OUD SCHERPENZEEL NAAR BATENBURG EN WINSSEN

Op zaterdag 12 mei namen 60 leden van onze vereniging  deel aan de jaarlijkse excursie. Het weer was zeer wisselvallig, maar gelukkig was dat voor niemand reden om thuis te blijven.

Het doel van de reis was Batenburg. Een prachtig oud stadje aan de Maas met slechts 600 inwoners, maar met een rijke historie. Het is ook de woonplaats van onze burgemeester mevrouw Colijn. Samen met haar man bewoont zij een prachtige oude boerderij, “De Bloemhof”. Zij ontving de leden  in een gerestaureerde schuur met koffie en heerlijk gebak, meegebracht uit Scherpenzeel. Mevrouw Colijn vertelde over de geschiedenis van de boerderij en hoe zij daar met hun drie kinderen hebben geboerd. De vereniging is haar dankbaar voor het gastvrij onthaal!

Daar vandaan werd er onder leiding van 2 gidsen rondgewandeld door Batenburg en langs de ruïne (zie foto hierboven) om te eindigen in de Oude of St. Victorkerk. Bij de restauratie bleek dat er reeds in de 11e eeuw op die plek een zaalkerkje stond. De koster, tevens gids en organist, wees op de vele historische facetten van de kerk. Hij besloot zijn uitleg met orgelspel. Batenburg is nog Gelderland, maar aan de overkant van de Maas is het Brabant. Wij konden dus genieten van de hartelijke gastvrijheid en gemoedelijkheid die voor deze regio zo typerend is. Ook de lunch met heerlijke wijn was uitstekend verzorgd.

’s Middags bracht de bus ons naar Winssen. Daar werd de geschiedenis even los gelaten om plaats te maken voor hedendaagse kunst en cultuur. We brachten een bezoek aan de “Tempelhof” een plaats waar de kunstenaar Huub Kortekaas, samen met zijn vrouw Adelheid, een totaalconcept van hun levensfilosofie heeft laten ontluiken.

  De boeiend vertellende Huub Kortekaas temidden van de aandachtige bezoekers uit Scherpenzeel.

Zo is er in de door henzelf ontworpen huis en tuin, samen met de prachtige beelden van Huub, één groot monumentaal kunstwerk ontstaan. Zowel Huub als zijn vrouw, beiden autodidact, schetsten een prachtig beeld van hun visie en van hun idealen. Bijzonder is de meditatieve kapel waarin Huub het ontstaan van de mens verbeeldt. Ook zijn vijf  tuinen, alle even groot, met daarin de vijf wereldgodsdiensten tonen zijn spirituele aard. De deelnemers lieten zich zonder uitzondering verrassen en bewonderden zijn artistieke vondsten.

Gelukkig scheen het zonnetje over de  fraaie tuin en ook daar werden we weer hartelijk met koffie en thee ontvangen.

Terug in Scherpenzeel  konden de deelnemers terugzien op een dag vol cultuur, historie en hedendaagse kunst aan hen getoond en uitgelegd door bijzondere mensen.

Bep Schimmel

DE LEEUW HERRIJST UIT DE VLAMMEN IN 1940

Lezing op de jaarvergadering van 27 februari 2007

Twee inleiders, mevrouw Sophie Elpers en de heer Johan Lagerweij, verzorgden boeiende lezingen over de weder-opbouwboerderijen in onze streek. Mevrouw Sophie Elpers is werkzaam bij het  SHBO, de stichting Historisch Boerderij-Onderzoek, en hoopt te promoveren op het thema wederop-bouwboerderijen. In dat verband heeft zij samen met Johan Lagerweij een groot aantal van deze boerderijen in onze omgeving bezocht. Zij schetst in grote lijnen de situatie en de te volgen procedures. Van de 8000 verwoeste boerderijen waren er 291 in de Gelderse Vallei. Drie daarvan stonden op Scherpenzeels grondgebied en zes op Woudenbergs grondgebied. Zij zijn in mei 1940 in brand gestoken en men noemde dat defensieschade. Er is toen direct het het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) opgericht, onder leiding van Ir. Van Eck. Er werden eerst noodwoningen en noodstallen gebouwd. Deze staan er nu veelal nog. Het BWB kreeg de opdracht betere boerderijen te ontwerpen met streekeigen bedrijfsvoering. Op een enkele uitzondering na is dat gelukt. De Duitse bezetter ondersteunde dat initiatief, maar niet financieel.

