Hoofdstuk 22
Oefeningen
Zeg/schrijf de volgende zinnen in het scherpenzeels
- Ze vonden steun door naar dat programma op de televisie te kijken.
- Heb je mijn kastje van de zomer niet naar de markt gebracht?
- Deze winter is het waterverbruik erg sterk gedaald, vergeleken met vorig jaar.
- We moesten alleen nog maar het pootlint uit de tuin halen.
- Toen jouw voorvork in haar spaken kwam, werd zij erg boos.
- Het is een heel werk om warme broden goed te bewaren.
- Ik wil graag dat jij de medaille krijgt.
- Hun opgroeiende kinderen nemen veel tijd in beslag.
- Zal ik zijn sigaret maar weggooien?
- Eigenlijk stond je kopje erg ongelukkig op je schoteltje.
- De wind waait in maart noet zo vaak uit het zuiden.
- Toen hij die knoop er na twintig minuten nog niet uit had, voelde hij zich moe.
- Vind je niet dat die jongenal een grote vent is geworden?
- Hij zei dat hij een groene doos met alleen stro waardeloos vond.
- Jij hebt eraan gedacht, maar je deed niets.

