Het Huys te Scarpenzele
De eerste omschrijving van een ‘Huys te Scarpenzele’ dateert van 13 juni 1370. De Hertog van Gelre geeft aan Jan (Johan) van Scherpenzeel het Huis met aangrenzend land in leen. Als ridder en man van aanzien noemt Jan zich ‘Heer van Scherpenzeel’. Het land was nog maar beperkt van omvang. De beschrijving geeft aan: ’twee morgen land, ten zuiden van de straat’. Met een morgen werd een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een Gelderse morgen was 0,86 hectare groot.
Dit gebied zou later stevig worden uitgebreid, vooral door de zoon van Jan: Otto, niet alleen Heer Arnhem. Het Huis zelf bestond in die tijd uit een donjon, een woontoren. Een donjon was aanvankelijk een zelfstandig bouwwerk, in de loop der tijd werden rond een donjon andere gebouwen opgetrokken. Zo ontwikkelde zich een kasteel.
Het was in de middeleeuwen zeer gebruikelijk dat de heer niet in zijn versterkte huis woonde, maar in een erbij gelegen hofstede. Gewoonlijk lag bij een versterkt huis een boerderij, stallen en schuren e.d.. Dit landbouwbedrijf diende als basis voor het dagelijks onderhoud en bestaan en was van het allergrootste belang. In tijden van nood en oorlog diende het versterkte huis als toevluchtsoord voor de heer en zijn familie, maar ook voor zijn onderzaten en omwonenden, de dorpelingen.