De eigenaren konden zelf een architect kiezen  De boerderijen moesten wel in de streek passen. De eigenaren konden daartoe een schets met een begroting indienen bij de gemeente.

Maar er werden ook standaardontwerpen aangeboden door de BWB en die waren veelal in de Delftse School. De bouwstijl die ook nu nog zo kenmerkend is voor Scherpenzeel. Eenvoudige bakstenen gebouwen met vlechtingen in het metselwerk en rode pannen; geen overstekken; tuitgevels en schouderstukken.  

 De ontwerper hiervan was M.J. Grandpré Molière en hij was van mening dat  schoonheid in de eenvoud schuilt. In de boerderijen  werd een gevelsteen geplaatst met een uit de vlammen oprijzende leeuw en het jaartal 1940. Daaraan herkent u direct de weder-opbouwboerderijen.

Er werd rekening gehouden met de mening van de boerinnen: zij wilden geen onpraktische keukens meer, geen bedsteden meer en een toilet in huis. Voorwaarde was wel dat er zoveel mogelijk restanten van de vernielde boerderijen hergebruikt zouden worden.

De financiering was in handen van de staat, maar de boeren moesten 10 tot 25% zelf betalen, afhankelijk van de ouderdom van de boerderij. Ook konden zij een luxelijst samenstellen, maar moesten dat wel zelf betalen. De bouwkosten werden vastgesteld op 9 mei 1940 en er werd geen rekening gehouden met de inflatie. Voor de niet vergoede kosten kon men een renteloos krediet krijgen van de overheid.

Boerderij ‘De Pol’ aan de Brinkkanterweg.

Daarna toonde Johan Lagerweij met dia’s vele van deze boerderijen in de regio. Hij kent dit gebied als geen ander. Hij nam de toehoorders mee op een tocht langs wederopbouwboerderijen. Door de informatie van Sophie waren alle door haar genoemde kenmerken duidelijk te zien. Johan benadrukte dat de ervaringen van de eigenaren niet altijd positief waren ten opzichte van de wederopbouw. Maar de boeren kregen veelal  een mooiere en bedrijfsmatig betere boerderij terug. Wat niet weg neemt dat de impact van deze gebeurtenis enorm groot is geweest. Grote gezinnen moesten voor een lange periode in een kleine noodwoning leven en de dieren moesten ook provisorisch gehuisvest worden.

De troosteloze aanblik van een verbrand Scherpenzeel in 1940 heeft plaats gemaakt voor een prachtig landelijk gebied met mooie boerderijen en huizen in de bouwstijl van de Delftse School. Gelukkig heeft het gemeentebestuur deze gebouwen op een gemeentelijke monumentenlijst geplaatst zodat zij ook voor de toekomst bewaard zullen blijven.

Bep Schimmel

”Noe eerst effe Proate !”  

 In de  rubriek ”Noe eerst effe Proate !” interviewt Piet Valkenburg jonge en oude, bekende en onbekende, kortom aller-lei Scherpenzelers, die iets leuks of interessants over Scherpenzeel te vertellen hebben. 

Voor de 6e aflevering van ”Noe eerst effe Proate !” is de keus eens niet gevallen op een Scherpenzeler!  In een oude krant, een Holevoet uit september 1962, trof ik de aankondiging hiernaast aan voor een dansavond, met de organisatie in handen van Os-Ka-Di.

