Glashorst (1)

 

De Buurtschap Glashorst ligt ten westen van het dorp Scherpenzeel. In 1416 wordt hij voor het eerst vermeld. Kort daarna duiken de eerste Van Glashorsten op. Gijsbert en Sweder van Glashorst, mogelijk broers. Het wordt een aanzienlijke familie waarvan één telg het zelfs waagt om in 1482 het Huis Scherpenzeel aan te vallen het huis, de molen, veel huizen en bossen te verwoesten. Het laatste familielid waarvan iets bekend is, heet Thonis Hendricksz van Glashorst. In 1491 verkoopt hij de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glashorst aan Arnt Moeij.

Van 1491 tot 1555 laten de archieven ons in de steek. In 1555 wordt Anthonis Aelbertsz beleend door opdracht van Frederick Hertgert “de verwers soen” en zijn moeder Aegneta, weduwe van Hertgers de Verwers met de helft van Glashorst. De andere helft had Anthonis Aelbertsz al gekocht van Jan Henricksz alias Lunsse en Gijsbert Petersz. Daarmee komt hij in bezit van de gehele buurtschap. In 1566 overlijdt hij en nemen zijn kinderen de boerderij over. Uiteindelijk wordt zoon Aelbert Thonisz de enige eigenaar. Ook hij is een grote boer. In 1592 weet hij de ernaast gelegen boerderij Wittenberg er bij te kopen. Als hij rond 1600 overlijdt. is zijn zoon Thonis Aelbertsz nog onmondig. In 1602 wordt hij formeel eigenaar van Glashorst. Hij verkoopt Wittenberg in 1625 aan Toenis Hermansz en Petertgen Aelberts, wellicht zijn zuster.

 In 1626 neemt Aelbert Teunisz na de dood van zijn vader de boerderij Glashorst over. Hij trouwt met de Scherpenzeelse boerendochter Anna Jans Heintjeskamp en heeft zoveel geld dat hij grote stukken van de boerderij Ruwinkel kan kopen. Dan overlijden Aelbert en zijn oudste zoon en beoogde opvolger Thonis Aelbertsz van Glashorst kort na elkaar. Thonis is de eerst die de achternaam Glashorst gaat dragen. Hij is in 1639 nog op de boerderij geboren, maar gaat waarschijnlijk in een nieuw huis, De Lindenboom, wonen, gelegen op het Hoge Land tegen het dorp Scherpenzeel.

Omdat de drie dochters en de zoon nog onmondig zijn, worden hun ooms Arris Aelbertsz, brouwer en Arris Cornelisz van ´t Willaer aangesteld als voogden. Dat gebeurt in 1674. Hun moeder Hermtje Willemsen van Wolfswinkel hertrouwt met Cornelis Aelbertsen van ´t Willaer en krijgt nog vier dochters.

De voogden verkopen al enkele delen van Glashorst en dragen de rest van Glashorst in 1695 over aan de enige zoon Aelbert Teunissen van Glashorst. Aelbert heeft in het dorp een reputatie opgebouwd van vechtersbaas. Diverse keren wordt hij daarvoor beboet. Als hij over het erfgoed kan beschikken begint hij direct met de verkoop van enkele delen. Het goed raakt versnipperd over diverse eigenaren.

Hoe het met Aelbert Teunissen van Glashorst en zijn vrouw Metje Teunissen van Overeem afloopt is onduidelijk. Waarschijnlijk hebben zij ook in het huis De Lindenboom aan de Dorpsstraat gewoond. Dit stond tegenover De Witte Holevoet op grond van Glashorst. Inmiddels is er al een rij huizen naast gebouwd, aansluitend op de bebouwing van het dorp.

De kinderen, behalve Jannetje, verhuizen naar Amsterdam. Hun oom en tante Willem Antonisz van Glashorst en Marretje Gijsberts Koudijs waren hen al voorgegaan. Hun zoon Gijsbert van Glashorst keert van Amsterdam terug naar Scherpenzeel om met de Scherpenzeelse Everdje van ´t Willaer te trouwen. Van 1726 tot 1736 wonen zij in het dorp en dan keren zij met hun kinderen terug naar Amsterdam.

De Lindenboom wordt geërfd door Aelberts´ dochter Jannetje Aelberts van Glashorst en haar man Hendrik de Haas. Zij verkopen het in 1777. Daarmee eindigt de Scherpenzeelse geschiedenis van deze familie Glashorst.

 

Ia

Gijsbert van Glashorst, die olde, richter

Aanstelling tot schout van Scherpenzeel op 13-3-1439 door Ott van Scherpenzeel (Bijdragen en Mededelingen Gelre XIV, blz. 270).

In 1458 wordt Ghisebert van Glashorst genoemd als schout van Renswoude. Met verloren gegaan zegel (AE; St. Pieters en Blokland map 105; 22-10-1458).

Uit dit huw.:

1.? Johan van Glashorst

                Van 1459-1462 schout van Scherpenzeel (Hertogelijk Archief 656; 1459. 1462. Nr. 655; 1462).

 

Ib

Sweder van Glashorst, geb. ca. 1400, ov. na 1467, tr. NN

Uit dit huw.:

1. Henrick van Glashorst, geb. ca. 1430, volgt II

2.? Sweder van Glashorst, geb. ca. 1425, bastaard

In 1482 verbrandt Sweder van Glashorst Huis Scherpenzeel, de molen, veel huizen en bossen. Twee jaar later moet hij zijn eed van trouw hernieuwen aan Geurt van Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 108; 23-12-1483 en 1484).

3.? Ghisbert van Glashorst

In 1467 wordt Henrick van Glashorst beleend door zijn vader Sweder van Glasshorst, volgens maaggescheid, met een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst. Binnen acht jaar na dode van Sweder mag Ghisbert van Glasshorst de rente afkopen (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 23; 21-03-1467).

4.? Gerrit van Glashorst

In 1482 wordt Gerit van Bott Henricksz beleend met een hofstede in het dorp Scherpenzeel, waar Gerit van Glasshorst op woont en mag blijven wonen; aan de ene kant de steeg naar Huis Scherpenzeel en aan de andere kant het huis van Henrick Ricktsz. Belast met een jaarlijkse pacht van twee kapoenen (hanen) en twee hoenderen aan de Heer van Scherpenzeel. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 20vo; 05-06-1482).

 

II

Henrick van Glashorst, geb. ca. 1430, tr. NN

In 1467 wordt Henrick van Glashorst beleend door zijn vader Sweder van Glasshorst, volgens maaggescheid, met een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst. Binnen acht jaar na dode van Sweder mag Ghisbert van Glasshorst de rente afkopen (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 23; 21-03-1467).

Uit dit huw.:

1. Thonis Hendricksz van Glashorst, geb. ca. 1455, volgt III

2. Lijsbeth Henricksdochter van Glashorst, tr. Adriaen Johan Everts, mogelijk zoon van Jan die Wijse Evertzoen

In 1473 wordt Jan die Wijse Evertzoen genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 4,5vo; 12-11-1473).

In 1491 wordt Anthonis van Glasshorst beleend door opdracht van Lijsbeth Henricksdochter van Glashorst x Adriaen Johan Evertsz met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 28; 31-01-1491).

In 1491 wordt Arnt  Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glasshorst x Geertruij, die gekomen waren van het kindsdeel van Lijsbeth Henrickxdochter van Glashorst x Adriaen Jan Evertsz  met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 29; 30-03-1491).

3. Bette van Glashorst, tr. Peter van Westerbeeck

In 1491 wordt Arnt Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glashorst x Gertruijt en zijn zuster Bette van Glashorst x Peter van Westerbeeck met Glashorst. Voorts wordt hij beleend met de zes Rijns guldens voor de kerk van Scherpenzeel en de 15 Rijnse guldens voor de heren bij de Birckt. Belast met een schepel rogge en een halve mud raapzaad voor de kerk (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 28,28vo; 19-02-1491).

4. Ffoeijs Henricksdochter van Glasshorst, tr. Anthonis Roloffsz

In 1491 wordt Arnt Moeij beleend door opdracht van Ffoeijs Henricksdochter van Glasshorst x Anthonis Roloffsz met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 29; 13-03-1491).

 

III

Thonis Hendricksz van Glashorst, geb. ca. 1455, tr. Geertruut

In 1485 wordt Aelbert Dier Willemsz, namens het Regulierenklooster buiten Amersfoort beleend door opdracht van Tonis van Glashorst x Geertruut met een rente van 15 goede gouden kormerster Rijns guldens uit Glashorst, belast met een jaarlijkse tins van een “alt cloicker”. Tonis moet bovendien 38 gulden schuld aflossen (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 24; Dinsdag na Pasen 1485).

In 1485 verklaart Aelbert Dier, namens de heren in de Birct dat Tonis van Glashorst de bovenstaande rente mag aflossen met 300 goede enkel gouden aulensche kormerster Rijns guldens. Geroyeerd z.j. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 24; Dinsdag na Pasen 1485).

In 1486 wordt Thonis van Glashorst genoemd als schepen van Woudenberg (HUA; Karthuizers Nieuwlicht 573, fol. 109vo; 1486).

In 1486 wordt Gisbert Voet namens het onze lieven Vrouwen en St. Barbara in de kerk van Scherpenzeel beleend door opdracht van Anthonis van Glashorst x Geertrut met een jaarlijkse rente van zes Rijnse guldens en een half molder raapzaad, Amersfoortse maat, uit Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 25vo; 06-01-1486).

In 1486 verklaart Gisbert Voet namens het onze lieven Vrouwen en St. Barbara in de kerk van Scherpenzeel dat Tonis van Glashorst de rente van zes Rijnse guldens mag aflossen, behalve de halve molder raapzaad, die blijft voor altijd voor de kerk van Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 25vo; 06-01-1486).

