboot. Deze had kennelijk liggen wachten of er wellicht nog een boot zou trachten te ontkomen. We werden geënterd,

(Bij Liet slaat de paniek toe, want ze weet dat ‘Gerard’ niet kan zwemmen. Alle bewijzen van illegale ac viteiten zoals zendapparatuur, geld en wapens worden overboord gegooid. De banderollen van de biljetstapels laten los en er drij een tapijt van bankpapier op het water.)

‐‐Aanvulling door Ma y van Wiggen‐Westra Hoekzema, dochter van Wim en Liet‐een Duitser stapte bij ons in de boot en we werden naar de Kop van het Land gesleept door de stormboot. Daar aangekomen werden we gefouilleerd, verhoord en ’s morgens met de gevangen genomen wilde crossers naar Oud‐Beijerland gebracht. Op een boerenwagen werd alle bagage van de wilde crossers gedeponeerd, daarop moest Liet gaan liggen en achterop de wagen lag een Duitser met een machinegeweer. Achter de wagen werden Aaike, Lex en Wim opgesteld en daarachter de wilde crossers.

Om ons heen liep nog een aantal Duitsers met de geweren in de aanslag. In Oud‐Beijerland aangekomen, werden we overgegeven aan de Feldgendarmerie, die in een school was ondergebracht. Na enkele dagen werden Aaike en de inzi enden van zijn boot overgebracht naar de gevangenis aan de Noordsingel in Ro erdam en overgedragen aan de geheime Feldpolizei. Na onze arresta e was er geen of nauwelijks mondeling contact. Dit stonden de Duitsers niet toe. Het bleef bij een blik van verstandhouding. In de gevangenis aan de Noordsingel in Ro erdam zaten Aaike, Lex en Wim in cellen naast elkaar en Liet aan de overzijde. Lex en Wim hadden veel contact middels klopsignalen. Met Aaike was dit ‐volgens Lex‐ erg moeilijk. Hij zat namelijk in een cel tussen Aaike en Wim. Wij zijn enkele malen met z’n drieën gelucht in een afgesloten, met gaas overdekte ruimte. Dit was de enige gelegenheid voor een persoonlijk contact jdens onze gevangenschap. We werden afgeluisterd, dus het gesprek beperkte zich tot algemeenheden. Aaike zei niet veel en maakte een erg introverte, doch berustende indruk. Uit niets is mij toen gebleken dat hij in Ro erdam, jdens de verhoren, is mishandeld. Na enige jd is Aaike ik weet niet meer wanneer dit was ‐ naar elders overgebracht. Later bleek dat hij was overgebracht naar de gevangenis aan het Wolvenplein te Utrecht. Daar zijn Aaike en Kees (van der Sande, red.*) ‐die thuis was opgepakt‐ vaak en langdurig verhoord en op gruwelijke wijze mishandeld en ‐zoals bekend‐ tenslo e op 30 april 1945 op ‘Fort De Bilt’ gefusilleerd. Liet, Wim en Lex zijn in april 1945 overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen en na de capitula e in vrijheid gesteld.”

(5 Mei 1945 denken ze dat het zo ver is. Een vreselijk gebrul, schreeuwen, deuren die open‐ en dicht slaan, lawaai op de gangen en vooral die stank, van iets brandends buiten. Liet weet op dat moment dat ze gehaald en verbrand zullen worden. Het blijken echter de Canadezen te zijn die hen komen bevrijden. Het gejoel en geschreeuw is van blijdschap, maar dat kan je niet horen als je zo bang bent. En puur toevallig zijn ze buiten iets aan het verbranden. Ze zijn vrij en proberen zo snel mogelijk naar huis te komen. De ouders van Wim staan aan de grond genageld als mensen, die Wim vooruitsnellen, hun komen vertellen dat hij in aantocht is.) ‐‐Aanvulling door

Ma y van Wiggen‐Westra Hoekzema, dochter van Wim en Liet—

Op maandagavond 7 mei 1945 rijdt Wim op zijn motor Scherpenzeel binnen. Dat herinneren meerdere Scherpenzelers zich nog als de dag van gisteren.

*Kees van der Sande is ook een Biesbosch crosser. De andere negen en crossers hebben het gevaarlijke werk dat ze hebben gedaan overleefd. 

Na de oorlog

Van diverse instan es ontvangt Wim kort na de oorlog verklaringen waarin in lovende woorden duidelijk wordt gemaakt dat hij jdens de Duitse beze ng op velerlei manieren zich verdienstelijk hee gemaakt in de strijd tegen de beze er (zie bijlagen). Zijn verdiensten zijn van dien aard dat op 19 juni 1950 aan Wim Westra Hoekzema de Bronzen Leeuw wordt uitgereikt. De onderscheiding krijgt hij in de Ridderzaal in Den Haag van Prins Bernhard. Ook Alide Westra Hoekzema‐Storm van Leeuwen wordt op dezelfde dag onderscheiden in de Ridderzaal. Zij krijgt het Bronzen Kruis voor haar verzetsdaden en is daarmee een van de weinige vrouwen die deze onderscheiding hee gekregen.

Uitreiking onderscheiding Liet   Uitreiking onderscheiding Wim

Wim gaat na de oorlog als rechercheur bij de Poli eke Recherche Afdeling Utrecht werken. Zijn kwaliteiten worden alom geprezen, maar toch besluit Wim al in 1946 te stoppen met het recherchewerk.

In tussen jd zijn Wim en Liet  op 3 januari 1946 getrouwd. Ze laten hun huwelijk in de kerk in Zeist inzegenen door dominee A. J. Westra Hoekzema, vader van Wim. Wim en Liet krijgen drie kinderen: een

meisje en twee jongens. Na zijn vertrek bij de Poli eke Recherche begint Wim een assuran ekantoor in Zeist. In 1947 overlijdt zijn Ds. Westra Hoekzema      vader die dan nog maar 49 jaar oud is.

Willem Aldert Westra Hoekzema is op 23 december 2002 op 76‐jarige lee ijd overleden. Zijn echtgenote Alide Westra Hoekzema‐Storm van Leeuwen is nu 97 jaar en woont in een zorghotel in Amersfoort. Dick Valkenburg is in het voorjaar van 2019 op 96‐jarige lee ijd overleden.

Wim van den Berg

Met dank aan Ad Westra Hoekzema (broer van Wim) en Ma y van Wiggen‐Westra Hoekzema

Dagblad Trouw, 30 april 19[1]5Dagblad Trouw, 30 april 1965

Wat gebeurde op 14 april 1944 in Schoonhoven?, D. v.d. Voort

h ps://kranten.samh.nl/schoonhovensche_courant/1944‐04‐14/2#4,210,156

Dagblad Trouw, 1 mei 1965

Dagblad Trouw, 3 mei 1965


[1] Biesbosch‐Crossing 1944‐1945, Piet van den Hoek, Kampen 1993. (Hoofdstuk 20: ‘De laatste crossing van Aaike van Driel’ door W.A. Westra Hoekzema)

  • Privacyverklaring
  • ANBI
  • Jaarstukken
  • Statuten
  • Verwante organisaties
  • Contact

© 2026 Oud Scherpenzeel

Scroll naar boven