Dat Os-Ka-Di maakte me nieuwsgierig, maar al snel bleek mij dat Os-Ka-Di stond voor de afkortingen van de namen Osnabrugge, Van de Kamp en Ditewig. De naam Ditewig is een echte  Veense naam en met wat speurwerk kwam ik erachter dat dit Jan Ditewig betrof, nog steeds wonend in Veenendaal. Ik zocht deze Jan Ditewig dus eens op voor een interview.

Jan Ditewig aan het woord : “Dat klopt, ik ben een geboren en getogen Veenendaler! Ik ben geboren 14 november 1939 Mijn ouders waren Simon Ditewig en Teuntje van de Klift. Mijn vader had een buurtwinkeltje hier op de Middelbuurtseweg in Veenendaal. Hij is geboren in Veenendaal op 8 januari 1912 en mijn moeder Teuntje is geboren in Rhenen op 26 februari 1917.  Ze trouwden op 22 juni 1939 en kregen twee kinderen, buiten mij nog een dochter: Joke, die geboren is op 16 november 1945. Ik heb zelf altijd in Veenendaal gewoond. Ik trouwde op 14 juni 1967 met Gerry Reede, zij is ook echt een Veense. En ja … we zijn dit jaar inderdaad 40 jaar getrouwd! Mijn vrouw Gerry is geboren op 2 augustus 1946 en wij wonen alweer lange tijd ook op de Middelbuurtseweg. Toen mijn vader op 65-jarige leeftijd met de buurtwinkel stopte, in 1977, wilde hij dat alleen maar doen als wij het huis kochten. Zogezegd zo gedaan en tijdens de aanleg van de nieuwe Rondweg-Oost hier in Veenendaal konden wij het bestaande huis goed verkopen en hebben we op een weiland ernaast een nieuw huis laten bouwen. Mijn zoon Simon zat toen op een technische opleiding en hij heeft toen de tekeningen voor onze nieuwe woning gemaakt!

Foto rechts: Rien Osnabrugge en Jan Diteweg Tjaa, hoe kwam ik in Scher-penzeel terecht? Zoals gezegd had mijn vader een buurtwinkel, een kruide-nierszaak. Van daaruit leerde ik Rien Osnabrugge kennen. Hij werkte in de kruidenierswinkel Simon de Wit hier in Veenendaal en kwam regelmatig bij ons de etalage inrichten. We werden dikke vrienden en zijn ook regelmatig samen op vakantie geweest, onder andere naar Duitsland en Spanje. Dat was behoorlijk ondernemend. Ik heb het nu over eind jaren ’50, begin jaren ’60 en het was in die tijd helemaal niet zo gebruikelijk om naar het buitenland op vakantie te gaan!

Door de vriendschap met Rien kwam ik ook in Scherpenzeel terecht en daar leerde ik ook Jan van de Kamp kennen, de derde man van Os-Ka-Di. Jan van de Kamp is helaas al overleden, ik weet niet precies meer wanneer, maar al wel lang geleden.

 Eigenlijk ontstond toen ook het idee om eens wat te doen voor de jeugd. Dat was ergens in 1961. Rien was de oudste, 23 jaar, Jan van de Kamp was de jongste, 18 jaar oud en ik was toen nog maar net 21 jaar oud. Dat idee is eigenlijk geboren in de bus van Scherpenzeel naar Veenendaal. Het was eerst ‘’zo maar’’ een idee. Maar er gebeurde nooit eens iets voor de jeugd en dat was de motivatie om met dit plan door te gaan. In Scherpenzeel leerden we ook Adrie Doornebal kennen. Rien kende heel veel amateur-bandjes in de omgeving en dat kwam natuurlijk goed uit. Zo kwamen we op het idee voor een ‘’Teenagershow’’en dat zou moeten gaan plaatsvinden in de Eierhal in Scherpenzeel, in september 1961. In die tijd had je natuurlijk heel andere muziek, het was zelfs nog lang voordat de Beatles bekend zouden worden. Wijzelf waren bijvoorbeeld helemaal weg van de Shadows!