In 1491 wordt Anthonis van Glasshorst beleend door opdracht van Lijsbeth Henricksdochter van Glashorst x Adriaen Johan Evertsz met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 28; 31-01-1491).

In 1491 wordt Arnt Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glashorst x Gertruijt en zijn zuster Bette van Glashorst x Peter van Westerbeeck met Glashorst. Voorts wordt hij beleend met de zes Rijns guldens voor de kerk van Scherpenzeel en de 15 Rijnse guldens voor de heren bij de Birckt. Belast met een schepel rogge en een halve mud raapzaad voor de kerk (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 28,28vo; 19-02-1491).

In 1491 wordt Arnt  Moeij beleend door opdracht van Anthonis van Glasshorst x Geertruij, die gekomen waren van het kindsdeel van Lijsbeth Henrickxdochter van Glashorst x Adriaen Jan Evertsz  met de helft van een jaarlijkse rente van acht Rijnse guldens uit Glasshorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol. 29; 30-03-1491).

 

 

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

 

Er kan een relatie bestaan tussen de bovenstaande en de onderstaande familie bestaan.

 

Thonis Hendricksz van Glashorst (ca. 1455-

                        I

Aelbert Thonisz (ca. 1485-ca.?)

                        I

Thonis Aelbertsz (ca. 1515-ca. 1566)

 

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

 

 

I

Anthonis Aelbertsz, geb. ca. 1515, ov. voor 1566, tr. Marij Gijsberts Willemsz, ov. na 1566

In 1555 wordt Anthonis Aelbertsz beleend door opdracht van Frederick Hertgert “de verwers soen” en zijn moeder Aegneta, weduwe van Hertgers de Verwers, momber: haar zoon Wolter Hertgert met tweemaal een vierde deel van Glashorst “mit landt en sandt, hoge ende lege, eggen ende eijnden, bosch, brouck, heijde, water ende weijde”; oost: St. Barberencamp met de Wittenberchse wetering, west: Vlastuijn, zuid: Lambalgchen “ende dat Kolthijss mit die heerstraet”, noord: Wittenhorst (lees: Wittenberg), belast met een jaarlijkse tijns en een uitgang voor de kerk van Scherpenzeel.

De andere helft had Anthonis Aelbertsz in leen gekregen door opdracht van Jan Henricksz alias Lunsse en Gijsbert Petersz. Om dit goed te kunnen kopen hadden Anthonis Aelbertsz en zijn vrouw hun gezamenlijke bezittingen moeten verkopen. Omdat daar ook het bezit van zijn vrouw, Marij Gijsberts Willemsz, bij zat wordt zij gelijftocht met de helft van Glashorst. Omdat het goed niet deelbaar is zullen de vier kinderen na hun dood gezamenlijk het vruchtgebruik krijgen met dien verstande dat de oudste een dubbel kindsdeel krijgt met het recht van belening (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 73; 23-04-1555).

Uit dit huw.:

1. Aelbert Thonisz, volgt II

2. NN

3. NN

4. NN

 

II

Aelbert Thonisz, geb. ca. 1540, ov. ca. 1600, tr. NN

In 1566 wordt Aelbert Toenisz namens zichzelf en zijn broers en zusters beleend na dode van hun vader met Glashorst belast met een jaarlijkse tins en een uitgang voor de kerk van Scherpenzeel. Moeder Marije Ghijsbert Willemsdr behoudt haar lijftocht uit de helft van Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 82; 10-06-1566).

In 1578 moet Aelbert Thonisz als eigenaar van Glashorst een tins van vier out claucken betalen aan de Heer van Scherpenzeel (Westerholt 276, fol. 39; 1578).

In 1592 wordt Aelbert Thoenissen beleend door opdracht van Cornelis Morren met Wittenberch. Cornelis was ermee beleend na dode van zijn vader Mor Willemsz in 1559. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 77; 10-11-1592).

In 1599 koopt Aelbert Thoniss op Glashorst de tiend van Dashorst en Ronseler onder Woudenberg voor een jaar van het St. Pieters te Utrecht (Register van verkoop tienden te Woudenberg, Amerongen etc. van het Kapittel van St. Pieter te Utrecht. Transcriptie door Dick van Wageningen, blz. 82,83).

Uit dit huw.:

1. Thonis Aelbertsz, geb. ca. 1577, volgt III

2.? Mayken Aelbertsdr, ov. na 1632, tr. (1) NN, heeft kinderen, tr. (2) Aert Jansz, won. Droffelaar

GAA. Notarieel AT002a003; 20-10-1627: Genoemd: Rijck Aelberts op Craeyenoort als voogd van de kinderen van Aert Jansz x Mayken Aelbertsdr. op Voscuijlen.

Lidm. Scherpenzeel Pasen 1630. Rijck Aelbertsz, op Kreijenoort (gaat naar Groot Schaik).

Rijk Aelbertsz beleend met Groot Schaik 1635-1674.

3.? Rijck Aelbertsz, zie Schaik, gesch. en geneal.

4.? Willemtje Aelberts

Lidm. Scherpenzeel: 08-04-1683: Willemtje Aelberts jd, van Groot Schadijck, met attestatie vertrokken naar Utrecht.

5.? Petertgen Aelberts, tr. Theunis Harmense van Wittenberg, weduwnaar

                Zie genealogie Wittenberg.

Het is zeker dat nrs. 2 – 5 broer en zusters zijn van elkaar, zie Van Schaik.

 

III

Thonis Albertsz van Glashorst, geb. ca. 1577, ov. voor 1626, tr. Cunera/Cuijnen Goertsdr/Aerisdr

Huw. voorw. tussen Thonis Albertsz en Cunera Aerisdr voor Drost van Veluwe; 26-07-1601.

In 1600 wordt Thijmen Ghijsbertsz namens de onmondige Thoenis Aelbertsz beleend na dode van zijn vader Aelbert Thoenissen met Wittenberch. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 80vo; 20-12-1600). Thonis Aelbertsz, mondig geworden, beleend met Wittenberch. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 81; 25-10-1602).

In 1613 wordt Cunera Goertsdr, momber: Gerrit Aertsen, gelijftocht door haar man Anthonis Aelbers met het tinsgoed Glashorst. Zij lijftochten elkaar vervolgens met al hun goederen. Om iedereen uit dit goed te kunnen uitkopen hebben zij de goederen die Cunera van haar ouders erfde verkocht. Hun vier kinderen Aelbert, Goirt, Gerritgen en Goirtgen verdelen na hun dood de erfenis met dien verstande dat Aelbert f 500,= extra krijgt. De andere kinderen kan hij uitkopen voor een bedrag door vier onpartijdige mensen bepaald. Het goed mag niet gesplitst worden. In de marge staat: “Nihil als naderhant verandert” (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 117; 27-01-1613).

In 1613 lijftochten Anthonis Aelbers x Cunera Goertsdr, momber: Gerrit Aertsen elkaar met Glashorst en vervolgens met al hun goederen. Hun vier kinderen Aelbert, Goirt, Gerritgen en Goirtgen verdelen na hun dood de erfenis met dien verstande dat Aelbert f 500,= extra krijgt. De andere kinderen kan hij uitkopen voor een bedrag door vier onpartijdige mensen bepaald. Het goed mag niet gesplitst worden. Als de kinderen er gezamenlijk mee beleend worden zal een dubbel heergewaad moeten worden betaald. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 120; 27-01-1613).

Testament Thonis Albertsz en Cunera Aerisdr gemaakt voor Drost van Veluwe; 27-01-1613.

In 1615 wordt Anthonis Aelbersz genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 124; 07-01-1615).

In 1616 is Anthonis Albertsz, op Glashorst schepen van Scherpenzeel (HGA; Leenhof Gelre 27, fol. 22; 12-08-1616).

Graf nr. 32 in Grote Kerk van Scherpenzeel: ANTTONIS AELBERTSEN 1620.

In 1621 wordt Anthonis Aelbersz van Glashorst genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 143,144,144vo; 23-10-1621).

In 1624 lenen Rijckt Petersz x Aertgen Gijsbertsdr 50 gl. van Antonis Aelbersz op Glashorst. Onderpand: hun huis op Glashorst, noord: Amersfoorder pad; zuid: Peter van Coelen (Recht. Arch. Scherpenzeel 1, fol. 2; 01-03-1624).

In 1625 worden Toenis Hermansz x Petertgen Aelberts beleend door opdracht van (broer?) Anthonis Aelbertsz Glashorst met Wittenberch. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 149; 28-01-1625).

In 1625 wordt Johan Sandersz Wolfswinckel beleend door opdracht van Antonis Aelbertsz Glashorst met “eene hoffstede, affgemeten ende affgepaelt vanden erve ende leengoede Glashorst”; oost en zuid: de gemene Heerenstraet, west: Glashorst, noord: Glashorst, bewoond door Ariaen Cornelisz. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 152vo; 07-04-1625).

In 1625 wordt Anthonis Aelbersz, op Glashorst genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol.158; 26-07-1625).

In 1631 vindt er boedelscheiding plaats tussen Cunera Aerisdr en haar drie kinderen. Er waren vijf kinderen. Twee kinderen zijn na de dood van Thonis Albertsz overleden. De kinderen krijgen Glashorst en de helft van twee dammaten onder Bunschoten en de helft van een perceel veen in Ederveen, groot ca. 3 morgen en 350 roeden. De wederhelft is voor Cunera en f 1722,= uitkoop van de kinderen (AE; AT004a003; 07-05-1631).

