Fam. van Ekris als nieuwe eigenaren
Rond 1925 verkopen ze de zaak aan Jacob van Ekris. Blanken-Ploeg gaat verder met de handel in stro en olie. Van Ekris komt uit Westbroek waar kort daarvoor zijn boerderij is afgebrand. Samen met zijn vrouw en kinderen gaat hij boven De Prins wonen.

Jacob is vooral boer en zijn echtgenote Alie bestiert het café. In De Prins worden openbare verkopingen door de notaris gehouden, terwijl meerdere verenigingen hier hun vergaderingen organiseren. Zoon Gerrit wordt eerst boerenknecht en later melkrijder.

In 1942 neemt hij de zaak over van zijn ouders. De Prins is in 1940 totaal verwoest. Terwijl Gerrit zijn brood verdient als melkboer is zijn vrouw Santje verantwoordelijk voor de exploitatie van het café. Het wederopgebouwde etablissement staat nu met de voorgevel op Plein 1940 gericht, voorheen was de ingang aan de Marktstraat.
Na de oorlog vraagt de belastingdienst aan caféhouders of zij willen bijhouden wie er een fles jenever komt kopen. Daar past Van Ekris voor.
Gerrit verkoopt zijn melkhandel in 1945 en helpt voortaan in de zaak. Hij wordt nu ook eigenaar van De Prins die hij van familie Royaards koopt. De kroeg is dagelijks geopend en alleen op zondagmiddag even dicht. De Prins doet ook dienst als chauffeurscafé en hotel. Voor gasten zijn drie kamers beschikbaar.
Als in 1956 het gedeelte van de A12 tussen Driebergen en Veenendaal in gebruik wordt genomen, vermindert het vrachtverkeer in de Dorpsstraat aanzienlijk en verliest De Prins de functie van chauffeurscafé. Veel ondernemers uit de regio die liever niet naar een kroeg in hun eigen woonplaats gaan, behoren tot de vaste klantenkring. In 1965 overlijdt Santje van Ekris. Enkele jaren later, in 1970, besluit Gerrit van Ekris ermee op te houden. Jacob van Ekris viert tot op hoge leeftijd altijd zijn verjaardag in het café. In 1972 is hij op 100- jarige leeftijd overleden.


Rond 1925 verkopen ze de zaak aan Jacob van Ekris. Blanken-Ploeg gaat verder met de handel in stro en olie. Van Ekris komt uit Westbroek waar kort daarvoor zijn boerderij is afgebrand. Samen met zijn vrouw en kinderen gaat hij boven De Prins wonen.

Jacob is vooral boer en zijn echtgenote Alie bestiert het café. In De Prins worden openbare verkopingen door de notaris gehouden, terwijl meerdere verenigingen hier hun vergaderingen organiseren. Zoon Gerrit wordt eerst boerenknecht en later melkrijder.
In 1942 neemt hij de zaak over van zijn ouders. De Prins is in 1940 totaal verwoest. Terwijl Gerrit zijn brood verdient als melkboer is zijn vrouw Santje verantwoordelijk voor de exploitatie van het café. Het wederopgebouwde etablissement staat nu met de voorgevel op Plein 1940 gericht, voorheen was de ingang aan de Marktstraat.
Na de oorlog vraagt de belastingdienst aan caféhouders of zij willen bijhouden wie er een fles jenever komt kopen. Daar past Van Ekris voor.
Gerrit verkoopt zijn melkhandel in 1945 en helpt voortaan in de zaak. Hij wordt nu ook eigenaar van De Prins die hij van familie Royaards koopt. De kroeg is dagelijks geopend en alleen op zondagmiddag even dicht. De Prins doet ook dienst als chauffeurscafé en hotel. Voor gasten zijn drie kamers beschikbaar.
Als in 1956 het gedeelte van de A12 tussen Driebergen en Veenendaal in gebruik wordt genomen, vermindert het vrachtverkeer in de Dorpsstraat aanzienlijk en verliest De Prins de functie van chauffeurscafé. Veel ondernemers uit de regio die liever niet naar een kroeg in hun eigen woonplaats gaan, behoren tot de vaste klantenkring. In 1965 overlijdt Santje van Ekris. Enkele jaren later, in 1970, besluit Gerrit van Ekris ermee op te houden. Jacob van Ekris viert tot op hoge leeftijd altijd zijn verjaardag in het café. In 1972 is hij op 100- jarige leeftijd overleden.