We rekenden uit dat als we ongeveer 500 bezoekers zouden krijgen, dat we uit de kosten zouden komen. Dat was best wel een gok, want het was allemaal eigen geld wat we erin gestoken hadden! Wat bleek: er kwamen meer dan 1200 mensen ! Eigenlijk stond heel Scherpenzeel op z’n kop, want al die jongelui kwamen met bromfietsen en het was een chaos, maar ook een enorm succes ! Er mocht geen sterke drank worden geschonken, alleen Coca Cola en frisdranken.

The Last Boys The White Rocking Stars De verschillende bandjes kwamen eigenlijk allemaal uit de omgeving, maar speelden vaak wel populaire muziek.

Die bandjes hadden namen als ‘’The Last Boys’’, een bandje van Molukse jongens, “The White Rocking Stars” en  “The Rocking Explosives” allemaal amateurbandjes die vaak de in die tijd populaire liedjes speelden van groepen als The Shadows, Elvis, Cliff Richard en Fats Domino.

De volgende dag stonden er heel positieve berichten in de kranten over de ‘’Teenagershow’’ en vooral de jeugd was enorm enthousiast! In de krant stonden bijvoorbeeld opmerkingen als : ‘’Het teenagerpubliek heeft met volle teugen genoten van deze muzikale show’’ en ‘’dit is een ongeëvenaard evenement voor deze regio’’.

Er werd slechts één bandje wat afgekraakt. Zo stond in de krant te lezen: ‘’de weinig muzikale muziek van de Rocking Explosives uit Utrecht, de meest ruige en lawaai makende deelnemers van deze teenagershow’’.

Het aardige is dat deze groep als enige later wat bekender is geworden. Zij gingen later ‘’The Jets’’ heten en hebben ook wel platen gemaakt. Dat zijn liedjes  zoals “Shake Hands”, “Memphis Tennessee”, “Jets Fly” en “Baby Elephant Walk.” Misschien dat sommigen deze liedjes nog wel kennen!

In Japan werden “The Jets” bekend als “The Goldfingers” en daar werden ze bekend met de instrumentale versie van ‘’Goldfinger’’, de song van Shirley Bassey.

De ‘’Teenagershow’’ was dus een succes en we hadden zelfs winst gedraaid, ik geloof iets van 1400 gulden. Dat geld hebben we toen aan een goed doel besteed, aan ‘’Open het Dorp‘’ van Mies Bouwman. Juist door dat succes besloten we verder te gaan en daarom kwamen we op het idee om dansavonden te organiseren. Zoals gezegd: er was in die tijd echt nooit iets te doen voor de jeugd, maar toen we die dansavonden gingen organiseren kwamen de bezoekers overal vandaan. Zo ging bijvoorbeeld ook al de jeugd uit Veenendaal naar de dansavonden in Scherpenzeel. Op deze manier heb ik ook mijn huidige vrouw, Gerrie leren kennen. Toen ik met Os-Ka-Di begon was Gerrie nog niet in beeld, maar wel later tijdens de dansavonden. Die waren elke maand in Boschzicht en Gerrie ging ook trouw elke maand mee!

De dansavonden van Os-Ka-Di hebben even stil gelegen toen ik voor de herhaling van mijn dienstplicht moest opkomen en in 1962 naar La Courtine in Frankrijk werd gestuurd, maar al met al hebben we een paar jaar achter elkaar elke maand die dansavonden georganiseerd.

Dat was een heel leuke tijd! Ik ben zelf eind 1964 uit de organisatie gestapt, maar Rien en Jan van de Kamp zijn ermee door gegaan tot 1972. In dat jaar heeft dhr. Klumpenaar van Boschzicht de organisatie overgenomen.