Uit dit huw.:

1. Aelbert Tonisz, volgt IV

2. Geurt Thonisz, ged. Scherpenzeel 25-11-1610

3. Gerridtge Thonisdr x Aris Jansz

4. Geurtje Thonisdr, ov. 1626-1631

5. NN, ov. 1626-1631

 

IV

Aelbert Teunisz, geb. ca. 1600, ov. na 1663, tr. Anna Jans Heintjeskamp

In 1626 wordt Aelbert Toenisz Glashorst beleend door opdracht van Wilhem Janssen Wolffswinckel met een hofstede op Glashorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 163; 20-07-1626).

In 1626 wordt Aelbert Toenisz beleend na dode van zijn vader Anthonis Aelbertsz met Glashorst volgens lijftocht tussen Anthonis Aelbertsz en Cunera Goirts 27-01-1613. Dubbel heergewaad (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 164; 20-07-1626).

Van 1626-1652 wordt Aelbert Toenisz van Glashorst genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 162vo; 20-07-1626, fol. 165, 14-09-1626, fol. 166vo; 20-09-1627, fol. 185vo,186vo; 10-09-1630, fol. 182,182vo; 09-10-1630, fol. 190; 20-05-1633, fol. 194; 27-04-1633, fol. 197,198; 17-06-1637, fol. 211; 26-08-1639, fol. 221vo; 03-03-1645, fol. 227vo; 1649, fol. 236vo; 02-04-1649, fol. 230; 16-11-1649, fol. 228vo; 17-11-1649, fol. 232vo; 10-04-1650, fol. 235; 27-09-1650, fol. 238vo,239vo; 25-01-1652).

In 1627 wordt Aelbert Toenisz van Glashorst beleend door opdracht van Melchior Jansz, schout en Cornelis Wilhemsz, ooms en mombers van de onmondige kinderen van zal. Marten Jansz, schout x Aeltgen Wilhemsdr, momber (van Aeltje): Jan Arrisz met “een stuck boulantz ende velts, groot omtrent vier mergen mit het houtgewasch daerom staende ende anderen sijnen rechten ende toebehoren, nietz uijtgesondert, affgedeilt vande helfte van den leengoede Roijwinckel”; oost: Jan Cornelisz, zuid: Roijwinckel, west: Ebbenhorst, noord: Heintgenscamp (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 165; 19-09-1627).

In 1627 wordt Aelbert Anthonisz van Glashorst beleend door opdracht van Jan Arrisz met de Haverkamp, het veentje en heetveld in Ruwinkel. En met twee stukken land “het eene stuck genoempt het Hoge Stuck ende het andere die Lange Camp mit sampt den wech opstreckende van Gijsbert Brantsz aen het meentvelt, als oock heijde ende weijde, hooch ende leech, wilt ende tam”; oost: het meentveld, zuid en west: Gijsbert Brantszcamp, noord: het Crommestuck. Omdat dit oorspronkelijk twee lenen zijn moet een dubbel heergewaad betaald worden. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 166vo; 19-09-1627).

In 1630 wordt Aelbert Anthoenissen van Glashorst beleend door opdracht van Gertgen Gijesberts, weduwe van Derck Jordensen, momber Robbert Anthoenissen, met een stuk bouwland van Roijwinckel genaamd het Cromstuck, dat Evert Jansz van zal. Marten Jans van Wolfswinckel, schout en Melchior Jans had gekocht, met de overeenkomst van 05-07-1625 (recht van overpad) (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 180vo; 06-07-1630).

In 1632 eist Aelbert Anthonisz van Glashorst betaling van rogge van Gijsbert Jansz Bosch (Recht. Arch. Scherpenzeel 1, fol. 45; 12-11-1632)

In 1632 wordt Anderies van Overeem beleend door opdracht van Aelbert Tuenissen van Glashoerst met een stuk bouwland, vier morgen groot, met een stuk land genaamd Haevercamp met het veentje en heetveld op 12-03-1624 gekocht van zal. Derck Jordensen, behorende onder de enen helft van Roijwinckel; oost: Heintgencamp, zuid: het Crommestuck, west: Ebbenhoerst, noord: Hijntgenscamp. Nog een stuk land genaamd Croemmestuck met een uitweg over het land dat Evert Jansen gekocht heeft van Roijwinckel. Nog twee stukken land van Roijwinckel genaamd het Hoege stuck en de Legge camp met de weg vanaf Gijsbert Brantsen tot aan het meentveld; oost: het meenfelt, zuid en west: Gijsbert Brantsens campen, noord: het Croemestuck. Omdat het vier lenen betreft moeten vier heergewaden betaald worden (Leenboek Huis Scherpenzeel 141, fol. 190vo; 19-11-1632).

Lidm. Scherpenzeel kerst 1633: Aelbert Thonissen Glasshorst en Anna Janssen.

In 1635 eist Willem Jansz Heijngenscamp betaling van f 200,= van zijn zwager Aelbert Antonisz Glashorst  (x Anna Jans) van een haver­kamp en zijn deel van Roijwinckel uit zijn zal. vaders goed (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 15,16; 08-12-1634. 1 fol. 54vo en 2 fol. 17vo,18; 19-01-1635).

In 1636 eist Aelbert Thonisz Glashorst eist betaling van f 100,= pacht van Willem Jansz, op Heijntgenscamp (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 47; 21-03-1636. fol. 49vo,50vo; 02-05-1636).

In 1641, 1643 en 1651 wordt Aelbert Thonisz Glashorst genoemd als schepen van Scherpenzeel (Recht. Arch. Scherpenzeel 1 en 2; 13-07-1641, 18-09-1641, 06-01-1643, 15-02-1643, 17-01-1643, 04-02-1643, 06-03-1651).

In 1642 voert Aelbert Thonisz Glashorst proces tegen Maeijtgen Jans x Willem Roeloffsz (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 131vo,132vo; 14-02-1642, fol. 133,134vo; 07-03-1642).

In 1645 eist de schout een boete van Aelbert Anthonisz Glashorst wegens vechten met Jan Cornelisz, molenaar (Recht. Arch. Scherpenzeel 1, fol. 105vo en 2, fol. 216,218; 15-12-1645).

Grote Kerk Scherpenzeel, graf nr. 9: AELBERT ANTHONIS VAN GLASHORST ANNO 1648.

In 1661 eist Melchior van Wolfswinckel, schout van Cornelis Colaesz, eekmole­naar uit Amersfoort, borg: Aelbert Anthonisz Glashorst, uit­voering van vonnis van Hof van Gelderland 27-11-1660. (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 15-10-1660. 16-10-1660. 10-06-1661. 23-09-1661. 30-06-1662. 11-08-1662. 08-09-1662 (3x). 26-10-1663).

In 1662 draagt Aelbert Thonissen op Glashorst 7 ½ gl. bij tot de reparatie van het leidak van de kerk van Scherpenzeel (HGS 273).

In 1663 schenken Geertien en Jannetien, dochters en Antoni, zoon van Aelbert Teunissen Glashorst geld voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663).

Uit dit huw.:

1. Thonis Aelbertsz van Glashorst, ged. Scherpenzeel 04-08-1639, op Glashorst, volgt V

2. Jantgen Aelberts van Glashorst, ged. Scherpenzeel 17-11-1644, ov. voor 1723, tr. Bennekom (att. van Scherpenzeel) 09-08-1668 Aris Aelbertsen van ´t Willaer, brouwer, ov. Scherpenzeel 06-11-1689, zn. van Aelbert Arisz van ´t Willaer en Jantje Andriessen

Arris Aelbertsz, brouwer en Arris Cornelisz van ‘t Willer, ooms en mombers van de vier onmondige kinderen van zal. Thonis Aelbertsz van Glashorst, borgen: Cornelis Aelbertsz van ‘t Willer en Cornelis Sandersz van Wolfswinckel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 29-09-1674).

                Zie genealogie Willaar.

3. Geertruijt/Geertje Aelbertsen van Glashorst, ov. Scherpenzeel 05-04-1690, tr. Scherpenzeel 14-06-1663 Aris/Andries Cornelisz van Twillaer, ged. Scherpenzeel 12-01-1640, op  ‘t (Nieuw) Willer, zn. van Cornelis Arisen van ´t Willaer

Arris Aelbertsz, brouwer en Arris Cornelisz van ‘t Willer, ooms en mombers van de vier onmondige kinderen van zal. Thonis Aelbertsz van Glashorst, borgen: Cornelis Aelbertsz van ‘t Willer en Cornelis Sandersz van Wolfswinckel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 29-09-1674).

                Zie genealogie Willaar.

4. Gijsbertien Aelbertsen(bij huw. in Amersfoort: Anthonissen) van Glashorst, ov. voor 1673, otr. Scherpenzeel 23-08-1663 (otr. Amersfoort 23-08-1663, att. naar Hoevelaken) Marten Huijbertsen van Daetselaer, wed. Hendrickje Everts van Domselaer, ov. Scherpenzeel 04-03-1683

Lidm. reg. Scherpenzeel 1657: Marten Huijberts en Henrickien Everts.

Lidm. Scherpenzeel Kerst 1663: Gijsbertien Antonissen van Glashorst, hv Marten Huijberts, met attestatie van Amersfoort.

Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Marten Huijberts.

