Hoofdstuk 20
opduikende letters/schrijfafspraken
Het Nederlandse woord “er” wordt vrijwel altijd uitgesproken als “d’r”. Voorbeelden:
|
Nederlands |
Scherpenzeels |
|---|---|
|
Er is niets aan de hand |
D’r is niks an de haand |
|
Ik zag hem er lopen |
K zag’m d’r lope |
We zagen ook dat in het Scherpenzeels bij woorden die eindigen op “en” de “n” wegvalt. Toch duikt hij op als het volgende woord met een klinker begint.
|
Nederlands |
Scherpenzeels |
|---|---|
|
Hij liep boven op het dak |
Hij liep boven op ’t dak |
|
Hij vloog boven de Alpen |
Hij vloog bove de Alpen |
|
Hij vloog boven een berg |
Hij vloog boven ’n baar’g |
Uitgangen als “..ig” of “..lijk” worden geschreven als “..’g” of “..l’k”, omdat de klank “ù” is.
aord’g lacher’g kienderacht’g; gemakkel’k verschrikkel’k
Komt er in het Nederlands een ‘ voor dan verdwijnt deze in de Scherpenzeelse spelling, behalve bij “zo’n”. Let op meervouden:
zo’n wordt zo ‘n
’s middags wordt s middags
foto’s wordt fotoos
Verdere proberen we de Nederlandse spelling zoveel mogelijk te hanteren