Tja en ondertussen is dat alles voor mij alweer ruim 40 jaar geleden. Ik heb nu mijn eigen gezin met twee zonen: Simon, geboren in 1969 en John, geboren in 1974.

Ik heb 40 jaar bij de Firet in Veenendaal gewerkt op het kantoor, bij de voorraadadministratie. Ik was bijna 40 toen ik in de krant een advertentie zag, waarin bij de NS conducteurs werden gevraagd. Dat leek me wel, want dat gaf natuurlijk zekerheid: je was toen als conducteur nog ambtenaar.

Maar helaas: het conducteur zijn beviel me helemaal niet en ik ben dan ook precies twee maanden conducteur geweest! Ik nam weer ontslag en wilde niet terug naar de Firet, want dat was eigenlijk toch een afgang. Maar ja, ik vond geen ander werk en toen ik door de Firet gevraagd werd ging ik toch weer terug. Ze kwamen daar op me af en iedereen gaf me een hand. Een warm welkom en dat voelde wel goed !

Door een reorganisatie kon ik met 56 jaar met behoud van loon naar huis. Op mijn 57e ging ik de VUT in en nu ben ik dus gepensioneerd.

Ik heb gelukkig veel foto’s uit die tijd en ook een compleet plakboek. Dat mensen veel foto’s hadden zag je in die tijd ook niet zoveel, maar ik maakte gelukkig altijd overal plakboeken van, ook bijvoorbeeld van de kruidenierswinkel van mijn vader. Ik had daar een stuk of vijf of zes plakboeken van en die liggen nu in Klein Veenlo, het museum van Veenendaal. Ze zijn er daar erg blij mee !”

Deze foto toont ons Os-Ka-Di samen met Adrie Doornebal, de organisatoren van de Teenagershow, v.l.n.r. Rien Osnabrugge, Jan Diteweg, Adrie Doornebal, Jan van de Kamp.

SCHUITEVAARDERS OP DE LUNTERSCHE BEEK  

Vanaf 6 juli bestaat de mogelijkheid bij het Toeristische Opstappunt (TOP) aan de Nieuwstraat een kano te huren om op het Valleikanaal een pleziertochtje te maken. Het kanaal, dat tussen 1935 en 1941 is aangelegd in het kader van de werkverschaffing, volgt gedeeltelijk de oude loop van de Luntersche Beek. Het traject Brinkkanterweg–Rode Haan wordt begin juli officieel in gebruik genomen. Er zijn voorzieningen aangebracht om bijvoorbeeld gemakkelijk onder bruggen door te kunnen varen, terwijl op verschillende plaatsen steigers zijn gemaakt om aan te meren.

De V.V.V. in Scherpenzeel verhuurt al in het begin van de 20e eeuw een boot, waarmee een tochtje op de Lunterse Beek gemaakt kan worden. “Den vreemdeling ten gerieve kocht V.V.V. een roeiboot aan: de “Haal-op”. De boot ligt bij de Lambalgsche brug. Bij Hazeleger, die dicht bij de brug woont, moet worden betaald. De beek bevat in die tijd in de zomer niet altijd voldoende water om te varen, zodat de Haal-op slechts een kort leven is beschoren.

Jan van de Lagemaat, geb.1908 Van groter belang is de beroepsvaart die op de Lunterse Beek heeft plaatsgevonden. De nu 99-jarige Jan van de Lagemaat uit Woudenberg weet hierover veel te vertellen. Jan is in 1908 geboren in Scherpenzeel. In 1933 is hij voor de eerste keer getrouwd. Uit dit huwelijk is in 1934 zoon Gerrit geboren. In 1943 overlijdt zijn vrouw. Jan trouwt in 1946 voor de tweede keer.

Tijdens zijn werkzame leven heeft hij eerst enige tijd bij smederij Berendse gewerkt.