Uit het 1e huw. van Marten:

            1. Arent Vonck van Daetselaer, ged. Scherpenzeel 26-12-1659

            2. Aeltien van Daetselaer, ged. Scherpenzeel 30-03-1662

Uit het 1e huw. van Marten:

            3. Henrickien van Daetselaer, ged. Scherpenzeel 14-08-1664

            4. Geurtien van Daetselaer, ged. Scherpenzeel 04-03-1666

            5. Cunertien van Daetselaer, ged. Scherpenzeel 16-08-1668

 

V

Thonis Aelbertsz van Glashorst, ged. Scherpenzeel 04-08-1639, ov. Scherpenzeel 06-08-1673, tr. Scherpenzeel 02-07-1665 Hermtien Willemsen van Wolfswinckel, ged. Scherpenzeel 06-10-1644, dr. van Willem Martensz van Wolfswinckel en Judith Lubberts van der Vliert. Hermtje Willemsen van Wolfswinkel, tr. (2) tr. Scherpenzeel 14-03-1675 Cornelis Aelbertsen van ´t Willaer, zn. van Aelbert Arisz van ´t Willaer en Jantje Andriessen

Lidm. Scherpenzeel Kerst 1665: Harmtien van Wolfswinkel, huisvrouw van Theunis van Glashorst.

Lidm. Scherpenzeel Pasen 1666: Antonis Aelbertsen van Glashorst

Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Teunis Aelbertsen van Glashorst en Hermtje Willemsen van Wolfswinckel.

In 1674 worden Arris Aelbertsz, brouwer en Arris Cornelisz van ´t Willer, ooms aangesteld tot mombers van de vier onmondige kinderen van zal. Thonis Aelbertsz van Glashorst. Borgen: Cornelis Aelbertsz van ´t Willer en Cornelis Sandersz van Wolfswinckel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 29-09-1674).

Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Cornelis Albertsen Boers van ´t Willer en Harmtje Willemsen van Wolfswinkel, voormaals weduwe vanTeunis Albertsen van Glashorst.

Voor het 2e huwelijk: zie Genealogie Willaar.

In 1674 worden Anderijes Coernelissen van Twiller en Arrijs Aelbertsen, mombers van de onmondige Aelbert Thoenijssen van Glashorst beleend na dode van zijn vader Toenis Aelbertsen van Glashorst met drie lenen in Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 61vo; 10-10-1674).

Uit het 1e huw.:

1. Geurtje Teunissen van Glashorst, ged. Scherpenzeel 01-04-1666, ov. Scherpenzeel 09-12-1706 (6 weken na haar huw.!), tr. Scherpenzeel (otr. Amersfoort 30-09-1706) 24-10-1706 Johannes Devoir, wed. Willemijntje Aelberts, won. Amersfoort

Lidm. Scherpenzeel 01-10-1693: Geurtje van Glashorst, jd.

2. Anna Teunissen van Glashorst, ged. Scherpenzeel 19-04-1668, tr. Scherpenzeel 14-06-1691 Theunis/Anthonij Petersz Doorweert, ged. Scherpenzeel 23-11-1664, zn. van Peter Dercksen Doorweert en Fijgen Theunissen van ’t Broeck

Lidm. Scherpenzeel 25-12-1689: Annichje van Glashorst, jd, met attestatie van Nederhorst.

In 1692 wordt Antonij Peters Doorweert x Anna Aelberts(?) van Glashorst beleend door opdracht van Aelbert Tonis van Glashorst met een gedeelte land uit Glashorst. Leenbrief niet volledig (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 10; tussen 24-09-1689 en 27-01-1692).

In 1694 voert Anthonis Petersen Doorwaert een proces tegen Steven Jansen Hoogland en Teunis Willemsen van Rontselaer voor betaling van 5 gl. 18 st. voor het opgraven van een dam op het land van Glashorst (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 15-10-1694).

In 1695 wordt Anthonij Peters Doreweert x Anna Aelberts(?) van Glashorst beleend door opdracht van Aelbert Antonisen van Glashorst met “een stuck Heetvelts, ongeveer 6 mergen groot”, oost: de erfgenamen van Maeijtjen van Geijtenbeeck, zuid: de Woudenberghse wegh, west: Vlastuijn, noord: het pad naar Amersfoort (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 14; 15-02-1695).

In 1698 leent Anthonij Petersz Doorweert x Anna van Glashorst 500 gl. van zijn vader Peter Dercksen Doorweert, wed. Fijtjen Anthonissen, op ‘t Broeck en 500 gl. van zijn broer Philippus Petersz Doorweert x Fransjen Arisen (Recht. Arch. Scherpenzeel  4; 19-09-1698).

In 1699 verkopen Antonij Peters Doornweert x Anna Teunis van Glashorst aan Hendrick Willem van Westerholt, Heer van Scherpenzeel, “de eijcke wal met heijde en sloten loopende tusschen het erff Glashorst en den Middelwegh van Vlastuijn en beginnende van den Middelwegh soo door het erff Glashorst beijde sijde van de Middelweg, de slooten soo van den Middel(wegh) als langens Vlastuijn loopt tot op den gemenen weg loopende na Woudenbergh en voorts vijff en dertigh treeden breet aen dese sijde van de wal van het heetvelt, gelijck oock vijff en dertigh treden breet van de eijcke wal ende slooten gaende langhst de weg na Woudenbergh”, gekocht op 27-11-1698 (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 28,30; 02-01-1699).

In 1699 leent Anthonij Peters Dooreweert x Anna Teunis van Glashorst f 500,= van zijn vader Peter Dercks Dooreweert en f 500,= van zijn broer Philippus Dooreweert volgens boedelscheiding. Peter Dircks Dooreweert krijgt verwin op de landerijen en bijenveld onder Glashorst “met aenbiedinge vande derde en laetste ruijminge sampt in en aenleringe vandien” met belofte het niet verder te bezwaren (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 29; 03-01-1699).

In 1703 worden Willem van de Vliert x Neeltjen Brouwers beleend door opdracht van Antonij Peters Dooreweert met het heetveld met schuur in Glashorst; oost: Maijtjen van Geijtenbeeck, zuid: de weg naar Woudenberg, west: de Heer van Scherpenzeel, noord: “de dijck van de gemeene geerffdens van Glashorst”, gekocht op 19-12-1702 voor f 450,= (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 48; 09-01-1703).

Uit dit huw.:

1. Fijtje Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 16-10-1692, tr. Scherpenzeel 04-08-1715 Melchior Jansen van Vierhouten, jm van Scherpenzeel, won. Barneveld, ged. Scherpenzeel 28-03-1694, zn. van Jan Evertsen van Vierhouten en Marijtje Melchiorsen

2. Annetje Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 13-01-1695

3. Cornelia Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 10-10-1697

4. Teunis Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 07-04-1700

5. Willem Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 02-11-1704

6. Antonia Teunissen Doorweert, ged. Scherpenzeel 21-02-1706

3. Aelbert Teunissen van Glashorst, ged. Scherpenzeel 07-08-1670, volgt VIa

4. Willem Antonisz van Glashorst, volgt VIb

5.? Gijsbertje Teunissen van Glashorst, tr. Woudenberg 18-05-1710 Cornelis Jansz Knoppert, op Groenewoude, zn.van Jan Jacobsz Knoppert

 

VIa

Aelbert Teunissen van Glashorst, ged. Scherpenzeel 07-08-1670, ov. voor 1738, tr. Scherpenzeel 20-10-1695 Metje Teunissen van Overeem, ged. Scherpenzeel 25-09-1664, dr. van Teunis Gerritsz van Overeem en Marrijtje Jansen

Arris Aelbertsz, brouwer en Arris Cornelisz van ‘t Willer, ooms en mombers van de vier onmondige kinderen van zal. Thonis Aelbertsz van Glashorst, borgen: Cornelis Aelbertsz van ‘t Willer en Cornelis Sandersz van Wolfswinckel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 29-09-1674).

In 1674 worden Arris Cornelisz van ‘t Willer en Arris Aelbertsz, brouwer, mombers van de onmondige Aelbert Thoenijssen van Glashorst beleend na dode van zijn vader Toenis Aelbertsen van Glashorst met drie lenen in Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 61vo; 10-10-1674).

In 1674 wordt Thoenis Wijllemsen, mondige zoon van Wijllem Thoenijssen beleend door opdracht van Arrijs Cornelijssen van Twijller en Arrijs Aelbertsen van Twiller, mombers van Aelbert Toenijssen, onmondig zoon van zal. Toenijs Aelbertsen van Glashorst met een stuk bouw- en weiland gelegen “langens die voerwech die nae Woudenberch loept” (Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 59vo; 28-10-1674).

In 1674 wordt Gijesbert Jacopsen vant Koutis beleend door opdracht van Arrijs Cornelijssen van Twijller en Arrijs Aelbertsen, mombers van Aelbert Toenijssen van Glashorst, onmondig zoon van zal. Toenijs Aelbertsen van Glashorst met de “legen camp” gelegen in Glashorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 60vo; 02-11-1674).

Lidm. Scherpenzeel 04-04-1686: Metje Teunissen van Overeem, jd.

In 1690 eist de schout twee herenponden boete van Roelof Dercksen, knecht op de molen, wegens vechten met Aelbert Anthonissen van Glashorst (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 20-01-1690).

In 1691 eist de schout twee herenponden boete van Roelof Dercksen, knecht op de molen, en Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691).

In 1691 eist de schout vier herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten met Jacob “uijt den Ijseren” ten huize van mr. Andries (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691).

In 1691 eist de schout twee herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten met Ott, in ´t Wout (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691).

In 1691 eist de schout vier herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten met Cornelis de Jongh (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691).

In 1691 eist de schout twee herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten met Aelbert van ´t Willaer (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691).

In 1692 eist de schout zes herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst en Helmert Aertsen, kuiper wegens vechten ten huize van Jan Loeft (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-09-1692).

In 1692 eist de schout vier herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst en Jan van Wolfswinckel wegens vechten ten huize van Jacobus Hendricksen (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-09-1692).

In 1692 eist de schout vier herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst en Cornelis Arrissen van ´t Willaer wegens vechten ten huize van Jacobus Hendricksen (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-09-1692).

In 1692 eist de schout vier herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst wegens vechten met Cornelis Gerritsen de Jongh ten huize van de onderschout (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-09-1692).

In 1695 eist de schout acht herenponden boete van Aelbert Teunissen van Glashorst en Johannes van Wolfswinckel wegens vechten ten huize van Andries (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 02-09-1695).

In 1695 worden Cornelis Aelbertsen van ‘t Willaer x Hermtje Willemsen van Wolffswinckel beleend door opdracht van Aelbert Antonis van Glashorst met ‘die gedeelten lants in soo hoij als weijlandt, heetvelt, mitsgaders het vierde part van de steeg off wegh van de Scherpenzelder weg tot aen het erve Vlastuijn, gelijck mede de helft vant langh dorp, afgedeelt tegen Jantjen Aelberts van Glashorst, als oock de helft van de kuijl en nog een gedeelte van het heetvelt” oost: de grote Scherpenzeelder watering en Jantjen Aelbertsen van Glashorst, west: de steegh, noord: Vlastuijn. (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 12; 15-02-1695).

In 1695 worden Helmert Aerts van Coudis x Geertjen Arrisen van ‘t Willaer beleend door opdracht van Aelbert Anthonijsen van Glashorst met “die gedeelte lants in het kleijne Breetje, de helft van de kuijl, de Poll, het Heetvelt, de kleverhoff en het eijke bosje met de Brinck”, oost: Jantje van Glashorst, zuid: de Dijck, west: de erfgenamen van Maitjen van Geitenbeeck, noord: Gijsbert Jacobs van Coudis (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 13; 15-02-1695).

In 1695 wordt Anthonij Peters Doreweert x Anna Aelberts van Glashorst beleend door opdracht van Aelbert Antonisen van Glashorst met “een stuck Heetvelts, ongeveer 6 mergen groot”, oost: de erfgenamen van Maeijtjen van Geijtenbeeck, zuid: de Woudenberghse wegh, west: Vlastuijn, noord: het pad naar Amersfoort. (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 14; 15-02-1695)

In 1695 wordt Aelbert Arisen van ‘t Willaer namens zijn moeder Jantje Aelberts van Glashorst, wed. Arris Aelberts van ‘t Willaer beleend door opdracht van Aelbert Antonissen van Glashorst met “de gedeelten lants in het lange dorp afgedeijlt tegen Cornelis Aelberts van ‘t Willaer en vorder de Bree, het Broeck, ‘t Nieuwe lant, het heetvelt soo als het selve mede is afgedeijlt van de kinderen van Aris Cornelis van Willaer”, oost: de grote Scherpenzeelder wateringe, zuid: de Scherpenzeelder weg, west: de dijk, noord: Vlastuijn en Wittenbergh. (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 15; 15-02-1695).

In 1698 maken Willem Gerritsen Wildemans en Andries Aelbertsen van ´t Willaer, chirurgijns, een onderzoeksverslag van het dode lichaam van Cornelis Petersen, genaamd Knaep, gedood in een duel met Claes Willemsen Kool uit Amersfoort. Het gebeurde tussen de twee tegenover elkaar staande huizen van Aelbert Teunissen van Glashorst (De Lindenboom) en Jan Aertsen van Lambalgen (sectie D 255,256,257) op 15-01-1698. Met verklaringen van Jantjen (Aelberts) (47), wed. Jan Gerritsen (Bloemendaal), molenaar; Wouter Rijcksen (24) en Hendrick Jansen (30) (Recht. Arch. Scherpenzeel 10, nrs. 18-20; 22-01-1698/23-01-1698).

In 1701 wordt Dirck Breunissen van Manen beleend door opdracht van Aelbert Anthonissen van Glashorst met een kamp land genaamd Leegh Coudijs gelegen in Glashorst, anderhalve morgen groot; oost en zuid: de verkoper, west: Jan Aerts Lambalgen en het erf Glashorst, noord: de gemene Glashorsterdijck, behalve het hofje van Helmert Aertsen en de oostzijde van de dubbele wal met de bepoting en de sloten aan weerszijden (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 40; 01-12-1701).

In 1702 eist de schout een boete van Aelbert van Glashorst, H. van Wolfswinckel en Jan Bevellius wegens vechten (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 03-07-1702).

Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Metje Teunissen van Overeem, hv. Albert Teunissen “dese geen Lidmaat”.

In 1706 wordt Dirck Breunis van Manen namens zijn vrouw Annen Arrissen van ‘t Willaer beleend door opdracht van Aelbert Antonis van Glashorst met een kamp land genaamd Het Coudijs gelegen in Glashorst, ongeveer twee morgen groot; oost: de verkoper, zuid: de gemene weg naar Woudenberg, west: de weduwe van Jan Aerts Lambalgen, noord: de koper (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol .57; 29-03-1706).

In 1722 heeft de diaconie van de Grote Kerk in Scherpenzeel een obligatie ten laste van Aalbert van Glashorst ter somme van twee honderd gl. Borg: Cornelis Aalbertsen van ’t Willaar (HGS 156; Kasboek diaconie 1763-1819,  fol. 42; 1722).

In 1732 wordt Albert van Glashorst genoemd als leenman van Huis Scherpenzeel (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 10; 03-01-1732, fol. 12; 03-12-1732).

In 1728 benoemd Luijtjen Cornelissen, bejaard jd., geass. door Jan Bos in haar testament als enige erfgenamen: Gerrit Teunissen Overeem, kerkmeester en Metjen Teunissen Overeem x Aelbert van Glashorst (Recht. Arch. Scherpenzeel 5; 25-02-1728).

Uit dit huw.:

1. Marrijtje Aelberts van Glashorst, ged. Scherpenzeel 07-06-1696

2. Teunis Aelbertsz van Glashorst, ged. Scherpenzeel 24-12-1697

3. Judith/Judikje Aelberts van Glashorst, ged. Scherpenzeel 24-12-1697, tr. (1) Dirk Wolfers, tr. (2) Roelof Rust/Rusche

Uit het 1e huw.:

1. Catharina Dirks, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 07-10-1731, get. Albert Glashorst en Antonia Glashorst

Uit het 2e huw.:

2. Metje Rusche, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 10-10-1736, get. Theunis Glashorst en Anthonia Glashorst

3. Albert Rusche, ged. Amsterdam (Westerkerk) 02-08-1738, get. Anthonij Glashorst en Sara Boutmie

4. Antonia Aelberts van Glashorst, ged. Scherpenzeel 11-06-1699

Lidm. Scherpenzeel 31-12-1724: Toontje Alberts van Glashorst, jd, met attestatie vertrokken naar Amsterdam.

5. Teunis Aelbertsz van Glashorst, ged. Scherpenzeel 15-01-1702, tr. Sara Boetmie

In 1738 wordt Tonis Aalbertsen van Glashorst beleend na dode van zijn vader Aalbert Tonissen van Glashorst met huis en hof met twee kampen land daar achter gelegen met twee erfpachthoven daarnaast; oost: de Glashorsterdijk, west: de gemene weg, noord: Derrik van Manen, de hoven van ‘t Hoogelant. Vervolgens verkoopt hij de twee kampen land en de twee erfpachthoven aan Tijs Jansen van Ginkel, zodat hij nu, mede namens zijn twee zusters Maria en Jantjen van Glashorst, alleen beleend wordt met het huis en hof. Vorige belening 10-10-1674, toen bestaande uit drie lenen (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 56vo; 03-02-1738).

In 1738 wordt Tijs Jansen van Ginkel beleend door opdracht van Tonis Aalbertsen van Glashorst mede namens zijn zusters Maria, Antonia, Jantje en Judijk van Glashorst x Roelof Reust, van Glashorst met twee kampen land en twee erfpachthoven, gebruikt door Jacob Jansen en Jan van Brenn gelegen in Glashorst; oost: de Glashorsterdijk, west: de gemene weg naar Woudenberg, noord: Derrik van Manen, de hoven van ‘t Hoogelant en de hof van de kinderen van Aalbert van Glashorst, gekocht voor f 1400,=. Voorwaarde: Jaarlijkse verponding van de kamp waar de erfpachthoven vanaf zijn gehaald: vier gulden aan de gemeente en twee gulden vijf stuivers aan de kerk van Scherpenzeel; van de kamp naast de Glashorsterdijk: drie gulden aan de gemeente en twee gulden aan de kerk (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 57vo; 03-02-1738). (dit is het laatste stuk grond op Glashorst dat deze familie in bezit had!)Teunus Albersen van Gelashorst beleend na dode van Gerret Teseling, die namens zijn nicht Dirckije Teseling beleend was met een gedeelte uit Gelashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 79; 05-10-1770).

Uit dit huw.:

1. Metien Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 15-02-1732, get. Albert Glashorst en Antonia Glashorst

2. Johanna Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 22-06-1733, get. Jacobus Elsman en Johanna Boutmii

3. Albert Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 24-07-1735, get. Albert Glashorst en Judick Glashorst

4. Albartus Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 30-09-1736, get. Pieter Boutmi en Johann Kloppenberg

5. Metje Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 15-02-1739, get. Claas Beeu en Elisabet Boutmij

6. Metje Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 08-04-1740, get. Jan van Beckbergen en Anna Wouters

7. Sara Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwe kerk) 20-05-1742, get. Charles Belu en Elizabeth Boutmi

8. Abraham Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwe kerk) 16-08-1744, get. Hendrik de Haas en Antonia Glashorst

9. Antonij Glashorst, ged. Amsterdam (Oude kerk) 27-01-1747, get. Sofia Doorewaart

10. Pieter Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 20-08-1749, get. Johanna Glashorst

11. Arent Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 03-02-1751, get. Geertruij van Meurs

6. Jannetje Aelberts van Glashorst, ged. Scherpenzeel 26-12-1703, tr. Scherpenzeel 01-03-1744 Hendrik de Haas, geb. Kesteren, zn. van Ruth de Haas en Aaltje Pons

In 1743 leent Jantjen Aalberts van Glashorst f 100,= van Grietjen van Spickhorst. Onderpand: haar huis aan de Holevoet (De Lindenboom); oost en zuid: de gemeene weg, west en noord: Tijs Jansen en Arien Geurtsen. Geroyeerd 15-12-1774 door Willem Willemsen op Groot Colffschoot­en (Recht. Arch. Scherpenzeel 5; 21-03-1743).