Vervolgens is Jan 36 jaar smid geweest bij de fietsfabriek van Meerbeek (Durabo) in Woudenberg en nog een jaar of tien bij Overeem in Scherpenzeel. Nu woont hij in Zorgcentrum Groenewoude in Woudenberg.

In zijn jeugd heeft hij zijn vader regelmatig geholpen bij het onderhoud van o.a. de Lunterse Beek.

Zijn vader en zijn grootvader zijn schuitenvaarders geweest. De opa van Jan heet ook Jan van de Lagemaat en is in 1824 in Woudenberg geboren. Grootvader Jan gaat later in Leusden wonen en weer later verhuist hij naar Scherpenzeel om hier in de Kaap op de Glashorsterdijk te gaan wonen. Later betrekt hij met zijn gezin boerderij Oud Glashorst. Naast het houden van een paar koeien vervoert hij ook stenen en andere materialen met een tweetal schuiten op de Lunterse Beek.

Met soortgelijke schuiten vaarde de familie Van de Lagemaat.

De schuiten hebben een lengte van ongeveer tien meter en zijn zo’n anderhalve meter breed. Ze worden door twee man voortbewogen door middel van vaarbomen, ook wel klauwstokken genaamd. Als er langs het water geen houtgewas staat, kan er een mast in de mastbank worden bevestigd. Hieraan wordt een jaaglijn met een trekzeel (de lus van de jaaglijn) gebonden, zodat de boot via het jaagpad kan worden voortgetrokken. Voor de besturing wordt een roer aangebracht. Dit gaat veel sneller dan het voortbomen van de schuit.

´s Morgens om vier uur vertrekken de schuiten vanaf Lambalgen naar de Rode Haan in Veenendaal. Hier kunnen de boten niet verder, omdat de beek wordt doorkruist door de Slaperdijk. Deze dijk is in 1653 aangelegd om het Utrechtse deel van de Vallei bij Veenendaal te beschermen tegen overstromingen van de Rijn.

In de beek is een stuw gemaakt die de doorvaart belemmert. Aan de Veenendaalse kant van de dijk liggen schuiten die volgeladen zijn met stenen afkomstig van de steenfabrieken aan de Rijn in Rhenen. Om de stenen verder te vervoeren, moeten ze overgeladen worden.

De Rode Haan omstreeks 1900.

Een zwaar karwei, dat zeker voor Jan, die astma heeft, niet meevalt. Hij heeft twee Scherpenzelers, Hazeleger en Van Elst, in dienst die hem helpen. Met de kruiwagen worden de stenen van de Veenendaalse boten over de dijk naar de schuiten van Jan van de Lagemaat gebracht. De terugreis kan beginnen. De stenen die bestemd zijn voor Scherpenzeel worden bij Lambalgen uitgeladen. Er wordt doorgevaren naar de Pothbrug waar de rest van de stenen wordt gelost.

De stenen worden niet alleen vanuit Veenendaal richting Scherpenzeel vervoerd. Ook vanuit Amersfoort worden stenen vervoerd over de Lunterse Beek. Bij het Geeresteinse Schut moeten de balken die het water tegenhouden worden verwijderd. Dit gebeurt door medewerkers van Landgoed Geerestein. Aangezien Jan een goede verstandhouding heeft met Geerestein mag hij dit zelf doen. De bakstenen die gebruikt zijn voor de bouw van het landhuis op Landgoed “De Boom” in Leusden in 1879 zijn voor een groot gedeelte aangevoerd met de schuiten van Jan van de Lagemaat. Voor dit landgoed vervoert Van de Lagemaat jaarlijks ongeveer 300.000 turven, die in de kachels gestookt worden om het landhuis warm te houden.

Vanuit Amersfoort wordt ook regelmatig mest van de gemeentereiniging meegenomen om elders over wei- en akkerland te worden verspreid. Voor de bakkers in Amersfoort worden takkenbossen per boot aangevoerd om de ovens te stoken. Bakker Vonk aan ’t Havik en bakker Koning aan de Krommestraat zijn goede klanten. In een schuur aan de Singel worden de takkenbossen opgeslagen.