In 1747 lenen Hendrik de Haas x Jantjen Aalberts van Glashorst f 300,= van Jan Block, koopman te Amersfoort. Onderpand: hun huis aan de Holevoet, aan het westeinde van het dorp; oost en zuid: de gemeene weg, west: Willem Antonijsen Renes, noord: Celis Jansen. Geroyeerd 05-03-1754 (Recht. Arch. Scherpenzeel 5; 19-10-1747).

In 1754 lenen Hendrik de Haas x Jantjen Aalbertsen van Glashorst f 300,= van Annetje Vogelesang. Onderpand: hun huis aan de Holevoet, aan het westeinde van het dorp; oost en zuid: de gemeene weg, west: Willem Antonissen Renes, noord: Celis Jansen. Geroyeerd 20-04-1774 (Recht. Arch. Scherpenzeel 5; 05-03-1754). (dit is het laatste huis op Glashorst dat deze familie in bezit had!)

7. Hendrik Aelbertsz van Glashorst, tr. Grietje Jansz

            Uit dit huw.:

1. Jan Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwe kerk) 07-03-1725, get. Jan Langerak en Marretje Pieters

2. Leendert Glashorst, ged. Amsterdam (Oude kerk) 26-04-1726, get. Jan Glashorst en Elsie Kapon

3. Evert Glashorst, ged. Amsterdam (Oude kerk) 01-08-1727, get. Jan Glashorst en Antonia van Grol

4. Willem Glashorst, ged. Amsterdam (Zuiderkerk) 03-08-1729, get. Jan Glashorst en Annetie van der Henst

5. Willem Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwerzijdskapel) 16-02-1731, get. Jan Glashorst en Antonia Glashorst

6. Johanna Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwe kerk) 16-06-1737, get. Jan Glashorst en Antonia Glashorst

8. Jan Aelbertsz van Glashorst, tr NN

                Van 1726-1737 genoemd als doopgetuige van dopen van zijn broer Hendrik.

 

VIb

Willem Antonisz van Glashorst, tr. Maeijtien/Marretje Gijsberts Koudijs, ged. Scherpenzeel 16-01-1670, dr. van Gijsbert Jacobsen Koudijs en Gerritje Rutgers

Uit dit huw.:

1. Hendrina Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 02-06-1700

2. Hermtje Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 15-05-1701, get. Elbert Gijsbertsz van Coudijs en Jannetje Knelis van Wilder

3. Anthonij Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 24-09-1702, get. Egbert Gijsbers (Koudijs) en Jannetje Glashorst

4. Rutgert Glashorst, ged. Amsterdam (Noorderkerk) 28-05-1704, get. Egbert Gijsberts en Jannetje Cornelis

5. Gijsbert van Glashorst, ged. Amsterdam (Nieuwe Kerk) 01-12-1705, get. Jacobus van Kampen en Grietje van ´t Coudijs, tr. Scherpenzeel 24-03-1726 Evertje van ´t Willaer, ged. Scherpenzeel 01-01-1701, dr. van Aelbert Arissen van ´t Willer en Teuntje Lubbertsen van de Vliert. Evertje tr. (2) Scherpenzeel 27-04-1749 Gerrit Overeem, wed. Cornelia van Gellinckenhorst

In 1730 heeft de diaconie van de Grote Kerk in Scherpenzeel een obligatie ten laste van Gijsbert van Glashorst en Evertje van ‘t Willaar ter somma van 200 gl. In 1734 ten laste van Hendrik van Leidenhorst (HGS 156; Kasboek diaconie 1763-1819,  fol. 43; 1730).

Melchior van Wolfswinkel x Antonia van de Vliert beleend door opdracht van hun (stief)dochter Evertje van ‘t Willaer x Gijsbert Glashorst met een stuk land in Glashorst genaamd Het Achterste Land met het bosje en de hooijkamp, gekocht voor f 600,=; oost en noord: de erfgenamen van Jantje van Glashorst, west: de Glashorsterdijk, zuid: de erfgenamen van Gijsbert Jacobsen van Coudijs. Jacob Gijsbertsen van Coudijs verklaart dat dit land volgens loting bij maaggescheid 12-11-1729 is toegescheiden aan Gijsbert Glashorst x Evertje van ‘t Willaer. Met bevestiging van het testament van Melchior en Antonia van 01-06-1736. (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 45vo; 26-07-1736).

Evertije van Twillaart, laatst wed. Gerret van Overeem, geassisteerd door haar schoonzoon Jan van Breijschoten beleend na dode van haar stiefvader Melgior van Wolfswinckel, schout en haar moeder Antonia van der Vliert met kampen land in Gelashorst, een gedeelte genaamd: het Agsterste Lant met het bosje en hooikamp (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 71; 06-01-1769).

In 1770 laten Cornelis Romeijn, Evertje van Twillart, Willem van Glashorst, Wentije Gelashorst, Hendrick van Wagsvelt, Gerret van Daevelaer, Cornelis van Twillart. Registratie van maaggescheid, gepasseerd op 23-03-1768 en 18-05-1768 voor het Hof van (Leenboek Huis Scherpenzeel 145 fol. 77; 18-04-1770).

Evertjen van ‘t Willaar, eerst wed. Gijsbert van Glashorst en laatst van Gerrit Overeem, geassisteerd door G.M. van Seumeren, rentmeester en secretaris aan de ene kant. Willemina van Glashorst x Kornelis Romein, Weijntje Glashorst x Jan van Breeschoten, Dirk van Wagensveld en Jan van Breeschoten als voogden van Evertjen en Jantjen van Wagensveld, de onmondige kinderen van Hendrik van Wagensveld, wed. Maatje Glashorst aan de andere kant. Registratie nalatenschap van Antonia van de Vlierd, eerst wed. Albertus van ‘t Willaar en laatst van Melchior van Wolfswinkel volgens maaggescheid, gepasseerd op 23-03-1768 en 18-05-1768, voor het Hof van Gelderland. Evertjen en Jantjen van Wagensveld, de onmondige kinderen van Hendrik van Wagensveld, wed. Maatje Glashorst krijgen o.a. de Omloop, de hooijmaaten, het bosje en de halve wal, gelegen in Glashorst. Verder wordt bepaald dat na het overlijden van Evertjen haar goederen zullen verdeeld worden tussen haar dochter Weijntje Glashorst x Jan van Breeschoten, voor de ene helft en Evertjen en Jantjen van Wagensveld, de onmondige kinderen van Hendrik van Wagensveld, voor de andere helft. (Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 25; 18-04-1770). In 1787 wordt de bovenstaande maaggescheid bevestigd (Leenboek Huis Scherpenzeel 146, fol. 28; 26-06-1787).

Lidm. reg. Scherpenzeel 1771: Evertje van ´t Willaar, wed. Overeem, aan de zuidzijde van het dorp oostwaards.

In 1774 wordt Eevertije van Twillart, eerst wed. Geijzbert Gelashorst, dan wed. Gerrit Overeem, geassisteerd door haar schoonzoon H. van Waegenzvelt, opnieuw beleend met haar leengoed in Gelashorst, haar toekomende volgens maaggescheid van 18-04-1770 (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 106; 23-07-1774).

In 1775 wordt Hanna van Beckberge, wed. Gijzbert van Soezt beleend door opdracht van Evertijen, wed. Gerrit Overeem, geassisteerd door haar schoonzoon Hendrick van Wagensvelt met een derde deel van Gelazhorst, met huis, hof, bergen en schuren, gekocht voor f 710,=. Voorwaarde: na de dood van Hanna mogen haar beide zoons Corneliz en Willem van Soezt dit goed voor hetzelfde bedrag kopen mits zij hun zusters uitkopen. Nu wordt zoon Willem van Soezt ermee beleend. (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 115; 18-09-1775).

Uit het 1e huw.:

1. Maeijke van Glashorst, ged. Scherpenzeel 15-12-1726, tr. Scherpenzeel 01-04-1753 Hendrik van Wagensveld, ged. Scherpenzeel 25-01-1721, zn. van Jan Hendriksen van Wagensveld en Geertje Dirks van Maanen. Hendrik tr. (2) Renswoude (otr. Scherpenzeel 09-05-1760) Adriaentje Pul, ged. Renswoude 20-10-1737, dr. van Arie Hendriksen Pul en Gijsbertje Jacobs

In 1736 wordt Maeijtijen Geijsbers van Gelashorst beleend na dode van haar grootvader schout Melchior van Wolfswinckel met een derde deel van Wolfswinckel (144:96) 01-05-1745.

In 1758 wordt Henderick van Wagenzvelt, namens zijn minderjarige dochter Evertije van Wagenzvelt beleend na dode van zijn vrouw Maatije Geijzberse van Gelashorst met een derde deel van Wolfzwinkel (Leenboek Huis Scherpenzeel 145 fol. 31; 23-12-1758).

In 1760 worden huw. voorw. gemaakt tussen Hendrik Jansen van Wagensveld, wed. Maeijtjen Gijsbert van Glashorst en Arjaantje Arjensen Pul. Getuigen: moeder Geertje Dirks van Maanen en broer Derk van Wagensveld (Huis Scherpenzeel 28; 09-05-1760).

Ca. 1795 wordt een boedelinventaris gemaakt van de nal. schap van Hendrik Jansen van Wagensveld (Huis Scherpenzeel 136; ca. 1795).

Uit het 1e huw.:

1. Evertje van Wagensveld, ged. Scherpenzeel 27-05-1753, tr. Pieter Quack

2. Jantje van Wagensveld, ged. Scherpenzeel 04-07-1756, ov. sept. 1782, ongehuwd

2. Antonia Johanna van Glashorst, ged. Scherpenzeel 26-09-1728

3. Weintje van Glashorst, ged. Scherpenzeel 14-05-1730, ov. Scherpenzeel 27-05-1772, tr. Scherpenzeel 11-07-1756 Jan van Breeschoten, ged. Scherpenzeel 25-01-1733, zn. van Jacobus Hendriksz van Breeschoten en Hendrikje de Jong

In 1746 wordt Wentije Geijsbertsen van Gelashorst, geassisteerd door Albartus van ‘t Willaert, beleend door opdracht van Johannus de Jongh, mede namens de andere erfgenamen van Huijbertije van Twillaert met een derde deel van Glashorst met huis en hof, gehuurd door Jan Hendricksen; oost, zuid, west en noord rondom: Gerret van Teeseling, Hendrick Scheurman, Albartus van Twillaert, Jan van Overvest, Geijsbert Jacobsen Kodis en de erfgenamen van Dirck van Maenen. Door Antonija van de Vliert, wed. schout Melghior van Wolfswinckel gekocht voor f 440,= (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 106; 05-01-1746).

Lidm. Scherpenzeel 30-03-1755: Weijntjen Glashorst.

Lidm. reg. Scherpenzeel 1771: Weimpje Overeem, hv Jan Breschoten.

Lidm. reg. Scherpenzeel 1772/1774: Weimpje Overeem, hv Jan Breschoten.

In 1774 wordt H. van Wagenzvelt beleend na dode van Wentije van Gelazhorst x Jan van Breijzchoten met een derde deel van Gelazhorst. Vorige belening 05-01-1746. (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 107; 23-07-1774).

4. Willemijna van Glashorst, ged. Scherpenzeel 02-03-1732, ov. Barneveld 23.04.1810, tr. Scherpenzeel 06-06-1756 Cornelis Romeijn, ged. Barneveld 12-11-1734, kastelein in de Roskam in Barneveld, ov. Barneveld 10.07.1807, zn. van Lubbert Hesselsen Romeyn en Grietje Cornelissen van Santen

In 1770 wordt Cornelis Romeijn beleend volgens maaggescheid met Jan van Breijschoten, Derck van Wagensvelt, Gerret van Twillart, Hendrik Jan Bulsing met de helft van Wolfswinckel (Leenboek Huis Scherpenzeel 145 fol. 77vo; 16-06-1770).

In 1790 wordt Cornelis Romeijn opnieuw beleend met de helft van Wolfswinkel door de komst van Borchard Fredrik Willem, baron van Westerholt als Heer van Scherpenzeel. En opnieuw beleend met een derde van Wolfswinkel (totdat zij mondig werd en verder niet) op Evertje van Wagensveld na een geschil over de erfenis van haar overgrootmoeder Anthonia van de Vliert. De andere twee derde van Wolfswinkel behoort aan Dirk Brouwer (Leenboek Huis Scherpenzeel 145 fol. 31,146 fol. 120; 17-05-1790).

In 1790 koopt Willem van Bommel op 18-01-1790 voor f 4500,= de helft van Wolfswin­kel van Cornelis Romeijn x Willemijna van Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 146 fol. 118vo; 18-01-1790 en Westerholt 277, ontvangst 40e en 50 penning; 16-02-1790)

5. Albertus Melchior van Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 19-02-1736, get. Melchior Wolswinckel en Teuntje van der Vliert

6. Jannetje van Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 11-01-1737, get. Melchior Wolswinckel en Teuntje van der Vliert

6. Anthonij Glashorst, ged. Amsterdam (Westerkerk) 20-05-1707, get. Egbert Coudijs (Koudijs) en Anthonia van Twillaer

 

 

 

Glashorst (2)

 

Deze familie Glashorst dank haar naam aan de tijd dat Jan Cornelissen op Glashorst ging wonen en zijn kinderen de naam Glashorst gingen dragen.

 

 

I

Gijsbert Cornelissen, schoenmaker, ov. Scherpenzeel 29-07-1685, tr. Fijtje Peters, ov. Scherpenzeel 23-01-1712

                Lidm. Scherpenzeel 11-04-1658: Gijsbert Cornelissen en Fijgen Peters.

                Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Gijsbert Cornelissen en Fijtje Peters.

In 1693 wordt Fijtjen Peters, wed. Gijsbert Cornelisz, schoenmaker aangeklaagd door Aeltjen Tijssen, wed. Jan Cornelisz, molenaar, geass. door zoon Willem Jansen omdat zij met geweld belet heeft dat Aeltjen een deur in haar achterhuis maakte (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 22-05-1693).

Uit dit huw.:

1. Helmertien Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 01-04-1660, ov. ca. 1738, ongehuwd

In 1738 vindt er boedelscheiding plaats van de nal. schap van Helmgje Gijsberts, bejaarde dochter, ov. te Scherpenzeel, volgens testament van 16-11-1736. Erfgenamen: ter enen zijde: de broer Cornelis Gijsbertsen en zijn 3 kinderen en Magteltje Hannissen, dochter van Hannis Aelbertsen en Gijsbertje Cornelis; ter andere zijde: Willem Gerritsen gehuwd met Lijsbet Cornelissen, Peter Gerritsen gehuwd met Jacobje Cornelissen en Jan Cornelissen (not. S. van Brinckesteyn, Amersfoort AT030b008; 20-09-1738).

2. Cornelis Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 04-10-1662, volgt II

3. Jacob Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 12-02-1665, ov. 1733-1738, ongehuwd

In 1733 laat Jacob Gijsbertsen, bej. jm., zijn testament maken. Erfgenaam: zijn broer Peter Gijsbertsen “met wien hij veelen jaren heeft huijsgehou­den”. Hij krijgt het halve huis en de looijkuijpen met de helft van de inboedel, schoenmakerswinkel, gelooide en ongelooide leer. Zijn broers Peter en Cornelis en zijn zuster Helmertjen krijgen ieder een derde van de uitstaande obligaties (Recht. Arch. Scherpenzeel 5: 06-02-1733).

4. Aeltje Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 04-09-1670

                Ov. voor 1733, zonder nakomelingen.

5. Peter Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 23-07-1676, schoenmaker, tr. (1) Scherpenzeel 27-11-1718 Jantje Berends, won. Scherpenzeel, tr. (2) Scherpenzeel 20-03-1740 Maria Rijks van de Vliert, ged. Scherpenzeel 20-09-1711, ov. Scherpenzeel 25-09-1780, dr. van Rijk Claasz van de Vliert  en Maria Jordens van Rontselaar

Peter Gijsbertsen woont van 1721-ca 1750 in Scherpenzeel 1832: Sectie D 337,338. Westeinde zuidzijde. Groot 0.12.40 ha. Hofpacht f 5,25. Daarna van 1752-1780 Maria Ricks van der Vliert, wed. Peter Gijsbertsen van de Haar

Cedulle van het kleppermansgeld 1737: Peter Gijsbertsen, 2-8 (Westerholt 277; 17-12-1737).

Cedulle haardstedegeld 1740/41: Peter Gijsbertsen, 1. (Westerholt 013-34).

Personen boven de 15 jaar. 1741/42: Peter Gijsbertsen, 3 (Westerholt 013-34).

Inwoners Scherpenzeel 1749: Peter Gijsbertsen, schoenmaker, getrouwd, 1 huis, 1 kind tot 10 jaar, 4 volwassenen, waarvan 1 knecht.

In 1779 staat Maria Rijksen, wed. Peter Gijsbertsen, borg voor de schulden van haar broer (Recht. Arch. Woudenberg 2347; 10-12-1779).

Uit het 1e  huw.:

1. Fijtje Petersen, ged. Scherpenzeel 18-08-1720, jong ov.

2. GijsbertPetersen, ged. Scherpenzeel 07-09-1721

Uit het 2e huw.:

3. Fijtje Petersen/Sophia van de Haar, ged. Scherpenzeel 08-03-1741, ov. Veenendaal 25-07-1816, tr. Scherpenzeel 19-12-1773 Ruth van Dolder, wed. Neeltje Vollewijns, ged. Veenendaal 30-06-1742, ov. Veenendaal 24-04-1827, zn. van Cornelis van Dolder en Judith van Eden

Rut van Dolder woont vanaf 1780 het huis van zijn schoonouders in Scherpenzeel 1832: Sectie D 337,338. Westeinde zuidzijde. Groot 0.12.40 ha. Hofpacht f 5,25.

 

II

Cornelis Gijsbertsen, ged. Scherpenzeel 04-10-1662, get. bij huw.: Hendrick Willemsen Mom en Aris Cornelissen van ´t Willer ´getuijgende het negative consent van de ouders des bruijdegoms´, tr.  (1) Scherpenzeel 26-04-1685 Mechteld Jansen, ged. Scherpenzeel 08-04-1663, dr. van Jan Cornelissen, metselaer, tr. (2) Scherpenzeel (att. van Amerongen) 28-10-1703 Marrijtje Jansen, ´tot noch toe gedient hebbende bij Teeunis Jacobsen onder Amerongen´

Uit het 1e  huw.:

1. Gijsbertje Cornelissen, ged. Scherpenzeel 01-01-1686, won. Amersfoort, tr. Amersfoort 01-05-1716 Johannes/Hannis Aalbertsz van Nieuwkerk, van Amersfoort, zn. van Albert van Nieuwkerk en Grietje Peters. Johannes, tr. (2) Scherpenzeel (otr. Amersfoort) 10-05-1722 Jacobje Elberts Pul, ged. Scherpenzeel 28-02-1697, dr. van Elbert Jansz Pul en Jantje Wouters

In 1722 wordt er boedelscheiding gedaan van de nal. Schap van Gijsbertje Cornelissen hv Johannes Nijkerk, bombazijdewerker en borger te Amersfoort. Omschrijving: sieraden en textiel bewaard door haar grootmoeder Grietje Peters, weduwe van Albert van Nijkerk. Erfgenaam: dochtertje Mechteltje van Nijkerk, onmondig. Bloedvoogd: Cornelis Gijsbertsen, grootvader, won. Scherpenseel (not.  S. van Brinckesteyn AT030b003; 17-04-1722).