In 1886 wordt de spoorlijn Amersfoort-Kesteren in gebruik genomen. Dit betekent het einde van het vervoer van bakstenen door de schuitenvaarders. Voortaan worden de stenen per trein vervoerd. Jan van de Lagemaat is in 1888 in Scherpenzeel overleden.

Gerrit  van de Lagemaat 1863-1949. Zijn zoon Gerrit van de Lagemaat is in 1863 geboren. Eerst woont hij in Woudenberg op boerderij Nieuw Huisstede. In 1905 trouwt hij en in 1909 koopt hij “het klaverweitje”, een stuk grond achter de Nieuwstraat in Scherpenzeel(toen nog Woudenberg). Hier bouwen Gradus ten Broek en Gart de Jong een huis voor hem en zijn gezin.

Als schuitenvaarder valt er na de komst van de trein steeds minder te verdienen met het goederenvervoer.

Gerrit van de Lagemaat richt zich dan ook op het onderhoud van beken en grachten in Amersfoort en omgeving. Dat doet hij later ook in samenwerking met Marinus Veldhuizen, zoon van de Scherpenzeelse schuitenvaarder Mannes Veldhuizen. Het schoonhouden van de waterwegen wordt jaarlijks publiekelijk aanbesteed door het heemraadschap de Eem.

Het heemraadschap in onze omgeving heeft het beheer van de Lunterse Beek, de Barne-veldse Beek, de Modderbeek, de Moorsterbeek en de Eem vanaf Baarn. Het onderhoud moet door de boeren die op het water lozen worden betaald. Het geld wordt jaarlijks opgehaald. Hier in de buurt gebeurt dat door gemeenteveldwachter Tekelenburg uit Woudenberg.

Marinus Veldhuizen(rechts), 1903-1969. Drie keer per jaar moeten de waterplanten verwijderd en de deels weggespoelde walkanten gerepareerd worden. In de Lunterse Beek zitten veel bochten die door de stroming steeds verder uitspoelen. Het repareren van deze uitspoelingen heet kribben. De kanten worden uitgegraven en opgevuld met takkenbossen. Hierdoorheen worden palen geslagen. De takkenbossen worden afgedekt met vlechtwerk en ten slotte bedekt met zand. Jan heeft in 1932 zijn vader nog geholpen bij het kribben van de walkanten op Bruinenburg in Woudenberg. Als Jan er zestig jaar later weer gaat kijken, blijkt het werk nog volledig in tact. Door het verzanden van de beek moet deze regelmatig handmatig uitgebaggerd worden. Op rekening van de gemeente Amersfoort wordt overtollig slib uit de grachten en singels verwijderd.

Zijn laatste schuit heeft Gerrit van de Lagemaat in 1912 laten maken bij Van Doorn in Veenendaal. Deze boot heeft 12 gordingen (ribben), is 11 meter lang en geheel van eikenhout. De schuit kost 150 gulden. Bij Lambalgen wordt de boot regelmatig voor onderhoud uit het water gehaald. De onderkant van de boot wordt dan met teer ingesmeerd.

Tijdens de onafhankelijkheidsfeesten in 1913 is een als Prins Hendrik verkleed persoon met deze boot ingehaald bij de Pothbrug.

Scherpenzeel heeft in de loop van de geschiedenis meer schuitenvaarders gehad waarover weinig bekend is. Zo staan ook Jan Sturk (1760), Aart van Dijk (1804) en zijn zoon Jacob van Dijk(1837) te boek als schuitenvaarders.

Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander, 14-05-1927

Wim Schimmel

Wim v.d.Berg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agenda

Lid worden?

Oud Scherpenzeel heeft al
845 !!! leden!
Lid worden van
"Oud Scherpenzeel"?
Kosten lidmaatschap per jaar:
€ 15,00
Ja, ik wil lid worden!