2. Anna Cornelissen, ged. Scherpenzeel 30-01-1687

3. Lijsbet Cornelissen, ged. Scherpenzeel 20-01-1689, jong ov.

4. Lijsbet Cornelissen, ged. Scherpenzeel 11-02-1691, tr. Scherpenzeel 27-12-1716 Willem Gerritsz van Soest, geb. Soest, daghuurder, ov. 1765-1772, zn. van Gerrit Jansen en Geertje Peters. Willem, tr. (2) Scherpenzeel 18-04-1756 Maria Peters, won. Nieuw Willaer, ged. Scherpenzeel 23-02-1721, ov. voor 1814, dr. van Peter Petersz en Dirkje Everts

5. Jacobje Cornelissen, ged. Scherpenzeel 18-12-1692, won. Amersfoort, tr. Amersfoort 01-05-1722 Peter Gerritsen, won. De Vuursche

6. Gijsbert Cornelissen, ged. Scherpenzeel 22-09-1695

7. Jan Cornelissen, ged. Scherpenzeel 20-12-1696, volgt III

8. Aeltje Cornelissen, ged. Scherpenzeel 05-05-1700

9. Mechteld Cornelissen, ged. Scherpenzeel 19-11-1702

Uit het 2e huw.:

10. Arisje Cornelissen, ged. Scherpenzeel 06-09-1705

 

III

Jan Cornelissen, ged. Scherpenzeel 20-12-1696, tr. (1) Scherpenzeel 26-10-1721 Reijntje Besselsen van Essen, tr. (2) Scherpenzeel 21-08-1729 Geertje Gijsberts Davelaar, won. Leusden

Uit het 1e  huw.:

1. Mechteld Jansen, ged. Scherpenzeel 20-09-1722

2. Cornelis Jansen, ged. Scherpenzeel 24-06-1725

3. Aaltje Jansen Glashorst, ged. Woudenberg (ingeschr. te Scherpenzeel) 14-12-1727, get. Lijsbeth Cornelissen, begr. Scherpenzeel 27-11-1788 ´uit ´t Zwaantje onder Leusden´, ongehuwd

Lidm. Woudenberg 23-03-1758: Aaltie Janz van Glashorst.

Lidm. register Woudenberg 1768: Aaltie Janz van Glashorst.

Uit het 2e huw.:

4. Gijsbert Jansen Glashorst, ged. Scherpenzeel 26-02-1730, aan de Holevoet, volgt IV

5. Evert Jansen, ged. Scherpenzeel 30-12-1731, op ´t Hogeland, schoenmaker, ov. Scherpenzeel 29-01-1813, ongehuwd

6. Reinier Jansen Glashorst, ged. Scherpenzeel 14-02-1734, op ´t Hogeland, ov./begr. Scherpenzeel 23/27-11-1811, ongehuwd

Testament Reinier Janse Glashorst, bejaard jm. te Scherpenzeel.Erfgename: zijn huishoudster Hendrikje Tijmense van Hoevelaken (AT049a013, nr. 39; 10-05-1810).

Bij zijn overlijden laat hij een broer na (=Evert).

7. Gerritje Jansen, ged. Scherpenzeel 11-03-1736, op ´t Hogeland, begr. Scherpenzeel 01-05-1810, ongehuwd

8. Helmert Jansen, ged. Scherpenzeel 13-07-1738, op ´t Hogeland

9. Roelof Jansen, ged. Scherpenzeel 11-12-1740, aan de Holevoet op Gelderland

10. Marijtje Jansen, ged. Scherpenzeel 06-10-1743, op ´t Hogeland aan de Holevoet

11. Mechteld Jansen, ged. Scherpenzeel 10-07-1746, op ´t Hogeland aan de Holevoet

 

IV

Gijsbert Jansz Glashorst, ged. Scherpenzeel 26-02-1730, tr. Scherpenzeel (att. van Woudenberg) 16-11-1755 Neeltje Rijks van de Kamp, won. Knaepstraat, ged. Scherpenzeel 16-10-1729, in de Kromme Hoek, ov. Scherpenzeel 22-11-1808, dr. van Rijk Goossensz en Metje Cornelissen

Lidm. Scherpenzeel 25/29-12-1726: Gijsbert Glashorst, met attestatie van Amsterdam.

Uit dit huw.:

1. Jan Glashorst, ged. Scherpenzeel 02-01-1757, in de Knaapstraat onder Woudenberg, ov./begr. Scherpenzeel 02/08-11-1810, ongehuwd

2. Rijk Glashorst, ged. Woudenberg 30-11-1760, get. Maria Jacobs, volgt V

V

Rijk Glashorst, ged. Woudenberg 30-11-1760, get. Maria Jacobs, ov. Scherpenzeel 11-04-1828, schoenmaker, tr. Scherpenzeel 26-09-1812 Gijsbertje van Breeschoten, geb./ged. Scherpenzeel 01/19-07-1789, op Glashorst, ov. Scherpenzeel 02-06-1868, dr. van Peter Tijmensen van Breschooten en Geertje Hendriks van Huigenbos

                Lidm. Scherpenzeel 26-12-1799: Rijk Glashorst.

                Lidm. reg. Scherpenzeel 1805: Rijk Glashorst.

Uit dit huw.:

1. Neeltje Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 07/22-11-1812, ov. Scherpenzeel 23-08-1854, tr. Scherpenzeel 24-02-1843 Hendrik Ploeg, geb. Woudenberg 20-05-1807, ged. Woudenberg en Scherpenzeel 31-05-1807, metselaar, ov. Scherpenzeel 20-01-1873, zn. van Evert Jansz Ploeg en Annetje Jans Bosch. Hendrik Ploeg, tr. (2) Scherpenzeel 14-04-1856 Teunisje van Kempen, geb. Woudenberg 16-11-1827, ov. Scherpenzeel 29-09-1907, dr. van Maas van Kempen en Aaltje Veldhuijsen

2. Geertje Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 21-09/02-10-1814, ov. Renswoude 05-04-1886, tr. Renswoude 16-11-1839 Jan Philip van Altena, geb. Renswoude 08-10-1816, ov. Renswoude 03-05-1880, zn. van Geurt van Altena en Willemijntje Bouman

3. Jannigje Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 30-01/23-02-1817

4. Peter Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 25-01/06-02-1820, volgt VI

 

VI

Peter Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 25-01/06-02-1820, metselaar, landbouwer, ov. Scherpenzeel 25-02-1890, tr. Woudenberg 02-08-1851 Klaasje van Ginkel, geb. Renswoude 23-08-1820, ov. Scherpenzeel 12-01-1900, dr. van Teunis van Ginkel en Aaltje Veldhuizen

Uit dit huw.:

1. Rijk Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 22-01/29-02-1852, schoenmaker, ov. Scherpenzeel 15-10-1881, won. A 69 bij ouders, ongehuwd

2. Aaltje Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 04/26-02-1854, ov. Renswoude 14-04-1914, tr. Scherpenzeel 09-08-1877 Roelof van Essen, geb./ged. Scherpenzeel 11-03/04-04-1841, timmerman, ov. Renswoude 13-01-1930, zn. van Aalbert van Essen en Cornelia Bakker

3. Gijsbert Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 27-02/06-04-1856, timmerman, ov. Scherpenzeel 12-12-1882, ongehuwd

4. Antonie Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 05/26-12-1858, volgt VII

5. Gijsbertje Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 11-07/29-08-1863, ov. Scherpenzeel 18-11-1885

 

VII

Antonie Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 05/26-12-1858, timmerman, ov. Utrecht (ingeschr. te Scherpenzeel) 22-11-1907, tr. Barneveld 05-10-1900 Johanna Verhoef, geb. Amersfoort 05-10-1878, dr. van Lubbert Verhoef en Teuntje van Dijk. Johanna Verhoef, tr. (2) Leusden 11-08-1910 Hendrik Kuiter, geb. Apeldoorn 1890, zn. van Harmen Hendrik Kuiter en Jannetje Pater

Uit dit huw.:

1. Pieter Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 21–11-1901/02-03-1902, ov. Utrecht (ingeschr. te Scherpenzeel) 15-08-1905

2. Tonia Lubertha Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 13-02/31-05-1903, ov. Scherpenzeel12-09-1903

3. Tonia Lubertha Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 17-10-1904/20-01-1905, ov. Amersfoort 15-10-1927, ongehuwd

4. Clasina Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 01-07/02-09-1906, ov. Amersfoort 01-09-1919, ongehuwd

5. Antonie Pieter Glashorst, geb./ged. Scherpenzeel 04-04/31-05-1908

 

 

 

Samengesteld door:

Henk van Woudenberg

juli 2010

Agenda

Lid worden?

Oud Scherpenzeel heeft al
921 !!! leden!
Lid worden van
"Oud Scherpenzeel"?
Kosten lidmaatschap per jaar:
€ 15,00
Ja, ik wil lid worden!